+ Plus

Reizen Armenië

Met de motorfiets door Armenië rijden was tot nu toe alleen iets voor reislustige types die een aanrijroute van een kilometertje of vierduizend plus niet schuwde, alvorens de echte pret kon beginnen. Tegenwoordig echter kun je in de Armeense hoofdstad Jerevan ook XT’s huren en het spannende land ook binnen twee weken ontdekken.

Armenië, een aantal maanden voor onze reis wisten we hoogstens drie dingen over het land aan de Kleine Kaukasus: dat ze er prima wijn maken, dat de Bijbelse vulkaan Ararat binnen de landsgrenzen ligt en de volkerenmoord van de Osmanen op de 1,5 miljoen Armeniërs honderd jaar geleden. Aardig wat onwetendheid over een land. Maar destijds, gedurende de aardrijkskundeles, was de leraar meer bezig met het aanleren van feitjes omtrent de nationale zandverstuivingen op de Veluwe en de loop van de Rijn, dan iets over een onbelangrijke deelrepubliek van de Sovjet-Unie. Dat gaan we nu eindelijk veranderen.
En zo vliegen we naar Jerevan, de hoofdstad van het land. Een rasechte metropool, heet, lawaaierig en hectisch. Het centrum is een fascinerende mix van enkele oude en vele nieuwe gebouwen, de laatstgenoemden in de geliefde post-Sovjet-Russische monumentale architectuur. Er zijn luxe boetieks met een westers signatuur, hippe cafés, schaduwrijke parken en tienbaanse boulevards waarop luxueuze, tot het uiterste getunede Duitse SUV’s flaneren; Porsche Cayenne S, BMW X6 en het liefst de Mercedes G-klasse in de AMG-V8-uitvoering, zwart en boosaardig. Hoe kunnen ze zich dat allemaal veroorloven? Dat kun je maar beter niet vragen. Zaken, luidt het beknopte antwoord.
Een taxi brengt ons naar het verhuurstation Araratour, waar twee blauwe XT660R’s op ons wachten. Perfecte motoren voor dit land, want licht, robuust en zuinig. Eigenaar Andrea regelt met ons de papierwinkel en jaagt ons dan de stad uit voordat de thermometer boven de 40 graden uitkomt. Midden juni, zomer in Armenië. Dankzij de wegenkaart, het navigatiesysteem en onze intuïtieve aanleg vinden we de weg de stad uit, rijden de bochtige wegen bergopwaarts naar koelere landstreken tot we zijn aangekomen bij de camping 3GS. Een groen paradijs met zwembad en palmen op een hoogte van 1.600 meter, aangelegd door de Nederlandse Sandra die helemaal weg is van Armenië.
Aan het einde van het dal vinden we het klooster Geghard: 800 jaar oud en Unesco-werelderfgoed. Vette grijze muren, in het koele binnenste een magische sfeer. Warm kaarslicht flakkert op oeroude muurschilderingen en machtige poortgewelven. Volledige stilte. Kippenvel. Het is niet de enige trouwens, er zijn tientallen van dit soort kloosters in het land, Armenië was in het jaar 300 het eerste christelijke land. Die rijke geloofshistorie zie je nagenoeg overal terug!

Al vroeg in de ochtend, om zeven uur om precies te zijn, zijn de Yamaha’s startklaar. We rollen bergafwaarts het uitgestrekte Ararat-dal in, de heetste regio van het land. Het asfalt wordt steeds brokkeliger, valt uiteen, totdat er alleen nog maar gaten, stenen en zand over zijn. Het landschap wordt teruggebracht in de oorspronkelijke toestand, wat rest is een uitdagende piste. Heel mooi. Het groen van de bergen wordt al gauw afgelost door een geelbruine woestijn. Maar toch zijn er een aantal hoeves, bewaterde velden en fruitplantages. Een oude Russische GAZ-vrachtwagen, huizenhoog beladen met stro, loeit voor ons uit, poedert ons in met ondoordringbaar stof. We gaan er vliegensvlug langs, de lachende chauffeur steekt zijn duim de lucht in.
En dan licht er onwerkelijk ver boven ons een gletsjer op door de hittedampen, als een fata morgana. Een gletsjer? De top van de Ararat, 5.165 meter hoog, zo dichtbij en toch onbereikbaar trekt hij alle aandacht op zich aan de overkant van de Turkse grens. Geen kans om daar te komen, de grens is zo dicht als Goretex, laat alleen maar lucht en blikken door. Tragisch, maar sinds de Turkse volkerenmoord op de Armeniërs zijn de betrekkingen tussen beide landen extreem bekoeld, er heerst feitelijk gewoon een ijstijd.
We volgen de hoofdverkeersader M2 in oostelijke richting. Vlak voor Yeghegnazdor – gemakkelijk gaan de Armeense namen niet over de tong – vinden we de camping Crossways. Met veel liefde en betrokkenheid realiseren twee jonge vrouwen deze kleine oase. Het is tijd voor iets nieuws. Investeren in de toekomst, de hoop op de komst van toeristen, dat beleven we zo vaak in dit land.
De M2 maakt wijde swingende bochten tot aan de Vorotan-bergpas, 2.344 meter hoog. Aan beide kanten zien we ronde en meer dan 3.500 meter hoge groene bergen. Wat een grandioos landschap, geen enkele boom hindert het verre uitzicht in deze uitgestrektheid. Meditatief rijden met een tempootje van 90 per uur en koele tegenwind, vanuit het oosten dringen namelijk dikke wolken over de bergen. We voelen de klimaatwisseling, vanaf de Kaspische Zee schuift vochtige lucht over Azerbeidzjan, die dan tot wolken condenseert tijdens het opstijgen. Wolken die er voor zorgen dat het landschap bedekt is met een dicht groen tapijt.
Met flauwe bochten gaat de weg door de Vorotan-bergkloof, het mooie asfalt verandert in stoffige rolsplit en de weg gaat dan met tig haarspelbochten de berg steil omhoog naar Tatev. Een authentiek dorp met gewone huizen, enkele B&B’s en een 1.100 jaar oud klooster. Alweer zo een magische plek, donkere muren, machtige gewelven, de sfeer van een vervlogen decennium. We zwijgen en verbazen ons. We verbazen ons ook over het feit dat er geen tankstation is in Tatev. Daar hadden we niet op gerekend. En de XT’s hebben dringend vloeibare koolwaterstoffen nodig. Gayan, de jonge cheffin van onze B&B, adviseert ons om even navraag te doen in de kleine dorpswinkel. We kloppen aan, een vragend gezicht gluurt door een kleine kier van de deur. “Bensin?” “Da. Skol’ko?” “Pjat litr.” Vijf liter dus. De man knikt, verdwijnt het erf op en komt al snel weer terug met een volle emmer en een blikken trechter uit de tijd van de Russische Revolutie. Hij vult beide XT’s elk met vijf liter brandstof en incasseert 900 dram, bijna de gebruikelijke prijs bij een tankstation. Perfect! Op naar de Iraanse grens!

De bergweg naar Kapan is meer van de rustieke soort, vol met stenen en gaten, bochtrijk en stoffig. Ideaal voor de Yamaha’s. Het weer blijft koel en grijs, het uitzicht ietwat nevelig. Na Kapan, een industriestad ver weg van ‘mooier wonen’, gaat er een geasfalteerde en bochtige weg de bergen in, rakelings langs de grens naar Azerbeidzjan. Oude bunkers en soldatengraven herinneren aan de zinloze oorlog om Nagorno-Karabach, die nog steeds niet helemaal voorbij is. In dertig jaar tijd werden 30.000 mensen gedood.
In de namiddagdamp zien we de Iraanse grens, niet te passeren voor huurmotorfietsen. Dus keren we om, richten het vizier op het noorden en geven de XT’s de sporen. Hoog tijd om wat meters te maken. Weer omhoog naar de Vorotan-bergpas, waar de wolken inmiddels zijn opgelost. Op een bepaald moment slaan we rechtsaf een piste op de bergen in. Er staat Karmrashenop een plaatsnaambord, daarachter boerderijen en onverwoestbare Fortschritt 132 combines uit de voormalige DDR. Een plaatsje tussen vergetelheid en laatste hoop. De doorgaande weg ligt voor dood in de gloeiende middaghitte, er heerst bijna een soort van wildwestsfeer. En inderdaad gaat er in galop een cowboy te paard over de piste. In plaats van zijn revolver te trekken, zwaait hij ons toe.
De piste muteert tot een smal spoor, Lada grote gaten drukken het tempo en we meanderen door een zachtgroen hooggdal. Oude vulkaankegels en weides, maar verder geen mens te bekennen. Het navigatiesysteem stuurt ons kordaat rechtdoor, hoewel wij onze twijfels hebben, omdat het spoor steeds smaller wordt. De zijtassen plukken aan beide kanten gras, hier is al heel lang geen auto meer gereden. Maar de weg gaat inderdaad gewoon verder, over een naamloze bergpas en dan naar beneden het mooie Yeghis dal in, dat ons leidt naar de hoofdweg M10. In perfecte radiussen schrapen we hoger en hoger door de bochten tot aan de Selim bergpas, 2.410 meter hoog. Hier begint het hoogland, zachte heuvels, dicht groen gras tot aan de horizon, waar zachte 3.500 meter hoge bergen oprijzen. Bloemenvelden, zanderige pistes, nomadententen en schaapskuddes, eigenlijk zoals ik me Mongolië voorstel. Wat een wondervolle uitgestrektheid!

Een gele Lada stopt, is tot aan het dak beladen met abrikozen. Een flinke kerel stapt uit en geeft ons twee handen vol met de gele vruchten cadeau. Gewoon zomaar, met een glimlach en zonder woorden. Spasiba – bedankt! We zijn iedere keer weer sprakeloos door de vriendelijkheid van de mensen, die zelf weinig bezitten en toch vreemdelingen iets geven. Was het overal maar zo.
In het noorden breidt zich het Armeense binnenmeer uit, het Sevanmeer. Twee keer zo groot als het Bodenmeer, maar in tegenstelling tot het meer in Duitsland is het hier bijna onbewoond. Twee uur lang stuiven we langs de oostoever in noordelijke richting, af en toe komt ons een Lada of een vrachtwagen tegemoet en heel sporadisch stuiten we op een verdwaald plaatsje, maar verder niets.
De volgende dag zijn we in Alaverdi, vlakbij de Georgische grens. Alaverdi, wat een mooie naam voor zo’n ongelofelijk lelijke plaats. Gifgele uitlaatgaswolken van de kopergieterij zweven dreigend boven het nauwe dal, monsterlijke ruïnes van de Sovjet-Russische zware industrie drukken hun stempel op de stad. We zijn amper gestopt of worden al omringd door nieuwsgierige kinderen. Ze willen allemaal op de XT’s zitten, onze helmen opzetten en dolgelukkig aan de gashendels draaien. Enthousiasme van het onbezorgde leven, de ouders schieten plaatjes met hun mobieltjes vanaf de balkons van hun verrotte systeembouwwoningen. Het pure, avontuurlijke leven dat een schril contrast vormt met hun deprimerende woningen.
Het is de hoogste tijd voor de terugreis naar Jerevan. We rijden langs groene heuvels en door groene dalen tot aan de Aragats, met 4.092 meter de hoogste berg van het land. Een smalle bochtige weg gaat omhoog naar een meer dat op een hoogte van 3.200 meter ligt. Het onweer in de nacht heeft het stof uit de lucht gewassen, zo helder is het nog niet geweest op deze reis. Dit is onze kans, het wordt al een beetje schemerig op het moment dat we onze motoren over de hobbelige weg jagen. En wat hebben we een geluk: 100 kilometer verderop presenteert de Ararat zich onder een wolkeloze hemel. Wat een gigantische en wonderbaarlijk mooie vulkaan is dit. Ach, konden de Armeniërs toch wat dichter bij hun heilige berg zijn in Oost-Anatolië. Het is de hoogste tijd voor wat ontspanning tussen beide landen, tijd voor open grenzen. Een fantastisch toekomstbeeld, zeer zeker, maar wat zou de wereld zijn zonder dromen, zonder visioenen?

Motoplus als app?

Om deze webapp op je telefoon te installeren, klik dan op het icoontje onderaan en klik daarna op Zet in beginscherm.

Om deze webapp op je telefoon te installeren, klik dan op de drie bolletjes rechtsbovenin

en klik daarna op Toevoegen aan startscherm.