Reizen – Ierland
De Wild Atlantic Way – of WAW – in Ierland wordt beschouwd als de langste kustweg ter wereld. We waren er al eens eerder, maar moesten toen noodgedwongen en met flinke tegenzin de tocht voortijdig afbreken. Nu zijn we terug in Ierland en hebben nog een appeltje te schillen met die 2.500 kilometer lange WAW!
Pagina gaat door onder advertenties
Dit artikel is gratis beschikbaar voor MotoPlus abonnees
- Onbeperkt PremiumPlus leesplezier
- 15.000+ online artikelen
- 380+ digitale magazines
Al abonnee? Log in om dit artikel direct te lezen.
Hoog oprijzende kliffen die worden geteisterd door golven en wind, pittoreske vuurtorens en vissersdorpjes en uitgestrekte, verlaten stranden. De kust van Ierland heeft veel te bieden voor alle zintuigen en trekt toeristen uit de hele wereld. Zo ook ons. Een paar jaar geleden moesten we onze eerst kennismaking met de Wild Atlantic Way afbreken wegens een reeks onvoorziene gebeurtenissen. Een teleurstellend besluit, maar we zworen dat we de route ooit zouden voltooien. Iets dat nu onder alle omstandigheden moet worden nagekomen. Ook al regent het op dit moment pijpenstelen…
De vorige keer bezochten we Ierland op de eigen motor, maar nu vliegen we het iets anders aan. In letterlijke zin bijna, we vliegen naar Dublin, huren daar een motor en zonder al te veel voorbereidingen beginnen we ietwat spontaan aan de reis. We gaan niet de hele route rijden, we beginnen op het punt waar we de route de laatste keer hebben moeten verlaten en kijken dan wel hoe ver noordwaarts we komen. Een trip waar ik echt zin in heb, want de WAW geldt niet alleen als de langste maar ook als een van de mooiste kustwegen ter wereld en zou daarom zeker op het verlanglijstje van elke motorreiziger moeten staan.
Die naam zegt trouwens alles: wild als de stormachtige kustlijn en Atlantisch als het klimaat dat de tastbare nabijheid van de oceaan benadrukt. Succes gegarandeerd, zo lijkt het. In theorie is er in de periode van mei tot september de beste kans op goed weer, maar het beste moment bepalen om deze route droog af te leggen is een bij voorbaat verloren weddenschap. Wie Ierland als reisbestemming kiest, moet weten dat slecht weer altijd op de loer ligt. Misschien is dat ook wel de reden waarom bijna iedereen juist zo van Ierland houdt, de wisselende weersomstandigheden sluiten naadloos aan bij het grillige karakter van het unieke, magistraal mooie landschap. Ierland weet op vele manieren te flirten: soms serieus, soms kleurrijk, nooit halfslachtig.
Gewapend met regenkleding starten we onze reis. Tijdens de rit van Dublin naar Connemara reist het slechte weer met ons mee, schijnbaar zonder de intentie om ooit nog te verdwijnen. Op de kaart loopt de Wild Atlantic Way ongeveer 2.500 kilometer langs de westkust, van het noordelijkste punt Malin Head in County Donegal, de Ierse ‘Noordkaap’, naar de stad Kinsale in County Cork. Na een overnachting in Kilkee lijkt het ’s ochtends voor één keer niet te regenen. Voordat we Kilkee verlaten bezoeken we eerst nog het Diamond Rocks Cafe met uitzicht op de Kilkee Cliffs.
De avond ervoor hadden we gehoord dat er een wandelpad naar de Pollock Holes loopt, natuurlijke rotspoelen tussen de kliffen waar de dapperste lokale bewoners een duik nemen met uitzicht op de ijskoude zee. Als we vervolgens naar het Loop Head Lighthouse rijden, een vuurtoren van 23 meter hoog met driehonderd eervolle jaren maritieme geschiedenis, rijden we eindelijk op de Wild Atlantic Way (officieel R487 genaamd).
In de buurt van de toren, die open is voor bezoekers, vind je op de kliffen van het schiereiland een grote ‘E-I-R-E’ markering uit de Tweede Wereldoorlog, deze wees de piloten op het neutrale luchtruim. Ook de laatste Jedi is hier geweest, en wel toen enkele scènes uit de Star Wars-filmreeks in dit bijzondere landschap werden opgenomen. De lucht is ons momenteel gunstig gezind, een zonnestraal tovert een spectaculaire regenboog tevoorschijn boven ons.
Van de Bridges of Ross, oorspronkelijk drie rotsbogen die als bruggen diepe insnijdingen in de oever overspannen, staat er nog maar één, maar die is de korte wandeling ernaartoe zeker waard. En wie aandachtig de zee afspeurt, kan met een beetje geluk walvissen of dolfijnen ontdekken: meer dan 150 tuimelaars wonen er namelijk in dit beschermde gebied.
De R487 leidt ons verder naar de Cliffs of Moher: de 214 meter hoge kliffen strekken zich over acht kilometer als een balkon uit boven de Atlantische Oceaan. Het is een van de meest spectaculaire en mysterieuze landschappen aan de Ierse kust, vol legendes en fantastische verhalen. Zoals dat van de verzonken stad Kilstiffen, die ten onder ging door het verlies van een gouden sleutel tijdens een gevecht. De stad schijnt pas weer tevoorschijn te komen als de sleutel gevonden wordt. Om de zeven jaar – bijna als een vloek – zou je haar boven de golven kunnen zien. Maar let op: wie haar ziet, sterft voordat ze weer verschijnt. Niet kijken dus! Hoeft ook niet, want er zijn prima alternatieven voor het netvlies.
O’Brien’s Tower om eens wat te noemen, de ronde stenen toren op een rotspunt, of de nabijgelegen Breanan Mór, een kleine, geïsoleerde rotspunt die boven de kliffen uitsteekt. Tussen maart en juli nestelen hier schattige papegaaiduikers op Goat Island, een prachtig gezicht. Het bezoekerscentrum is merkwaardig genoeg in de rotsen ingebed en zeker een bezoekje waard. Ook op deze prachtige plek zijn al filmploegen actief geweest, onder andere voor de film ‘Harry Potter en de Halfbloed Prins’. Ook wij leggen de kliffen vast op beeld en vervolgen daarna onze weg langs de R477.
Onderweg zien we de Aran Islands en de riviermonding bij Galway Bay liggen, passeren de kleine vuurtoren Black Head bij Ballyvaughan en rijden daarna verder op de N67. Uiteindelijk stoppen we aan de oever van Galway Bay voor een selfie met het Muckinish West Tower House, waarvan alleen de gevel nog overeind staat. De regen komt inmiddels alweer gestaag naar beneden kletteren, maar de kleurrijke huizen in de havenstad Galway vrolijken ons helemaal op. Genoeg regen en genoeg gereden: in O’Connor’s Famous Pub, zo’n aangename, levendige en ronduit authentieke Ierse pub, nemen we een welverdiende Guinness. We genieten van de bruisende sfeer, de wirwar van gesprekken en trakteren onszelf daarna op een paar fantastische mosselen. Een aangenaam stedelijke tussenstop, voordat we terugkeren naar de wilde schoonheid van Ierland. Eerste tussentijdse conclusie: het is niet alleen het landschap dat je bijblijft, het zijn ook de mensen!
Dat ondervinden we ook de andere dag alweer snel. Weer in het zadel zien we onderweg een visser zijn hengel uitgooien als een soort toeristische attractie. En op de een of andere manier was hij dat ook. Om hem daar rustig in de rivier te zien staan, met zijn waadbroek, het oogt bijna als een romantisch schilderij. Plots haalt hij zijn hengel binnen. De lucht is weliswaar bewolkt, maar niet dreigend, toch regent het nog geen paar minuten later weer onbedaarlijk hard. De visser voelde de abrupte weersverandering kennelijk al aankomen, aan de wegrand wisselen we een paar woorden met hem. Hij blijkt geamuseerd door onze observatie. Jawel, hij voelt de regen aankomen, net als iedere Ier waarschijnlijk.
Het zal wel in de genen zitten. Terwijl de Wild Atlantic Way onder onze wielen doorrolt, moeten we onszelf dwingen om niet achter elke bocht opnieuw te stoppen. Soms is een zonnestraal al genoeg om een saaie bocht om te toveren tot een magisch spektakel. Er is zoveel te zien hier, zo ligt er tussen de vele kleine dorpjes een minder bekende maar betoverende plaats, Carna genaamd. Hier valt alles uiteen in vele eilandjes, verbonden door kleine weggetjes en bruggen, ideaal om jezelf hierin te verliezen en hopelijk uiteindelijk weer terug te vinden. Verder naar het noorden maakt de natuur indruk met de Twelve Bens (of Twelve Pins, in het Iers ‘Na Beanna Beola’), een bergketen met twaalf toppen van maximaal 730 meter hoog in de regio Connemara.
Voor wandelliefhebbers is het een uitdaging om ze in één dag te beklimmen. Wij tellen ze liever op ons gemak vanaf het Pines Island Viewpoint aan de N59. Ja, ze zijn er allemaal nog, snel een foto en we gaan weer verder! Tully Cross is een ander klein dorpje dat direct door de Wild Atlantic Way wordt doorkruist en ons betovert met zijn mooie oude cottages met rieten daken. Een mooie gelegenheid ook weer voor een korte stop om een beetje op te drogen. Meteen daarna volgen Lettergesh Beach en Glassilaun Beach, twee bijna Caribische stranden, als de zon schijnt tenminste…
Onze huur-Triumph Tiger 1200’s brengen ons langs de kust naar Letterfrack, vanwaar we naar het hart van het Connemara National Park rijden. Meteen worden we verliefd op de ruige schoonheid van het landschap, met moerassen, kale bergen en eeuwenoude muren die meesterlijk opgebouwd zijn uit ongelijke stenen, pittoreske dorpjes in het binnenland en kleurrijke havens, alles bijna als een levend aquarel! ‘Van heel Ierland is Connemara de meest wilde streek’, schreef Paul Bourget in 1881. En daar zijn we het helemaal mee eens. Enigszins afgeleid door het uitzicht op de stranden links langs de R335 hadden we bijna de 764 meter hoge Croagh Patrick aan de rechterkant gemist, de heilige berg die ook wel ‘The Reek’ (Gaelic voor ‘hoop’) wordt genoemd.
Al eeuwenlang maken gelovigen een pelgrimstocht naar hier ter ere van St. Patrick, die in de vijfde eeuw veertig dagen op de top verbleef en daar een kapel bouwde die er nog steeds staat. Volgens de legende gooide hij een bel naar beneden om alle slangen van het Ierse eiland te verdrijven. Op de laatste zondag van juli beklimmen veel pelgrims, sommigen zelfs op blote voeten, deze berg als teken van boetedoening. De klim begint in het dorp Murrisk en eindigt bovenop de top bij de kapel. Onze eigen ‘pelgrimsroute’ eindigt in Mallaranny (ook Mulranny) in County Mayo.
Hier is onze laatste stop op de WAW. Daarna volgt alleen nog Ruhi Ge en de weliswaar nog altijd mooie maar toch iets minder spectaculaire terugreis naar het oosten. Voordat we Ierland verlaten trakteren we onszelf, eindelijk in volledig droge kleren, op een laatste Guinness in ‘The Temple Bar, de traditionele pub midden in het toeristische centrum van Dublin. Wild Atlantic Way, deel 2: missie volbracht!
Info Ierland
Groene heuvels, grillige kliffen, rivieren, historische stadjes, authentieke cottages, enerverende fjorden, meren en een bijzonder rijke historie: Ierland is een ronduit fascinerend land. En de wonderschone westkust al helemaal, die je aan de hand van de Wild Atlantic Way in al zijn facetten zult ontdekken. En hoe beter dit stuk Ierland uit een sprookjesboek te ontdekken dan op twee wielen!
Ligging: West-Europa
Hoofdstad: Dublin
Afstand vanaf Utrecht: 960 km (Dublin, inc. veerbootovertochten)
Regeringsvorm: Parlementaire republiek
Aantal inwoners: 5,2 miljoen
Oppervlakte: 69.825 (Bijna anderhalf keer Nederland)
Hoogste punt: Carrauntoohil (1.038 meter)
Bezienswaardigheden: Cliffs of Moher, Aran Islands, Dublin, Galway, Ring of Kerry, Ring of Beara, Guinness-brouwerij, Blarney Castle, Slieve League (kliffen tot 600 meter hoog), Croagh Patrick, Giant’s Causeway, Glendalough (voormalig klooster), Kinsale en natuurlijk de Wild Atlantic Way
Taal: Iers(-Gaelisch), Engels
Schrift: Latijns
Valuta: Euro
Tijdsverschil: Geen
Klimaat: het zuidwesten van Ierland heeft dankzij de centrale verwarming, de Warme Golfstroom genaamd, het mildste maar ook natste klimaat van heel Ierland. Daardoor groeien er zelfs palmbomen. In de zomer – van juni tot en met augustus – ligt de gemiddelde dagtemperatuur rond 20 graden Celsius en zelfs in de winter wordt het zelden kouder dan 5 °C. Het zuidwesten staat met 2.500 mm neerslag per jaar helemaal bovenaan in de Europese regenhitparade. De buien duren meestal niet zo lang, maar zijn wel des te heftiger. Ook in het noorden van Ierland is het klimaat redelijk gematigd, met neerslaggemiddelden die in de zomer vergelijkbaar zijn met die in Nederland.
Wetenswaardigheden: in Ierland kun je gewoon met de euro betalen. Breng je echter ook een bezoekje aan Noord-Ierland, houd er dan wel rekening mee dat dit tot het Britse Koninkrijk behoort en dat je er daarom met het Britse pond sterling moet betalen. Overigens wordt de euro op heel veel plaatsen wel gewoon geaccepteerd. Wie met zijn of haar eigen motor naar Ierland reist, ontkomt niet aan een boottrip. De goedkoopste en wellicht ook meest comfortabele optie is de directe lijndienst van DFDS tussen het Franse Duinkerken, op ongeveer 300 kilometer van Utrecht, en Rosslare. Zeebenen zijn wel aan te raden, de overtocht duurt namelijk dik 22 uur. Als alternatief kun je er ook voor kiezen om eerst dwars door Engeland te rijden en daarna vanaf bijvoorbeeld Fishguard de Ierse Zee over te steken naar Rosslare. Rij je liever van zuid naar noord door Engeland, dan is de overtocht bij Liverpool richting Dublin de betere keuze.
Overnachten: van een luxe en prijzige Country House (vanaf € 200,- per nacht) tot hotels (€ 100,- à € 150,- per nacht) of goedkopere guesthouses en B&B’s, feitelijk is er in iedere prijs- en comfortcategorie wel iets te vinden. Zeker wanneer je het geen probleem vindt om in een hostel te overnachten, nergens in Europa zijn er namelijk zo veel te vinden. Over de spreiding hoef je je ook geen zorgen te maken, zelfs het allerkleinste gehucht heeft in het hoogseizoen minimaal één Bed & Breakfast. Daarnaast is er uiteraard ook een ruime keuze aan campings, vaak prachtig gelegen aan zee.
Route: de in dit artikel beschreven trip volgt de bekende Wild Atlantic Way. Deze langste kustroute ter wereld, tussen Malin Head in het noorden en Kinsale in het zuiden, voert je langs alle hoogtepunten aan de Ierse westkust, en dat zijn er nogal wat. De route is volledig met borden aangegeven, maar praktischer is natuurlijk om ’m via je navigatiesysteem te rijden. Op www.motoplus.nl vind je een GPX-bestand van deze bijna 2.100 kilometer lange rollercoaster!
Info: www.ireland.com
Pagina gaat door onder advertenties
Pagina gaat door onder advertenties




