+ Plus

Voorjaar in Marokko

Marokko in maart, Marokko in de regen en Marokko zonder all-road. Er kwam een hele hoop op ons af tijdens onze zesdaagse ‘Tour de Maroc’, maar één ding staat aan het eind van de rit als een paal boven water: het Noord-Afrikaanse land biedt een visuele overdosis dat z’n gelijke niet kent. In Fuengirola, net onder de rook van Malaga, zit Biken-in-Spanien. We vliegen dus met een budget-vlucht naar Zuid-Spanje en pikken daar twee MZ’s (!) op. Nee, niet van die ouderwetse simpele tweetaktjes, maar heuse 1000 cc tweecilinders: een 1000S en een 1000SF. De allerlaatste MZ, trouwens, aangezien het er naar uitziet dat de fabriek nu het loodje heeft gelegd, nu de Aziatische investeerders zich terug hebben getrokken.Normaliter staan deze MZ’s te huur voor toertochten door het prachtige berglandschap van Andalusië, maar wij hebben een andere bestemming op het oog: Marokko. Met de speedferry vanuit het Zuid-Spaanse Tarifa sta je in 35 minuten op een ander continent. Een continent dat cultuurhistorisch niet te vergelijken is met de starre Europese mentaliteit en daardoor uitnodigt voor een avontuurlijke trip.Voordat we zover zijn worden we op het stukje A7 tussen Malaga en Algeceiras getrakteerd op de zwaarste regen- en onweersbui die ik gedurende 26 jaar motorrijden over me heen heb gekregen. Kleding doorweekt, alle bagage nat en zelfs de fotocamera’s vochtig. Tegen zoveel natuurgeweld is geen kruid gewassen. De Spaanse politie en brandweer heeft zijn handen vol aan het afzetten van wegen en lage delen van de weg, waar gemiddeld zo’n halve meter water staat. Oef, geen pretje om een motorvakantie zo te moeten beginnen, maar we komen evenwel toch heelhuids in Tarifa aan, waar we eenvoudig de kaartjes voor de overtocht pinnen aan de kassa bij de speedferry. Met zo’n 70 km-uur raast deze niet veel later door de Straat van Gibraltar en langs de Zuilen van Hercules richting het Afrikaanse continent.Bij het verlaten van de buik van het schip, nog misselijk van de enorme golven van windkracht 7, is in één oogopslag duidelijk dat we hier met een compleet andere wereld te maken hebben. Getoeter, geschreeuw, heftige gebaren. De Noord-Afrikaan is verliefd op chaos zo lijkt het. Tussen hoog opgeladen Mercedes bussen, schijnbaar allemaal van het model 208D (het oude model, wel te verstaan), banen we ons een weg de haven uit, begeleid door dreigende blikken, strenge gebaren en schelle fluitinstructies van tientallen douanebeambten. De man met de pet regeert!Gelukkig hebben wij hulp van Julali, een lokale inwoner die weet hoe het hier werkt en ons zijn diensten aanbiedt om snel door de douane te komen. Hij weet snel wat te regelen en binnen no-time staan wij, als een soort buitenaardse wezens op grommend metaal, keurig vooraan bij de slagboom. De geüniformeerde beambten die ons eerst autoritair geen blik waardig gunden blijken ineens onze allergrootste vrienden en in een recordtijd van vijf minuten passeren we de grens.We doorkruisen een waternat Tangers, ook hier regent het nog altijd, en prijzen ons gelukkig dat Julali ons de weg wijst. In een gloednieuwe BMW X5, dat dan weer wel. Maar hij rijdt zelf ook motor, zo heeft hij ons verteld. Hij heeft zojuist twee weken Patagonië op een F650GS achter de rug en weet waar op te letten als motorrijder. Het tempo over het spekgladde asfalt is dan ook bescheiden en keurig leidt hij ons om de diepste bruinrode waterplassen heen naar het luxe Mövenpick hotel. Daar wordt de kaart van Marokko over de balie in de lobby uitgespreid en Julali tekent in onverbiddelijke lijnen een plan de campagne voor de komende zes dagen voor ons uit: de route gaat van Tangers langs de kust via Sebta (een Spaanse enclave) door het Rifgebergte naar Tetouan. Vanaf daar gaat het via Chefchaouen binnendoor naar Fès, waarna het nog de bedoeling is om verder zuidwaarts af te dalen. Volgens kenners een trip door het mooiste stuk van Marokko: via Beni-Mellal en Marrakech dwars door het Midden- en Hoog-Atlasgebergte. Vanaf Marrakech zouden we dan weer omhoog moeten rijden naar Casablanca, Rabat en zo terug naar Tanger. Totaal zo’n tweeduizend kilometer in zes dagen tijd. We bedanken hem voor zijn hulp en zien wel hoe ver we komen. De uitgeruste MZ’s komen de volgende ochtend ronkend en grommend tot leven en het eerste deel van de route stemmen we af op de blauwe gaten tussen de wolken. Marokko wordt in het Arabisch Maghreb genoemd, wat vrij vertaald ‘plaats waar de zon ondergaat’ betekent. En na onze verkleumende eerste reisdag zijn we wel toe aan wat Afrikaanse zon. Bovendien laten de plaatselijke straatjes, paadjes, ezeltjes, medina’s, berbers, bergen en bochten zich in blauw licht heel wat charmanter aanzien en fotograferen dan met een loodgrijze lucht. Het is bovendien erg verraderlijk om hier met de motor over kletsnatte wegen te rijden, vanwege de matige toestand van het asfalt, dat niet alleen erg glad aanvoelt, maar ook vol gaten en sporen zit. En als die vol water staan heb je geen idee of zo’n gat drie of dertig centimeter diep is.Langs de bergen miezert het nog wat richting Sebta, overal liggen nog flinke plassen water, evenals bizar diepe kuilen in het wegdek, die blijkbaar niemand dicht wil gooien. Het tempo ligt daarom laag, de concentratie hoog. De route is echter fabelachtig mooi en dus is het alsnog optimaal genieten in het zadel. Na elke bocht verschijnen aan onze rechterhand authentieke dorpjes met witte huisjes, precies als op de plaatjes uit de kinderbijbel zo herinner ik me. Links woelt de Middellandse Zee, die een constante stroom aan gematigde wind met zich meevoert.Sebta is de eerste echte tussenstop van onze motorreis. Een stop die in het teken van mierzoete thee met veel mintbladeren. Het overheersend verkeersbeeld hier: één op de drie voertuigen is een zwaar stinkende stokoude Mercedes diesel, die zwarte rook als een chronisch verstokte roker uitbraakt.Van hieruit is het zo’n 80 kilometer asfalt naar Tetouan. Af en toe passeren we ezeltjes met daarop een halve meter takkenbos en daarop een tandenloze, lachende berber. Zo’n honderd tot tweehonderd meter daarachter loopt zijn zwaar krom gebogen, eveneens tandenloze, (groot)moeder met een takkenbos van minstens een meter hoog op de rug gebonden. Zij lacht niet.Tetouan, waar het nog steeds regent overigens, is een stad die valt in de categorie hectisch, chaotisch en druk. Dat vertaalt zich ondermeer in nòg meer rokende en toeterende Mercedessen. En bovendien lijkt de helft van de inwoners taxichauffeur. En de andere helft is gewoon onderweg, naar iets, naar iemand, naar niemand, wie zal het zeggen? We proberen slalommend zo dicht mogelijk bij het oude ommuurde centrum te komen, de Medina. Hoewel de verkeersborden tweetalig is (Arabisch en Frans), is het toch lastig zoeken. Hotel de Ville, het stadhuis, staat keurig aangegeven, maar een normaal hotel met kamers blijkt evenwel wat moeilijker te vinden. Gelukkig krijgen we hulp. Een welwillende passant op een XT weet een hotel met garage voor onze MZ’s. Dat blijkt een nogal vervallen ogend complex te zijn, dat in vroegere tijden ongetwijfeld een filmisch decor bood, maar inmiddels op instorten staat. Maar ‘Hotel Malaga’ met oude binnenplaats is het onderkomen voor ons en de MZ’s vannacht. Met name die binnenplaats met zijn gammele hek is niet direct de plek die we bij de term garage voor ogen hadden, dus toch voor de zekerheid maar het schijfremslot erop en een extra kettingslot waarmee we de twee machines aan elkaar vastleggen!Onze XT begeleider heeft zich inmiddels voorgesteld als Abdullah. Zijn welwillendheid heeft meer weg van een subtiele handelsgeest dan van een onbaatzuchtige handreiking, maar ach, we doen het er maar mee. We zijn doodop, nat tot op de laatste vezel en helemaal verwaaid. Maar helaas, het leidingennet van Hotel Malaga heeft meer van een schilderij van Escher dan van vakkundig loodgieterswerk. En een warme douche zit er dus niet in. Ongewassen op naar de Medina dus, dat zich presenteert als een oude vesting met prachtig oude deuren, vergeten poorten en een traditioneel bakkertje. Abdullah leidt ons door het doolhof van poortjes, gangen en steegjes. Voor we er erg in hebben, zitten we in de prachtige oude woning van Hussein de la Montagne, de in de regio bijna beroemde tapijtenkoning van Tetouan. De man is echter geen uitbater van een grote tapijtgroothandel, maar kunstenaar. Althans, dat wordt ons vooraf op het hart gedrukt. Desondanks vinden we onszelf een uurtje later middenin de onderhandeling over een tapijt, iets dat we wel zagen aankomen, maar toch ook weer niet. Nu is zo’n geweven kunstwerkje een allesbehalve makkelijk op de motor te transporteren souvenir en dat maakt het des te makkelijker om de vakkundig gegraven toeristenvalkuil te omzeilen. We houden voet bij stuk en verlaten zonder tapijt het pand, wel twintig Dirham lichter om de doofstomme assistent van Hussein te bedanken voor het uitvouwen van de tientallen kleden. Je zou het als een smet op de verder prachtige plaats kunnen zien, maar feitelijk is ook dit gewoon een stuk lokale cultuur. En daarvoor zijn we tenslotte hier!Gezien de staat van Hotel Malaga, hadden we ons al voorbereid op wat waarschijnlijk wel eens een memorabele nacht zou kunnen worden. Dat die werd gekenmerkt door nachtelijke buikloop, braken, ijlkoortsen en andere acute symptomen van voedselvergiftiging, hadden we evenwel niet voorzien. Compleet geradbraakt blijkt de volgende morgen ook nog eens dat er nog steeds een dik wolkendek boven de stad hangt, wegwezen dus. Met trillende benen en een lege maag gaat het richting Chefchaouen, zo’n zestig kilometer naar het zuiden, achter wat bergkammen. Het weer schijnt daar beter te zijn en na een kilometer of dertig tragikomisch hobbelen over tergend slecht wegdek, met regelmatige sanitaire stops, ontmoeten we daadwerkelijk de heerlijke Afrikaanse zon. En die is meteen zo krachtig dat hij voelbaar door de zware motorpakken heen brandt. Wat een welkome afwisseling, zelfs de lichamelijke gesteldheid knapt ervan op!We komen Chefchaouen vanaf het noorden binnen en al vrij snel vinden we bovenaan de berghelling waartegen het stadje is gebouwd een fantastisch hotel. Zittend op het sneeuwwitte terras genieten we van een het prachtige uitzicht over de stad, zijn muren, de daarbuiten gelegen begraafplaats en het alles omringende gebergte. Een fijne plek, op stapels kussens en met verse thee in de zon perfect zelfs om weer wat op krachten te komen. Doen we dus ook maar.Lang leve de nachtrust. Hier geen gedonder van dieselverkeer en redelijk fit dalen we de volgende ochtend de steile berg af naar de Medina van Chefchaouen, waar het behoorlijk druk is. Het is Santa Semana (Pasen) voor de Spanjaarden en Chefchaouen is blijkbaar behoorlijk populair bij Zuid-Europeanen. Niet in de laatste plaats om er Kif te blowen, zo ontdekken we trouwens al vrij snel. Kif is een mengsel van marihuana en tabak en wordt hier in de regio op grote schaal geteeld.We zoeken een plek voor de motoren en direct meldt er zich een breedgeschouderde baardmans wanneer we een poging doen om onze fietsen weg te zetten. De man doet zich voor als hoofd-parkeerbewaking. Enigszins in twijfel over de legaliteit van onze parkeerplek bluffen we ons eruit. We leggen uit dat we met toestemming van de burgemeester en Koning Mohammed de Vijfde zijn stad bezoeken. Dat blijkt een goede zet, machtsvertoon en bluf werkt hier nog. De man biedt spontaan aan om onze motoren te bewaken. Binnen in de vesting van Chefchaouen waan je je in één van de verhalen van Sheheradze. De muren, straten en deuren zijn allemaal in dikke lagen blauwe verf gekwast, hetgeen een prachtige sprookjesachtige sfeer schept. Het is toeristisch, dat wel, maar je wordt hier tenminste nergens winkels ingetrokken. We blijven niet al te lang, want de man die zich zo belangeloos als bewaker van onze motorfietsen had aangediend vertrouwen we toch niet helemaal. Geheel onterecht blijkt later, bij terugkomst blijken onze fietsen onaangeraakt. Kosten van deze persoonlijke bewaking is een schamele fooi van 2 Dirham, zo’n twintig eurocent. Kom dara maar eens om in Amsterdam!De regen lijkt ons moedwillig te achtervolgen. Opnieuw dienen zware wolken zich aan, nu boven het lieflijke Chefchaouen. Snel door naar Fès dan maar, zo’n 200 kilometer zuidelijker. Of dat een goede keus is moet nog blijken, want de zon laat zich wat meer in het westen zien, niet het zuiden. Vooraf werd ons echter met klem verzocht om toch vooral deze stad niet links te laten liggen, zo verschrikkelijk indrukwekkend schijnt het er te zijn. Als we onderweg stoppen voor wat plaatjes in een afgelegen nederzetting, worden we belaagd door een groepje kinderen. Ze willen heel graag balpennen hebben, voor school: “Donne un Bic monsieur.” Een incident dat niet op zichzelf staat, te pas en te onpas kom je dit soort vervallen dorpjes tegen. De ontmoeting met de lokale slagerij annex grillhouse, waar de schapen als ware jachttrofeeën aan hun achterpoten buiten hangen, is er gelukkig eentje die op zichzelf staat. Fès is een enorme stad, met een inwonertal dat aan de één miljoen grenst. De oude binnenstad is gigantisch en volledig ommuurd met een zes meter hoge, zandkleurige vestingmuur, compleet met kantelen. Een prachtige plaats, met als enig grote nadeel dat ook hier de bewolking ons weer weet te vinden, goodbye Fès dus. Volgens weerdiensten zou het in het westen beter moeten zijn, en dus nemen we snel de autoroute richting Rabat. Hadden we nog drie dagen extra gehad, dan waren we zeker door gereden naar Marrakesh en de eerste zandheuvels van de Sahara. Aan de andere kant, éénmaal daar wil je natuurlijk wel een off-road onder je kont en geen sportief beestje als onze MZ’s. We rijden in één ruk door tot aan de oceaan en aangekomen in Rabat zien we hoe de golven woest op de kust in beuken. Je verwacht in een wereldstad als deze, met meer dan anderhalf miljoen inwoners, lange toeristische boulevards met een keur aan hotels, restaurants en clubs. Deze zijn er echter amper te vinden. Wel telt Rabat een aantal bezienswaardigheden die zeker de moeite waard zijn, ondermeer de beroemde Chellah, necropolis van de Mariniden. Deze dodenstad staat op de plek waar in de Romeinse oudheid de stad Sala lag. In de veertiende eeuw stichtten de Mariniden er evenwel een groot kerkhof. Deze werd echter in 1755 verwoest door een aardbeving en is nu het begroeid met een weelderige vegetatie van palmen, hibiscus, banaan- en vijgenbomen. De Abou Youssef moskee uit de 13e eeuw staat er nog en verder zijn er de ruïnes waar volgens de legende Mohammed heeft gebeden.De voorlaatste dag brengt ons over de kustweg via Mohammedia, een moderne havenstad, naar Casablanca. Ook hier langs de kust niet de toeristische boulevards die je zou verwachten, bovendien blijkt Casablanca zo’n beetje de meest chaotische stad ter wereld. We rijden er langs de kust, maar dat is niet direct een route die aan te bevelen is. Of juist wel. Het traject voert namelijk langs een gigantische olieraffinaderij, gevolgd door overslagterreinen, krottenwijken en oude fabrieken, alvorens je een beetje in de buurt van het centrum komt. Daar waaiert het verkeer drie rijen dik de stad in, waarbij je links en rechts wordt ingehaald door twijfelachtige brommertjes waarvan het frame zelden recht is. Ook oude Volvo vrachtwagens met klassieke neus en ronde koplampen uit begin jaren ’60, museumstukken dus, denderen grommend en rokend voorbij. Een rijk contrast met het groene binnenland dat we zojuist doorkruist hebben. De smog slaat op de luchtwegen en de oren ontmoeten een kakofonie van claxons en motorgebrul. Zelfs de aantrekkelijk sound van onze MZ’s sterft een vroegtijdige dood in dit staccato van verkeers- en stadslawaai. Verder is Casablanca eigenlijk best een lekkere stad, een soort Amsterdam Atlantique. Vrij vertaald komt het neer op eten, drinken, feesten en beesten. Maar niet voor ons, het laatste stuk Marokko wacht namelijk. In een rechte lijn rijden we met een flink tempo de vierhonderd kilometer van Casablanca naar Tanger over de perfect geasfalteerde péage. We zijn niet de enigen die haast hebben, een Spaanse Toyota Landcruiser met een aanhangwagen met daarop een paar Honda off-roads haalt ons doodleuk met een vaartje van om de nabij de 180 km/uur! En dat getuigt van lef, want inmiddels hebben we ervaren dat ook in Marokko oom agent op elke kruispunt staat met de meest moderne laserguns en gloednieuwe BMW R1200RT’s.Aangekomen in Tanger laten we de douane zien, dat we ons als echte Afrika-gangers hebben ontpopt. Koelbloedig verdwijnt er vijftig Dirham onder de tafel en zonder enige vorm van verdere controle kunnen we in één keer de boot op rijden…De terugweg doet onze ferry in exact dertig minuten. Wind mee waarschijnlijk. De rust op de ferry terug naar Zuid-Spanje geeft ons mooi de gelegenheid om deze trip te overdenken. We komen al snel tot dezelfde slotsom: we gaan deze enerverende reis absoluut nog een keer overdoen. Maar dan met iets meer tijd en hopelijk ook iets mooier weer! ________________________________________[INFOKASTEN]INFOMarokko ligt in Noord-Afrika op een steenworp afstand van het Europese continent, enkel gescheiden door de 14 kilometer brede Straat van Gibraltar van Spanje. In het oosten grenst Marokko aan Algerije, in het zuiden aan de Westelijke Sahara. Rabat is de hoofdstad van het monarchistische land. Rabat is samen met Fez, Meknes en Marrakech één van de vier ‘Koningssteden’ van Marokko. Qua grootte worden ze echter allemaal duidelijk overvleugeld door het met drie miljoen inwoners twee tot drie keer zo grote Casablanca.De officiële voertaal is Arabisch, maar in de meer toeristische gebieden verstaat men uitstekend Engels. De munteenheid is de Marokkaanse Dirham (MAD), waarbij één Dirham omgerekend een kleine 9 eurocent waard is. TOERISMEHet toerisme is enorm in opkomst in Marokko, met name langs de kust. Daar worden volop luxe hotels en resorts gebouwd. Marokko wordt daarom ook al steeds meer door de budget-vliegmaatschappijen aangedaan.Verder naar het binnenland zie je veel meer van het authentieke Marokko, waarbij met name de stad Marrakech een mooie bestemming is. Marrakech ligt dat aan de voet van het Hoge Atlas-gebergte en vanuit deze stad kun je schitterende motortochten maken en zelfs de doorsteek naar de echte woestijn in Zuid-Marokko. maken.OVERTOCHT VANUIT SPANJEVanuit het Zuid-Spaanse Tarifa ben je tussen de 30 en 45 minuten in Tanger, Marokko. Voor een retourtje met motor betaal je rond de 55 euro voor de motor en 55 euro per persoon. Ook wanneer je niet in Marokko maar in Zuid-Spanje op vakantie bent, is het een aanrader om voor een dag of een paar dagen de oversteek te wagen om een totaal andere cultuur op te kunnen snuiven.MOTORVERHUURJe kunt natuurlijk met je eigen motor naar Zuid-Spanje rijden, reken dan wel op 2.500 km enkele reis. Plus veel tolwegen in Frankrijk en Spanje. Slimmer kan het dan zijn – zeker als je niet weken de tijd hebt – om ter plekke een motor te huren. Dat kan in Marokko via internet, of zoals wij gedaan hebben in Zuid-Spanje. Daar zijn in de grotere toeristische plaatsen tal van verhuurbedrijfjes gevestigd. Een lichte 125 cc motor huur je al vanaf zo’n dertig euro per dag, voor een meer volwassen machine betaal je tussen de veertig en vijftig euro. Let wel, wanneer je meerdere dagen een motor huurt zakt de prijs drastisch en ook als je buiten het toeristenseizoen gaat, betaal je veel minder.Let bij een huurmotor wel goed op de verzekering. Je hebt een groene kaart nodig die ook in Marokko geldig is, anders ben je namelijk niet verzekerd in Marokko!

Motoplus als app?

Om deze webapp op je telefoon te installeren, klik dan op het icoontje onderaan en klik daarna op Zet in beginscherm.

Om deze webapp op je telefoon te installeren, klik dan op de drie bolletjes rechtsbovenin

en klik daarna op Toevoegen aan startscherm.