+ Plus

Reizen in het spoor van de Romeinen

Een halve eeuw voor het begin van christelijke jaartelling veroverden de Romeinen onder Julius Ceasar West-Europa. Middels vergevorderde architectuur en infrastructuur werd het veroverde land in rap tempo ontwikkeld. Het immense rijk werd geconsolideerd langs een versterkte grens van duizenden kilometers, deze liep over het Europese vasteland van Roemenië tot aan de Nederlandse kust bij Katwijk aan Zee. Hoogste tijd om die Romeinse grens, oftwel de limes, eens aan een uitgebreide inspectie te onderwerpen!

Ter meerdere glorie van Rome en diens staatskas werd West-Europa volledig overrompeld door georganiseerde legioenen. Caesars leger beschikte over geavanceerde wapens, moderne gevechtstechnieken en een enorme stootkracht. In onder andere Zuidoost-Nederland vochten de inheemse Eburonen aanvankelijk succesvol tegen de legionairs, maar bij gebrek aan toverdrank werd de bevolking naderhand als vergelding merendeels uitgeroeid. De legionairs streden ook in Magna Germania (Duitsland ten oosten en noorden van de Rijn) verbeten tegen woeste stammen. Deze Germanen bezorgden Rome grote kopzorgen, nadat ze 19.000 soldaten van drie legioenen over de kling joegen. Slechts een handjevol ontsnapten en de barbaren behielden hun grondgebied. De expansiedrift in het noorden kwam mede hierdoor in het jaar 9 tot stilstand. Al liet Rome nog wel vergeldingsaanvallen uitvoeren. De Romeinen behielden wel Germania Superior, het stuk Duitsland ten zuidwesten van de Rijn. In het jaar 17 voegt Rome het Duitse deel ten westen van de Rijn, evenals het Nederland ten zuiden van diezelfde rivier en het oosten van België samen onder één Romeinse bestuurlijke eenheid: Germania Inferior.

Op onze Suzuki V-Stroms turen we bij Katwijk aan Zee over de golven. Een paar honderd meter uit de kust schijnen ergens de fundamenten van het Romeinse castellum (ofwel fort) Brittenburg te liggen. Dit was ooit het begin was van de Limes (grens) op het Europese vasteland, nu een symbolische ondergang van het Romeinse rijk. Even later zetten beide Japanners koers naar het Archeon in Alphen aan de Rijn. De planning is om via landelijke wegen te navigeren langs de voormalige grens en oude Romeinse locaties te bewonderen. In Noviomagus (Nijmegen) willen we vanavond uiteindelijk kwartier maken. De zon schittert over het natte wegdek als we Praetorium Agrippinae (Valkenburg) en Matilo (Leiden-Roomburg) passeren. Al snel manoeuvreren we in een oase van groen over smalle wegen waar nauwelijks verkeer komt. Weidevogels kijken verongelijkt naar beide machines die door het landschap zwenken. Voor ons waggelt af en toe rap een eend het hoge gras in. De rit is buitengewoon ontspannen, ook dankzij de voorgeprogrammeerde gids op het stuur. Het duurt niet lang voor we bij het Archeon van Albaniana (Alphen aan de Rijn) arriveren. In dit ludieke attractiepark parkeren we de motoren bij het Romeinse gedeelte. Hier kunnen we direct de sfeer proeven hoe men destijds woonde, als bezoeker word je direct terug in de tijd gekatapulteerd. Opvallend is de authentieke bouwstructuur met rechte hoeken en hoge ruimtes. Er zijn diverse replica’s van historische gebouwen te bewonderen, waaronder een badhuis, houten fort, zomerse binnenplaats en de gladiatorenarena, waarbij de wijnranken het Romeinse karakter nog eens extra dik aanzetten. Een mooi historisch decor, dat met de motoren op de achtergrond een nogal surrealistische beeld oplevert.

In 28 na Christus brak een opstand uit onder de Frisii, een Fries Germaans volk dat leefde ten noorden van onze Rijn, nadat de Romeinen hadden beslist dat hun kinderen als slaaf verkocht moesten worden als compensatie voor achterstallige belastingen. De opstandelingen hingen de belastinginners op en vermoorden nog eens 900 Romeinen. In 47 na Chr. komen de Frissi wederom in opstand en claimen zuidelijker gelegen landbouwgrond. De Romeinen slaan hard terug en onderwerpen de Frisii aan hun wetgeving. Toch besluiten de Romeinen rond deze tijd ook dat hun grens in Nederland en Duitsland ten zuiden van de Rijn zal komen te liggen. De Romeinse rijksgrens liep daarmee van Lugdunum (bij Katwijk aan Zee), langs Albaniana (Alphen aan de Rijn), Laurium (Woerden), Traiectum (Utrecht) en Carvo (Kesteren) tot Arnhem. Toch was Germania Inferior slechts een noordelijke uithoek van een immens rijk. Tegenwoordig wordt de toenmalige grens ook gezien als een goedbewaakte militaire transportroute voor de invasie van Brittannia (Engeland). In 69-70 na Christus vonden de Bataven, Frisii en Cananefaten dat het welletjes was geweest onder Romeins gezag. Diverse forten aan de grens werden met de grond gelijk gemaakt. Oppidum Batavorum met z’n vijfduizend inwoners (vlakbij Nijmegen, wat toen overigens nog niet bestond) en Atuatuca Tungrorum (Tongeren in België) werden zelfs compleet in de as gelegd. De Romeinen slaan echter keihard en succesvol terug met niet minder dan zes legioenen. Deze revolte gaat de geschiedenis in als de Bataafse opstand. Die opstand betekent het begin van Nijmegen, Noviomagus wordt namelijk anderhalve kilometer verder van het verwoeste Oppidum Batavorum opgebouwd. De stad maakt al snel een bloeiperiode door en het blijft lange tijd rustig achter de Nederlandse limes.

Halverwege de middag stijgen we af bij Museumpark Orientalis in Nijmegen. Hier is een complete Romeinse stadsstraat nagebouwd. Ambachten komen er letterlijk tot leven en er wordt zelfs vlees geroosterd voor een authentieke herberg. De woningen geven een reële impressie van hoe de gegoede en minder gefortuneerde Romeinse burgers destijds leefden. Opvallend is de centrale ruimte in de betere huizen en de aankleding in de verschillende vertrekken. We bestuderen een maquette van de stad Jeruzalem uit de tijd dat diens Tempel er nog stond. Gladiatorenhelmen met kleurige veren pronken in de vitrine en we krijgen een escorte van een soldaat, die vervolgens bereidwillig bij de motoren poseert. In de herberg wordt authentiek brood gebakken, wat we met een stevige kom soep smakelijk verorberen. Jaarlijks worden hier historische reconstructies door militairen vanuit heel Europa opgevoerd, tot groot vermaak van de toeschouwers. Wie dan plotseling z’n ogen opent, waant zich op de filmset van Spartacus. Bijzonder is dat in dit grondgebied destijds een heus aquaduct was afgegraven. De Romeinen stonden bekend als ware meesters van irrigatiesystemen en de aanwijsbare resten daarvan, zullen we later nog met eigen ogen aan schouwen. In hoogtijdagen leefden er in Nederland beneden de Rijn zo’n honderdduizend mensen onder Romeins bestuur. Hierbij werden achttien forten bemand door ongeveer tienduizend militairen. Het leger was daarbij bijna volledig zelfvoorzienend. Rond de forten ontstonden dorpen die voedsel en kleding produceerden voor de militairen. Twee van deze steden, Nijmegen en Forum Hadriani (Voorburg), kregen stadsrechten toegewezen en gelden daarom als de enige Romeinse steden in Nederland. Andere dorpen zoals Maastricht, Utrecht en Venlo groeiden wel uit tot belangrijke plaatsen, maar zonder stadsrechten. De verbouwing van graan was van groot belang voor het algehele levensonderhoud. Er werd handel gedreven met de lokale bevolking en forse Romeinse boerderijen deden hun intrede in het landschap. De inheemse bevolking kreeg met de nieuwe wetten van de machthebbers te maken. Ook fiscaal werd men voor de leeuwen geworpen, want de bevolking moest dik betalen. Het gebruik van de (onteigende) grond bijvoorbeeld, werd belast. Ossenhuiden en vlees leveren was een vorm van accijns betalen. Of een deel van de oogst afstaan. Er werden zelfs belastingen geheven op bepaalde beroepen of winstmarges. Het leveren van soldaten door stammen was vanzelfsprekend, maar er werd sowieso al flink voor het leger gerekruteerd. Niet-Romeinen die in het legioen dienden werden Auxilia genoemd. In het rijk of aan de grenzen ervan was er altijd wel een opstand neer te slaan of een oorlog uit te vechten, voor een soldaat was er dus altijd werk. Wie tekende, deed dat voor zijn hele leven, meer precies 25 jaar. Je diende dan in een legioen (6400 man, met ongeveer 4800 soldaten) dat was onderverdeeld in tien Cohortes (480 man), die weer bestonden uit elk zes Centuria (tachtig man). In Nijmegen was het befaamde tiende legioen gestationeerd. Dit legioen was door Caesar gebruikt om Gallië te veroveren en liet z’n sporen tot in de vijfde eeuw na. Verhoudingsgewijs verdiende een soldaat beter dan het gemiddelde burgerbestaan. Zeker wanneer je carrière maakte.

Aan het eind van de middag bezoeken we museum Valkenhof in Nijmegen. Dit museum is gebouwd waar ooit een Romeinse legerbasis stond en herbergt de grootste collectie Romeinse voorwerpen van Nederlandse bodem. Voor archeologen is Nijmegen en diens omgeving een regelrecht walhalla. In het museum staan duizenden prachtige artefacten uitgestald, waaronder  maskers, wapens, munten, glaswerk, sierraden, kruiken, schoeisel en helmen. De hoogstaande cultuur van weleer komt, haast tastbaar, onder onze ogen tot leven. Het vakmanschap en de zorgvuldigheid waarmee sommige voorwerpen zijn gemaakt, is verbazingwekkend. Verlichte beeldjes achter glas, ooit met de grootst mogelijke liefde gemaakt, staren ons aan na bijna twintig eeuwen. De grote verscheidenheid aan voorwerpen vertelt hoe divers en ontwikkeld de Romeinse samenleving toen was. Cultuur van de bovenste plank. De oervolken van Europa renden nog met een knuppel achter het avondmaal aan, toen de ontwikkelde Romeinen plotseling voor hun hut stonden. Aan het einde van de middag arriveren we bij het aquaduct in Berg en Dal. De totale lengte ervan strekt zich verder uit over de Heilig Landstichting naar Nijmegen en heeft een lengte van zo’n vijf kilometer. Waarschijnlijkheid hebben de Romeinen zo’n 200.000 kubieke meter aarde verplaatst om het legerkamp van stromend bronwater te voorzien. In de derde eeuw begint het West-Romeinse rijk flinke scheuren te vertonen. Door de onderlinge machtsstrijd in Rome waren de grenzen verzwakt. Barbaarse stammen plunderden in het noorden steeds vaker de rijkdommen van hun Romeinse buren. Stamleden hadden tijdens hun diensttijd in de legioenen veel kennis vergaard over wapens en militaire tactieken, de kenniskloof tussen de Romeinse overheersers en oorspronkelijke bevolking werd alsmaar kleiner. Ondanks de plunderingen ondernemen de Romeinen in de vierde eeuw toch nog wat laatste pogingen om de rijksgrenzen te versterken. Tevergeefs. Rome heeft z’n militaire potentieel dicht bij huis hard nodig tegen oprukkende barbaren. De schrik van iedere Romein is dat hun glorieuze hoofdstad ten prooi valt aan de ongeletterde plunderaars. Uiteindelijk verlaten de Romeinen wegen het verschuiven van prioriteiten de noordgrenzen verlaten, zodat de Franken en andere stammen vrij spel krijgen in dit gebied.

De volgende ochtend wordt de gashendel van beide strijdrossen flink open getrokken. Door het voormalige Germania Inferior rijden we richting Coriovallum (Heerlen). Donkere wolken pakken zich verder naar het zuiden samen en we houden het amper droog. De eindbestemming van vandaag is een heus Romeins badhuis. Weliswaar alleen de fundamenten ervan, die in 1940 ontdekt werden tijdens het omploegen van nieuwe landbouwgrond. De Romeinen waren verzot op badhuizen. Hygiëne en een schoon lichaam waren belangrijk. In het badhuis kon men lekker ontspannen na een dag van zware exercitie, hard onderhandelen, jachtpartijen of intens slaven drijven. Door het overdekte thermenmuseum loopt een brug vanwaar we de opgravingen kunnen bezichtigen. Met een druk op de knop worden specifieke delen met een lichtcirkel gemarkeerd. Vervolgens zien we op een monitor middels een fraai animatiefilmpje hoe het gebouw er op die plek heeft uitgezien en waar het toe diende. De monitor onthult dat via een ingenieus systeem de ruimtes en baden werden verwarmd of verhit. Aan het einde van de loopbrug arriveren we in de tentoonstelling van de massale hoeveelheid artefacten die hier zijn opgegraven. Wederom is de verbazing groot over het aanbod en diversiteit. De vondsten zijn kleine tijdscapsules die met zorg en gevoel voor presentatie worden tentoongesteld. Voor geschiedenis- en cultuurliefhebbers een lust voor het oog. Middels schilderingen en maquettes wordt ook over het leven op het Romeinse platteland verteld. Over hoe men toen leefde en hoe er ook ruimte was voor geciviliseerd plezier. Helaas is het tijd voor deze verkenners om terug te trekken, want we hebben nog een paar honderd kilometer te gaan met gespaakte hoeven. En óók wij snakken naar de rust van een dampend bad met een koel glas gerijpt druivensap!

INFO GERMANIA INFERIOR
Ligging: ten zuiden van de Nederlandse Rijn, gedeeltelijk ten westen van de Duitse Rijn en een oostelijk deel van België
Buurprovincies: Gallia Belgica, Germania Magna, Germania Superior
Hoofdstad: Colonia Claudia Ara Agrippinensium (Keulen)
Inwonertal: 350.000 (rond 100 na Christus)
Hoogste punt: nu bekend als ‘Hohe Acht’, 747 meter
Taal: Latijn
Schrijftaal: Latijn
Munteenheid: Aes of As
Tijdsverschil: geen

Klimaat: zeeklimaat tot gematigd zeeklimaat dat gekenmerkt wordt door zowel bescheiden zomers als winters
Landschap: zeekleilandschap, veenmoerassen, wouden, bosrijk laaggebergte
Bijzondere fauna: wolf, bruine beer, wild zwijn, eland, Euraziatische lynx, oeros
Wetenswaardigheden: de Romeinen waren alleen vrij op feestdagen. Sneu, ware het niet dat ze er daar een kleine honderd van hadden. Uiteindelijk heerste Rome 422 jaar lang over Nederland ten zuiden van de Rijn. Nog een paar verrassende feitjes: ze maakten tandpasta van kalk en urine, een arbeider had zes dagen nodig om één vierkante meter mozaïek te maken, gevulde muis was een delicatesse, het was Romeinse vaders toegestaan zijn kinderen te verkopen bij geldnood en de Romeinen zagen de Grieken als voorbeeld in kunst, literatuur en wetenschap.

Motoplus als app?

Om deze webapp op je telefoon te installeren, klik dan op het icoontje onderaan en klik daarna op Zet in beginscherm.

Om deze webapp op je telefoon te installeren, klik dan op de drie bolletjes rechtsbovenin

en klik daarna op Toevoegen aan startscherm.