+ Plus

Reizen Tegernsee-Berchtesgaden

Volgens onderzoek leven de meest tevreden inwoners van Duitsland in de omgeving van de Tegernsee. Na slechts een paar kilometer snap je waarom: meren, bergen en bovenal ontelbare kronkelwegen met lakenstrak asfalt. Een rondje door de Beierse en Tiroolse Alpen leert je dan ook in ieder geval één ding, Onze Lieve Heer is motorrijder!

Houdt u van doodlopende wegen? Nee? Nou, ik wel. Natuurlijk niet die exemplaren die op een bizarre wijze eindigen in grootstedelijke achterplaatsen, maar denk bijvoorbeeld eens aan de prachtige dwarsdalen in het Zwitserse Wallis. Alleen maar doodlopende wegen, maar ze zijn allemaal even fantastisch! Daarom maak ik mij niet druk om de aanwijzing aan de Tegernsee dat de route naar de Spitzingsee is afgesloten vanaf Valepp. Evenwel zijn er twee onaangenaamheden: de snelheidsbeperking ligt rond de 30 per uur en op een kilometertje of 4,5 is er een tolkantoor. Het is al laat in de namiddag en daarom is het kassahokje wellicht onbemand. Desondanks stoppen we eventjes. Uit een ooghoek zie ik bij het betaalkantoor een stuk papier met grote letters: ‘Tschüss-freie Zone!’ Een ‘doei-vrije-zone’? Diegene die hier werkt heeft duidelijk een zeer speciale vorm van humor, of helemaal niet.
In de vroege avond vallen er lange schaduwen op de eenbaansweg door deze doei-vrije-zone. Maar goed dat de tolgaarder al heeft uitgeklokt voor vandaag. Wellicht hadden we hem met een woordeloze groet voor het hoofd gestoten, zijn briefje is immers voor meerdere uitleg vatbaar. Het asfalt werkt zich door het onderhout, krast langs grove rotsen. Laatste zonnestralen prikken tussen de bomen door terwijl naast ons het riviertje lieflijk klotst. Net op tijd voor het avondeten bereiken we de houtvesterswoning Forsthaus Valepp. Vanaf de balkons storten zich enorme hoeveelheden bloesem uit over de versierde houten balustrades en vanuit de keuken komt een onweerstaanbare geur naar buiten het terras op. Na een reis van 700 kilometer mag de dag hier wel eindigen. Ware het niet dat… Een knulletje, uitgedost als ober, vertelt ons met een zwaar Beiers accent dat de dag voor ons nog niet ten einde is. Vanwege de brandveiligheid mogen er op het moment geen kamers worden verhuurd. Mijn alleszeggende opmerking dat we niet-rokers zijn, lijkt enkel tegen de wind gericht. En ook de hint dat de bezigheden in de keuken eveneens niet geheel brandongevaarlijk zijn, doen de jongen enkel schouderophalen. Tja, dan maar: “Tot ziens! Doei!”

Een laag vederlichte nevel stijgt vanaf de nog bleekblauwe Tegernsee omhoog naar de hemel. Straks zal de vroege zon de waterspiegel kleuren in ultramarijn. Aan de straat langs de oeverkade van de Tegernsee worden de eerste vensterluiken geopend. In de achteruitkijkspiegel wordt het meer met een mild deinend landschap door een rij bomen verzwolgen. Terwijl anderen nog jam op hun broodje smeren, rijden wij al in een flink tempo met onze motoren bergopwaarts richting de Achenpass. En wanneer aan het meer net het tweede kopje koffie wordt geschonken, schieten wij in een halve bocht naar links over het hoogste punt van de bergpas. We laten het gas wat los en schakelen twee versnellingen terug, voor de afsplitsing naar de Sylvensteinsee gaat het er wat betreft het bochtenwerk echt heftig aan toe. Ik ben klaarwakker.
De volgende doodlopende weg. Of toch niet? Net aan de andere kant van de grens naar Tirol is er een afsplitsing naar Steinberg. Het ziet er op de kaart erg verleidelijk uit, maar de doorgaande verbindingsweg verder naar Kramsach is doorgekruist achter Steinberg. Linker knipperlicht aan, we zien het wel! Vanaf een nabijgelegen weide horen we koebellen rinkelen. Het vage brommen van twee trekkers wordt geabsorbeerd door de aan de voet van de Rofan gelegen bossen. Op gezichtsafstand luieren de huizen van Steinberg tussen de verzadigde weiden. Nog een goed stuk voor de kerktoren buigt de weg af. Zou die werkelijk afgesloten zijn? Een paar honderd meter verderop weten we het wonderlijke antwoord. Ja, de weg is afgesloten. Maar gedurende de eerste dertig minuten van ieder oneven uur is het toch toegestaan om door te rijden. Even een kijkje op de klok: 11:28 uur. Mogen we nou wel of mogen we nou niet? De eerste 30…oneven uur…het gas erop!
We kunnen relaxed over het tamme steengruis rijden. Helemaal in tegenstelling tot de Steinberger Ache. Aan onze rechterkant, helemaal beneden diep in het ravijn schuimt de onstuimige rivier. Bij de riviermonding drijven meerdere kajaks op het intussen rustigere water. Zij komen direct uit de snel stromende waterloop van de Kaiserklamm. Honderd jaar geleden werd hier het hout uit de bergen tot aan de Inn gedreven. De Tiger en de BMW driften nog twee kilometer bergopwaarts over een voor deze keer echt doodlopende weg, totdat de rijweg eindigt kort voor het ravijn met beek bij de Biergarten van het Kaisershaus.

Vanaf het Kaisershaus tot de Wilde Kaiser is het niet meer zo ver. En die is vandaag in een opperbeste vakantiestemming. Net zoals de meesten die gemotoriseerd op pad zijn en ook onze richting op gaan. Allemaal zijn ze op een ontspannen manier onderweg. Tot aan de grens bij Schneizlreuth. Ik weet het niet of het alleen maar aan de grens ligt, maar kort na het passeren van de denkbeeldige slagboom is het gedaan met de relaxte stemming en gaat het gas erop. En vanaf Unterjettenberg is de beer echt helemaal los! Het asfalt van de Duitse Alpenweg heeft erg veel grip vandaag en een flink stuk verderop worden de Hochkalter en Watzmann zichtbaar boven het asfalt. Tussen de keerbochten, die ons het Ramsauer Tal in doen waaieren, duikt de weg kort een schaduwrijk stukje bos in. Als de zonnestralen zich een weg tussen de kruinen van de bomen weten te banen, ontploffen ze in een fractie van een seconde tot een fonkelende ster, om net zo snel weer te verdwijnen. De schaduw uit, het licht weer in! Als we enigszins een beetje haast maken kunnen we aan het einde van de dag nog een ritje maken over de Rossfeldstraße.
Berchtesgaden, de stad met de vele kerktorens, laten we links liggen. Daar hebben we morgen op de terugreis naar de Tegernsee nog genoeg tijd voor over. Nu gaan we zo snel mogelijk omhoog voor een panoramarondje boven de stad. Volgepropte reisbussen en een aantal kleine auto’s met gele kentekens maken zich uit de voeten naar het dal voor het avondeten. Wij daarentegen gaan de avond doorbrengen op de berg.
Het tolkantoor-zuid is net zo verlaten als de gehele route naar de Ahornbüchsenkopf. Tweede, derde, vierde versnelling. De driecilinder vlamt de berg op, de BMW brandt er achteraan. Dan opeens wordt aan onze rechterkant de ontoegankelijke bergwand van de Hohe Göll vuurrood verlicht door het laatste avondlicht. Op de korte route over de bergkam valt de temperatuur naar een verkwikkend niveau en laten wij onze motoren uitrollen. Behalve ons parkeert hier alleen nog maar een andere motorrijder zijn 125. De niet meer al te jonge coureur staart strak naar de zon. “Mooi, hè?” “Jazeker!” Hij kijkt strak verder naar de zon en vervolgt in een zwaar Beiers accent “En, waar komen jullie vandaag vandaan?” Mij schiet het tolhokje voor Valepp weer te binnen: “Wij komen uit de doei-vrije-zone.” De zon verdwijnt achter de bergen. “Is dat ver hier vandaan?” “Nee hoor, een kilometertje of 200 misschien”. Hij start zijn motor en zegt: “Nou, een goeie reis dan maar. Servus!” “Van hetzelfde dan maar, doei!” Ik leer het ook nooit. Doei!

Motoplus als app?

Om deze webapp op je telefoon te installeren, klik dan op het icoontje onderaan en klik daarna op Zet in beginscherm.

Om deze webapp op je telefoon te installeren, klik dan op de drie bolletjes rechtsbovenin

en klik daarna op Toevoegen aan startscherm.