Grootste motormagazine van NL Grootste motormagazine van Nederland
15.000+ online artikelen 15.000+ online artikelen
1.000+ online testen 1.000+ online testen
Gratis thuisbezorgd in NL Gratis thuisbezorgd in Nederland
Hier adverteren met jouw bedrijf? Bereik 2+ miljoen motorrijders. Meer info
Hier adverteren met jouw bedrijf? Bereik 2+ miljoen motorrijders. Meer info

WK Superbike Nederland, Assen

Nicolo Bulega ging tijdens de WK Superbike-races in Assen verder waar hij Portimao gestopt was. Net als in Australië en Portugal was ook in Assen de weer van pole vertrekkende Italiaan verreweg de beste, met telkens Ducati-teamgenoot Iker Lecuona en Sam Lowes naast zich op het podium. Twan Smits maakte voor eigen publiek zijn bescheiden WK Superbike-debuut, terwijl de Nederlandse Sportbike-rijders voor vuurwerk zorgden in de Benelux en Bulega Show.

Pagina gaat door onder advertenties

Dit artikel is gratis beschikbaar voor MotoPlus abonnees

  • Onbeperkt PremiumPlus leesplezier
  • 15.000+ online artikelen
  • 380+ digitale magazines
Word abonneevanaf €0,67 per week

Met inmiddels 69 punten voorsprong op Lecuona – 104 op derde man Lowes! – zou de 26-jarige Bulega de volgende WK-ronde op Balaton Park kunnen laten schieten, om vervolgens in Most nog steeds als klassementsleider te starten. De 24-jarige Twan Smits maakte in Assen zijn WK Superbike-debuut. De Yamaha-coureur uit Steenwijk rijdt sinds 2020 al met Team Apreco in Duitse competities en werd vorig jaar achtste in de Superbike-klasse in het Euro Moto-kampioenschap, in de volksmond nog steeds het IDM genoemd. Daarnaast was hij de afgelopen twee seizoenen ook actief in het WK Endurance. Nu de 24 Uren van Le Mans samenvielen met de races in Assen koos Smits voor het WK Superbike. “Ik zie dit toch meer als een voorbereiding op het Euro Moto, daar ligt dit jaar ook de focus weer op”, legde hij uit. Dat hij de enige Nederlandse vertegenwoordiger in de belangrijkste klasse was, had in de week voorafgaand aan het evenement wel wat extra spanning opgeleverd. “Ik voelde wel druk, ik was best zenuwachtig. Maar toen we hier eenmaal gingen rijden, was er rust en lag de focus op het racen.”
In 2024 reed Smits in Assen met een wild card in de Supersport-klasse. In race 2 werd hij toen keurig tiende. “Dit is wel een ander niveau. Had ik toen het idee dat ik halverwege het veld nog wel mee kon doen: hier rijden jongens uit de MotoGP mee, ex-wereldkampioenen, de teams zijn heel professioneel… Ons team werkt heel professioneel, maar we hebben veel minder mensen. Daarnaast rijden we in Duitsland ook met een oudere generatie achterband en dat voelt compleet anders.”
Op vrijdag hield Smits op de langzaamste machine van het veld onder meer Supersport-wereldkampioen Stefano Manzi en zesvoudig wereldkampioen Jonathan Rea achter zich. Op zaterdagochtend noteerde Smits zijn tweede schuiver van het weekend. Hij kwalificeerde zich zo als laatste. Vanwege de crash was Smits’ team genoodzaakt om terug te grijpen naar onder meer een oude swingarm op de volgens de strengere Euro Moto-reglementen geprepareerde R1. “Door de andere elektronica moet ik veel moeite doen om wheelies te onderdrukken. Dat verschil in topsnelheid, daar merk ik niet de wereld van, eerlijk gezegd. Omdat Assen zo’n vloeiend circuit is. Met die oude swingarm lever ik wel mega in in de bochten.”
In de zaterdagse race finishte Smits met de oude kortere swingarm als één na laatste, op zondag kwam hij beide malen met de eerder beschadigde maar weer gerichte swingarm als hekkensluiter onder de finishvlag door. “Ik ben wel een beetje teleurgesteld, maar ik heb wel reden om tevreden te zijn”, hinkte Smits enigszins op twee gedachten. “Op sommige momenten was ik echt wel snel, maar die twee crashes hielpen niet. Er was toch meer kapot dan we dachten en daar kwamen we eigenlijk pas zondag achter. Maar ja, wij hebben niet alle onderdelen dubbel liggen en wij kunnen niet even zo’n motor helemaal op z’n kop zetten zoals die WK-teams doen. Die motor is toch een paar keer in de hekken gegaan en uiteindelijk was het een opeenstapeling van problemen. Van een wielsensor en een heleboel foutmeldingen tot de achterbrug waarvan we vermoeden dat ie toch wat speling had. Dat dat dan allemaal samenkomt…. Maar we moeten positief zijn, want het tempo lag mega hoog. We hebben eigenlijk geen reden om verdrietig terug te kijken. We hebben met de motor stappen gezet en ik als rijder ook.” Dat vertrouwen moet hem helpen in zijn tweede Superbike-seizoen in het Euro Moto: “Ik ben er nu van overtuigd dat ik met dit pakket in het IDM voor podiumplaatsen kan gaan. Dat moet ook, want er is zóveel geïnvesteerd.”

In de nieuwe Sportbike-klasse claimde Loris Veneman de pole, slechts 0,006 seconde voor Jeffrey Buis. Kas Beekmans startte vanaf de vierde plaats. Polesitter Veneman werd echter bij de eerste keer aanremmen voor de GT Bocht van achteren geramd. Venemans race was over en direct ontstond een kopgroep van negen rijders. Aan de start van die groep zat Beekmans, in het eerste gelid manifesteerde Buis zich, samen met zijn Belgische teamgenoot Ferre Fleerackers. Bij het ingaan van de laatste ronde viel een achterom kijkende Buis terug naar de vierde plaats, maar dankzij een gewaagde actie in de Ruskenhoek schoof hij op en op het razendsnelle gedeelte bij Meeuwenmeer stuurde hij buitenom kopman Fleerackers. Nadat hij in 2023 een Supersport 300-race won op Kawasaki, vorig jaar beide wedstrijden in de klasse won op KTM, troefde Buis in de eerste Sportbike-race iedereen af op de Suzuki GSX-8R. “Ik had ’t niet breed….”, grijnsde hij. “Ik had meer moeite dan gedacht, en toen was het in de laatste ronde alles of niks.”
Terwijl Beekmans maar matig tevreden was met zijn achtste plaats, baalde Veneman in de tent van het MTM Kawasaki-team. “Ik had gewoon voorin mee kunnen doen”, wist hij, ongedeerd maar ‘not amused’. “Je bent meteen klaar door zo’n domme actie. Hij kwam me vertellen dat het niet zijn schuld was, toen op de schermen de herhaling te zien was. Toen was het wel duidelijk. Ik zal je de woorden besparen, maar ze waren niet netjes”, aldus een boze Veneman. “Ik doe gewoon m’n best. Nu ook, maar als je dan door zo’n idioot wordt geramd, levert het niks op.”
Fleerackers, vijfde in de eerste race, startte op zondag vanaf pole dankzij zijn snelste raceronde, Buis, Beekmans en Veneman begonnen respectievelijk als vijfde, negende en tiende. Ook dit keer bood de race vuurwerk. Twee ronden voor het einde zorgde regen voor enige verwarring, maar uiteindelijk werd Fleerackers zwabberend over de kerbstones dankzij een geweldige laatste ronde de vierde winnaar in vier wedstrijden. Achter Aprilia-coureur Vannucci werd Buis derde op 0,2 van de 19-jarige Fleerackers. Beekmans pakte een fraaie vijfde plaats, Veneman werd teleurstellend achtste. Buis klom in Assen naar de tweede plaats in de tussenstand, vijf punten achter leider David Salvador, en vijf punten voor Fleerackers. “Je wilt natuurlijk de beste van het team zijn, maar als ik dan toch verslagen moet worden, dan maar door hem”, had Buis respect voor Fleerackers. “Ferre is heel goed in het korte werk en hij kan heel goed die power gebruiken. Daar kan ik nog heel veel van hem leren. Ik ben meer van de snelle bochten.” Om ook de tweede race te winnen, was hij te vroeg aan de leiding gekomen, meende Buis. “Het was kouder dan op zaterdag, waardoor en het gevoel minder was. En toen die regen kwam, raakte iedereen van de leg en kwam ik op kop. ‘Oh shit’, dacht ik nog, ’twee ronden te vroeg’. Maar voor hetzelfde geld sla je wél dat gaatje.”
Buis heeft het naar zijn zin in de nieuwe klasse. “De verschillen per motor zijn groter dan in de Supersport 300. Je ziet dat de Suzuki heel hard trekt bij het uitkomen van de Strubben, maar de Kawa is heel goed in de snelle knikken. Hun voorkant is erg goed. Die verschillen, dat vind ik wel mooi om te zien. De balans klopt wel, denk ik. Alle motoren moeten binnen een paar tienden van elkaar kunnen rijden. Nu kun je als rijder specifiek trainen op een paar dingen en dat op de motor uitvoeren. Met de 300 kon je je ogen dichtdoen en heel veel mensen konden daar mee rijden. Ik denk wel dat de onderlinge verschillen tussen de rijders ook niet groot zijn. Assen leent zich er voor dat het dicht bij elkaar zit, maar op banen als Magny Cours en Most wordt het wel anders, denk ik.”
Kevin van Leuven runt samen met Tasia Rodink het VLR Racing Team Suzuki. Met Kas Beekmans werd het team vorig jaar Brits Sportbike-kampioen en als achtste en vijfde zat Beekmans in Assen beide malen voorin. Hoewel niet ontevreden, plaatste Van Leuven kanttekeningen bij het technisch reglement van de nieuwe WK-klasse. “Er is in het Britse en Duitse kampioenschap kampioenschap twee jaar voorwerk gedaan voor deze klasse en ze hebben het zichzelf moeilijk gemaakt door niet dat technisch reglement over te nemen – dat prima werkte – maar toch met aanpassingen te komen”, aldus oud-coureur Van Leuven. “Die maakten het mogelijk om Kawasaki met de 636 toe te laten. Toen had ik zoiets: hier stopt de sport en begint de politiek.” De technische verschillen met het Britse kampioenschap zorgden er ook voor dat het blok van de Suzuki aangepast diende te worden. De toelating van de Kawasaki ZX-6R 636-viercilinder vond Van Leuven niet terecht. “Oké, ook die motor moet terug getuned worden, maar de Kawasaki is met dat aluminium frame veel meer sport-gericht. Onze Suzuki is veel zwaarder en is in feite een motor waarmee je ook boodschappen kunt doen. Zo zie ik ook de Sportbike-klasse. En in Engeland was de Kawasaki in het veld een Ninja 650 en die zat aan het eind van het jaar ook voorin.” Toch wilde Van Leuven niet direct negatief oordelen. “Kijk maar naar Kas: die wordt in de eerste race met een lang gezicht achtste door een klein probleempje en Jeffrey wint die eerste race. Suzuki zit er dus gewoon bij. Technisch vind ik het minder interessant dan dat het was in Engeland, maar het werkt. En wat ik ook belangrijk vind: in deze klasse doet de rijder er veel meer toe dan vorig jaar in de Supersport 300.”
In een weekend waarin hij de grote favoriet leek, was voor Veneman met acht punten de oogst krap. “Ik was elke sessie snelste, behalve natuurlijk in de races, dus dat was wel een beetje jammer”, meende Veneman met gevoel voor understatement. “Die jongen die mij er afgereden had, startte in race 2 (met een dubbele Long Lap-penalty, red.) naast me, en ik wist ook niet in welke staat dat ventje was. Maar ik heb hem de hele race niet gezien, dus dat scheelde al weer… Ik denk dat ik het maximale er uit gehaald heb, maar op de rechte stukken kwamen we gewoon wat te kort vergeleken met de andere merken. Dat merk je op Assen wel heel goed, omdat het zo’n snel circuit is. Maar qua sturen kom ik heel goed mee. Dat is het probleem niet. Ik denk alleen dat ik in de laatste twee ronden af en toe op de verkeerde plek zat en niet de goede inhaalacties heb gemaakt.”
Supersport-coureur Can Öncü had ’25 jaar Ten Kate Racing in het wereldkampioenschap’ graag opgeluisterd met een dubbelzege. Na een tiende plaats in de door Jaume Masia gewonnen hectische eerste race, werd de Turk op zondag derde achter Philipp Öttl en Albert Arenas.

Gepubliceerd op

Pagina gaat door onder advertenties

Meer artikelen & nieuws

Pagina gaat door onder advertenties

Dit artikel is gratis beschikbaar voor MotoPlus abonnees

Word MotoPlus abonnee!

  • Onbeperkt PremiumPlus leesplezier
  • 15.000+ online artikelen
  • 380+ digitale magazines
Word abonneevanaf €0,67 per week

Al abonnee? Log in om dit artikel direct te lezen.

Word abonneevanaf €0,67 per week