+ Plus

Alpenmasters intro

ALPENMASTERS Honderden, of misschien wel duizenden Nederlandse motorrijders trekken elk jaar naar de Alpen of Dolomieten om daar heerlijk te kunnen rijden op de paswegen. Wegen waar rechte stukken taboe lijken en de ene bocht nog mooier is dan de andere. Maar wat is in de bergen nu de beste motor? Die vraag heeft al tot heel wat discussies geleidt. Heb je een sportmotor nodig met veel vermogen? Of juist een handige all-road? En hoe doen echte toerbuffels het als de bochten krapper worden? Kortom: tijd voor een echte Alpentest, waarin we met 20 motoren – verdeeld over vijf categorieën – rond de Stelvio-pas gaan rijden. In dit eerste deel aandacht voor de all-rounders, de sportfietsen en de toersporters. In het volgende nummer komen de big-bikes en de all-roads aan de orde. Plus de finale waarin alle categorie-winnaars tegen elkaar gezet worden. Op zoek naar de Alpenkoning 2006! Het is als dansen. Als de perfecte harmonie tussen mens en machine. Inremmen, aansturen, platleggen, even corrigeren met de achterrem, weer overeind laten komen en gas geven. Een serie bewegingen met een zeldzaam mooi, vloeiend verloop. Telkens weer en hoe vaker hoe beter. Als je de cadans hebt gevonden, dan voel je je in harmonie met de adembenemende Alpine-wereld. Een wereld van contrasten waar de dalen gevuld zijn met groen en bloemenpracht, maar het boven de boomgrens hard, kaal, open en bijna onaards is. Het rijden in de bergen is voor veel motorrijders de ultieme kick. Bochten rijgen zich als in een roes aan elkaar. Zo snel en zo afwisselend. Het rijden is er ook een uitdaging voor mens en machine. Niet alleen door de bochtige weg en de overweldigende natuur. Er zijn (helaas) ook onoplettende automobilisten, fietsers op het randje van de uitputting, amechtige caravancombinaties, overstekende koeien (met achterlating van koeienvlaaien), slecht wegdek, steenslag en ga zo maar door. Het is dus zaak altijd op je hoede te zijn, bij het rijden op de bergpassen. En ook vooral goed vooruit te kijken, zodat je weet wat er komt. Met twintig motoren gingen we de bergen in om de ultieme “Alpenkoning” te vinden. Die motoren werden in vijf categorieën verdeeld: lichte, makkelijk te hanteren all-rounders zoals de BMW F800S, Ducati Monster 695, Kawasaki ER-6f en Yamaha MT-03. Sportmachines als de Aprilia RSV1000R, BMW R1200S, Honda CBR1000RR Fireblade en Triumph Daytona 675. In de categorie sport-toer kozen we voor de BMW K1200GT, Honda NT700V Deauville, Kawasaki ZZR1400 en de Yamaha FJR1300AS. In dit eerste deel komen deze drie categorieën aan de orde. In het volgende nummer gaan we verder met de all-roads (BMW R1200GS Adventure, Buell XB12X Ulysses, KTM 950 Supermoto en Suzuki V-Strom 650 ABS) plus de Big Bikes (Honda CBF1000, Suzuki bandit 1200S, Triumph Speed Triple en Yamaha FZ1). In dat nummer volgt ook de finale, waarin de vijf categorie-winnaars het tegen elkaar opnemen en strijden om de eretitel Alpenkoning 2006. DE TESTROUTE Het testparcours is uitgezet rond de befaamde 2758 meter hoge Stelvio-pas met zijn legendarische 48 haarspeldbochten op een rij. De pas is te vinden rond het drielandenpunt Zwitserland-Oostenrijk-Italië. Alleen de oostkant van de pas, vanuit Trafoi naar de top telt ongeveer 150 bochten. Rond de Stelvio werd een route uitgezet van 66 kilometer. Het testteam verbleef daarbij in Bikerhotel Tannenheim in Trafoi, aan de voet van de Stelvio. Het eerste deel van de route (naar Stelvio-pashoogte) is ideaal om te testen hoe motoren insturen en te kijken of het stuurkarakter neutraal is. De stevige hellingpercentages zijn een uitdaging voor de motorblokken. Over duidelijk beter asfalt gaat het aan de westkant weer omlaag; hier zijn de bochten veel gemoedelijker. Via de Umbrail-pas gaat het richting Zwitserland. Het hobbelige asfalt maakt hier duidelijk hoe het met de vering en de demping is gesteld en ook wordt helder wat ABS onder zulke omstandigheden doet. We rijden zelfs over een stuk gravelweg, daar komen we te weten hoe precies de motoren sturen en hoeveel feedback ze geven. In de dorpen in het Münsterdal merken we dan vanzelf of motoren last hebben van lastwissel reacties of een onregelmatige loop bij constante belasting. Terug in Italië komen we terecht op brede, goed onderhouden wegen met ruime bochten. Tussen het plaatsje Prato en ons hotel in Trafoi ligt een scala aan bochten plus wat knijpende chicanes. Daar moet en motorfiets snel van het ene op het andere oor gelegd kunnen worden. Zwakke punten op het gebied van de handelbaarheid, een tekort aan grondspeling en de neiging om in bochten overeind te komen als er geremd wordt komen hier haarscherp naar voren. De Stelvio (of Stilfser Joch, zoals hij in het Duits heet) is een echte aanrader. Mocht je er zelf eens gaan rijden, vergeet dan niet dat de pasweg door het 134.000 hectare grote Nationale Natuurpark Stelvio loopt, waar zeldzame planten en dieren leven. In dat park ligt ook de Ortler, met zijn 3905 meter de hoogste berg in Zuid-Tirol. Die geweldige natuur dwingt respect af en de Stelvio is dan ook geen circuit. Wij motorrijders zijn hier te gast. Overigens: de in 2005 nog besproken tol voor de Stelvio is in elk geval tot 2010 weer uit beeld. BLAU- Slingerwegen. Deels slecht asfalt. GRAU- Slecht wegdek. Deels opgebroken asfalt. GRUN- Gravelpiste met aangereden steenslag. GELB- Verbindingsweg met prima wegdek. ORANJE Wijde, snelle bochten. Zeer goed wegdek. ROT- Krappe bochten met goed wegdek. Tekst Norbert Kappes, Thomas Schmieder, Gert Thole | Bewerking Eric Bulsink, Dolf Peeters | Foto’s Bilski, Fact, Gargalov, Schmieder

Motoplus als app?

Om deze webapp op je telefoon te installeren, klik dan op het icoontje onderaan en klik daarna op Zet in beginscherm.

Om deze webapp op je telefoon te installeren, klik dan op de drie bolletjes rechtsbovenin

en klik daarna op Toevoegen aan startscherm.