+ Plus

Yamaha XT500-specialist

In 1976 kwam Yamaha met de eerste XT500 op de proppen. Nu, 40 jaar later, zijn de letters XT nog steeds een begrip. Puntgave XT’s uit de beginjaren, vooral die uit 1976, beginnen alsmaar zeldzamer te worden, net als de onderdelen ervoor. XT-liefhebber Hans Verstraten uit Boekel springt hier al een aantal jaren op in: hij heeft oud en nieuw XT-materiaal op voorraad en wat niet meer te koop is maakt hij zelf, of laat hij maken. Een verhaal over XT’s en een XT-liefhebber die zijn offroad-carrière – hoe kan het ook anders – begon op een XT500.

De eerste Dakar Rally die in 1979 werd verreden, toen nog met een algemeen klassement waarin auto’s en motoren samen waren gevoegd, werd gewonnen door Cyril Neveu op een Yamaha XT500. Gilles Comte werd tweede, eveneens op een XT. En Philippe Vassard derde op een Honda XL250S. De eerste auto werd vierde (een Range Rover gevolgd door een Renault 4)! Een jaar later werden de eerste vier plaatsen in de eindstand bezet door Yamaha XT500-motoren. Pas in 1981 won er een BMW, maar de XT’s bleven rijk vertegenwoordigd in de top van het klassement. Tot op de dag van vandaag is Yamaha een de van vaste deelnemers in de Dakar Rally: tussen 1991 en 1998 bezorgde Stefan Peterhansel Yamaha maar liefst zes eindoverwinningen. En in 2006 zorgde Nederlander Henno van Bergeijk nog voor een stunt door met een XT500 aan de start van de Dakar rally te verschijnen én te finishen.
Mede door de Dakar Rally kwamen de letters ‘XT’ synoniem te staan voor offroad rijden. Yamaha was daarmee de trendsetter. “Mijn eerste offroad motor was ook een XT500,” zegt Hans Verstraten (60) als hij terugdenkt aan de begintijd van het offroad rijden. “De Yamaha XT was de eerste viertaktmotor waarmee je zonder aanpassingen het terrein in kon. Het was ook in die tijd dat offroad club de Capella Stampers werd opgericht. Capella was de naam van het clubhuis en Stampers refereerde naar het stampende geluid van de XT. Over die beginjaren is zelfs nog een filmpje op Youtube te vinden; we reden allemaal op XT’s. Iets anders was ondenkbaar, totdat Honda zich op de offroad markt ging bewegen. De XL500 en XR500 stuurden veel beter en hadden meer vermogen dan de XT. Yamaha kwam toen nog wel met de TT op de proppen en die was weliswaar beter, maar moest het qua verkoopcijfers toch afleggen tegen de populaire Honda-viertakten. Zoveel KTM’s als je nu ziet bij een offroad rit, zoveel Honda’s zag je toen bij dergelijke evenementen in de jaren 90.”

Hans Verstraten is altijd actief gebleven in het offroad wereldje met onder andere het ‘keuring klaar’ maken van offroads. In 1994 overleed zijn vrouw en stond hij alleen voor de zorg van een zoon van 6. Vooral de avonden waren lang en om die avonden te vullen en zijn gedachten te verzetten kocht hij een Yamaha XT500 om op te knappen. Oude liefde roest immers niet. “En van het een kwam het ander. Ik zocht een uitlaat voor een XT500 uit ’76, waarna ik werd gebeld dat er een uitlaat was gevonden, daar zat alleen nog wel een motor aan vast. Voordat ik het wist had ik een schuur vol XT-onderdelen. Nog steeds niet met de intentie om daar een handeltje in te beginnen, maar onder XT-bezitters werd mijn naam steeds bekender. En de voorraad bleef groeien. Ik kreeg spullen aangeboden en reed daarvoor het hele land door om te kijken of het ook iets was. Als ik het handeltje niet vertrouwde liet ik het staan, ik wil alleen maar eerlijk spul in huis hebben. Motorblokken vind je trouwens nog overal. Een blok gooit niemand weg, maar het kleine spul zoals pasbusjes, ophangbeugeltjes, afdekplaatjes en weet ik wat allemaal, dat materiaal wordt vaak achteloos weggegooid. En weg is weg. Juist dat materiaal ben ik gaan verzamelen, waardoor ik nu kan putten uit een aanzienlijke voorraad voor mezelf en voor klanten.”
Hans vervolgt: “Bij de allereerste Heroes Legend, in 2006, reden alle deelnemers op een XT. Ik ben toen meegereisd met een servicewagen vol onderdelen. Aan dat avontuur denk ik nog altijd met veel plezier terug. En toen Henno van Bergeijk met het plan kwam om de Dakar 2006 op een oer-XT500 te gaan rijden, heb ik mij aangeboden om een team te vormen. Ik zou voor Henno een motor opbouwen, maar dat liep allemaal niet volgens plan. Henno dacht anders over het project dan ik. Hij wilde meer aan het toeval overlaten, dat past ook beter bij hem. Ik wilde de motor in Henno’s ogen te perfect maken, en daarmee misschien ook te duur. Vijf maanden voor de start is Henno toen zijn eigen weg gegaan en die half afgebouwde, niet gebruikte Dakar-XT staat nu nog bij mij op zolder. Ik vind het echter geweldig dat Henno met zijn XT toen de finish heeft gehaald. Hij is een avonturier pur sang en voor de duvel niet bang!”

Wanneer je met Verstraten over XT’s begint te praten, trek er dan maar wat tijd voor uit. In zijn magazijn weet hij ieder onderdeel, nieuw of gebruikt, moeiteloos te vinden. En in zijn showroom prijken enkele ‘nieuwe’ XT’s. Eentje is een heel bijzondere, een project van vader en zoon Verstraten. “Aan deze XT500 hebben we samen twee jaar gewerkt. Heel veel onderdelen zijn zelf gemaakt, zoals de uitlaat, de tank en de achterbrug. Het moest een mooie en tegelijk functionele motor worden en dat is mede door gebruik te maken van onderdelen van andere merken, gelukt. In februari staat ‘ie op de Motorbeurs in Utrecht bij de zelfbouwmotoren. Niet om met dit project in de prijzen te vallen, maar wel om te laten zien dat je ook een heel mooie retro-offroad kunt bouwen.”
Hans Verstraten is niet de enige die zich gespecialiseerd heeft in de ‘moeder’ van alle offroads. “Er zijn er in Nederland nog enkele die dit doen en in Duitsland zit ook een hele grote speler. Soms betrek ik spullen van hen, soms zij weer van mij. In Duitsland zijn destijds veel meer XT500’s verkocht dan in Nederland, maar pas vanaf 1977. Het oermodel uit ’76 – herkenbaar aan de onder het blok doorlopende uitlaatbocht – kom je daar zelden tegen. Een opgeknapte XT500 uit 1976 brengt al snel acht- à tienduizend euro op, eentje uit ’78 of later de helft. De kunst is om een XT met zoveel mogelijk originele onderdelen op te bouwen. Sommige van die ’76-onderdelen zijn heel lastig te vinden. Neem het simpele gereedschapbakje. Een ding van een paar tientjes, maar voor een origineel exemplaar wordt nu vlot 300 euro betaald. Uitlaten van XT’s uit ’76 zijn nog lastiger te vinden. Deze is namelijk niet te vergelijken met de XT-uitlaten van de latere modellen. Daarom zijn ze ook bijna nergens te vinden. Sinds een aantal jaren maak ik ze zelf en verkoop deze over de hele wereld. Soms drie per jaar, soms wel tien, van Colombia tot aan Nieuw-Zeeland! Ik sta er versteld van hoe ze me weten te vinden. In het maken van iedere uitlaat zit nu nog elke keer zo’n 30 uur werk en dat maakt ze niet goedkoop. Ik lever de uitlaat in rvs en spuit hem bewust niet, al kan er wel een goede kwaliteit kachellak bij worden geleverd. Dan kan de klant zelf bepalen hoe hij de uitlaat wil hebben.”
Behalve uitlaten maakt Verstraten ook spatborden, zijklappen, achterbruggen, kettingspanners en kettinggeleiders voor de XT500. Maar ‘hobbyprojecten’ gaat hij ook niet uit de weg. Zo vinden we op zolder een half afgebouwde supermoto op basis van een XT en ligt er op het schap een XT cilinderkop met twee bougies. Meer cc’s uit een XT500 kan ook. Dan verzet je ‘gewoon’ even het big-end voor een langere slag!

Hoeveel XT’s er in Nederland nog rondrijden? Hans: “De XT-club bestaat uit ongeveer 500 leden en die hebben veelal meerdere XT’s in hun bezit. Ik schat dat er nog zo’n duizend kentekens op naam staan, maar of ze ook allemaal nog rijden? Dat is een ander verhaal. In Nederland is de XT500 zeven jaar te koop geweest. Het oermodel van ’76 slechts één jaar. Dat maakt deze motor zo uniek en gewild bij verzamelaars. Een XT500 uit ’76 is een goede belegging. Alleen al kijken naar een ’76-er is een waar genot. Een icoon voor de offroadsport en die zal nooit meer minder waard worden. Eigenlijk wel grappig, want een heel goede motor is deze XT niet. De voorvork staat te ver onderuit om lekker door de bochten te kunnen rijden, maar rechtuit gaat hij daardoor weer des te beter. Als je er hard mee rijdt gaat de versnellingsbak stuk en door de jaren heen ontstaat pitting bij de tuimelaars, nokkenassen en versnellingsbak. Het materiaal dat toen werd gebruikt was lang niet zo goed als dat van nu. Originele zuigers in de populaire overmaten 0,75 en 1,00 zijn ook niet meer te koop, maar wel aftermarket verkrijgbaar via Prox of Wiseco. De koppeling van een XT gaat nooit stuk. Die is heel degelijk en overmaats gemaakt. Ook het schakelen van de versnellingsbak gaat in vergelijking met een moderne Yamaha matig, maar afgezet tegen de toen geldende normen was het geweldig. Zo moet je ook het rijden op een XT500 zien. Vermogen is er genoeg, maar de remmen waren ondermaats.”
In 1983 werd de XT500 opgevolgd door de XT550 en een jaar later door de TT600. Yamaha gebruikt de letters XT nog steeds voor haar offroad- en allroad-modellen zoals de XT1200 Super Ténéré en de XT660 Ténéré. “Behalve dat je ermee uit de voeten kunt op onverharde paden, hebben deze motoren weinig meer met de oer-XT te maken. Maar de letters ‘XT’ blijven velen tot de verbeelding spreken. Old soldiers never die!”

Motoplus als app?

Om deze webapp op je telefoon te installeren, klik dan op het icoontje onderaan en klik daarna op Zet in beginscherm.

Om deze webapp op je telefoon te installeren, klik dan op de drie bolletjes rechtsbovenin

en klik daarna op Toevoegen aan startscherm.