+ Plus

Reizen: Dwars door Afrika

Twee mannen, twee motoren en een half jaar intensieve voorbereiding. Zo’n 25.000 kilometer door negentien landen, van Europa via het oosten van Afrika naar Kaapstad. Nomaden van de moderne tijd begeven zich op oeroude paden, met de woestijnwind in de rug en zo ver als de banden ons dragen. No sleep ’till Cape Town. Begin oktober vertrekken we. De weg door Oost-Europa is prachtig en de dagen vliegen voorbij. Amper heb ik ‘s ochtends de helm op mijn hoofd gezet, of ik moet ’s avonds weer de dode vliegen van het vizier krabben. Voor we het beseffen, zijn we al in Istanbul aangekomen. Te gek, deze stad. Een levendige metropool, bijna 3000 jaar oud, met een uiterst turbulente geschiedenis. We brengen er enkele dagen door. De motoren krijgen een onderhoudsbeurt en mijn vriendin Nadine vliegt over om ons tot aan de Syrische grens te begeleiden. Daar begint voor ons het echte werk en nemen we voor onbepaalde tijd afscheid van alles wat ons bekend, vertrouwd en dierbaar is. We storten ons in een onbekende wereld, waarvan we de aantrekkingskracht nu al voelen. Maar voor het zover is voert de tocht ons eerst nog langs zoutmeren en door de onherbergzame landschappen van Kapadocië. Ik besef dat ik jarenlang een totaal verkeerd beeld van Turkije heb gehad. De mensen hier zijn vriendelijk en enorm gastvrij. Thailand wordt wel eens ‘land van de lach’ genoemd, maar Turkije komt dezelfde eer toe! KM 6894 – Jordanië Jordanië heeft zich aangediend en we zitten op ongeveer 1600 meter hoogte. Het loopt tegen drieën in de middag wanneer we van Dode Zee afbuigen in de richting van de bergen. Dit is het diepste punt van de wereld: 400 meter onder de zeespiegel. De lucht is extreem droog en het is hier werkelijk bloedheet. De boordcomputer van mijn oververhitte BMW geeft meer dan 30 graden aan. We werpen nog een laatste blik op de Dode Zee, aan de overzijde ligt Israël. Die naam spreekt niemand hier uit, ze zeggen ‘bezet Palestina’. Vanaf het moment dat we het dorp Tafilia binnenrijden, maakt zich een onbestemd gevoel meester van ons, zonder dat we dat van elkaar weten. Het dorp, rommelig en smerig. Duister kijkende bewoners, kinderen die krijsend op ons aflopen, agressief bijna. Enkele kinderen bukken zich en doen alsof ze met stenen gooien. Twee gooien er echt. Waarom? De mensen hier zijn totaal anders dan de Jordaanse wereldburgers in de steden. Maar hierboven in de bergen zijn de mensen armer. Veel Bedoeïen levend in tenten in de onvruchtbare woestijn, geen aangenaam bestaan. We willen slapen en omdat we in het dorp blijkbaar niet welkom zijn, zoeken we een alternatief. Gisteren hebben ze ons nog gewaarschuwd dat de omgeving hier ’s nachts zeer gevaarlijk is. We komen op een grindweg en zijn blij dat niemand ons heeft gezien. We willen geen gezelschap, niet uit deze stad. Als de kinderen zich al zo gedragen, hoe moeten de volwassenen dan wel niet zijn. Ergens moet het wantrouwen vandaan komen, toch? We zetten de motoren uit, doven de lichten en duwen de machines tussen het geboomte. In ijltempo zetten we de tenten op. Dan nadert er een auto, we gooien abrupt Gideons groene dekzeilen over de motoren. Kort daarna zijn we gevangen in de lichtbundel van een schijnwerper. Slechts een fractie van een seconde, maar het lijkt wel een eeuwigheid. Het is een pick-up. Op het dak en de laadvloer staan mannen. Plots stopt de auto, we houden de adem in. Langzaam vervolgt hij gelukkig weer zijn weg, opgelucht halen we adem, we blijven onontdekt. De volgende ochtend breken we snel het kamp op. Weg van hier, richting de antieke woestijnstad Petra, een van de zeven wereldwonderen. We hebben niet veel tijd, ‘s avonds moeten we het land verlaten hebben, want dan verloopt ons visum. We nemen vanuit Aquaba (Jordanië) de veerboot over de Rode Zee naar Nuveiba in Egypte. Verhalen doen de ronde dat Egypte binnenkomen een nachtmerrie is, de bureaucratie zou verschrikkelijk zijn. Het tegendeel blijkt het geval. De douane stelt ons bereidwillig een beambte van de toeristenpolitie ter beschikking om ons bij alle plichtplegingen af te wikkelen. En dat is maar goed ook, want we moeten liefst acht posten af. Met een nieuwe verzekering, Egyptische nummerborden, een voertuigbrief op naam en circa 200 Amerikaanse dollars lichter kunnen we de haven uiteindelijk verlaten. De Sinai ligt voor ons. KM 8041 – Caïro, EgypteEn nog altijd ‘staan‘ ze daar: de piramides van Gizeh met hun majestueuze schoonheid. Misschien wel iets te mooi, een onafgebroken rij stinkende touringcars voert massa’s toeristen aan. Waar je je ook ophoudt, je kunt er zeker van zijn dat je met één klik van je camera minimaal tien mensen in beeld vangt. De plek is desondanks magisch! Met veel fantasie reis je terug naar die fantastische tijd, zo’n 8000 jaar geleden. Caïro: 17 miljoen inwoners, lawaaierig, smerig en bovenal hectisch. Desondanks is het er best vredig. Je hebt eigenlijk weken nodig om een reëel beeld van Caïro te vormen, er rest namelijk altijd nog wat te ontdekken. En er hangt enorm veel energie in de stad, indrukwekkend maat niettemin zetten wij onze tocht richting zuiden voort. We geven flink gas en genieten van de knetterende motoren. Vanaf de stadsgrens voert de weg naar het zuiden, door zeer arme buurten. Ik overdrijf niet door ze als slums te betitelen. Mensen leven hier te midden van afval. Het voelt beklemmend, hier rijden met je dure motoren en uitrusting. Af en toe stoppen we en drinken cola. Meteen drommen mensen om ons heen, vooral kinderen. Verderop neemt het aantal controleposten dramatisch toe. Aanvankelijk laten ze ons doorrijden, maar hoe verder zuidelijk we komen, hoe moeilijker de geüniformeerde agenten worden. Uiteindelijk voegen ze ons in een groot konvooi bestaande uit tientallen touringcars, zware vrachtwagens en campers. Geëscorteerd door politieauto’s raast dit konvooi met buitensporig hoge snelheid over druk belopen straten, door levendige dorpen, in zuidelijke richting. Het tempo wordt door de vooruitsnellende politieauto aangegeven. Als je even gas terugneemt, krijg je een duwtje van een touringcar achter je. De uren in dit konvooi zijn de gevaarlijkste van de hele route. We bereiken Assuan, waar we enkele dagen nodig hebben om de uitreisformaliteiten en het transport over het Nasser stuwmeer naar Soedan te regelen. Deze watervlakte is de enige overgebleven open grens tussen beide staten en tegelijkertijd de laatste serieuze horde op onze reis. De motorfietsen worden op een binnenvaartschip gezet, dat drie dagen vóór de passagiersboot Assuan verlaat, om tegelijkertijd in Wadi Halfa, Soedan, aan te komen.KM 9124 – Wadi Halfa, Soedan Soedan is het grootste van alle Afrikaanse landen, en tegelijkertijd ook een van de meest dunbevolkte. De uitgestrektheid van deze woestijnstaat is indrukwekkend. De weg voert ons door mul zand, over steenslag en rotsen. Eindelijk zeer zwaar terrein, dat is genieten. Toevalligerwijs kruisen Anselm en Johanna uit Allgäu ons pad. Ook zij zijn onderweg naar Kaapstad, met de vrachtwagen in dit geval. We mogen onze aluminium boxen in hun kofferbak zetten, en doordat de motoren nu stukken lichter zijn, wordt het rijden veel aangenamer. We zijn allemaal zeer onder indruk van de vriendelijkheid van de bevolking. En van de nachtelijke hemel met zijn haast grijpbaar sterrenzee en oneindige horizon. We nemen een bad in de Nijl, worstelen ons door het beruchte poederzand en slapen in de eenzaamheid van de Nubische woestijn. Via Khartoum rijden we verder naar onze volgende halteplaats. In de wieg van de mensheid. KM 10.879 – Ethiopië Ethiopiërs lachen allervriendelijkst, zwaaien, rennen met ons mee. Eerst vooral kinderen, maar later ook mannen en vrouwen. De streng islamitische landen liggen achter ons en je merkt meteen dat hier alles anders is. De mensen leven zeer primitief, maar stralen levensgeluk uit. Veel steden bestaan uit traditionele hutten, die een beetje aan de tipi’s van indianen doen denken. De vrouwen zijn elegant en kleurig gekleed en de kinderen zijn dan vaak wel smerig, maar dragen tegelijk ook prachtige gewaden. Ze hebben ons gewaarschuwd voor Ethiopië. Vooral in het grensplaatsje zouden we op onze tellen moeten passen. Het zou er vergeven zijn van de zakkenrollers en stenen gooiende kinderen. Een Soedanese vrouw in Karthoum wilde ons zelfs wijsmaken dat ze in Gondar apen geleerd hebben om stenen naar toeristen te gooien. Tot nu toe hebben we van dat alles niet gemerkt. We hebben louter stralende gezichten gezien. Als we stapvoets door de stadjes rijden, klappen de mensen zelfs voor ons. En het landschap! Dit is Afrika! Gideon en ik rijden jubelend over de hobbelige wegen, het is hier prachtig. Bijzonder heuvelachtig, veel groen, maar ook stoffige, deels met rood zand bedekte wegen. Het rijden is zeer vermoeiend en bovendien is de weg een ware aanslag voor ons materiaal. Reusachtige kuilen, machtige stenen, spontaan van richting veranderende geiten, koeien en mensen. Vrachtwagens die ons met hoge snelheid tegemoet razen en kilo’s stof opwerpen, maken het allemaal nog een graadje erger. Vanaf Gondar gaat het verder over bergpassen. We rijden op 3200 meter hoogte in het Simien gebergte verder naar Axum in het noorden. Nog slechts ‘minuten’ tot de evenaar… KM 13.235 – Moyale, Ethiopië De mensen zijn hier voortdurend in beweging. Bijna niemand heeft een auto, slechts weinigen een brommer of een fiets. Het gros van de mensen is met de benenwagen onderweg. Kleine kinderen van amper vijf jaar drijven gemengde kuddes van koeien, geiten en ezels voor zich uit. Vrouwen hebben het aan de stok met koppige ezels, die telkens weer de weg willen oversteken. Mensenmassa’s, beladen met alles wat maar denkbaar is, bewegen zich links en rechts van ons. Volgepakte vrachtwagens en bussen rijden plankgas over de smalle wegen en wie niet bijtijds opzij springt, heeft pech gehad. Enkele keren moeten wij vol in de remmen als geiten of kleine kinderen spontaan de weg oversteken. Onvoorspelbaar, maar je leert gaandeweg de tijd wel goed anticiperen op alle andere verkeersdeelnemers. En daaronder vallen ook koeien, kamelen, ossen, geiten, schapen etc. die er allemaal hun ‘eigen’ verkeersregels op na houden. Goed voor het avontuurlijke karakter zullen we maar zeggen.Verder richting Kenia. Een gevaarlijk traject van zo’n vijfhonderd kilometer door een gebied waarin nauwelijks mensen wonen en waar veel bendes actief zijn. Het traject loopt van Moyale aan de Ethiopische grens naar Archer’s Post in Kenia en wordt de Trans East African Highway genoemd. Al is highway een groot woord voor de golfplaten steenslagweg met kraterdiepe gaten. En nu het is maar te hopen dat de in Soedan gerepareerde achterband het houdt anders hebben we een serieus probleem. Kamperen in dit gebied is namelijk levensgevaarlijk. KM 19.308 – Nairobi, Kenia Op weg naar Archer’s Post doen we ook Nairobi, liggend op een hoogte van ongeveer 1800 meter, nog aan. ‘s Nachts daalt de temperatuur hier tot onder de 12 graden, maar overdag stijgt het kwik tot boven de 35. Kerstmis nadert, maar de kerststemming wil maar niet komen. We arriveren bij Chris Handschuh. Chris is ‘BMW Meister’ en drijft naast zijn werkplaats nog een herberg. Die herberg is naar Europese maatstaven ingericht en dat is een welkome afwisseling na bijna drie maanden smerige toiletten en luizen in je bed. Onze motorfietsen worden van top tot teen nagekeken: nieuwe bandjes erop, verse olie, poetsbeurtje. Ze verkeren na een dag hard werken weer in topconditie. Geen overdaad, want het traject over Marsabit naar Isiolo is inderdaad superzwaar. Het begint redelijk onschuldig met enorme kuilen in het wegdek, gegolfd plaatijzer en de door het water in de regentijd omgewoelde flanken. Daarna wordt het echt serieus. Diepere kuilen in nóg diepere sporen, en messcherpe keien die uit het wegdek steken. Kom je niet bijtijds uit zo’n spoor, knal je er bovenop. En langzaam rijden gaat niet, omdat je anders niet overeind blijft. Na deze sectie wachten ons een soort van golfplaten, dwars op de rijrichting. Door de grote onderlinge afstand van elke golf, word je door elkaar gehusseld tot je er zeeziek van wordt. Uren achter elkaar. Na acht uur rijden, waarvan zes met uiterste concentratie, komen we uitgeput in Marsabit aan. 270 kilometer hebben we achter de wielen. Zonder ongelukken, zonder overvallen, met alleen maar pijnlijke botten. KM 14.524 – Sipi Falls, Oeganda Winston Churchill wist het decennia geleden al, Oegande is de parel van Afrika. Onze route vandaag voert ons over Mount Elgon, een slapende vulkaan aan de grens met Kenia. Onze volgende uitdaging. We rijden over smalle wegen, rotsen en steile passen de berg op. Na een aantal kilometer komen we bij een splitsing en gaan rechts naar een klein dorp. We klampen daar enkele mensen aan en vragen of ze een plaats weten waar we veilig onze tenten kunnen opzetten. De mensen halen het dorpshoofd erbij, want alleen hij kan hierover beslissen, vinden ze als gezagsgetrouwe onderdanen. Het dorpshoofd, de burgemeester, blijkt een vriendelijke man en biedt aan om de kerk voor ons open te stellen. Een aardige geste, maar we slapen toch liever in onze tenten omdat we dan zo dicht mogelijk bij de motoren zijn. Dan mogen we ze wel vóór de ingang van de kerk opzetten. We willen iets terugdoen. Een geit kopen, deze slachten, laten slachten liever gezegd, en het hele dorp uitnodigen om samen met ons te eten. We bespreken het plan met Julius, het dorpshoofd, die het een prima idee vindt. En zo staan we in ene oog in oog met een mekkerend beest, waarvan wij persoonlijk het lot hebben bezegeld. ‘Misschien toch niet zo’n goed idee’, denk ik kijkend naar het brave dier met zijn zachte vacht en hondstrouwe ogen. Het leed is echter al geschied, niet veel later zitten we in een kring rondom het vuur. Onze borden gevuld met het kostelijk, mals vlees. Het wordt een gezellige, lange avond met interessante gesprekken. De volgende ochtend rond zeven uur breken we ons kamp op. Een tachtigkoppig publiek ziet ons slaperig en met verward kapsel uit de tenten kruipen. Ze hebben plaatsgenomen op het talud en zien vanaf de eerste rang hoe we in vijf minuten tijd de tanden poetsen, ons wassen, aankleden, inpakken en het ontbijt klaarmaken. Je waant je bijna een filmster met 160 priemende ogen op je gericht. Tijd om verder te gaan, the show must go on…KM 16.986 – Nkata Bay, Malawi In het laatste deel van de reis schijnt het noodlot bepaald te hebben dat solide verbindingen verbroken moeten worden. Nee, ik heb het niet over de vriendschap tussen Gideon en mij, maar wel over het bovenste en onderste kootje van Gideons op een na kleinste teen. Het gebeurt in Tanzania. Gideon schat de afstand tot een betonbrug verkeerd in, remt fors waardoor zijn voorwiel wegschiet en hij de controle verliest. De BMW draait 180 graden en slingert tegen één van de stalen pijlers van de brug. Gideon zit nog stevig in het zadel als het gewicht van zijn motor zich op zijn linker voet drukt. Gezien wat er had kunnen gebeuren, valt de schade achteraf nog mee. De kleine teen is echter gebroken en een gedwongen rustpauze van vier dagen volgt. Dan besluit hij weer verder te rijden. De pijn wordt minder en is met onze goed geoutilleerde reisapotheek best onder controle te houden. Bij dit ongemak blijft het echter niet. Ik krijg mijn twin bijna niet meer op de zijstandaard, omdat het achterdeel van de motor verbogen is. Op het eerste gezicht is er geen schade waarneembaar, maar wanneer ik echter het kuipwerk weghaal voor een meer kritische blik, komt het mankement echter al snel bovendrijven. De bout tussen veerpoot en frame is compleet afgebroken. De schokbreker is daardoor naar boven geschoten, waardoor de achterzijde nu diep door z’n hoeven zakt. Wat kunnen we doen? Een nieuwe bout hebben we niet en ook geen zwaar gereedschap. Wel vinden we een bout die ongeveer even groot is, maar eigenlijk niet hard genoeg, en daarmee wordt provisorisch het euvel verholpen. We bevinden ons in de woestijn. Zien giraffen langs de weg, apen, wilde zwijnen, antilopen die honderden meters voor ons uit galopperen. Het zou een prachtige dag zijn als ik niet constant met mijn gedachten zou zitten bij die tikkende tijdbom onder. De schokbreker staat onder grote spanning en kan elk moment losbreken en daarbij een gat in de tank slaan. Buiten verder rijden hebben we echter geen enkel alternatief, billen samenknijpen dan maar en doorgaan. KM 19.776 Botswana Botswana, de grootste diamantexporteur ter wereld. En momenteel ook gastheer van een ongelooflijk zwaar onweer dat ons letterlijk op de hielen zit. Met veel kunst- en vliegwerk weten we het uiteindelijk echter doeltreffend te ontwijken. In dit schitterende land maken we ook van bijzonder dichtbij kennis met de lokale fauna. Pal naast de weg, is een uitgestrekt veld, zien we in ene onze eerste olifant. We rijden verder, zien zebra’s, buffels, apen en massa’s geiten en koeien, grazend langs de weg. Zonder daarbij op de verkeersregels te letten, want ze steken pardoes de weg over en hebben ook geen notie op welke weghelft ze zich dienen te begeven. Bij de grens met Namibië slaat het noodlot toe: de BMW weigert dienst. Alle pogingen om hem weer aan de praat te krijgen mislukken jammerlijk. Op een aanhanger vervoeren we de motor naar de 350 kilometer verderop gelegen. Dat betekent voor mij het einde van de rit door de woestijn. En met een beetje pech ook geen glorieuze intocht in Kaapstad. Een doemscenario dat lijkt uit te komen, want één enkele losse schroef lijkt alle gedane inspanningen te niet te doen door onherstelbare schade in het blok te veroorzaken. Althans, zo luidt het eerste oordeel van de monteur bij de BMW garage in Windhoek. Als ik de volgende ochtend enigszins teneergeslagen de garage betreedt, blijkt het allemaal veel minder erg. Enkel de benzinepomp bleek verstopt en nu snort de motor weer als een krolse poes. Als we Windhoek verlaten, geven we met hernieuwde moed weer gas. De Fish River Canyon ligt voor ons, de kleine broer van de Grand Canyon in de Verenigde Staten. Tevens het laatste natuurfenomeen dat we tegenkomen op onze laatste kilometers naar Kaapstad. Die kilometers voelen overigens behoorlijk eenzaam. Namibië blijkt echt een reusachtig, maar zeer dunbevolkt land. Hoe vaak zijn we niet door mensenmassa’s omgeven geweest en hebben we ons precies deze eenzaamheid en rust gewenst. Heerlijk. Zonder verdere incidenten bereiken we, precies volgens het tijdschema ons doel: Kaapstad. Talloze vrienden hebben het vliegtuig gepakt om ons persoonlijk binnen te halen. Letterlijk en figuurlijk een warm onthaal. Een onthaal ook waarmee direct het besef komt, de reis van mijn leven is voorbij!________________________________________[INFO]INFOPLANNING EN ROUTEEen reis als deze plan je niet in een week of twee. Een half jaar aan intensieve voorbereiding ging eraan vooraf. Daarbij kostte het bepalen en de aanschaf van een uitgebreide en praktische uitrusting (ook nieuwe motoren) de nodige tijd, maar zeker ook het uitstippelen van de route. Wij kozen voor een route door het oostelijk deel Europa, klein stukje Midden-Oosten en vervolgens het oosten van Afrika. Deze woestijnrit voerde door twintig landen, te weten Duitsland, Oostenrijk, Hongarije, Servië, Macedonië, Griekenland, Turkije, Syrië, Jordanië, Egypte, Soedan, Ethiopië, Kenia, Oeganda,Tanzania, Malawi, Zambia, Botswana, Namibië en tenslotte Zuid-Afrika. MOTORENZoals je in MotoPlus 24 van het afgelopen jaar hebt kunnen lezen, kun je zelfs op een Enfield dwars door het Afrikaanse continent knallen. Hecht je echter waarde aan enige mate van comfort en de betrouwbaarheid van een (redelijk) nieuwe motor, dan kun je beter kiezen voor een relatief lichte allroad met een één- of tweecilinderblok. Wij maakten de reis op een BMW F800GS, maar er zijn talloze goede alternatieven als bijvoorbeeld een Honda Transalp, F650GS, of KTM LC4.RESERVEONDERDELEN EN GEREEDSCHAPTot aan Turkije valt het mee, maar daarna kom je in een gebied terecht waar veel geïmproviseerd moet worden mocht de motor het onverhoopt begeven. Specialistisch gereedschap ontbreekt en daarom hadden we een complete gereedschapsset bij ons, voor het uitvoeren van alle mogelijke reparaties. Zware motoren en zelfs relatief simpele tweecilinders zijn er bovendien zeer zeldzaam met als gevolg dat onderdelen zeer spaarzaam voorradig zijn. Slijtage reserveonderdelen en tovermiddelen als hardmetaal, siliconenkit, kabelbinders en een kleine voorraad gangbare schroeven zijn daarom belangrijk. Net als reservelampen, al was het alleen al omdat men toeristen graag beboet. Ook spanbanden zijn hun gewicht in goud waard, evenals een reserve schokbreker. De in totaal 25.000 km hebben we op tweeënhalve set banden afgelegd. Eén set gebruikte wegbanden tot in Syrië. Een set nieuwe TKC 80’s tot in Nairobi, gevolgd door een tweede set TKC 80’s die het tot Kaapstad volhielden. GPSGoed GPS-kaartenmateriaal voor Garmin navigatiesystemen is verkrijgbaar via www.tracks4africa.com. Deze kaarten zijn vrij nauwkeurig. Als je een satelliettelefoon mee wilt nemen, is het IRIDIUM net met een goede dekking echt geschikt. Wij kochten een pakket van 200 belminuten dat zes maanden geldig was en ongeveer 500 euro kostte. Alle elektronica (GPS, GSM, satelliet telefoon, camera) moet je tot in Ethiopië onopvallend verstoppen. Sommige grenswachten reageren namelijk nogal wantrouwend op een goede technische uitrusting. Draadloze telefoon en GPS zijn hier en daar zelfs verboden. INENTINGEN EN REISBESCHEIDENVaccinaties tegen Polio, Difterie, Tetanus, Hepatitis A en Tyfus zijn aan te bevelen. Inenten tegen gele koorts is in bijna alle landen verplicht en wordt bij enkele grensovergangen zelfs gecontroleerd. Ook is het aan te bevelen om malariatabletten mee te nemen. Een Carnet de Passages (grensdocument), verkrijgbaar bij de ADAC (Duitse zustermaatschappij van de ANWB), is ook noodzakelijk. Hoe verder zuidelijk, hoe soepeler de douane, maar in enkele landen, waaronder Egypte, ben je verplicht het document bij je te hebben. Zelfs al kies je een andere route, dan nog is het Carnet de Passage een aanrader, omdat het de reis aanzienlijk vergemakkelijkt, ook waar het niet voorgeschreven is. Let daarbij op de juiste stempels.AANVULLENDE INFORMATIEKijk voor meer informatie, nuttige adressen, contacten en tips op www.wuestenritt.de ________________________________________[STREAMERS]WE STORTEN ONS IN EEN ONBEKENDE WERELD, WAARVAN WE DE AANTREKKINGSKRACHT NU AL VOELENENKELE KINDEREN BUKKEN ZICH EN DOEN ALSOF ZE MET STENEN GOOIEN, TWEE GOOIEN ER ECHTCAÏRO: 17 MILJOEN INWONERS, LAWAAI, SMERIG EN BOVENAL HECTISCH. JE HEBT WEKEN NODIG OM EEN REËEL BEELD VAN DE STAD TE VORMENVOLGEPAKTE VRACHTWAGENS EN BUSSEN RIJDEN PLANKGAS OVER DE SMALLE WEGEN, WIE NIET BIJTIJDS OPZIJ SPRINGT, H

Motoplus als app?

Om deze webapp op je telefoon te installeren, klik dan op het icoontje onderaan en klik daarna op Zet in beginscherm.

Om deze webapp op je telefoon te installeren, klik dan op de drie bolletjes rechtsbovenin

en klik daarna op Toevoegen aan startscherm.