+ Plus

Vergelijkingstest MV Agusta Turismo 800 Veloce – Yamaha MT-09 Tracer

Crossover-modellen moeten geschikt zijn voor iedereen en alles kunnen. Zolang er tenminste asfalt ligt. Yamaha laat met de MT-09 Tracer zien hoe goed zoiets in de ‘SUV-middenklasse’ kan slagen. MV Agusta stapt met de Turismo Veloce nu ook in dit segment en doet er zoals je kunt verwachten nog een flinke dosis Italiaanse flair bij.

Yamaha maakt optimaal gebruik van de basis van de succesvolle MT-09-driecilinder en heeft naast de naakte versie ook de varianten Sport Tracker, Street Rally en Tracer gecreëerd. Laatstgenoemde is daarbij zeg maar de ‘verstandige’ uitvoering van de driepitter, de meest praktische versie. Een in hoogte verstelbare ruit, 12V-contact, uitgebreid dashboard en veel plaats voor rijder en passagier – hier gaat het duidelijk om comfort en gemak.
Als het gaat om veel modelvarianten maken op basis van één motorblok, dan is er een kleine Italiaanse fabriek die dit nog beter beheerst: MV Agusta. In Varese creëren ze schijnbaar ontelbaar veel modellen rondom de 800cc-driecilinder. De jongste telg is de Turismo Veloce. Die wil niet alleen excelleren met prachtige lijnen, mooie details en dito afwerking, maar ook op het gebied van praktische bruikbaarheid nieuwe maatstaven zetten voor deze Italiaanse driecilinders.

Of dat is gelukt, moet blijken uit deze vergelijkingstest met de Yamaha MT-09 Tracer. De MV heeft in elk geval veelbelovende specificaties. Een grote 20-liter-tank in combinatie met een verbruik van dik 1 op 20 (bij rustige rijstijl) geeft een flinke actieradius van over de 400 kilometer. Daarbij is er ABS, meervoudig instelbare tractiecontrole, een quickshifter inclusief automatisch tussengas voor terugschakelen zonder koppeling, onderhoudsintervallen van 15.000 kilometer, een in twee standen verstelbare ruit, twee 12V-contacten en een dubbele USB-aansluiting op het dashboard. En niet te vergeten lange veerwegen om ook op slechte wegdekken veel comfort te kunnen geven. Dat betekent dat ze bij MV goed hebben gekeken naar het verlanglijstje van sportief georiënteerde toerrijders.
Met slechts één 12V-contact, eenvoudigere vering met minder instelmogelijkheden, een simpeler uitgevoerde tractiecontrole en kortere onderhoudsintervallen levert de Tracer punten in op de Turismo Veloce, ook al heeft hij wel standaard een middenbok (de MV heeft dat pas in de duurdere Lusso-versie, die ook koffers heeft) en is hij zelfs nog iets zuiniger dan de MV.
Dus 1-0 voor de MV. Totdat je opstapt. Op de Yamaha vinden je voeten en handen als vanzelf hun plek; het brede stuur ligt goed in de hand en je knieën zitten in een ontspannen hoek. Ze zitten nergens tegen een tankrand of een kuipdeel aan. Iedereen zit goed, van 1 meter 70 tot reuzen van twee meter. Aan die laatsten hebben ze in Italië waarschijnlijk niet gedacht. Weliswaar zitten ook op de Turismo Veloce je knieën in een ruime hoek, maar je zit veel dichter op het stuur. Daarbij liggen niet alle benen optimaal tegen de tank aan; lange rijders komen niet helemaal lekker uit. Het scheelt wel wanneer je op het vrij korte zadel helemaal naar achteren gaat zitten. Toch is deze zitpositie al iets minder kort dan op de nog extremere Stradale.
En toch, op één of andere manier kan uiteindelijk toch iedereen wel uit de voeten met deze zithouding, die iets wegheeft van die op een supermoto. De fotograaf wacht, de slingerwegen roepen! Al in de allereerste bochten toont de MV een bijzonder talent: zijn wendbaarheid. Bijna zonder enige kracht laat hij zich platleggen. Vergeleken daarbij heeft de Tracer duidelijk een nadrukkelijkere impuls nodig om van richting te veranderen. Diens sterke punt komt vervolgens tot uiting in het verdere verloop van de bocht: zijn stabiliteit. Zowel in korte als lange bochten volgt de Tracer als vanzelf de gekozen lijn, raakt hij precies de apex en gaat hij er ook weer moeiteloos uit.
Bij de MV slaat de wendbaarheid wat door in nervositeit. Het kleinste rukje aan het stuur is al genoeg om van je ideale lijn af te raken. Niet heel erg, maar het valt wel op. In krappe bochten helpt het enorm om de Turismo Veloce als een enduro of supermotard de bocht in te drukken. Als je hem zo aanpakt, gaat hij strakker door krappe bochtencombinaties. Toch haalt hij dan nog niet de stabiliteit van de Yamaha.

De Tracer heeft nota bene eigenlijk de extremere geometrie: een steilere balhoofdhoek, een kortere naloop en een kortere wielbasis dan de MV. Hij heeft ook kortere veerwegen, waardoor de geometrie minder varieert. Het resultaat is dat de Yamaha stabieler is, maar hij zou wel iets meer comfort mogen bieden. De voorvork en de achterschokdemper spreken niet echt fijngevoelig aan, ze scoren meer met de hoeveelheid demping dan met een mooie dempingskarakeristiek. Dat valt vooral achter op. Door achter de uitgaande demping een omwenteling verder open te zetten (de ingaande is overigens niet instelbaar) is het comfort merkbaar beter, zonder dat hij minder stabiel gaat sturen.
Dit soort stugheid is de MV volkomen vreemd. Die heeft voor en achter 160 en 165 millimeter veerweg – en die millimeters worden ook gebruikt. Dit tot groot genoegen van je zitvlak; deze gevoelige wegdek-seismograaf registreert maar weinig doorkomende schokken. Alleen: bij een sportieve rijstijl geeft deze comfortgerichte afstelling duidelijk teveel beweging. Gelukkig is alles instelbaar en daarvan moet je beslist gebruik maken. Alle dempingsschroeven (in- en uitgaand) een halve of zelfs hele omwenteling dichtdraaien geeft meer rust in het geheel. Verder kun je dankzij het handige stelwiel voor de veervoorspanning achter niet alleen gemakkelijk de voorspanning opdraaien wanneer je een duopassagier meeneemt, maar ook het stuurkarakter eenvoudig finetunen: ons beviel drie zichtbare ringen het beste.
Het basiskarakter van de beide rijwielgedeelten blijft echter ook na draaien aan de stelschroeven behouden. Wanneer we een stuk Autobahn pakken en de driecilinders laten loeien, loopt de Tracer met iets meer dan 200 kilometer per uur met slechts wat lichte onrust over het met dwarsnaden doorspekte wegdek. Op hogere snelheid zou het wat wiebeliger worden; daarom heeft Yamaha de vijfde en zesde versnelling begrensd.
Bij de MV is er meer beweging, met name als je hem in de standaard zachte afstelling hebt staan. Al bij de acceleratie door de versnellingen heen met de quickshifter krijg je bij elke stap een knikje van de voorzijde. Deze lichte nervositeit houdt hij op hoge snelheid, waarbij je achter de behoorlijk beschutting gevende ruit zit. Maar we willen eigenlijk helemaal niet lopen blazen, dus gedaan met deze volgasritten. Bij de volgende afrit mogen ze laten zien hoe de remmen het vanaf hoge snelheid doen.
Het systeem op de Tracer zet effectief de kinetische energie in warmte om. De MV doet dat nog iets beter. Dankzij de hoogwaardige Brembo-componenten kun je hem nog preciezer afremmen en exact daar zetten waar je op mikt. Dat geldt ook voor het remmen op de limiet. Het ABS regelt fijn af en je voelt maar lichte pulsen in het remhendel. De wielen blijven mooi in het spoor. Totdat er een passagier bij opstapt of het steil bergaf gaat. Als je dan vol in de remmen gaat, balanceer je al gauw op het voorwiel. Op de laatste meters schiet het achterwiel snel omhoog. Als je dan niet zelf minder hard gaat knijpen, resulteert het in een manoeuvre die hooguit in de turnsport op applaus kan rekenen.
De Yamaha is behoudender afgesteld. Het Yamaha-ABS werkt met grotere intervallen, maar is duidelijk meer hufterproof. Zelfs met duopassagier treden er geen stoppies op en dat geeft vertrouwen.

Daar moeten ook de verschillende motormappings aan bijdragen. Bij de Tracer zijn het er drie: A, B en Standard. Die laatste is altijd na het starten ingeschakeld. In de B-modus heeft de Tracer de meest softe gasrespons, maar ook iets minder vermogen. In de twee andere standen reageert hij abrupter, met name in de felle A-modus. Je kunt de standen gemakkelijk selecteren met een schakelaar rechts op het stuur.
De MV geeft je nog meer keuze, tot en met een geheel zelf te configureren User-stand aan toe. De MV-driecilinder gaat altijd mooi zonder sterke lastwisselreacties op het gas, maar reageert wel direct op een snelle draai aan het hendel. Daar komt z’n sportieve afkomst van de F3 en Brutale bovendrijven. Maar dat geeft niks. Alles bij elkaar liggen de twee motoren qua gasrespons en lastwisselreacties op vergelijkbaar niveau, ook al halen ze hun punten op verschillende manieren binnen.
Een blik op de puntentabel laat zien dat dat eigenlijk voor een groot deel van de testcriteria opgaat. Uiteindelijk verzamelt de Tracer 18 punten meer; hij blinkt uit in een evenwichtige functionaliteit. Dat merk je ook bij het rijden met passagier. Weliswaar is de kniehoek van die passagier wat krap, maar het contact met de rijder en het comfort op het brede duozadel klopt gewoon. Bij de Turismo Veloce lijkt de fraaie styling met de optisch vrij zwevende achterzijde hem een beetje parten te spelen. De passagier zit hoog en op één of andere manier niet zo goed verbonden met de rijder.

Dat neemt niet weg dat de Turismo Veloce de meest praktische MV Agusta is die er is. De driecilinder uit Varese combineert een grote praktische bruikbaarheid met Italiaanse flair. De machine raakt zowel je hart als je verstand. Oké, totdat je naar de prijs kijkt, misschien. Oef, € 17.690,-, da’s een klap meer dan wat de Tracer kost. Het is ook wel duidelijk aan te wijzen waar dat allemaal in zit, maar als je heel nuchter gaat kijken, doet de Tracer het in z’n totaliteit grofweg even goed. Gelukkig is pragmatisme niet per se de belangrijkste drijfveer bij het kopen van een motor. Al zou dat bij de Tracer wel zo kunnen zijn. Bij deze Yamaha staat functionaliteit centraal, daarna volgt pas de vorm. Bij een prijs van € 10.999,- is dat echter moeiteloos te accepteren.

Motoplus als app?

Om deze webapp op je telefoon te installeren, klik dan op het icoontje onderaan en klik daarna op Zet in beginscherm.

Om deze webapp op je telefoon te installeren, klik dan op de drie bolletjes rechtsbovenin

en klik daarna op Toevoegen aan startscherm.