+ Plus

Reizen Senegal

Wanneer we op een zondagavond landen op het vliegveld van Dakar, weten we eigenlijk nog maar vrij weinig van Senegal. Ja, dat we ruim een week offroad zouden gaan rijden in deze voormalige kolonie van Frankrijk, die zijn bekendheid, zeker onder motorrijders, voornamelijk dankt aan de wereldberoemd rally die hier tot 2008 nog in de hoofdstad Dakar eindigde. Hoe zwaar het zou worden en hoe erg het geduld op de proef zou worden gesteld, onder meer door defecte motoren, konden we toen nog niet vermoeden…

Nog maar sinds een paar maanden kent Senegal een visumplicht en dat verplichte papiertje dien je ruim voor vertrek aan te vragen. Vervolgens ontvang je een bevestiging waarmee je het visum persoonlijk kunt afhalen bij aankomst op het vliegveld. Tot zover de theorie, want zoals in zoveel Afrikaanse landen Afrika werkt het systeem nog lang niet vlekkeloos, waardoor nagenoeg de helft van onze groep zonder bevestiging bij de douane staat. Maar niet getreurd, want wederom net als in zoveel Afrikaanse landen doet een beetje smeergeld wonderen. Slechts € 10,00 om precies te zijn, door de dienstdoende beambte overigens keurig tot ‘theegeld’ gedoopt,  blijkt voldoende om het best wel het mooie visum ter grootte van een Nederlands paspoortpagina alsnog in de wacht te slepen. En als dan ook nog blijkt dat alle bagage met bodyprotectors, nekbraces, ellenboog- en kniebeschermers, crosshelmen en –laarzen, evenals de reguliere kleding netjes was aangekomen, verlaten we fluitend het vliegveld om de Afrikaanse zwoele avond tegemoet te treden. Het avontuur kon beginnen.
Ruim een uur ten zuiden van Dakar staan onze motoren klaar in een plaatsje genaamd Mbour. Het blijkt een redelijk bonte verzameling van KTM’s, Honda’s en Yamaha’s, wel allemaal een 450’s. Duidelijk geen fonkelnieuwe beestjes en bij een iets nadere inspectie blijkt er technisch ook wel het één en ander aan de hand. Slecht functionerende remmen, lekkende tanks, kickstarters die niet werken, er is eerst nog wel wat werk aan de winkel voor de monteurs voor we op pad kunnen. Helaas geen uitzondering, het nogal onbetrouwbare patroon van de machines zal zich de rest van de week blijven herhalen en ons geduld danig op de proef stellen. De Afrikanen alhier schijnen zich echter van geen kwaad of haast bewust. Je repareert iets wanneer het stuk gaat, niet eerder. En zeker niet verder denken dan de dag van vandaag, wat morgen komt, komt morgen. Wie dan leeft wie dan zorgt immers. Moeilijk te begrijpen voor ons Nederlanders, die toch wel heel erg gewend zijn aan een georganiseerd en gestructureerd leventje. En die, zeker als het op motoren aankomt, niets aan het toeval wensen over te laten. Het wordt een nederige les in ‘loslaten’ dus. Grappig om te weten, je kunt in West-Europa cursussen volgen om dit zogenaamde loslaten te leren. Dure cursussen uiteraard, een weekje oefen in de Senegalese praktijk is in ieder geval een stuk goedkoper!

Wanneer we uiteindelijk op pad gaan, rijden we al binnen tien minuten in de Afrikaanse bush. Het landschap wordt gekenmerkt door laag struikgewas en overal staan de indrukwekkende, sprookjesachtige baobab bomen met hun kenmerkende dikke stam. Hierin slaat de boom in het regenseizoen water op om zo in de droge tijd te kunnen overleven.
Het is weliswaar warm vandaag, maar zeker niet te warm. Onder een strakblauwe hemel over karresporen ploegen we door het losse zand. Sinds Australië twee jaar geleden heb ik niet meer door los zand gereden, het is weer even wennen voor ik enigszins ontspannen op de brommer zit, weer ver voor me uitkijk en de motor zijn eigen weg laat zoeken.
Als we bij dorpjes stoppen komt de bevolking nieuwsgierig en vrolijk naar ons toe. Een happening die zich de hele volgende week zal blijven herhalen in het binnenland van Senegal. De mensen hier zijn nog totaal niet gewend aan reizigers, zeker niet die op de motor. De contacten zijn dus uniek en leuk, maar het vereist wel wat basiskennis van de Franse taal, want naast de lokale taal Wolof, is Frans het enige wat er gesproken wordt. Maar zoals overal in de wereld kom je met allerlei gebaren ook ver, levert bovendien ook de nodige hilarische taferelen op.
Het mooie van Senegal is dat je tijdens de week rijden door een immense diversiteit aan landschappen komt. Wanneer we naar het zuiden rijden, richting de grens met Gambia, zijn het vooral langere grassoorten met verschillende boomgroepen die het uitzicht grotendeels bepalen. Tot we in ene pelikanen zien vliegen boven wuivende palmbomen, onmiskenbaar het teken dat we in de buurt van de kust zijn aangekomen. Als we uitgeput neerploffen in de stoeltjes van ons resort en de crosshelmen afzetten, blijken alle gezichten getekend door een immense laag modder en stof. Geen beter moment om even lekker achterover te hangen met een lokaal biertje als Flag of Gazelle in de hand en te genieten van het voldane gevoel dat je altijd ten deel valt na een lange dag intensief rijden. Gelukkig zitten we direct aan de kust waar er een licht briesje waait en het ’s avonds daarom heerlijk afkoelt. Onder de kraakheldere sterrenhemel worden na een verkwikkende douche de lekkerste gerechten geserveerd, van garnalen tot kip. Met een uiterst voldaan gevoel kruipen we dan ook het bed in onder het muskietennet in het rieten hutje, vooral nieuwsgierig naar wat de volgende dag zal brengen.

De route voert meer naar het midden en noorden van Senegal, waarbij we onder meer de Sahel steppe aandoen, die zich presenteert met de beroemde acacia bomen, maar ook flinke doornstruiken. We stuiven er met een flink tempo langs en daarbij is het behoorlijk oppassen geblazen, de centimeters lange doorns van de struiken kunnen namelijk niet alleen lekke banden veroorzaken, maar ook forse ontstekingen wanneer ze in je huid steken en de puntjes afbreken.
We passeren onderweg diverse kleine dorpjes waar we, zoals gezegd, zonder uitzondering worden toegejuicht door de bewoners die afkomen op het lawaai van acht brullende motoren. Daarbij proberen we het tempo zo laat mogelijk te houden, wat soms simpelweg onmogelijk is omdat we dan stil komen te staan in het losse zand. Levert soms wat hachelijke momenten op, niet met de bevolking natuurlijk, maar helaas heeft één kip bij een directe confrontatie met een KTM toch het onderspit moeten delven.
Hier in het binnenland zijn er weinig verkeersregels en we volgen onze gids Marco dan ook kris kras door het landschap. Het ene moment rijden we slingerend in wolken stof en zand over sporen en weggetjes waar je bijna niets ziet, om vervolgens weer in een gebied te komen met lage struiken en bomen waar we zo dicht langs sturen dat de takken tegen onze benen en helmen slaan. Avontuur ten top, waar ter wereld kun je nou zo ongestoord in alle vrijheid rijden?
De combinatie van hitte en inspanning maakt dat we veel vocht verliezen, meerdere keren per dag vullen we dan ook onze camel bags. Omdat enkele motoren zich onderweg weer eens niet van hun meest betrouwbare kant hebben laten zien, moeten we het laatste uur in het stikdonker afleggen, waarbij het, door stof net zichtbare achterlicht van mijn voorrijder de enige wegwijzer naar onze eindbestemming vormt. Gelukkig is er ook nog het licht van de bijna volle maan, waardoor we allemaal zonder kleerscheuren aankomen in Koba, een soort omheinde compound van rieten hutjes in the middle of nowhere. We douchen in de buitenlucht, waarna kleine vogeltjes vechten om de laatste druppels water uit de douchekop, en pas de volgende ochtend zien we hoe mooi het eigenlijk aangelegd.

Maar goed, het Senegalese achterland roept weer. Een roep waar we maar al te graag aan toegegeven trouwens. Vandaag rijden we naar de woestijn van Lompoul, misschien wel het mooiste stukje woestijn van Senegal met duinen van 40 tot 50 meter hoog. De route er naartoe voert over lange, dorre vlaktes tot we bij de kust aankomen. Het mooie van motorrijden, ten opzichte van de auto, is dat je onderdeel van het landschap bent en niet gehinderd door ramen en/of airco de hete wind voelt en het land ruikt. Want al ver voordat we de zee zien, dringt de frisse, zilte zeegeur al mijn helm binnen. Niet veel later gaat er een langverwachte jongensdroom in vervulling, die van met de motor over het strand scheuren. In Nederland simpelweg ondenkbaar, maar hier kan én mag het. De anderen weten niet hoe snel ze uit hun crosskleding moeten stappen om het heldere zeewater in te duiken, een waar genot na de afgelopen warme en droge dagen.
Helaas gaat het niet allemaal zoals het zou moeten, onze gids gaat op het strand onderuit en breekt daarbij een rib. Vervelend voor hem, maar ook voor ons omdat we nu helaas de tocht door de duinen moeten overslaan. Jammer, maar geen drama. Het bedwingen van de duinen vraagt toch wel een zekere mate ervari9ng en is zeker niet voor iedere offroader weggelegd. Belangrijker is misschien nog wel dat de meeste motoren eigenlijk het vermogen missen om volgas de duinen omhoog te komen.
De aankomst even later in het kampement van Lompoul is er een uit het sprookje van duizend en één nacht. De nomadententen staan in een rij tegen de prachtig rode duinen opgesteld in het fijne zand, helemaal in harmonie met de omgeving. Een enorme sterrenhemel maakt ’s avonds het plaatje compleet en als ik de gaslamp in mijn tent uitdraai om te gaan slapen, denk ik even terug aan de afgelopen week. We kwamen om offroad te rijden en dat hebben we gedaan. Door los zand, over savannes, langs baobab en acacia bomen, over het strand, door de duinen en over gravel wegen. Wat we erbij kregen waren de ontmoetingen met een zeer vriendelijke Afrikaanse bevolking, lekker eten en de kennismaking met een land dat nog altijd in z’n pure vorm te ontdekken valt. Precies zoals avontuur hoort te zijn!

INFO SENEGAL (OFFICIEEL REPUBLIEK SENEGAL)

Ligging: West-Afrika
Buurlanden: Mali, Guinee, Guinee-Bissau, Gambia en Mauritanië
Kolonie: het land is een kolonie van Frankrijk geweest en sinds 1960 officieel onafhankelijk.
Hoofdstad: Dakar
Inwoners: 13,3 miljoen
Taal: de officiële taal is Frans en de lokale taal is Wolof
Munteenheid: de CFA-Frank (duizend XOF is ongeveer € 1,50)
Tijdsverschil: geen

Wetenwaardigheden: Senegal dankt zijn naam aan de gelijknamige rivier in het noorden van het land, die de natuurlijke grens vormt met buurland Mauritanië. De stroom vindt zijn oorsprong in Guinee, waar de Semefé en Bafing samenkomen en verder gaan als Sénégal, en mondt 1.790 kilometer verderop uit in de Atlantische Oceaan.
Ervaring: om in Senegal off road te rijden is enige ervaring met het offroad rijden vereist. Belangrijk(er) echter nog is een flexibele instelling.

Meer informatie: de hier beschreven trip betreft een pilot reis van Travel 2 Explore. De reisorganisator, voornamelijk gespecialiseerd in avontuurlijk georiënteerde bestemmingen, heeft deze negendaagse trip ook in 2014 weer op de kalender staan en wel in november én december. Kijk voor alle informatie over deze of andere motorvakanties op www.travel2explore.com, of bel met 0346-769 003 / 075-614 9059.

Contact: www.au-senegal.com

Motoplus als app?

Om deze webapp op je telefoon te installeren, klik dan op het icoontje onderaan en klik daarna op Zet in beginscherm.

Om deze webapp op je telefoon te installeren, klik dan op de drie bolletjes rechtsbovenin

en klik daarna op Toevoegen aan startscherm.