+ Plus

Reizen Roemenië

Roemenië is voor vele reizigers onbekend terrein. De contrasten langs de Karpatenboog zijn aanzienlijk: milieuvervuiling en wonderschone oude steden, indrukwekkende gastvrijheid en duistere Dracula-gezichten, leven als 100 jaar geleden en moordende verkeerssituaties op de grote verkeerswegen. Wie op zoek is naar iets anders en een flinke portie nieuwsgierigheid mee op reis neemt, ontdekt een boeiend land.

De eerste week in Roemenië verloopt niet precies zoals we ons dat hadden voorgesteld. Het perfecte voorjaarsweer dat ons begeleidde door Oostenrijk en Hongarije waagt het nog niet om mee te gaan naar de Karpaten. Daar vertikt de weerbarstige winter het om zich terug te trekken. Boven de 1.500 meter is het landschap nog verstopt onder een flinke sneeuwlaag, de hoge bergen bevinden zich nog in zeer donkere wolken en de piste waarover we een toenaderingspoging wagen naar de bergen, zakt bij een temperatuurtje van 1 graad boven nul weg in de modder en sneeuwjacht. De modder bedekt onze allroads met een flinke bruine laag en ook het weer zorgt er niet voor dat ons humeur een beetje beter wordt. We hadden er geen rekening mee gehouden dat we hier een vorstshock zouden oplopen in het midden van mei.
We dalen weer af naar het klimatologisch gezien minder bedenkelijke laagland. In Carta vinden we een knusse camping die door de vriendelijke Nederlandse Antje wordt geëxploiteerd. Gnuivend kijkt ze naar onze besmeurde motorfietsen en verspreidt meteen optimisme: “Ze zeggen dat overmorgen de lente eindelijk zijn intrede doet.” De bevroren motregen in de nacht spreekt een andere taal, maar in de ochtend komt er inderdaad een schuchter zonnetje tevoorschijn door de wolken. Eindelijk zien we de Karpaten, een overweldigende dicht aaneengesloten schare van steile witte en meer dan 2.500 meter hoge bergen. We laten onze tenten gewoon staan en rijden rustig door de zacht glooiende groene heuvels van het Karpatenvoorland. Vaak over kleine niet geasfalteerde wegen zonder veel verkeer. Herders trekken met hun kudde schapen over het wijde land en kleurig geklede Roma-families hobbelen met robuuste, oeroude paardenwagens door de dorpen. We voelen ons decennia in de tijd terug verplaatst.

De plaatsnaamborden zijn geschreven in het Duits en Roemeens, het bewijs van het voormalige kolonisatiegebied van de zogenaamde Saksen hier in Siebenbürgen. Al in de twaalfde eeuw kwamen de eerste kolonisten naar Transsylvanië. Ze gaven gevolg aan de toezegging van de Hongaarse koning Geysa en bouwden dorpen en machtige weerkerken, beschermden zo het land tegen de gevreesde aanvallen van de Mongolen en Tartaren. Uit erkentelijkheid daarvoor genoten de kolonisten van de privileges van de ‘Gouden Vrijbrief’, voordelen waar ze niet eens van hadden durven dromen in hun vaderland. Van de driehonderd voormalige vestingkerken heeft de helft het door de eeuwen gered. Sommige zijn hopeloos vervallen, andere zijn echter bewonderenswaardig mooi gerestaureerd.
De mooiste vinden we in Deutsch-Weißkirch, dat tegenwoordig Viscri heet. Sarah, de 75-jarige behoedster van de vestingkerk uit de dertiende eeuw, geeft ons een rondleiding door haar ‘schat’. Metersdikke muren, aardedonkere trappen, een houten omloop op een winderige hoogte en een erbovenuit stekende witte toren met een piramidevormig rood pannendak. Maar we zijn niet alleen gefascineerd door de vestingkerk, ook het dorp is zo pittoresk, kleurrijk en levendig als geen andere plaats in deze streek. Er staan oude pastelkleurige, stenen huizen langs de met grove klinkers geplaveide dorpsstraat, kinderen drijven de koeien van de weide terug naar de stal en een blauwe Russische vrachtwagen zamelt volle melkkannen in bij de grote houten deuren van de boerderijen. Alle voormalige Duitse bewoners zijn echter bijna allemaal verdwenen. Ze verlieten Deutsch-Weißkirch na de val van het Ceaucescu-regime. Vandaag de dag leven er vooral Roemenen en Roma in Viscri.
Helemaal in tegenstelling tot het weerbericht was het toch een goede dag, het was in elk geval 15 keer warmer dan gisteren. Maar er wacht ons nog een onaangename verrassing. Op een hobbelige piste vlak voor Carta wil Roberts BMW niet meer starten na een stop, de controlelampjes gloeien nog maar zwakjes in de avondschemering. Kennelijk is de accu kapot. We knopen de zware 1200 met spanriemen vast achter de XT en trekken zo de BMW naar de camping. De Ténéré krijgt het er behoorlijk warm van, voor dit soort trekwerk werd deze motorfiets klaarblijkelijk niet ontwikkeld. Antje leent ons startkabels, maar de BMW versmaadt de stroom uit de Yamaha-accu. Het is hopeloos. Dit soort tegenslagen overkomen je alleen maar op een zaterdag. Derhalve heeft Robert een saaie zondag, slechts gevuld met de lectuur van het GS-reparatieboek. Hij komt achter deprimerende weetjes over de mogelijke fouten van de CAN-bus-elektronica en vreest dat er toch echt hulptroepen aan te pas moeten komen.

Rustig maar, zo ver is het nog lang niet. Maandag krijgt de BMW vroeg in de ochtend een donororgaan, we plaatsen de Yamaha-accu in de patiënt. Deze keer weigert de GS de Japanse stroom niet en start direct. Robert raast naar Sibiu en vindt daar een Bosch-servicepunt, dat zelfs een geschikte accu voorradig heeft, in de middag is zijn humeur weer helemaal opgeklaard. Eindelijk zijn we weer beide mobiel. We pakken onze spullen en gaan naar het legendarische Dracula-kasteel in Bran. Of de vermeende vampier, die pas door de roman van Bram Stoker over de hele wereld bekend werd, hier ook werkelijk heeft geleefd, daarover bestaat grote twijfel. Maar dat is ook niet zo belangrijk, want de mythe leeft en lokt duizenden toeristen naar de geweldige burcht, die zelfs zonder de griezelverhalen fantastisch is. Een fascinerende architectuur, speelse torentjes en booggewelven, kamers en gangen, een keer griezelig donker, dan weer in filigraan of uiterst massief.
Ondertussen is het weer gaan regenen en vluchten we naar het noorden. We rijden door deprimerende plaatsen en schrikken hevig van het overal aanwezige afval dat langs de wegen en in de rivieren ligt. In een verschrikkelijk pension drinken we vieze koffie terwijl de waard een grote basten korf gevuld met lege plasticflessen over de binnenplaats naar de rivier sleept en de hele inhoud gewoon het water in kiepert. Hij haalt nonchalant zijn schouders op als hij onze verbijsterde gezichten ziet. Dit is het leven van alledag in Roemenië.
Net zo aanstootgevend als de Roemeense vuilverdeling is het verkeer op de grotere wegen. Regelmatig worden we aangevallen door vette veertigtonners, die zelfs binnen de bebouwde kom met 90 km/uur vlak langs ons heen razen. Nog erger zijn de over het algemeen zwarte grote luxe wagens en over-gemotoriseerde SUV’s, het liefst van Duitse premiummakelij, waarvan de bestuurders blijkbaar de wet niet kennen. Of in ieder geval geloven dat ze vanwege hun rijkdom recht hebben op een compleet zwakzinnige manier van rijden. De ‘gewone’ Roemeen daarentegen is meestal op een geciviliseerde wijze onderweg, vormt geen gevaar op de wegen. En wat kunnen wij nu gerust concluderen? Mijd de grote verkeerswegen en gebruik de kleinere exemplaren.

Precies dat gaan we nu ook doen, navigeren over secundaire wegen, waar de oriëntering dankzij de niet altijd foutloze landkaart soms intuïtief plaatsvindt. Gelukkig regent het ondertussen iets minder hard en komt de temperatuur boven de tien graden. ‘s Avonds zijn we in Sighişoara, het voormalige Schäßburg, met stomheid geslagen. Wat een prachtige stad! Verbleekte bonte en mooi gerestaureerde, eeuwenoude huizen omzomen met grove klinkers geplaveide straatjes. Daarbij royale pleinen met gezellige cafés, een ronduit geweldig middeleeuws architectonisch harmonisch geconstrueerd stadsgedeelte met een uitstekende atmosfeer. We zijn enthousiast en blijven daarom meteen maar twee dagen. In feite is Sighişoara het keerpunt van onze reis, vanaf nu wordt niet enkel het weer alleen maar beter, ook de positieve indrukken worden steeds talrijker.
Over kleine weggetjes, vaak in zo’n slechte staat dat het lijkt alsof het landschap in de oorspronkelijke toestand terug moet worden gebracht en zijn versierd met een behoorlijk arsenaal aan kuilen in het wegdek, hobbelen we verder. Verbazen ons daarbij over de altijd weer vriendelijke en nieuwsgierige mensen, over een apocalyptische industriële ruïne middenin een naar zwavel stinkende stortplaats en over eindeloze bossen en spannende bijna verkeersvrije passen.
De plaatsnaamborden zijn nu niet meer in het Roemeens-Duits, maar in het Roemeens-Hongaars. In dit voormalige Hongaarse kolonisatiegebied veranderen ook de dorpen van uiterlijk, met artistieke houtsnijwerken versierde huizen lichten op in de warme zon. Wat een contrast met de lelijke steden als Ostra, Stulpicani en Fraisin, die je bovendien ook nog eens behoorlijk op de zenuwen kunnen gaan werken door de gruwelijk lange doorgaande wegen door de bebouwde kom.

We volgen de rivier Bistrita door een prachtig dal en bezoeken het beroemde Moldau-klooster in Sucevita, ontdekken dan eindelijk bergwegen waar we echt veel rijplezier beleven. Ongelooflijk zijn de bochten van de perfect geasfalteerde 17A door de bergen van de Maramures-regio. We rijden over duizend meter hoge passen en aan de horizon zien we hoe de besneeuwde, meer dan tweeduizend meter hoge bergtoppen van de noordelijke Karpaten zich uitstrekken naar een diepblauwe voorjaarshemel. Maramures is anders, wild en eenzaam, met ondoordringbare bossen. De mensen leven sinds eeuwen van de bosbouw. In Vişeu vinden we een eenvoudig pension vlakbij een bosspoorweg, een absolute must voor stoomlocomotieffans. Iedere ochtend gaat de grappige smalspoorlocomotief met drie toeristen en vele open goederenwagons door de Valea Vaserului (watervallei) zonder wegen en komt ’s avonds weer volgeladen met boomstammen terug naar Vişeu. Al te graag waren we ook op deze tijdreis gegaan, maar de trein is al voor vele dagen volgeboekt.
Morgen willen we verder naar Oekraïne. Het is de hoogste tijd dat we onze reisindrukken van Roemenië samenvatten. Het was spannend, vaak deprimerend, dan weer buitengewoon mooi. Het toiletpapier was altijd roze en ruw, de mensen vaak open en vriendelijk. Onveilig hebben we ons nooit gevoeld. Roemenië is nog altijd een land voor ontdekkers. Ondanks het EU-lidmaatschap gaat het leven hier merkbaar langzamer dan in Midden-Europa. Is dat misschien ook de reden dat het voorjaar wat langer op zich laat wachten?

Motoplus als app?

Om deze webapp op je telefoon te installeren, klik dan op het icoontje onderaan en klik daarna op Zet in beginscherm.

Om deze webapp op je telefoon te installeren, klik dan op de drie bolletjes rechtsbovenin

en klik daarna op Toevoegen aan startscherm.