+ Plus

Reizen Kenia en Tanzania

Een warme wind waait meedogenloos door de ventilatiegaten in mijn helm, zweetdruppels sijpelen langs mijn neus en mijn hart moet overwerken. De weg is zwaar, de gaten soms diep. Hier sta ik dan, met mijn dertig jaar motorervaring. Puffend. Twijfelend. Aan mezelf. Maar ik wilde toch avontuur? Een week door Kenia en Tanzania wordt een ontdekkingsreis in meer dan één opzicht. De weg naar de grens met Tanzania is niet de meest spannende, en hoewel het landschap vooral vlak is, draaien mijn hersenen op volle toeren om alle indrukken enigszins te rangschikken in mijn van alle westerse gemakken voorziene luxueuze bovenkamer. We zijn in een andere wereld terecht gekomen, eentje met af en toe schurende contrasten. Hier en daar vallen fel kleurige gebouwtjes op. Telecombedrijven en verzekeringsmaatschappijen geven hun bescheiden plaatselijke kantoortjes de huiskleur die ze meteen onderscheidt van de verdere bebouwing die bestaat uit hutjes gemaakt van leem en klei met een dak van bamboe of – heel af en toe – golfplaten. Een dag eerder al nam onze reisleider Jan Nauta ons vanuit onze Keniaanse basis Msambweni, een uurtje van Mombasa, mee voor een eerste enerverend middagritje op de ‘made in Brazil’ Honda XL200’s. Als warming-up, zeg maar. Nauta, eigenaar en oprichter van Motorsafaris, kent de streek hier uitstekend, maar ik verbaas me over de hutjes. Zo maar, ergens in ogenschijnlijke niets bouwen telkens weer nieuwe ‘settlers’ hun houten geraamtes die vol worden gestouwd met klei en leem. Stuivend rood gravel, zandpaden met soms diepe gaten en lokaal verkeer waarschuwen ons asfaltvreters dat het raadzaam is om je hoofd er bij te houden in deze wereld waarin buiten de lijntjes kleuren de maatstaf is. Het is een kwestie van je eisen bijstellen. Maar ook dan klinkt een nachtje in het lonkende ‘New Hotel Kikonene’ als een avontuur dat je wel wilt missen. Het tafereeltje op het onverharde kruispunt zal niet uniek zijn, merken we verderop tijdens ons verblijf. Koopwaar ligt open en bloot uitgestald, overbeladen passagiersbusjes laden en lossen en een groepje mannen houdt bij hun eigen motoren van Chineze makelij de zaken goed in de gaten. Tja, iemand moet het doen. En wat dat motorrijden betreft, dat is hier duidelijk een mannenaangelegenheid. Vrouwen, soms in elegante amazonezit, zijn slechts passagiers. Maar nu, een dag na de warming-up, tokkelen we dus richting Tanzania. Voorlopig over asfalt, waarop aanmoedigingen staan geschilderd voor deelnemers van de Safari Rally. Een verweerde kubus met daarop ‘Royco Beef’ benadrukt het besef dat we terug in de tijd gaan. De ‘Catholic Church’ grenst bijna aan het ‘Islamic Centre’, met even verderop de ‘Baptist Church’. De ‘Franz-Josef School’ herinnert nog in de verte aan de tijd dat de Duitsers het hier voor het zeggen hadden. Bij de grens kan ik meerdere malen een glimlach niet onderdrukken. Niet vanwege de nors kijkende militair en zijn Uzi. Voor de slagboom staan een paar stoffige Mercedessen waarvan er één een AMG-embleem op de kofferbak geplakt heeft gekregen. Aan de andere kant van het douanekantoor staan zo waar twee Yamaha’s van het welbekende type TF en een Suzuki AG200. Zonder cilinder. Met piepende remmen komt nog net op tijd een aanstormende bus tot stilstand voor de slagboom. Aan de muur van het kantoor spot ik de ‘core values’, de waarden en normen van ‘de Keniaan’: hij moet discipline hebben en moedig en professioneel zijn en moet renderen in teamwork, terwijl hij ook nog eens onpartijdig moet zijn. Het klinkt bijna als een profiel op een datingsite. Helaas, weinig kans, schat ik mijn scoremogelijkheden in. Als we onze papieren hebben, rijden we door naar de volgende stop Horo-Horo aan de Tanzaniaanse zijde waar we ons visum moeten kopen. De douanier heeft zijn wapens klaarliggen: één afstandbediening voor de airco en een ander voor de luid ronkende tv. In het plafond zitten meer gaten dan spijkers. Als ik mijn visum in handen heb, word ik buiten opgewacht door een type Vieze Man. “Eeeehh… Geld wisselen?” Op de muur van het kantoor staat dat dat ten strengste verboden is. Ik pas. De douanier komt een luchtje happen en begroet de geldwisselaar uiterst vriendelijk. De twee hebben vast een zakelijke band. Naast het gebouw staat een Subaru Impreza – zonder kenteken. Van de geldwisselaar? Aan de overkant van het grenskantoor staat een scharrig tentje dat me doet denken aan de TV-serie MASH. ‘Suicide is painless’, klonk het zoetgevooisd in de MASH-tune, maar of dat ook geldt voor de inentingen die je hier wordt geacht te halen? Wij zijn al in Nederland voorzien. Aan de grens is het een komen en gaan van passanten. Volgeladen trucks die al een lang verleden op Britse wegen achter zich hebben, zijn hier aan een tweede jeugd bezig en talloze fietsers fietsen of lopen hun dagelijkse kostje bij elkaar. De fietsen zijn volgepakt. Soms met enorme hoeveelheden houtskool, dan weer met drie, vier of wel vijf jerrycans vol water. Motortaxi’s zetten hun bij de Keniaanse grens opgepikte passagiers na een ritje van een kilometer of vijf hier af en keren weer terug. De bestuurders houden er zo hun eigen kledingvoorschriften op na. Een helm hoeft niet, mag wel en dan ook best ondersteboven. Of een jas achterstevoren. En teenslippers. En een plank op de buddy zodat je niet vier, maar lekker vijf man kunt vervoeren op je 125 cc-brommertje. Zo dient ‘planking’ ook nog eens het algemeen nut. Lang niet al deze jongens hebben een rijbewijs. Waarom ook? Je kunt een overijverige agent heel wat boetes betalen voordat het bedrag de hoge kosten voor een rijbewijs evenaart. Vaak huren ze hun Haojin, Sangl of Kinlions van de eigenaar die er aan de Chinese fabrikant zo’n 600 euro voor heeft betaald. Zelf verdienen de bikers hun centen dan weer als veredelde taxichauffeurs die hun weinig eisende klanten verder helpen of verhuren ze ook zelf hun fietsen. Niet zelden krijgen de motoren toch een persoonlijk tintje. Een flinke spatlap aan het achterspatbord, een paar flinke verstralers naast de koplamp of zelfs een stichtelijke tekst als het in zwierige letters aangebrachte ‘Peace and Liberty’. Voor ons wordt plotseling een splinternieuw glad asfaltlaken uitgerold Tanzania in. Hét teken om het gas maar eens tegen de stuit te zetten. Maar waarom her en der takkebossen als chicanes dienen, vragen we ons af. Totdat een heftig gebarende wegwerker ons duidelijk maakt dat het stoffige gravelpad naast het asfalt voor ons bedoeld is. Ja zeg, dat asfalt moet natuurlijk wel langer mee dan vandaag! Overal staan wegwerkers met rode of groene vlaggen om het verkeer te stoppen of door te laten. Onder een veiligheidshelm én hoofddoek zie ik een bedrukt meisjesgezicht. Dit is vast geen ‘fashion statement’. De nieuwe weg wordt aangelegd onder Chinese leiding. Zelfs de vrachtwagens, met hun Chinese karakters, verraden de Chinese inbreng. Zijn de Chinezen dan de nieuwe kolonisatoren? Ach, wanneer hier een stel allochtone bouwvakkers naar goed vaderlands gebruik naarstig begint te metselen aan een meer dan tweesteens muurtje op de grens met Kenia, wordt het verdacht. Voetbal is volkssport nummer 1, zowel in Kenia als Tanzania, zie ik als we her en der de shirtjes zien: Barcelona, AC Milan. Kijk, daar klust Eto’o al pedalerend bij en de oude Rivaldo geniet hier op zijn ouwe dag van een welverdiende fietsvakantie. Zo gewoon gebleven toch, die jongens. Het transport is meer dan boeiend. Naast de lichte Haojins, Sangl’s en meer van die vage tweewielers beheersen de fietsen en personenbusjes, bussen en vrachtwagens het straatbeeld. ‘Don’t l.s. h.p.’, staat er opbeurend achter op het busje van een vierletterlingo-liefhebber te lezen. De busjes hebben ook namen: Lucky en Miss Calculation zie ik passeren. Ze rijden redelijk netjes, evenals de ‘bikers’. De echte wegpiraten zijn de bestuurders van bussen en vrachtwagens die, zo zien we meerdere malen, zonder pardon fietsers de greppel in dirigeren. ‘In God we trust’, spot ik op de voorkant van een bus. Tja, dat verklaart een boel. Tijdens een sanitaire stop in Tanga gedurende ontwaar ik op de toiletten een kingsize doos condooms. Voor het grijpen. Als je in Kenia met goed gevolg een HIV-test doorstaat, krijg je een soort ‘Goegekeurd door de Keniaanse Bond van Huisvrouwen’-armbandje én een doos condooms. Handig voor de afterparty ter ere van het goede nieuws. Zo’n honderd kilometer voorbij Tanga verandert het landschap en worden hobbels heuvels en bulten bergen bij Korogwe. We klimmen naar zo’n 1300 meter hoogte en het laatste deel van onze etappe naar Soni biedt dan ook nog eens serieus stuurwerk bij een langzaam zakkende zon. De Hondaatjes krijgen het nog even flink voor de kiezen, en hoewel de pk’tjes niet overdonderen, laten de fietsen zich lekker in een prachtig decor van priemende bergen speels door de krappe slingers sturen als heerlijke afsluiter van een inspannende dag. Ik heb geen moeite om ’s avonds de slaap te vatten, maar word wakker van geknisper. ‘Welcome’ stond er op de deurmat voor het hotel, en deze flinke knager met lange staart heeft duidelijk geen last van dyslexie. Onder het schijnsel van mijn zaklantaarn zie ik dat hij via een gat in het plafond elders een luxer onderkomen zoekt. Het levert de volgende ochtend twee dingen op: korting voor ons en een klant minder voor het hotel. Op de levendige markt in Soni zijn de volgende ochtend meer kleuren te zien dan mijn uitgebreide kleuterkleurendoos vroeger kon herbergen. Ik posteer me bij een groep plaatselijke ‘bikers’ die hier hun Kinlion GN125’s en Salig SLG 125’s showen, maar een echt lekker gesprek komt maar niet op gang. Dan komt er een politieman kordaat op mij af gelopen. “Where are you from? What are you doing here?” De toon is niet zeer vriendelijk, maar het blijkt schijn. “Welcome in Soni, my friend.” En ik krijg nog een hand van de sterke arm. Da’s lang geleden. De markt is hier dagelijks en geconcentreerd, maar ook langs elke willekeurige weg die we berijden zien we in het midden van niets krakkemikkige stalletjes waar in de brandende zon mango’s en ander fruit wordt aangeboden. Wij vervolgen onze weg naar het veel verder gelegen Mambo in de wonderschone Usambara Mountains. De ‘Mountains’ zijn ruim 100 miljoen jaar oud en zo’n drie jaar geleden werden hier miljoenen jaren oude voetafdrukken van mensen en dieren ontdekt. Vanaf Lushoto wordt het dan echt zwaar als het redelijke asfalt plaats maakt voor gravel en zand. De weg is bezaaid met verraderlijke kuilen en als niet-offroader zie ik fotograaf Rein steeds verder uit het zicht verdwijnen. En toch komt het tempo zelden boven de 60 per uur, maar man, wat is dit inspannend. Geen moment kun je het je veroorloven om je aandacht te laten verslappen en juist dat maakt het toch ook weer tot een spannende en zeer intense belevenis. Steeds weer moeten we de ondergrond scannen en verkennen. Staand op de steunen, vloekend als ik weer eens een gat te laat zie en het dappere XL’etje ongewild een harde klap krijgt. Onderweg komen we door dorpjes waar de kinderen ons bijna zonder uitzondering luid schreeuwend en zwaaiend begroeten als helden. Het kinderlijke enthousiasme werkt elke keer weer aanstekelijk. Overal zien we loslopend vee, niet alleen in de gehuchtjes die we doorkruisen, maar ook in de wat grotere plaatsen. Dan weer sprint er een geschrokken kip voor de wielen van de XL weg, dan weer mekkert een geit zich richting de berm. Akelig magere koeien hebben minder haast en gaan er van uit dat je netjes remt. Het leven hier is hard: niet zelden zien de mensen in hun leven niet meer dan de hutten van hun geboortedorp en zelfs het zichtbare ‘settlement’ op de andere helling van de berg is te ver weg. Scholing is beperkt, uren lopen voor water is dagelijks gebruik en elektriciteit ontbreekt. En dan denk ik, een zoute zweetdruppel van mijn neus blazend, dat ik het moeilijk heb. Veel verder dan de derde versnelling kom ik niet, maar steeds weer vraag ik me af of ik echt zag wat ik meende te zien. Op een vervallen krot staat uitnodigend ‘guest house’ gekalkt en op een onooglijk hutje is met zorg het ‘Gunners’ geverfd, het logo van Arsenal. Een eindje verder hebben de ‘Blues’ van Chelsea hun fans getuige de schildering op de lemen muur. De beloning na een zware dag sturen en stuiteren is alles waard. Ik zie het hier, reizen op deze manier biedt me in meerdere opzichten de bredere blik die ik zocht. Het uitzicht op 1900 meter hoogte bij het door het Nederlandse stel Herman Erdtsieck en Marion Neidt gerunde Mambo View Point is adembenemend. Zo’n 160 kilometer verder blijft Kilimanjaro helaas buiten beeld in de heiige lucht, ook als ik de volgende ochtend om zes uur de zonsopkomst bewonder, maar talloze kleurige vogelsoorten zorgen voor een prachtig ochtendconcert. Na een nachtje rust besluiten we een pittige afdaling te nemen. We worden gewaarschuwd dat het pad slechts voor 4×4’s geschikt is, maar we proberen het toch. Dik 15 procent daalt het hier en diepe sleuven en enorme keien vergen het uiterste van ons. We stoppen meerdere malen. Gewoon om uit te rusten of om water te drinken. Véél water. Ik ben blij met de XL. Het fietsis is licht en wordt een trouwe strijdmakker in dit terrein waar een foutje snel gemaakt is. Als we dan na een uur ploeteren in de hitte de afdaling achter ons hebben, betrap ik mezelf op een bijna euforisch gevoel. Beneden zonder brokken. Bovendien staan we plots in een savanne-achtig gebied dat in niets doet denken aan de moeilijke paden die we gisteren en deze ochtend hebben moeten overwinnen. Eenmaal terug op de verharde weg worden we door een politieman tot stoppen gemaand. Hij is gewapend met een ‘laser gun’ en zegt dat we geklokt zijn op 82 waar we 30 mochten. “Er staan borden”, zegt hij streng. Oh ja? “Ik ben een politieman, ik ben geen leugenaar.” De ambtenaar in functie heeft het gevoel voor humor van de voormalige Duitse bezetter geërfd. Jan Nauta kent echter de toverspreuk: “Ik hoef geen bonnetje.” Van drie keer 30.000 shilling blijft 20.000 over. Binnen de politie en de rechterlijke macht tiert corruptie welig, was ons al verteld. Als we op de dag van ons vertrek nog eens door oud-Mombasa wandelen, merken we dat de ontdekkingsreis nog niet ten einde is. We stuiten per toeval op een Hindoestaanse bruiloft. De bruid kijkt ondanks de opzwepende muziek verre van vrolijk. Als de bruidegom arriveert, snap ik waarom. Dude, dat glitterpak en die zonnebril, zo van de al jaren gesloten rekwisietenafdeling van ‘Mombasa Vice’, kunnen écht niet. Niet alle joelende dames lijken die mening te delen. Dat stemt tot nadenken. Net als onze ontdekkingsreis. Die was confronterend, avontuurlijk, overweldigend en uitdagend. Grensoverschrijdend bovendien, want niet alleen zagen we nieuwe landen, voor mij, als eenkennige ‘asphalt only’-motorrijder, ging voorzichtig een nieuwe wereld open. Het was maar een week, maar toch is het mooi geweest. Heel mooi. (kader) Reisinfo Algemeen Kenia en Tanzania, gelegen aan de oostkust van Afrika, kennen beide een verleden van koloniale overheersers. De Duitsers maakten in Kenia plaats voor de Britten die het land voorbereiden op onafhankelijkheid die in 1963 werd uitgesproken. Britse invloeden zijn nog steeds goed zichtbaar door onder meer Engelstalige teksten op borden en ook de shilling die als munteenheid wordt gebruikt. De beheersing van de Engelse taal is bij velen redelijk, maar voertaal is zowel in Kenia als in Tanzania het Swahili. Het toerisme in zowel Tanzania als Kenia concentreert zich vooral rond de grotere steden of rond de fameuze wildparken, waarbij de Serengeti een trekker is. In die categorie valt uiteraard ook de Kilimanjaro, met 5.895 meter de hoogste berg in Afrika. Niet onbelangrijk: laat je inenten voor je reis, anders ben je op de grens naar Tanzania aan de beurt. Afhankelijk van je polis kun je een deel van de kosten vergoed krijgen. Malaria-pillen worden aangeraden, maar kunnen bijwerkingen hebben én zijn niet goedkoop. Voor beide landen koop je aan de grens (voor Kenia 40 euro, voor Tanzania $ 50) een visum. Organisatie Ons verblijf en de trip werden georganiseerd door Motorsafaris van Jan, Nicolette en Ivo Nauta. Jan Nauta komt al bijna twee decennia in Kenia, is uitstekend bekend met het land en haar gebruiken en koestert het contact met de bevolking waardoor hij ook tijdens onze reis de beleving van het land een extra dimensie gaf. De Nederlanders bieden op www.motorsafaris.com verschillende reizen door Kenia en Tanzania aan met Honda XL200’s. Het organisatie en het verblijf tijdens de tochten zijn uitstekend geregeld en het als startpunt fungerende, pal aan de Indische Oceaan gelegen prachtige Sawa Sawa Beach House (foto) van de Nauta’s in Msambweni (ongeveer een uur van Mombasa) mag terecht pronken met hun twee klasse-koks. Tijdens de langere reizen rijdt een busje met bagage, reservemateriaal en eventueel niet motor rijdende gasten achter de club aan. Reis Onze reis begon in het Keniaanse Mombasa en voerde in zeven dagen naar Tanzania en weer terug, inclusief een tocht door het Shimba Hills National Park (foto). We trokken in Tanzania via Korogwe en Tanga naar Soni, Lushoto en Mambo. Van daaruit ging de tocht via een deels andere route weer terug. Hoewel we niet meer dan zo’n 1.000 kilometer reden, waren het zeer inspannende kilometers. Een behoorlijke motorervaring en een gezonde zucht naar avontuur zijn wenselijk voor de trip vanwege de geregeld, zeg maar, uitdagende ondergrond en ook de temperaturen die – in februari – vaak boven de 30 graden uit komen. Vluchten ArkeFly biedt vanaf Schiphol zondagse vluchten aan naar Mombasa in Kenia. Prijzen variëren behoorlijk – beginnend vanaf ongeveer 550 euro – met op de heenvlucht een tussenstop in het Egyptische Hurghada, terwijl er op de nachtelijke terugreis eerst door gevlogen wordt naar Zanzibar. Air Berlin vliegt vanaf Düsseldorf rechtstreeks naar Mombasa vanaf (afhankelijk van de boeking) ruim 700 euro. Ook de KLM vliegt vanaf Schiphol op Mombasa met doorgaans hogere tarieven. Wanneer? Maart tot en met mei en oktober tot en met december zijn de maanden waarin deze twee landen nabij de evenaar nogal eens te maken hebben met forse neerslag en stevige stormen. De buien hebben ook zo hun uitwerking op de begaanbaarheid van de wegen. Raadzaam is het derhalve om je trip buiten deze periodes te plannen, hoewel de lengte van de dagen in dit tropisch klimaat vrijwel het gehele jaar door even lang zijn. De nachten in de hoger gelegen delen, zoals bij Mambo View Point, zijn ook in de betere maanden beduidend koeler. Bijschriften Opener – inzet1, inzet2, inzet3 – geen bijschriften Kinonene Het kruispunt in Kinonene. Motorrijden is plezier voor, eh, drie. En als je bril maar goed zit. Plaswater Natte voeten. Niet overal wat de rivier drooggevallen richting Kinonene. Markt_soni Een goed gesprek op de dagelijkse markt in Soni. En bijna net zoveel verschillende kleuren als soorten handelswaar. Lushoto Stilte voor de storm. Nog even genieten van het uitzicht en uitrusten achter Lushoto voordat de zware tocht richting Mambo begint. markt_lushoto_reserve Visje? De verkoper is het lachen inmiddels vergaan op de overdekte markt in Lushoto. Niet zo heel gek, bij een kleine 30 graden. Mambo Het uitzicht bij Mambo View Point op 1900 meter hoogte is geweldig. De rijke ‘bewoning’ van vogels is eveneens de moeite waard. Kids Motorrijders zijn er genoeg in Tanzania, maar een stel blanke ‘ontdekkingsreizigers’ kan doorgaans op een warm onthaal rekenen door de plaatselijke jeugd. Dorpje De Honda XL200’s en die paar berijders op leeftijd triggeren de nieuwsgierigheid. Afdaling Scannen, checken en concentreren op een verraderlijke afdaling van zo’n 15 procent. Zonder vallen… Mombasa In het drukke verkeer van oud-Mombasa kom je van alles tegen, variërend van vrachtwagens tot bussen, personenauto’s, motoren, fietsen en handkarren.

Motoplus als app?

Om deze webapp op je telefoon te installeren, klik dan op het icoontje onderaan en klik daarna op Zet in beginscherm.

Om deze webapp op je telefoon te installeren, klik dan op de drie bolletjes rechtsbovenin

en klik daarna op Toevoegen aan startscherm.