+ Plus

Toeren door de Belgische en Franse Ardennen

In Nijmegen begint ons zondaggevoel al op zaterdag. In de havenbuurt ligt het pand van Teo Lamers Motoren, beroemd in kringen van Moto Guzzi-liefhebbers. Nieuwe en tweedehands motoren als in een soort museum. En de grootste Guzzi-onderdelenvoorraad van Europa. Op de binnenplaats wapperen kleurige vlaggetjes; een mooi begin van onze rit naar de Belgische en Franse Ardennen op een California EV. De volgende morgen beieren de Nijmeegse kerkklokken er lustig op los. Het is tenslotte zondag, als wij die mooie stad aan de Waal verlaten. Na het gebruikelijke oponthoud op de Nederlandse wegen, rijden we een uurtje of wat later het fijne Belgenland binnen. Hier hebben ze tenminste begrepen hoe het moet. Brede rijbanen, ruimhartig van mooi uitzicht voorzien, bochten zonder mankeren. En op deze zondag zit het meeste volk in de kerk, of geeft zich over aan andere geneugtes waarbij men de weg niet op hoeft. We knorren ongestoord naar het zuiden van België, waar we in Bouillon aankomen. De stad aan de Semois ademt zondagse sferen uit. Er is een markt aan de rivieroever, men vertoont zich hier op motoren en oude legerjeeps, zit op de terrassen, loopt met een fanfarekorps rond of houdt zich onledig met ander vrije tijdverdrijf. Boven dit alles troont op een rots in de bocht in de Semois het kasteel van Godfried van Bouillon, beroemde kruisridder die in 1099 naar Jeruzalem trok. Na een bezichtiging van de kasteelstad schoppen we de California weer tot leven, het dreunende gevaarte laat zich graag in de bochten vallen die langs de Semois lopen. We maken een afsteker naar een bezienswaardigheid in de buurt, het zogenaamde Tombeau de Géant oftewel Graf van de Reus. We komen door dorpen waar de eeuwige siësta lijkt te heersen. Alleen bij het uitzichtpunt komen we een wandelfamilie tegen, die een praatje begint. Want papa heeft vroeger ook Moto Guzzi gereden! Als de ervaringen zijn uitgewisseld concentreren we ons op het schitterende uitzicht over een van de bochten die de Semois langs haar loop beschrijft. Volgens legendes ligt op de heuvel in de rivierbocht een reus begraven. Zelfde geografische situatie als in Bouillon, maar hier geen kasteel op het hoogste punt. Alleen groene bomen. Ook geen toeristische drukte aan de oevers die er verlaten bij liggen. Alleen rust zoals die op een zondag hoort te heersen, volgens de in onze jeugd geldende normen en waarden. Nederlanders zouden volgens recente berichten zijn uitgekeken op de Ardennen. Ze blijven in grote getale weg uit de heuvels van onze zuiderburen en vliegen kennelijk liever naar Alanya, Colombo en Hanoi. Maar daar kunnen we geen motor rijden! Op een afgeragde huurscooter misschien, maar niet op een voorname Guzzi, waarop we ons voelen gelijk een voorname kerkvader, die onderweg overal ontzag inboezemt. Ook op maandagochtend leeft dat gevoel voort. Het water van de Semois oefent een onweerstaanbare aantrekkingskracht uit op dagjesmensen van alle gezindten. Een familie heeft bivak opgeslagen in de schaduw van een grote boom, compleet met ligstoelen, barbecue, koelboxen en wat er verder zo bij een geslaagd dagje uit komt kijken. Daar horen natuurlijk ook vishengels, schepnetjes, zwembandjes en opblaasbootjes bij. Verschillende generaties spetteren in het rond, terwijl felgekleurde kano’s de rivier afzakken. Ook wij volgen de loop van de Semois vanaf Bouillon, langs een prachtige bomenrij. We kijken nog eens omhoog naar de imposante kasteelmuren die naadloos in de rotswand overgaan. Maar dan eist het wegverloop alle aandacht op. We komen door een serie bochten die in geen serieus balboekje mogen ontbreken. De Moto Guzzi danst erdoorheen alsof-ie ervoor is gemaakt. En misschien is dat wel zo, al hebben we nog nooit van de Italiaanse Ardennen gehoord. Toch: langs deze Waalse wegen overheersen de kleuren van de Italiaanse vlag. Groen van de beboste heuvels. Rood en wit van de waarschuwingsborden die een volgende serie bochtencapriolen aankondigen. Op de heuvels rondom groeit een dicht tapijt van bomen. Heerlijke bosgeuren drijven op de rijwind mee. De Cali knort er tevreden doorheen. We hebben nog steeds een zwak voor oudere boxermotoren van rond 1980. Maar terwijl de nieuwe generatie BMW’s een enorme ontwikkeling heeft doorgemaakt, blijft deze geëvolueerde Guzzi trouw aan het oude principe van machtige klappen en trillingen uit het blok, die bij de nieuwe boxers uit Duitsland inmiddels zijn gladgestreken. Eigenlijk vinden we deze hedendaagse Moto Guzzi een veel puurdere motor, met veel meer karakter dan onze eigenste vierkleps-BMW. Een tijdloos concept, net als het natuurschoon van de Ardennen. Dat zich maar uitstrekt over de heuvels, langs al die bochten die de rivier en de weg beschrijven. In Bohan steken we de rivier over. Daar staat een ouderwetse winkel, met als opschrift “Tabac de Semois”. We stappen er binnen, ontmoeten achter de toonbank Monsieur Martin die onze vragen over de tabaksteelt beantwoord, ons een sigaartje presenteert en ondertussen op ontspannen wijze de andere klanten van rookwaar voorziet. We hebben langs de weg open houten schuren zien staan, zijn die soms bedoeld voor het drogen van de tabak? “Inderdaad, hoewel veel schuren tegenwoordig een andere bestemming hebben gekregen omdat de tabaksindustrie minder groot is dan vroeger. Aan de Semois worden nu nog ongeveer zes hectares tabak verbouwd, vroeger hadden we er wel meer dan vijftig!” Monsieur Martin neemt ons mee naar buiten, om op voor zijn winkel enkele tabaksplanten te tonen. “Het is allemaal handwerk. Tijdens de groei moeten we de planten regelmatig controleren, als er bloemen op komen, moeten die uit de planten worden verwijderd. Dan kunnen de bladeren zich beter ontwikkelen. “De planten hebben veel vocht en warmte nodig. De oogst begint in september, waarna de tabak ongeveer drie maanden moet drogen.” Zo steken we – letterlijk en figuurlijk – nog eens wat op, onderweg. Gewapend met nieuwe kennis, en een doos bolknakken veilig in de motorkoffer, rijden we vervolgens Frankrijk binnen. In Hautes-Rivières staan op balkons van de arbeiderflats de satellietschotels op Mekka gericht. Wij zoeken ons heil meer in het aardse, op het met asfalt bedekte deel daarvan dat maar verder langs de rivier loopt, die in Frankrijk als Semoy wordt geschreven. In Thilay slaan we linksaf en volgen de D13 die voort slingert naar Nouzonville. Hier stuiten wij op de Maas, waarlangs zich vorige eeuw verschillende industrieën ontwikkelden. Solferino rijden we binnen, maar ligt dat niet in Italië? De Guzzi stampt er met Italiaanse flair doorheen, voort langs muren van boom- en plantengroei langs de weg. Zoiets wat in ‘t Scandinavisch de Groene Hel wordt genoemd, vanwege de dagenlange monotonie als je er door de bossen rijdt. Dan is onze Ardennentoer een stuk afwisselender. Buiten de bochten door het bos komen we langs vele panorama’s waar de blik ver kan dwalen. Boven Joigny houden we halt bij Rocher des Grands Ducs. We doen een paar passen door het bos waarin de vogels erop los zingen alsof hier het Eurosongfestival van onze gevederde vrienden plaatsvindt. Unplugged! Met deze muzikale omlijsting genieten wij extra van het uitzicht vanaf de Rots der Grote Graven, waar steil beneden de Maas een bocht door de groene weides slaat, waaromheen zich de heuvels verheffen. We rijden verder langs het ene uitzichtpunt na het andere. Het is hier vergéven van de bordjes “point de vue”, alsof de plaatselijke panorama’s ook al met elkaar moeten concurreren in deze tijden van vrije markt-waanzin. Het mooiste uitzicht belooft ons de Roche aux Sept Villages, wederom niet meer dan een aantal voetstappen van de wegrand verwijderd. De wegwijzer bovenop de rots geeft aan waar de zeven dorpen liggen, die we vanuit hier kunnen zien. De huisjes steken minuscuul af bij het overdonderende groen van de heuvels, die zich naar alle richtingen uitstrekken. In Château Regnault vragen we de weg naar het beeld van de Vier Heemskinderen, die versteend op hun sokkel naar verluid ook een prachtpanorama voor zich hebben liggen. De man zegt ons hem maar te volgen in z’n kleine autootje. Hij spreekt Frans met een zwaar Portugese tongval. Vorige eeuw kwamen er op de mijnen en industrieën in Noord Frankrijk veel gastarbeiders af, om de armoede in hun zuidelijke contreien te ontvluchten. Vandaar dus die schotelantennes in Hautes-Rivières, vandaar dus die dorpsnaam Solferino, en vandaar dus onze Portugese gids, dringt het tot ons door. De behulpzame Lusitaan houdt halt op een weiland, dat we zonder hem nooit hadden gevonden. We bedanken de man en laten de California even alleen op de parkeerplaats, tevens als speel- en ligweide in gebruik. Families met kinderen luieren er in de zon en de schaduw, met hoe weinig kan een mens tevreden zijn. Dat doet ons denken aan de zondagrust van weleer. Nu we ons toch van alles realiseren, beseffen we ons ook ineens dat het voor ons op de motor door de Ardennen eigenlijk altíjd zondag is. Lekker rustig aan, geen gehaast, geen gedoe. Tevreden met een bochtje hier, een uitzichtje daar. En kijk: op deze diepgaande gedachtestroom zijn we naar het uitzichtpunt gedragen. De Vier Heemskinderen plús paard uit kloeke steen gehouwen hebben inderdaad een fenomenaal uitzicht voor hun bovenmaatse klompvoeten liggen. Deze vier broers zouden volgens de legende lange tijd op het ros Beiaard door de Ardennen hebben gezworven, voordat zij met Karel de Grote vrede sloten. Wie benijdt ze niet? Wij kijken vanaf hun sokkel een paar minuten mee over de heuvelkammen en de bescheiden tekenen van menselijk ingrijpen in het natuurschoon. De vier Karelkids en hun knol doen dat voor alle eeuwigheid, of in ieder geval voor zolang het duurt. “Voorwaarts volkeren, op naar de rijkdom,” zo luidde een Italiaans communistisch lied, dat onze tweewielige reismakker uit z’n uitlaten laat schallen. We komen langs Monthermé, waar Maas en Semoy elkaar omarmen, en volgen hun gezamenlijke kronkels langs de oevers. In het motorblok uit Mandello wordt op volle toeren gewerkt om onze motortocht voortgang te geven. Zeker als een trein hoog op een talud ons probeert in te halen, is het gebrul niet van de lucht. Die vernedering kan het Italiaanse temperament niet verkroppen, snel schiet de locomotief achteruit in de spiegels. Maar dan moeten we toch in de ijzers, vanwege het volgende plaatsnaambord: we rijden Madagascar binnen! Daar willen we het fijne van weten. Gelukkig staat daarvoor een inboorling gereed in zijn deuropening, waarachter wij zijn stamleden vermoeden. Wij vernemen het volgende. Uit Madagascar kwamen in de jaren twintig van de vorige eeuw, toen het eiland voor de Afrikaanse kust nog een Franse kolonie was, arbeidskrachten om in de plaatselijke metaalindustrie hun droom van rijkdom na te jagen. Madagascarbeiders dus! Ze bouwden hier ook hun eigen huizen, maar de fabriek is sinds een jaar of tien gesloten, vertelt ons de vriendelijke Madagaskees nog verder. De dorpelingen houden duidelijk van bloemen. We verlaten hun kleurrijke nederzetting en rijden verder door een soort regenwoud, vol mysterieuze varens waartussen neveldampen hangen. Goed voor de tabak, zo weten wij nu. Zwijgend en onverzettelijk rukt de Groene Hel weer op aan de wegranden, slechts op afstand gehouden door het vervaarlijke gegrom van de Kalief. Waar elders ter wereld kun je een aangename zondagsrust combineren met het gevoel op ontdekkingsreis te zijn? Revin ligt handig verspreid over een paar schiereilanden in bochten in de Maas. We verlaten er even de doorgaande weg en rijden naar boven op zoek naar een mooi uitzichtpunt. De weg snijdt door lagen leisteen, direct buiten de bebouwde kom speelt de natuur weer de hoofdrol, en de mens slechts een bescheiden figurantenrol. Gevoelens van nederigheid komen ook naar boven bij het panorama in een kombocht boven de rivier. In onvervalst Franse bouwstijl is er een monument neergezet voor de mannen die in 1944 door de toenmalige rotmoffen werden gefusilleerd. Aan weerszijde van het monument steken wilde zwijnen hun onverroerbare snuiten trots de hemel in, de dieren die het onverzettelijke karakter van de Ardennen symboliseren. En wie uitkijkt over de rijen beboste heuvels weet ook waarom. Als een krijgslustige olifant trompettert de Guzzi het vestingstadje Rocroy in, als een vijfkantige ster gebouwd rond een centraal plein waar natuurlijk restaurants, een bakker en een markt niet ontbreken. De oude vestingstad heeft wel voor hetere vuren gestaan, en zo trompettert de Guzzi er net zo hard weer uit, zonder dat het iets of iemand wat kan schelen. Onze motor ruikt de stal. Want in alle machtige bochten, bij alle ontmoetingen en op alle fijne uitzichtpunten is de tijd niet stil blijven. Toch is er nog genoeg van over voor een stop tussen het rijden door. In Gembes bijvoorbeeld, waar we ons over een onverhard tractorspoor naar het bewegwijzerde uitzichtpunt begeven. Als de Guzzi geen krimp geeft, hoor je ons ook niet piepen. Het uitzicht is ook hier ruimschoots de moeite waard. We kijken over onverkavelde heuvels met plukken bos, een eenduidig dorpsbeeld van stenen huizen en over de weilanden waar de koeien grazen. Een boer komt blootshoofds aangereden op z’n off road door het weiland, de gemutste peuter voorop de tank zwaait naar ons. De koeien laten zich door de gemotoriseerde cowboy moeiteloos naar de stal dirigeren, en wij weten nu dat we voor wildwest taferelen geen oceaan hoeven over te steken, maar alleen de Semois. Ach, die liefelijke mooie rivier met al haar wulpse kronkels. We volgen haar bedding stroomopwaarts, nemen in Rochehaut voor deze dag afscheid van haar bij een van de bekendste uitzichtpunten van alle Ardennen bij elkaar. We laten de motor op de jiffystand zakken, terwijl de zon ter kimme daalt. En genieten van het uitzicht 150 meter lager, op de zoveelste bocht in de rivier, met de zoveelste heuvel ertussen. Waar zich onder de rotsen en de bomen van het bos de huizen van het schattige dorp Frahan hebben genesteld. Zo’n zondagsondergang hebben we thuis niet op het balkon. Als we even later met de Moto Guzzi onder de overdekte veranda van ons nachtverblijf zitten, wordt de lucht pikdonker. Niet veel later slaat een langdurig salvo van hagelstenen, als knikkers zo groot, uiteen op de parkeerplaats. Een scene die ons meer aan de tropen doet denken, dan aan een lang weekend in de Ardennen. Wij slaan het tafereel landerig gade vanuit onze luie stoelen. Er valt weinig anders te doen. En dat besluit perfect ons uitstapje naar de Ardennen, waar het voor ons altijd zondag is. [[kasten 1]] GELUKZOEKERS Vroeger kwamen de Vier Heemskinderen naar de Ardennen, om er zich schuil te houden. ‘n Eeuwtje of wat later kwamen Italianen, Portugezen, Madagasken en Noord Afrikanen er hun geluk zoeken. Wéér iets later volk uit Nederland, gedreven naar de hang naar rust en ruimte, uitgestrekte natuur en bochtige wegen waar het verkeer nog in grenzen is gehouden. Velen komen zoals wij, voor een weekendje op de motor of desnoods per kano, fiets of wandelschoenen. Andere Nederlanders blijven er langer hangen, in hun eigen horecabedrijf. Zoals Sander en Caroline Pekela in Pont Collin, waar het water van de Hulle de grens markeert tussen Frankrijk en België. Ze hebben er een cafégebeuren ingericht, waar zelfs het plafónd schuil gaat achter de prullaria. De ogen krijgen er geen rust; de zaak is bedolven onder voldoende snuisterijen om een complete vlooienmarkt mee draaiende te houden. De koffie smaakt er goed, motorrijders zijn er welkom en de muziek uit de Wurlitzer is er gratis. Gratis! Bij een Groninger! Ter plaatse sneuvelt één van onze talrijke vooroordelen. [[kasten 2]] INFO De Ardennen liggen om de hoek, zeker als je in Zuid-Nederland woont. Maar hoed je voor namaak! De échte Ardennen liggen niet in Brabant, niet in Vlaanderen, niet in Luxemburg en niet in Frankrijk, maar die liggen in Wallonië. Tenminste, als we de tekst van het verkeersbureau voor Wallonië letterlijk nemen. Die willen ons in 2007 immers met de ronkende slogan “De Echte Belgische Ardennen” naar de Waalse Ardennen wil lokken! Maar ook andere streken zetten de naam Ardennen op hun kaartje, en daar is natuurlijk niks mis mee. Als het everzwijn, symbool van de Ardennen, zich in de uitgestrekte bossen niet aan grenzen stoort, dan doen wij dat op de motor ook niet! Hoog woud De naam Ardennen komt via het Latijnse Arduenna silva (Arduennawoud) van het Keltische woord ardu wat hoog betekent. In feite betekent Ardennen dus “Hoog woud”. En vreemd is dat niet, want wie Ardennen zegt, zegt bossen. En in één adem door het je het bij de Ardennen ook over heuvels, rivieren en druipsteengrotten. De natuur is de grootste en belangrijkste trekpleister van de Ardennen, die samen met de Duitse Eifel het middengebergte vormen dat zich tussen Koblenz en Remagen aan de Rijn en Rocroi in Noord-Frankrijk uitstrekt. Tussen de beboste heuvels hebben rivieren diepe kronkels ingeslepen, waarop kayakkers zich uitleven, en waarlangs bochtige wegen liggen waarop motorrijders helemaal in hun element zijn. Met name de loop van de Semois tussen Bouillon en Revin is een echte motortopper. Het weer De Ardennen zijn de eerste verhogingen van betekenis, die wolken en winden vanaf de Noordzee tegenkomen op hun tocht landwinwaarts . Het regent er dus vaak, vandaar al dat groen. Een regenpak behoort dan ook in de Ardennen tot de verplichte uitrusting. Hou er ook rekening mee dat het asfalt, door vallend gesteente en boomwortels opgeleukt, met name in een regenbuitje spekglad kan zijn! Gelukkig zijn er in de streek voldoende abdijen, kerken, musea en forten om de gemotoriseerde toerist een alternatief te bieden voor de echt regenachtige dagen. Met name het kasteel van Godfried van Bouillon en de vestingstad Rocroi zijn een bezoek dubbel en dwars waard. Boeken en kaarten In de boekhandel zijn diverse reisgidsen verkrijgbaar die speciaal over de (Waalse) Ardennen gaan. Een greep uit het boekenaanbod: • Toeristische Atlas Ardennen (België, Luxemburg en Frankrijk), met detailkaarten en 1500 ideeën voor ‘n dagje uit. Van Uitgeverij Touring/ Lannoo. Hardcover, 290 pagina’s. ISBN 9 789058 370853. • Ardennen van Marco Polo. 96 pagina’s. ISBN 90 410 3003 4. • WAT & HOE Wandelgids Ardennen. Ook voor de niet-wandelaar erg bruikbaar vanwege de gedegen achtergrondinformatie. ISBN 90 18 02192. Wat de landkaarten betreft maakten wij gebruik van: • Geocart provinciekaart Ardennen, schaal 1: 150.000, met plaatsnamenregister. Verkrijgbaar bij veel Belgische benzinestations. ISBN 9 789067 361156. • Michelin Regional 534, schaal 1: 200.000, met plaatsnamenregister. ISBN 2 06 100779 1 Onderdak Uiteraard is de horeca goed vertegenwoordigd in de toeristische Ardennen. Een breed aanbod hotels en pensions vind je op www.logis.be. In de geheel op toeristen ingesteld plaats Bouillon, onder het kasteel van Godfried van Bouillon boven de Semois, zijn meerdere overnachtingsmogelijkheden te vinden. Nederlandse motorrijders kiezen vaak voor Hotel de la Poste, waar de motoren ‘s nachts veilig in de garage kunnen worden gestald. Hotel de la Poste, Place St.-Arnould 1, B-6830 Bouillon Telefoon +32 (0)61 46 51 51,info@hotelposte.be. Info aanvragen De brochures “Bossen, parken en natuurreservaten in Wallonië” alsmede “De Echte Belgische Ardennen” kun je aanvragen bij het Belgisch Verkeersbureau Wallonië-Brussel. Postbus 2324, 2002 CH Haarlem. Telefoon 0900-2020107 (€ 0,45 per minuut) of via de mail: belgisch.verkeersbureau@wxs.nl. De documentatie is gratis, er wordt alleen een bijdrage gevraagd van € 2,15 voor porto- en administratiekosten. Voor meer informatie kun je ook terecht op: www.belgie-toerisme.be, www.wallonie2007.be en www.echteardennen.be

Motoplus als app?

Om deze webapp op je telefoon te installeren, klik dan op het icoontje onderaan en klik daarna op Zet in beginscherm.

Om deze webapp op je telefoon te installeren, klik dan op de drie bolletjes rechtsbovenin

en klik daarna op Toevoegen aan startscherm.