+ Plus

Reportage Boonstra Parts

Een motorfiets die voor de leek op het oog compleet is afgeschreven na bijvoorbeeld een ongeval, herbergt voor Boonstra Parts uit Ureterp vaak nog een schat aan bruikbare onderdelen. “Een kwestie van doorheen kijken”, noemt bedrijfsleider Erik Hooijenga dat. Die motoren worden in het hoge noorden volledig gedemonteerd, de bruikbare spullen worden getest, gefotografeerd, gelabeld en maken direct hun opwachting in de webshop van het demontagebedrijf. Ruim 100.000 onderdelen telt die shop en die worden inmiddels door heel Europa verkocht.  

In het oosten van Friesland ligt het dorp Ureterp haast tegen de provinciegrens met Groningen aangeplakt. Het amper 5.000 zielen tellende dorp is een zogeheten wegdorp, een dorp aan een langgerekte hoofdweg. Het is dat de snelweg A7 van Heerenveen naar Groningen er in de buurt is uitgerold en ook de N31, die Heerenveen en Emmen verbindt, en er om die reden veel forenzen wonen, anders had dit Friese dorp zijn dagen waarschijnlijk in volstrekte anonimiteit gesleten. Een gehuchtje waar de tijd gemoedelijk aan voorbij trekt. Maar Ureterp wordt voortgestuwd in de vaart der volkeren. Niet alleen door die forenzen, maar ook door motorrijders. Motorrijders die het tijdens een toertje doorkruizen en motorrijders die aan het eind van de hoofdweg even in de remmen knijpen. Dat doen ze voor een bezoekje aan Boonstra Motoren, een recent opgetrokken ruime en lichte showroom vol met jonge schademotoren van allerlei pluimage en forse hoek Harley´s met een krasje op de ziel. Wat velen misschien niet weten, is dat er achter die fraaie zaak nog een enorm demontagebedrijf schuilgaat, Boonstra Parts, dat nog veel meer motorrijders en ook motordealers inmiddels via de digitale weg weten te vinden. Ruim 100.000 gebruikte onderdelen voor de meest uiteenlopende motoren liggen hier op voorraad, die via de moderne webshop van Boonstra Parts uiteindelijk een weg vinden naar een tweede leven aan boord van motoren in binnen- en buitenland. Zo’n enorme voorraad onderdelen op peil houden, betekent dat er voortdurend het nodige gedemonteerd moet worden. “Aan sloopmotoren hebben we hier ook geen gebrek”, vertelt Erik Hooijenga, terwijl hij de deur van een enorme loods openschuift. Wat zich vervolgens openbaart, is een bizar schouwspel van een paar honderd motoren in speciale kratten, die rijen dik tot vijf, zes hoog in de loods staan opgestapeld. Oude beestjes maar ook veel jong spul als een Kawasaki 1400GTR of een Suzuki V-Strom 650, volledig geplet door een omvallende boom tijdens een najaarsstorm. “Daar zou je zo op het oog niets meer voor geven, maar wij kijken daar doorheen. Dat is de kunst”, legt Hooijenga uit. “Misschien zit er nog een prima bruikbaar gasklephuis in of zijn de wielen of remschijven nog goed.” Kieskeurig zijn ze bij Boonstra in ieder geval niet als het om sloopmotoren gaat. “Nee, we kopen in feite alles op wat we kunnen krijgen. Ook al is een segment als supersport momenteel minder populair. Er zijn nu veel zelfbouwers die op basis van zo’n ding een streetfighter willen bouwen. Die hebben onderdelen nodig die wij dan weer hebben liggen.” Negen van de tien motoren die ‘op voorraad staan’ in de loods zijn in Nederland geregistreerde motoren, die van verzekeringsmaatschappijen worden gekocht. Negen van de tien keer zit er ook een demontageverklaring bij, wat in feite betekent dat de motor in kwestie de weg niet meer op mag. Alle bruikbare onderdelen mogen worden verkocht, behalve het frame. Dat wordt vernietigd en gaat als oud ijzer van de hand. Lukraak gedemonteerd wordt er uiteraard niet. Hooijenga: “In principe pakken we de motoren steeds één voor één, waarbij de nadruk in eerste instantie ligt op de jongere, courante modellen. In ons computersysteem kan iedereen hier à la minute zien wat er op voorraad ligt. Stel dat we van een bepaald model een motorblok hebben verkocht dat we niet in de stelling hebben liggen, dan trekken we zo’n motor hier uit de stalling voor dat blok. En dan slopen we hem uiteraard ook in één keer helemaal.”

‘Slopen’, Hooijenga heeft het woord laten vallen. Bij een sloperij in de klassieke zin des woords denken we onwillekeurig toch vaak aan een wat groezelig ogend gebeuren, waar je moet uitkijken dat je niet struikelt over rondslingerende motoronderdelen of uitglijdt in een plas olie. Een plek waar de sloper van dienst in zijn besmeurde overall ergens in een donker hoekje het onderdeel opdiept waar je naar op zoek was, er eens vorsend naar kijkt en het uiteindelijk voor een tientje in een verfomfaaide plastic tas stopt. Zo’n sloperij is Boonstra Parts dus niet. Demontagebedrijf dekt de lading in alle opzichten stukken beter. Zeker als we een deurtje verder de ruimte zien waar de motoren worden gestript. Een brandschone en haast klinisch aandoende ruimte met aantal motorliften, die misschien nog wel het meest doet denken aan een operatiekamer in een ziekenhuis. “Momenteel is het hier wat rustiger”, verduidelijkt Hooijenga, “maar in de wintermaanden staan we hier soms met vier, vijf man tegelijk te slopen. Dan hebben we het op onze andere vestigingen (Motorplaza Groningen en Heerenveen, JH) rustiger en steken de monteurs hier de handen uit de mouwen. Dat is wel zo prettig, want meestal lopen we in de zomermaanden helemaal vol met slopers. Dat werken we dan in de wintermaanden helemaal weg, dan is het hok aan het eind van de winter weer leeg. Er is hier altijd werk.” In de demontageruimte worden de motoren compleet gedemonteerd en wordt er per onderdeel bekeken en getest of het nog bruikbaar is. Een secuur werkje, waar ze bij Boonstra Parts de juiste apparatuur voor in huis hebben. “Alle wielen worden bijvoorbeeld gecontroleerd op hoogteslag en alle nieuwere motoren, van BMW bijvoorbeeld, leggen we aan de computer om te kijken of alle elektronica nog in orde is. Als we een ABS-pomp verkopen, moeten we wel zeker weten dat het ding ook goed werkt. Maar de inkoop van schademotoren blijf onder de streep toch een beetje natte-vinger-werk. Zo kun je een blok hebben, waarvan het big-end-lager er uit ligt, maar waarvan de cilinderkop nog goed bruikbaar is. Die kunnen we dan weer los verkopen.” Alle bruikbare onderdelen gaan na demontage van een motor naar een uitgebreide fotohoek, waar ieder onderdeel van drie kanten wordt gefotografeerd en vervolgens een uniek identificatielabel krijgt. Dat is meteen ook het moment waarop het betreffende onderdeel met een druk op de knop ‘live’ gaat in de webshop en dus wereldwijd besteld kan worden. “Dit systeem hebben we zelf zo uitgedacht”, verduidelijkt Hooijenga, “via het label kunnen we in het computersysteem direct zien voor welk model motor het betreffende onderdeel is bedoeld, voor welk bouwjaar, wat de kilometerstand was van de schademotor waarvan het onderdeel afkomstig was en of er eventuele bijzonderheden als beschadigingen zijn. Stel dat er op een spiegel bijvoorbeeld een krasje zit, dan kan een klant dat ook meteen op de bijgevoegde foto’s zien.” Eenmaal in het systeem en in de webshop verhuizen de afzonderlijke onderdelen naar het magazijn. En daar kom je als eerste de complete motorblokken tegen. Stuk voor stuk uitvoerig getest en geleverd met drie maanden garantie. Van welke blokken het handig is om er een paar op voorraad te hebben, is vooral een kwestie van ervaring geweest voor Hooijenga en zijn mannen. “Je hebt natuurlijk mensen die nooit olie peilen, maar er zijn ook bepaalde type motorfietsen die vroeg of laat een keer kapot lopen. Zo’n donorblok verkoop je dan heel makkelijk. Maar eens in de twee jaar lopen we onze voorraad complete blokken grondig na. Het kan dan best zijn dat we er van een bepaald type een stuk of tien hebben liggen, terwijl twee in feite genoeg is. De blokken die we vervolgens weg doen, halen we dan vaak wel uit elkaar voor de onderdelen. Zo proberen we alles een beetje up-to-date te houden.” Dat het supersport-segment tanende is, is ook hier terug te zien. Hooijenga: “Tuurlijk, dat merken wij ook. Nog niet zo lang geleden verkochten we wekelijks wel een R1-blok, nu misschien één keer in de maand. Dat zijn zo van die dingen waar je op moet leren in te spelen.”

Voorbij de motorblokken is het op twee verdiepingen vol gebouwd met stellingen, wanden en kasten; stuk voor stuk gevuld en behangen met de meest uiteenlopende onderdelen. Remschijven, uitlaten, kuipdelen, zadels, kroonplaten, krukassen, cilinderkoppen, injectiesystemen. Je kunt het zo gek niet verzinnen of het ligt of hangt er. Een imponerend labyrint van onderdelen, wachtend op een tweede kans in het leven. Een doolhof ook, waar je zonder geoefend oog hopeloos in lijkt te verdwalen. Geheugensteuntjes zijn er wel, want de labels die aan de onderdelen hangen hebben een kleur die je met het betreffende merk motor kunt associëren. Bij de Japanse merken is dat bijvoorbeeld rood voor Honda, blauw voor Suzuki, groen voor Kawasaki en geel voor Yamaha. Het gros van de sloopmotoren mag dan gewoon uit Nederland komen, toch zijn niet alle onderdelen bij Boonstra Parts van Nederlandse komaf. “Nee, we halen ook het nodige uit het buitenland”, legt Hooijenga uit, “een mooi voorbeeld zijn uitlaten en uitlaatbochten voor een Honda Pan-European 1100. Die kopen we veel in Amerika, waar het in grote delen van het land vaak mooi weer is en juist die onderdelen daardoor bikkelhard blijven. Bij ons gaan ze door het wisselende weer vaak rotten. Ach, je kent op een gegeven moment wel de zwakke punten van de meeste motoren en daar probeer je dan op in te spelen als je eens in het buitenland op pad bent.”  De Pan 1100, Hooijenga noemt niet zonder reden een model uit de jaren negentig. Veel onderdelen in de schappen van Boonstra zijn afkomstig uit dat decennium. “Dat is natuurlijk een enorme bloeiperiode in de motorwereld geweest en daar rijden nog steeds heel veel motoren van rond. Alle onderdelen van voor die periode proberen we er langzaam maar zeker een beetje uit te werken. Mensen die daar dan naar op zoek zijn, verwijzen we door naar bedrijven die echt gespecialiseerd zijn in een bepaalde tijdspanne.” Van alle onderdelen die bij Boonstra Parts liggen, gaat ongeveer de helft naar particuliere klanten en de andere helft naar de handel. Hooijenga: “We worden vaak gebeld door motorbedrijven die op zoek zijn naar onderdelen als een klant van hen niet te veel wil uitgeven aan bijvoorbeeld een reparatie. Een remklauw die niet meer te reviseren is, vervang je bij ons voor vijf tientjes voor een andere. Nieuw kost zo’n ding al snel het drie- of viervoudige.”

Alle onderdelen eindigen hun tijdelijke verblijf in Ureterp op de inpakafdeling, waar wekelijks zo’n 150 tot 200 pakketten naar klanten in binnen- en buitenland vertrekken. Veel onderdelen worden voor vertrek nog even snel gegraveerd. Niet om er een personal touch aan te geven, maar om fraude te voorkomen. “Helaas is ook dat een stukje opgebouwde ervaring”, legt Hooijenga uit, “Dat doen we om te voorkomen dat de klant zijn eigen defecte onderdeel retour stuurt met daarbij de mededeling dat wij een niet functionerend onderdeel hebben verzonden. Je kunt nu eenmaal niet onthouden hoe elk verstuurd onderdeel er uit ziet. Soms gaat dat om onderdelen van een paar honderd euro en dat is ook voor ons serieus geld natuurlijk.” En wie liever toch een nieuw en ongebruikt onderdeel op zijn motor wil schroeven, hoeft niet om Ureterp heen te rijden. Met een eigen import van imitatie-onderdelen als spiegels, duozadels, koplampen, radiateurs, schetsplaten en eigenlijk alles wat met een bout aan een motor vastzit. “En daarmee hebben we feitelijk alles in huis om een motorfiets weer compleet te maken”, besluit Hooijenga.

Motoplus als app?

Om deze webapp op je telefoon te installeren, klik dan op het icoontje onderaan en klik daarna op Zet in beginscherm.

Om deze webapp op je telefoon te installeren, klik dan op de drie bolletjes rechtsbovenin

en klik daarna op Toevoegen aan startscherm.