Reizen West-Ligurië, Italië

Het bergachtige achterland van West-Ligurië met zijn kleine, rustige bochtige wegen en pittoreske dorpjes maakt elke motorreis tot een betoverende ervaring. Hier ervaar je Italië nog op een ongerepte en authentieke manier, dit in tegenstelling tot de bloemrijke kust, waar toeristen elkaar overlopen!
Pagina gaat door onder advertenties
Dit artikel is gratis beschikbaar voor MotoPlus abonnees
- Onbeperkt PremiumPlus leesplezier
- 15.000+ online artikelen
- 380+ digitale magazines
Al abonnee? Log in om dit artikel direct te lezen.
Kun je verliefd worden op een straat? In Italië, waar emoties het dagelijks leven sterker beheersen dan hier, is dat allesbehalve onrealistisch. De naam van mijn kersverse geliefde? Strada Provinciale 17. Van Rezzo tot aan de SP 548 bij Molini di Triora raast het smalle weggetje als een wilde beek door de bergen. En zoals dat gaat met geliefden: hoe moeilijker ze te veroveren zijn, hoe aantrekkelijker ze worden. De SP 17 moet haar bouwers tot het uiterste hebben gedreven, ze doorkruist dichte wouden met reusachtige bomen, wervelt langs klimop, bemoste stoepranden en breekt moedig door rotsen heen of kleeft op duizelingwekkende hoogte aan steile hellingen, waar het gevaar van een val groot is. De bochten zijn geweldig: smal, verleidelijk en vaak ook zeer onoverzichtelijk, zodat er veel concentratie en beheersing in het zadel vereist is. Als je het heel kritisch bekijkt, bestaat de SP 17 alleen maar uit bochten. Op een gegeven moment krijg je er gevoel voor en kom je in een bepaalde flow terecht. Hoewel maar weinig andere weggebruikers zich laten verleiden door de charmes van dit weggetje, kan het toch gebeuren dat er plotseling een enthousiaste Fiat Panda voor je neus opduikt. Dan is zowel in de auto als op de motor improvisatiekunst niet alleen gewenst, maar zelfs vereist. Ruimte om uit te wijken? Dan zou je de botanische tuin links of rechts naast het asfalt in moeten, maar die is zo dichtbegroeid dat dit idee snel wordt verworpen. Dan nog liever de Fiat schampen. Geen twijfel mogelijk, de SP 17 zorgt voor heel wat ‘enerverende’ momenten. Op een gegeven moment dringt het licht door het bos met zijn zuurstofrijke lucht, we naderen de Passo della Teglia en kunnen onze ogen nauwelijks geloven.
Wat een panorama! De bergen van Ligurië liggen voor ons als op de eerste dag van de schepping. In Italië zijn niet alleen de signorina’s, huizen, auto’s en motorfietsen met een fraai voorkomen gezegend, ook de rondingen van de heuvels hier lijken uit erotische fantasieën te zijn ontsprongen. Door deze prikkeloverdaad moet ik gewoon even de ogen sluiten. Slechts heel even, want het uitzicht is fenomenaal. Helemaal achteraan, ver in het zuiden, ligt de zee met al zijn toeristische drukte. Hier, op 1.387 meter hoogte, ben je ver verwijderd van alle hectiek, helemaal alleen in deze indrukwekkende natuur met Claudia en de Suzuki: de eerste is sprakeloos, de tweede tikt haar warme enthousiasme in de open lucht nadat de 1050 V-twin tot rust is gekomen. Wat een mooi, ongerept stukje Italië. Gewoonweg goddelijk!
Kunnen we die overdaad op de een of andere manier vastleggen? Vandaag de dag gelukkig wel en dus halen we de drone tevoorschijn, volgen daarmee de SP 17 stroomafwaarts. Wauw, vanuit de lucht oogt het allemaal nog spectaculairder. We vliegen nog even om de volgende rotspunt heen om te kijken hoe de weg erachter verder loopt. Ai, in alle enthousiasme even vergeten te kijken naar de sterke van het signaal tussen controller en drone. Plotseling springt het scherm op zwart gevolgd door de dreigend melding ‘Geen contact met het vliegtuig’. Verdikkie, de drone lijkt gevlogen, letterlijk en figuurlijk. Het scherm geeft geen hoop, de accu raakt leeg en de eindeloze, steile hellingen met dichte begroeiing maken iedere zoektocht tot een illusie. Tegen beter weten in rijden we nog een beetje in de richting van het vliegend kleinood in de hoop dat het signaal nog terugkomt wanneer we de afstand verkleinen. Hopeloos natuurlijk. De drone foetsie is één ding, maar erger nog is het verlies van alle prachtige beelden die we vandaag en op eerdere dagen hebben gemaakt. Beelden die ik normaal altijd aan het eind van de dag opsla, een gewoonte waar ik alleen de afgelopen twee dagen mee heb gebroken.
Gefrustreerd rijden we terug, draaien een bocht om en…wat zit daar pontificaal midden op de weg? Ja, onze vliegende camera is zijn geprogrammeerde trouwbelofte nagekomen en met het laatste beetje energie teruggekeerd naar de startplaats. Wat een opluchting! Ook omdat geen enkele Panda hem heeft overreden!
Als in een droom rijden we verder naar het zuiden. Omhoog, omlaag, rechts, links, altijd steil, altijd gewaagd, altijd euforisch. De kleine bergdorpjes lijken uit de tijd te zijn gevallen, ze kleven aan steile hellingen en hun steegjes lijken zelfs voor een minuscule Fiat 500 nog te smal. We duiken weer in een dicht bos met af en toe een wijngaard, dan weer totale wildernis, maar altijd een intense natuur- en rijervaring. Over ervaringen gesproken: de Italianen zijn kunstenaars als het gaat om de omgang met natuursteen. Hoe kun je dorpen zo stabiel en soeverein aan steile hellingen laten vastklampen? Dat is natuurkundig volgens mij schier onmogelijk. Kijk naar Apricale bijvoorbeeld, het gehucht met 630 inwoners, dat we tot onze uitvalsbasis hebben gemaakt, ligt ongeveer vijftien kilometer ten noorden van Ventimiglia in de Merdanzo vallei, een zijvallei van de Nervia. De bebouwing lijkt bijna vloeibaar, alsof het langs de steile helling naar beneden stroomt! Met een stijgende hartslag worstelen we ons een weg door de steile straatjes van het dorp. Overdekte doorgangen en stenen arcades zorgen voor een zekere somberheid, waardoor de muurschilderingen extra opvallen. Het zijn werken van verschillende kunstenaars ter gelegenheid van de ‘Giornata dell’Affresco’, een evenement voor fresco-schilderkunst. Sinds de stichting van het dorp in de negende eeuw lijken de steegjes niet veel veranderd. Elke steen ademt geschiedenis. In 1267 kreeg Apricale de oudste autonome grondwet van Ligurië! En met de parochiekerk Purificazione di Maria Vergine en het Castello della Lucertola heeft het dorp zichzelf visueel gekroond. Het dorp is een echte must-see. Door sommige van de ultrasmalle steegjes past nog net een kleine Ape, maar verder moeten gemotoriseerde voertuigen buiten blijven. Dat dwingt bezoekers en bewoners om te lopen en dat houdt ze fit. Tenminste, de bewoners. Paolo, de gespierde partner van onze verhuurster Marta, zegt glimlachend dat er in Apricale nauwelijks mensen met overgewicht zijn.
Onze kamer ligt als een catacombe diep onder het huis. Uitdagende stenen treden leiden bijna loodrecht naar beneden, maar brengen ons vanwege de extreem steile helling ook weer naar een balkon dat gewaagd boven de kloof hangt. Het uitzicht maakt je duizelig. Na een fles Rossese di Dolceàcqua, de lokale rode wijn die paus Paulus III al graag dronk, kun je hier beter niet meer blijven staan. Ondertussen staat onze Suzuki op een parkeerplaats boven het dorp te wachten, want die mag het pittoreske dorpje niet in. Een dag later snappen we ook wel waarom, wanneer we weer op weg gaan en de uitvalsroute zo steil en smal is, dat ik de tegemoetkomende Panda (natuurlijk…) niet meer goed kan ontwijken. De V-Strom schraapt met een ijzingwekkende kreet langs een uit de muur stekende steen, maar gelukkig is alleen de valbeugel beschadigd. Te brede en zware motorfietsen hebben hier in Apricale blijkbaar niets te zoeken. Het dorp is prachtig, straalt één en al rust uit en we hebben er geen moment spijt dit als uitvalsbasis te kiezen, ondanks dat we na een paar dagen behoorlijke spierpijn van al het geklauter hebben. Maakt niet uit. Tolerantie en geduld zijn ook nodig aan de kust, die haar naam Riviera dei Fiori (bloemenrivièra red.) alle eer aandoet. Maar de kuststrook is niet alleen overbevolkt met bloemen, maar ook met mensen, boten, auto’s, scooters en hotels. Ondanks een licht verouderd imago, enkele zakelijke tegenslagen en maffia-verwikkelingen, trekt het casino in San Remo ook 110 jaar na zijn oprichting nog steeds toeristen en professionele gokkers aan.
Tijd voor een welverdiende duik in de Middellandse Zee. Maar waar? De stranden zijn zo druk dat je er nauwelijks doorheen komt, dus sturen we de gele Soes liever weer terug naar de verkoelende bergen van het achterland van Ligurië. Elke kilometer naar het noorden brengt minder drukte, steilere hellingen, smallere asfaltwegen en natuurlijk een toenemend aantal mogelijkheden om hellingshoeken te rijden. Er wachten ons weer olijf- en citroenboomgaarden, kleine natuurstenen dorpjes en de charmes van de mooi gevormde bergen met hun oerbossen. Zullen we verder naar het oosten trekken? Naar Genua met zijn prachtige palazzi of zelfs naar de wereldberoemde Cinque Terre met zijn prachtige, maar volledig overlopen vissersdorpjes? Misschien de volgende keer, want nu genieten we liever van elke meter van de bochtige Strada Provinciale. De geweldige SP 17 blijft mijn favoriet, maar ook andere delen hebben mooie wegenin petto, zoals de SP 63, 64 en 65. Eigenlijk was de SP 18 ook niet slecht. En moeten we niet eens de wegen met de 20-nummers uitproberen? Waarom immers ver zoeken, als de liefde zo dichtbij is?
Pagina gaat door onder advertenties
Pagina gaat door onder advertenties