+ Plus

Lezerstest 2013: scooteren

Een echte motorrijder krijg je niet op een motorscooter. Een cliché van de bovenste plank en een waarheid als een koe tegelijkertijd. Geen beleving, geen emotie of geen tank tussen de benen ten teken van pure mannelijkheid. Het zijn de veelgehoorde excuusclichés. Toch wint de scooter aan terrein, maar is die ‘echte’ motorrijder er ook voor te porren? We gaan op pad met twee van die zelfbenoemde echte rijders en een motorrijder die noodgedwongen de overstap naar een scooter al heeft gemaakt en doen dat met de BMW C600 Sport, Suzuki Burgman 650 Executive, Yamaha Tmax en de Honda NC700X als tussenvorm. Als we het aantal aanmeldingen voor deze Lezerstest als veeg teken aan de wand mogen beschouwen als antwoord op die vraag, dan is er wat dat betreft nog een behoorlijke weg te gaan voor de motorscooter. Waar er bij een sport- of toertest nog net niet rijendik voor de redactiedeur wordt overnacht om maar een plek in de test te bemachtigen, blijven ‘iPhone-achtige’ taferelen dit keer uit. Bijkomend voordeel: de selectie was snel gemaakt. In de hoek scootersceptici: Pepijn Bart en Hanjo van Laar. De 40-jarige Bart is onder andere eigenaar van een voor het circuit geprepareerde Kawasaki ZX-10R uit 2008, op kenteken dat wel, maar de keren dat de ‘R’ gewoon op straat wordt uitgelaten zijn op de vingers van een hand te tellen. Een echte circuittijger, dus Bart lijkt bij voorbaat een heel alternatief dagje rijden tegemoet te gaan. De 66-jarige Van Laar staat er al heel iets anders in en kijkt zelfs met frisse tegenzin al een heel klein beetje naar een motorscooter. “Ik word al een dagje ouder en misschien moet ik – in de hopelijk nog verre toekomst – ooit overstappen op een scooter als ik mijn huidige R1200GS niet meer zou kunnen handelen.” Van die BMW is de inmiddels gepensioneerde Jaarbeurs-medewerker voorlopig nog niet af te slaan, want Van Laar zet jaarlijks nog steeds zo’n 15.000 kilometer op de klok en een groot deel daarvan als voorrijder van een reisorganisatie. In Jan Hoek heeft Van Laar in ieder geval alvast een aardig klankbord, want deze 45-jarige autoverkoper heeft wegens dystrofie in de knie noodgedwongen de overstap van de motor naar de motorscooter gemaakt en mag met honderd dagelijkse scooterkilometers als ervaringsdeskundige worden gezien. Waar Hoek met zijn motor- en scooterervaring voor de andere twee gastrijders de menselijke brug is tussen motor en motorscooter, is de Honda NC700X DCT, onze duurtestmachine (zie ook MotoPlus 16 en 21/2012), dat voor het rijdend materieel op deze testdag. Met zijn automatische DCT zesversnellingsbak vormt deze populaire en bijzonder aantrekkelijk geprijsde Honda immers een mooi alternatief voor die motorscooter. De DCT-bak matcht zelfs dusdanig goed met de twee-in-lijn van de Honda dat we ons hier op de redactie al meerdere keren hardop hebben afgevraagd waarom je in hemelsnaam nog een scooter zou willen. De Honda voelt immers als een ‘echte’ motor, schakelt automatisch (en desgewenst ook manueel), heeft een handig stuk bergruimte in de dummy-tank, springt bijzonder efficiënt met brandstof om (1 op 30 is zeker geen uitzondering) en is zomaar even tot € 4.000,- goedkoper dan de drie motorscooters die hier op de vroegte ochtend naast hem staan. Goed, uitgemaakte zaak dus. “Nee, het kopen van een motorscooter is een heel bewuste keuze”, werpt Jan Hoek tegen. “De NC700X is volgens mij geen optie voor iemand die op zoek is naar een scooter. Die gaat hoe dan ook voor die scooter.” En die heeft tegenwoordig keuze genoeg met bijvoorbeeld twee nieuwe BMW’s, waarvan de sportieve C600 Sport er één is. Bovendien zegt ook de recente aanwezigheid van een fabrikant als BMW in dit segment iets over het groeipotentieel van de maxiscooter. Afijn, met zijn ranke voorkomen en liefst 60 pk sterke 647 cc tweepitter is de C600 Sport duidelijk een tegenstrever van de dit jaar vernieuwde Yamaha Tmax, die nu de beschikking heeft over een tot 530 cc vergrote tweecilinder met 47 pk vermogen achter de knop. Prijstechnisch doen de Duitser en Japanner elkaar niet veel met respectievelijk € 11.600 en € 11.499,-. Veruit het duurst van het kwartet machines is de Suzuki Burgman 650 Executive met een prijskaartje van € 12.239,-. Bovendien is de Burgman, die komend jaar een opvolger krijgt, een echte representant van de ‘old school’ maxiscooter. Fors en lijvig (279 kg) en in alle opzichten met name op zo veel mogelijk comfort gericht, een groottoerist in scooteroutfit. “Het is net een GoldWing”, beschrijft Hoek het gevoel als hij voor het eerst op de Burgman stapt. “Dat scheelt een complete garderobe met mijn eigen Majesty 250 zeg!”. De zetelverdeling voor het eerste deel van de rit betekent trouwens goed nieuws voor de scooters, want de sleutels van de NC700X blijven op tafel liggen voor ondergetekende. Opvallend is dat Pepijn Bart en Hanjo van Laar dichtbij hun vertrouwde roots blijven met hun keuze om de dag te starten. Pepijn kruipt dus direct achter het sportieve ruitje van de Tmax, terwijl Hanjo in eerste instantie zijn merktrouw uit door op de BMW te stappen. Dat scooters met name een verademing kunnen zijn in stads priegelwerk of tijdens het fileren van files, is inmiddels natuurlijk gesneden koek. Lees wat dat betreft ook even onze scootervergelijkingstest in MotoPlus 18 van dit jaar, waarin onder andere de Tmax en de C600 Sport acteren. Om de vraag te beantwoorden of ‘echte’ motorrijders er ook voor te porren zijn, moet je uiteraard doen wat die ‘echte’ motorrijders doorgaans ook graag doen: een serieus stukje toeren. Dus is het na het verlaten van de MotoPlus-redactie in Varsseveld al snel groen wat de klok slaat. Over weggetjes van soms amper 1,5 meter breed gaat het via kleine Achterhoekse buurtschapjes eerst richting Zelhem, waarna er wordt doorgekronkeld naar het Gelderse Hengelo en het onder de rook van Zutphen liggende Wichmond. Op dit soort weggetjes blinkt het DCT-schakelsysteem van de NC700X uit met verbluffend goed schakelgedrag. De bak schakelt vrij vlot door naar de zesde en hoogste versnelling, maar dat is op dit soort toerweggetjes waar de snelheden nauwelijks boven de 80 km/uur verre van hinderlijk. En als het systeem naar jouw idee niet ver genoeg terugschakelt in bijvoorbeeld krappe bochten, dan kun je handmatig interveniëren, waarna het DCT het automatisch weer naadloos overneemt. Gemakt dient de mens. In Wichmond schuiven we meteen ook even een stoeltje door. In die eerste kilometers was het Jan Hoek opgevallen dat de beide andere gastrijders als typische motorrijders op de scooter zaten, dus met de knieën 90° gehoekt. “Ik heb wel even geprobeerd om ze vooruit te steken”, pareert Hanjo, “maar dat voelt op een bepaalde manier heel onnatuurlijk aan. Het rijden op zich valt in ieder geval helemaal niet tegen. Alleen vind ik de BMW wel wat traag oppakken. Er zit duidelijk een vertraging tussen gas geven en daadwerkelijk accelereren.” Dat doet de Tmax een stuk kordater, wat wordt gestaafd door Pepijn, die een dikke smile maar met moeite in de plooi weet te houden. “Wat een klasse scooter, die Tmax! Ik had vooraf verwacht dat een scooter wat wiebelig aan zou voelen, maar niets van dat alles. Wat een uitgebalanceerd geheel is de Yamaha!” Jan, die met zijn vijftien jaar oude Majesty 250 een scooter uit een compleet ander tijdperk heeft, heeft die eerste kilometers vooral zitten genieten van de rijke uitrusting van de Burgman 650 Executive. “Een digitaal dashboard, een elektrisch verstelbare ruit, een verwarmd zadel en handvatten, geweldig! Ik moest alleen even wennen aan het gewicht, dat is toch vrij fors. Selecteer je de Sport-stand, dan lijkt hij ineens stukken lichter en gaat hij er rapper van tussen”, vindt Jan. Toch loopt de Suzuki zich het vuur uit de sloffen om zijn rankere en vooral lichtere soortgenoten bij te benen. Wat dat betreft voelt de Burgman meer ‘old school’ aan met een vertraging tussen gas geven en versnellen en een flink liftende kont als er met het gas wordt gespeeld. Dat blijkt ook wel als ik Hanjo, die de tweede etappe de Burgman bemant, in de spiegels zie zweten om bocht uit in het spoor van de meer lichtvoetige Yamaha en BMW te blijven. Die spiegels behoren in dit geval nog steeds toe aan de NC700X, wat betekent dat de heren gastrijders allemaal een scooter zijn doorgeschoven en de Honda dus vooralsnog links laten liggen. Plankenvrees voor een onbekend schakelsysteem? Na de oversteek van de IJssel slingeren we verder over haast onontdekte weggetjes, die bestaan nog wel degelijk, richting Oeken om via de Zutphense wijk De Hoven (gelegen aan de westelijk ‘overkant’ van de IJssel) en nog meer slingerweggetjes aan de rand van Voorst te eindigen voor een tweede stop. Het traject is de NC700X in ieder geval op het lijf geschreven, want die danst door zijn uitstekende wegligging en lichtvoetigheid vrolijk van bocht naar bocht. Alleen op slechter wegdek en bij een verhoogd tempo laat de voorvork wat steekjes vallen. Iets waar Pepijn, nu in het zadel van de BMW, ook last van heeft. “Ik vind hem op slecht wegdek wat pompen aan de voorzijde”, luidt zijn eerste reactie. Dat is iets dat al deze scooters parten speelt op wat minder glad gestreken asfalt, maar buiten dat leggen met name de Yamaha en de BMW een ongekend scherp stuurgedrag aan de dag. Precies en stabiel, met een licht voordeel voor de BMW wat dat laatste betreft. De Tmax haalt echt het kleine pubertje in je naar boven, want de Yamaha nodigt wat blok- en stuurkarakter het meest uit tot het brutalere gooi- en smijtwerk. Dat heeft ook Jan ontdekt: “Wat wil dat ding vooruit! Niet echt wat je van een scooter verwacht, maar wel heel gaaf. Aan de zitpositie moet ik wel wennen, het lijkt een beetje tussen een motor en een scooter in te zitten. Echt een ding dat je continu op een sportieve manier uitdaagt en daardoor eerlijk gezegd niet helemaal mijn machine.” Hanjo is zojuist met een compleet tegenovergestelde ervaring van de Burgman gestapt: “Dit is echt de sloomste van de drie scooters volgens mij. Hij voelt logger dan de andere twee.” Dat zit natuurlijk deels in het hogere gewicht van de Suzuki, maar de Burgman 650 heeft daarnaast het meer ouderwetse ‘wiebelige’ scootergevoel, is minder stabiel dan de andere twee en reageert met name door zijn zachtere vering directer en beweeglijker op stuurbewegingen. Daarentegen is het comfortgevoel juist groter. De Burgman gedijt duidelijk het best op gematigde toersnelheden. Na een korte stop gaat de zeteltombola door en schuiven de heren gastrijders nogmaals eerst een scooterzitje op en blijft de NC700X andermaal ‘over’. Na nog een kort secundair intermezzo gaat het even kort de snelweg op richting lunchstop bij de truckstop bij de Woeste Hoeve. Accelereren is duidelijk het metier van de BMW, die het snelst van allemaal op snelwegsnelheid zit. Meekomen is trouwens voor geen van allen een probleem, want de topsnelheid ligt voor het complete kwartet ruim boven de 160 km/uur. Gezeten achter een uitsmijter ham/kaas lijkt Pepijn het meest opgelucht dat hij zijn beurt op de Burgman ‘achter de rug’ heeft. “Tja, mooi vind ik hem niet, dus heb ik mijn beurt maar met frisse tegenzin aanvaard. Maar tijdens de eerste meters moest ik al hard lachen in mijn helm, want het is echt een GoldWing-scooter. Al die knoppen, enorm veel comfort en dat enorme zadel, ik kan me nu wel voorstellen dat er mensen zijn die hier heel bewust voor kiezen.” Een daarvan is in ieder geval Jan, die wat de drie scooters betreft alvast zijn lijstje opmaakt. “De Suzuki vind ik het mooist in balans, echt een heerlijk rijpaard. Mede ook door het hoge comfort is dit voor mij persoonlijk de fijnste van de drie. De T-max is een sportieve wildebras, terwijl de BMW qua rijbeleving en zitpositie naar mijn idee het meest het gevoel van ‘gewoon’ motorrijden evenaart, ook al kun je er niet op schakelen.” Nu iedereen elke scooter een keer heeft gereden, is het de rest van de dag de beurt aan de NC700X. Op het traject Hoenderloo – Apeldoorn – Dieren – Hummelo – Zelhem – Varsseveld kan de plek van de Honda in dit spectrum in ieder geval mooi worden omkaderd. De C-ABS-remmen van de NC700X staan in ieder geval buiten kijf, maar eigenlijk ankeren al deze van ABS voorziene machines stuk voor stuk pittig en mooi doseerbaar. Een bizarre constatering is dat ‘echte’ motorrijders hoe dan ook een hendel aan de linkerzijde van het stuur wensen. Op de NC700X werd deze in eerste instantie uiteraard gemist, met ‘lucht graaien’ als gevolg, maar op de drie scooters was er dan weer vreemd genoeg niemand die per ongeluk in het linker hendel kneep om te ‘koppelen’. Pepijn was in ieder geval snel om na zijn eerste ervaring met het DCT-systeem: “Wat een verademing na een dag scooteren en dat DCT zou ik direct op mijn eigen ZX-10R willen hebben als ik er met een laptop ook even snel de schakelmomenten voor op het circuit in kan programmeren.” Ook Hanjo kon een benzinetank, alhoewel dummy, wel weer waarderen. “Dit is toch echt een motor, met bijbehorend beencontact”, aldus de GS-rijder. “Het is heel even vreemd om geen koppelingshendel en schakelpedaal te hebben, maar dat went verrassend snel. De knoppen om manueel te schakelen heb ik niet eens gebruikt, dat zegt wel iets over de prima werking van die automatische bak.” Na het afsluitende rondje aftanken, waarbij de drie scooters na dit dagje sturen allemaal rond de 1 op 20 scoren en de NC700X een dikke 1 op 25 in ons duurtest logboek laat bijschrijven, lijkt met name Hanjo nog wel een lange tijd aan zijn R1200GS Adventure verknocht te blijven. “Het rijden op zich viel me niet tegen. Met name op de Yamaha en BMW en uiteraard de Honda heb je wel het idee met motorrijden bezig te zijn, maar die typische scooterzitpositie is echt niets voor mij. OK, de weersbescherming is stukken beter op een scooter, maar dat weegt voor mij niet op tegen de voordelen van het motorrijden.” En is de NC700X misschien een alternatief voor een motorscooter? Pepijn en Jan denken beide van niet. “Een motorscooter is toch een bewuste keuze”, vindt Pepijn, “al zal iedereen daar wel zijn eigen overweging voor hebben. Wel kan menig motorrijder nog wel wat van het DCT leren als het op schakelen aankomt. Deze scooters zijn voor mij ook geen optie. Die zou ik het liefst hebben in de afmeting van een bromscooter en dan met maximaal 300 cc cilinderinhoud. De Burgman vind ik gedateerd en qua rijbeleving legt de BMW het af tegen de Tmax, die op zijn beurt weer minder uitstraling heeft. Maar in de commerciële wereld wegen de looks nu eenmaal zwaarder dan de inhoud.” Ook ervaringsdeskundige Jan heeft zo zijn twijfels of er veel motorrijders zijn die willen overstappen op een scooter: “Het is toch heel anders rijden. Zelfs het groeten is al heel twijfelachtig hebben we vandaag gezien. Wat je in beide gevallen hoe dan ook wel hebt, is een enorm vrij gevoel en dat is het belangrijkste.” Zonder representatief te willen/kunnen zijn maakt deze willekeurige steekproef met twee ‘echte’ motorrijders en een rijder die in beide ‘kampen’ heeft gebivakkeerd duidelijk dat de motorscooter, in Nederland althans, nog een behoorlijke weg heeft af te leggen. BMW’s aanwezigheid in het segment laat echter zien dat er meer dan voldoende potentie in schuilt. Iets wat ze bij Yamaha al lang weten, getuige de ruim 180.000 Tmax-en die in de loop der jaren alleen al in Italië aan de man/vrouw werden gebracht. Dat is een duidelijk een stukje cultuurverschil en om daar een omslag in te maken, zullen de clichés in Nederland nog wel even bestreden moeten worden.

Motoplus als app?

Om deze webapp op je telefoon te installeren, klik dan op het icoontje onderaan en klik daarna op Zet in beginscherm.

Om deze webapp op je telefoon te installeren, klik dan op de drie bolletjes rechtsbovenin

en klik daarna op Toevoegen aan startscherm.