+ Plus

Rij-impressie Husqvarna Vitpilen 701 – Husqvarna Model 180

Zeg Husqvarna en met name bij de offroadrijders gaat het hartje wat sneller kloppen. Niet zo heel verwonderlijk, de van origine Zweedse firma heeft z’n pijlen tegenwoordig immers voornamelijk op het zand gericht. Met de Vitpilen 701 wordt echter de rentree op het asfalt gemaakt. Wij lieten de bijna futuristisch vormgegeven naked aantreden tegen een oudoom uit 1927, de Model 180. Een sprong in de tijd!

Tuurlijk is het nog niet zo heel lang geleden dat Husqvarna een ‘echt’ wegmodel in haar gamma had, de supermotards even buiten beschouwing gelaten. In een nog redelijk recent verleden prijkte immers nog de naam Nuda 900 in de prijslijsten. Die stamt nog uit de tijd dat Husqvarna onder de vleugels van BMW bivakkeerde (de Beierse fabrikant kocht Husqvarna in 2007), de scherpe gelijnde naked kreeg dan ook een opgeboorde variant van de F800-paralleltwin van de Duitsers aangemeten. Een beetje een braaf blokje, maar de twin werd wel licht aangepakt en kreeg onder andere een aangepaste krukas met 45° kruktapverzet om een beetje een V-twin karakter te klonen. En dan waren er natuurlijk ook nog de TR650 Terra en Strada, die door dezelfde eencilinder als die van BMW’s G650GS werden aangevuurd. Maar die tijden liggen gevoelsmatig alweer eeuwen achter ons. Begin 2013 kocht KTM Husqvarna, de banden met BMW werden verbroken, zowel de Nuda 900/R als beide TR650’s verdwenen na twee jaar alweer van het toneel en Husqvarna ging verder met dat waaraan het al decennia lang haar bekendheid ontleende: het produceren van high-end offroads.
Daar is dit jaar met de komst van de nieuwe Vitpilen, die er in een 401 (met het blok van de 390 Duke) en 701 (blok van de 690 Duke) versie is, verandering in gekomen. Die naam Vitpilen is daarbij niet zomaar een lichte verwijzing naar een succesmodel uit het verleden, maar herbergt een diepere laag. Husqvarna is één van de oudste nog bestaande motormerken ter wereld. Al in 1903 rolde in de Zweedse plaats Huskvarna de eerste motorfiets van de band, wat feitelijk niet meer was dan een fiets met een motorblokje (heette ook ‘Motorvelociped’). Dat blok, een 225cc-eencilinder, kwam van het Belgische FN en was goed voor 1,25 pk. In 1910 volgde vervolgens de eerste ‘echte’ motorfiets, de Model 65 met een V-twin blok van Moto Rêve. Een wegmotor, en gedurende de daaropvolgende 45 jaar richt Husqvarna zijn pijlen ook enkel op de weg. Pas in 1955, wanneer de relatief nieuwe motorsport genaamd motocross een enorme opmars doormaakt, wordt de eerste specifiek voor offroad gebruik ontworpen Husky gepresenteerd, de Silverpilen. En die ‘zilveren pijl’ markeerde het begin van een enorm succesverhaal dat is gelardeerd met ontelbare nationale en internationale titels, een succesverhaal ook dat tot op de dag van vandaag voortduurt. De Silverpilen markeerde de stap van de weg naar het zand, de Vitpilen doet het precies andersom!

Een merk kortom, met een bijzonder rijke geschiedenis, die zoals gezegd terug gaat tot 1903. Die van de motortak dan, het merk Husqvarna zelf werd al in 1689 opgericht, als producent van lopen voor musketten. In de loop der tijd werd het zwaartepunt verlegd van wapens naar onder meer landbouwmachines, keukenapparatuur en, in 1896, fietsen. Toen was de stap naar de eerste motorfiets, die zoals al licht aangestipt in 1903 van de band rolde, natuurlijk nog slechts een kleine. De eerste vijftien jaar kopen de Zweden daarbij hun motoren bij derden in, maar rond 1919 komt daar verandering in. Husqvarna ontwikkelt en bouwt een eigen 550 cc 50° V-twin, die voor het eerst werd gebruikt in de Model 150. Deze door Gustav Göthe ontwikkelde machine is daarmee de eerste volledig in eigen beheer ontwikkelde en gebouwde motorfiets. Via de Model 160 en Model 170 evolueerde de stamhouder van Husqvarna’s eigen motorgamma naar de Model 180, de bewuste machine die voor dit verhaal de vooroorlogse honneurs van het Zweedse traditiemerk waarneemt. Hoewel acht jaar jonger, de motorfiets stamt uit 1927 namelijk, is deze in de basis aardig gelijk aan de Model 150. Wel werd er continu aan de efficiency van het blok geschaafd. Was de 550 cc V-twin zijklepper in de Model 150 nog goed voor zo’n 12 pk, in de 180 leverde het aggregaat al rond de 15 pk. Dat lijkt een druppel op de gloeiende plaat, maar is gewoon een vermogenswinst van 25% in slechts acht jaar tijd, en dat met nagenoeg dezelfde hardware. Iets dat al wel aangeeft dat de ontwikkelingsstappen in die eerste jaren behoorlijk snel gingen.

De prachtige klassieker, nog in de originele lak waarmee ‘ie uit de fabriek rolde, is eigendom van Bennie Braakhekke. Braakhekke is een noppenman in hart en nieren, hij werd zelfs tweemaal tot Nederlands Kampioen in de zijspan enduro gekroond. Dat hij als zandman pur sang geen klassieke Zweedse crosser, maar juist een wegmodel van Husky koopt, mag je dan ook best als licht ironisch bestempelen. Decennialang sleutelde Braakhekke aan de wedstrijd-Husqvarna’s van zoon Stephan, die onder meer in het EK en WK Enduro uitkwam. En precies hieraan hield hij de liefde voor het Zweedse merk over. “Stephan begon ooit op een 125 Husqvarna”, blikt de 75-jarige Achterhoeker terug, “en al snel bleek dat dat hele Zweedse gebeuren me wel paste. Ik tunede zijn wedstrijdmotoren zelf en had relatief veel contact met de ontwikkelingsafdeling, ben ook een paar keer op de fabriek geweest. Vooral met ontwikkelingsingenieur Borgesi was het contact ontzettend goed. We overlegden samen en soms namen ze dan wel eens dingen over op de fabrieksmotoren, die ik had bedacht. Dat is toch leuk. Op zo’n manier bouw je toch een speciale band met het merk op.”
Vijf jaar geleden kwam deze Model 180 enigszins bij toeval op zijn pad. Met zijn Nimbus zijspan neemt Braakhekke een aantal keer per jaar deel aan klassiekerritten van onder meer de Veteranen Motoren Club, kortweg VMC, en daar was hij de Zweedse twin al eens tegengekomen. “Toen het hele enduro gebeuren stopte, werd het voor mij een stuk rustiger en kon ik andere dingen gaan doen, zoals oude motoren repareren. Enigszins bij toeval kwam deze toen op mijn pad, de eigenaar ervan was overleden en zijn vrouw wilde ‘m verkopen. In Zweden had ik deze modellen al vaker gezien en ik wilde ‘m wel hebben, zo is ’t kort door de bocht gegaan.”
Hoewel de Model 180 in redelijk goede staat verkeerde, heeft Braakhekke er wel wat aan gesleuteld, of “geklungeld en gerotzooid” zoals ‘ie het zelf noemt. Zo doet zelfs de originele acetyleen koplamp het weer en loopt het blok inmiddels weer als een zonnetje. “Hij liep wel, maar nog lang niet helemaal naar mijn zin. Ben ik een tijdje met de ontsteking, kleppen en carburateur bezig geweest en nu loopt ‘ie fijn.” Om er vervolgens met onmiskenbare Achterhoekse tongval aan toe te voegen: “Ak no ene keer trap, dan löp ‘e!”

Daaraan is geen woord gelogen. Achter de landelijke woonboerderij in Vorden, dat het startpunt vormt voor deze generatietoer, blijkt inderdaad dat Model 180 niet heel veel aansporing nodig heeft om leven in de brouwerij te brengen. Eén keer trappen voldoet, waarna de Husky ondanks zijn relatief bescheiden cilinderinhoud met behoorlijk ferme klappen aan het werk gaat. Klinkt zelfs heel wat volwassener dan de Vitpilen 701. Die wordt weliswaar aangevuurd door ‘slechts’ een eencilinder, maar met 693 cc longinhoud wel een hele flinke. Oneerlijke strijd natuurlijk, toen de Model 180 het levenslicht zag, had men bij Husqvarna immers nog nooit van de Europese Unie gehoord. Laat staan van Euro 4 en alle bijkomende strapatsen betreffende onder meer het uitlaatgeluid. Men was al blij dat er überhaupt geluid uit kwam. Opvallend trouwens ook hoe makkelijk de van origine vijftien pk sterke twin, die gekoppeld is aan een drieversnellingsbak, richting de tachtig kilometer per uur gaat. Zou nog veel sneller kunnen, ware het niet dat het een handgeschakelde versnellingsbak betreft in combinatie met een voetkoppeling. Dat vereist niet alleen een goed gevoel voor het juiste schakelmoment, maar ook een adequate voet-/hand-coördinatie. Hoewel Bennie het spelletje overduidelijk tot in de puntjes beheerst, is het geen partij voor de inmiddels gangbare combinatie schakelpedaal/koppelingshendel, die op deze Vitpilen, om er even helemaal een oneerlijke strijd van te maken, ook nog eens wordt ondersteund door een up/down-quickshifter. Overigens is de Model 180 naast de voetkoppeling ook nog voorzien van een koppelingshendel. “Maar”, zo licht de eigenaar toe, “die ontkoppelt niet helemaal.” Wat toch een vrij elementaire functionaliteit van een koppeling is.
Bij het landgoed Hackfort, dat met z’n kasteel en oude watermolen een passend decor vormt voor deze sprong terug in de tijd, zetten we beide Husky’s eens naast elkaar voor een optisch vergelijk. Dus zo ziet de evolutionaire stap van 91 jaar ontwikkeling er in een notendop uit. Duidelijk is dat het zwaartepunt daarbij in de loop der tijd enigszins is verschoven. Waar op de Model 180 werkelijk ieder detail een bepaalde functie geniet, het design is kortom vooral door functionaliteit ingegeven, lijkt bij de Vitpilen vooral de vorm doorslaggevend. De tank/zit-combinatie lijkt uit één stuk gesneden en geeft de machine als geheel een bijna futuristische aanblik. Oogt niet heel comfortabel, en dat is het ook niet. Het dunne zadel is behoorlijk hard en de over de tank gestrekte zithouding is weliswaar actief, maar niet heel comfortabel. Dat ‘vorm voor functie’-idee, zie je ook enigszins terug bij het dashboard. Dat heeft met z’n ronde vorm best een speelse uitstraling (of het qua design in het geheel past, moet eenieder voor zichzelf beslissen), maar het LCD-display centraal in het midden is zo klein, dat het de afleesbaarheid absoluut niet ten goede komt. In de zon is het trouwens helemaal niet afleesbaar, de transparante kunststof behuizing schittert namelijk meer dan een stroboscoop op een houseparty.

Is dat erg? Enerzijds ja, dat dashboard moet en kan beter, de zithouding daarentegen is vooral een kwestie van gewenning en past eerlijkheidshalve wel bij het karakter van de Vitpilen. Noem het maar eigenzinnig. Bovendien heb je qua rijeigenschappen helemaal niet te klagen. De 76 pk sterke eencilinder presenteert zich boven de drieduizend toeren als bijzonder aangenaam in de omgang, heeft een zeker voor een eencilinder opmerkelijk brede powerband en verwent met plenty vermogen en koppel. Rond de zesduizend toeren zijn er, ondanks de dubbele balansassen, weliswaar merkbare trillingen, die manifesteren zich echter vooral in de spiegels. Daarbij laat de rijklaar 165 kilo wegende Vitpilen zich bijna belachelijk lichtvoetig sturen en is het vertragende vermogen van het remsysteem, met een enkele schijf voor, meer dan voldoende.
Dit in tegenstelling tot de originele remmerij van de Model 180. Die beschikt weliswaar standaard over twee remmen, een trommel- en bandrem, echter beide in het achterwiel. “Maar met het achterwiel kun je niet remmen”, aldus Braakhekke. “Daarom heb ik zelf in het voorwiel een tweede bandrem gemaakt en nu remt ‘ie heel behoorlijk. Bovendien heb ik nu ook een soort van ABS. Als het regent en de riem wordt nat, dan slipt ‘ie door immers.”
Op de additionele voorrem na, is de Model 180 verder volledig origineel. Twee jaar geleden ontving Braakhekke zelfs een certificaat van echtheid, uit de handen van niemand minder dan de directeur van het Husqvarna Museum in Zweden zelf. “Ik was daar in verband met de Husqvarna Rally, die startte bij het museum. De directeur heeft alle motoren die ooit in Zweden geproduceerd zijn, in de computer staan, met alle gegevens erbij. Hij heeft alle nummers van de aparte onderdelen genoteerd en na een uurtje kwam ‘ie terug en zei: ‘Gefeliciteerd, je hebt een helemaal originele!’ Dat hoor je natuurlijk graag.”
Blijft toch een mooi zaak dat er liefhebbers zijn die onze motorhistorie levend houden. Of er voor de Vitpilen 701 ook zo’n lang en rijk leven in het verschiet ligt, is natuurlijk nog maar de vraag. Met zijn ravissante, allesbehalve doorsnee uiterlijk heeft ‘ie het in ieder geval in zich om uit te groeien tot klassieker. En misschien geeft over 91 jaar dan wel een oudere grijsaard uitleg aan een jonge motorjournalist over zijn trots. “Dit is ‘m dan, de Vitpilen 701, al bijna 100 jaar oud. Dat daar is de tankdop, daar gaat de benzine in.” Waarop de jonge scribent antwoordt: “De wat?”

Deze reportage is mede tot stand gekomen dankzij medewerking van Natuurmonumenten Nederland: www.natuurmonumenten.nl

Motoplus als app?

Om deze webapp op je telefoon te installeren, klik dan op het icoontje onderaan en klik daarna op Zet in beginscherm.

Om deze webapp op je telefoon te installeren, klik dan op de drie bolletjes rechtsbovenin

en klik daarna op Toevoegen aan startscherm.