+ Plus

Interview Streuer – De Haas

Dertig jaar nadat Egbert Streuer en Geral de Haas vicewereldkampioen werden in de zijspanklasse, is er weer een Streuer/De Haas-koppel. Als een soort ‘Startrek: The Next Generation’ willen Bennie en zijn vriendin Ilse proberen te doen wat hun vaders niet lukte: samen wereldkampioen worden. “Dan moet er eerst nog wel geracet worden.” Twee vaders en twee kinderen over elkaar.

Egbert, hoe kwam je na het stoppen van Bernard (Schnieders) terecht bij Geral? Hij was eigenlijk ook al gestopt.

Egbert: “Het contact was er al, omdat hij met Theo van Kempen ook bij ons in het Lucky Strike-team had gezeten. Het was de meest logische stap. Dat Bernard anders gebouwd was dan Geral, dat zegt dus niks. Zo’n ding (zijspan, red.) is nooit hetzelfde. Het weer is anders, of je rijdt op ander asfalt… Een paar rondjes en het is klaar. En er was verder niet veel keus, haha!”

Geral: “Ik vond dat natuurlijk wel leuk, want Egbert reed podiumplekken en hoewel Theo z’n best deed, was hem dat nog niet gelukt. Egbert en ik hadden al ooit een keer eerder samen gereden. In Portugal een paar rondjes, tijdens een test. Bernard was een beetje moe en Theo ook. Toen stonden we met z’n tweeën stil, ik zei wat tegen Egbert en toen zegt hij ‘nou, kom…’. Theo was wel een wildebras, daar moest ik mezelf goed vasthouden. Egbert was constant.”

Ilse, hoe hebben Bennie en jij elkaar leren kennen?

Ilse: “Op het circuit, rond 2013. M’n vader en ik zijn in 2012 met Classic Races begonnen. Het is eigenlijk één grote familie en je komt elkaar overal tegen.”

Bennie, jij werd in 2015 wereldkampioen, maar dacht je toen al niet aan samen rijden met Ilse?

Bennie: “We hadden in 2014 al eens in Assen samen gereden. Ik reed toen net met Geert (Koerts, red.) en dat ging ook goed.”

Ilse: “Ik was er destijds ook nog niet klaar voor geweest. In 2015 reed ik samen met Colin Nicholson, maar het gat tussen hem en Bennie was best wel groot.”

Die eerste keer bij je vader in de bak van een Classic BMW ging niet helemaal goed, toch?

Geral: “Het was in de uitloopronde, in de regen. Ik wilde ‘m een keer laten glijden. Maar hij sloeg door, haha! Ik zag haar zo vliegen, ze viel nogal op. Ze had een groen pak aan van mij met blauwe laarsjes. Lág ze daar in het gras. Ik lag onder het span en er liep allemaal benzine over me heen. Ik denk ‘zo dadelijk vliegt dat ding nog in de brand’. Toen zag ik die blauwe laarsjes aan komen rennen om te helpen. Na die eerste keer kreeg ik een brief met dingen die ik allemaal fout had gedaan…”

Ilse: “Dat was ook zo.”

Egbert, wat vond jij er van dat Bennie in 2007 wilde gaan rijden?

Egbert: “Ik zag de bui al hangen! ‘Straks kan ik alle werk verzetten, dan kan ik het net zo goed nog zelf doen’. Maar ik heb niet veel voor hem gedaan. Ik heb direct de boot afgehouden. Toen hij begon, ben ik wel wezen kijken. Maar niet als het ver weg was. Het viel me niet tegen. Hij had ook als een idioot in de rondte kunnen gaan. Dat viel mee. Er zat wel redelijk progressie in.”

Bennie en Ilse, wanneer hadden jullie het idee om samen te gaan rijden in 2020?

Ilse: “Eigenlijk pas erg laat. Ik had de afgelopen twee jaar zelf gereden en op een gegeven moment besloot ik dat ik toch wel weer graag in de bak wilde. Ik dacht dat ik wel mee kon doen aan de top, en als ik nog een paar jaar zelf zou blijven rijden, zou het moeilijk worden om terug te keren. Twee maanden nadat ik had besloten om te stoppen, had Bennie een nieuwe passagier nodig.”

Bennie: “Mijn passagier (Kevin Rousseau, red.) mocht wel met mij doorgaan, maar dan zou hij bij de bond zijn topsportstatus in Frankrijk kwijtraken. Die status heb je als je top 5 rijdt en ik werd twaalfde; vorig jaar sloeg nergens op…. Ik wist dat Tim (Reeves, wereldkampioen en in 2020 teamgenoot van Streuer, red.) ook nog een passagier zocht en ik heb Kevin gezegd ‘dan moet je meteen daar naar toe gaan’. Toen was Ilse eerste keus. Er is in Nederland geen betere passagier dan zij. En we hadden al vaker samen gereden. Tijdens testen, maar ook in 2017 tijdens het WK in Oschersleben (het duo werd twee keer vierde, red.). Toen brak Kevin zijn pols. ”

Ilse: “Bennie is gewoon nog een aantal seconden sneller (dan haar vorige rijders, red.). Bennie zat helemaal voorin, dus je bent continue met anderen in gevecht. Dat is ook anders. Omdat ik twee jaar niet zelf heb gereden, wordt dit jaar wel een grote stap, hoor. Maar dat komt wel goed. We merken nu dat we sneller accelereren omdat ik lichter ben. Er is een nieuwe regel dat het zijspan minimaal 225 kilo moet zijn. De rest is vrij. Vorig jaar moesten het zijspan, de rijder en passagier 370 kilo wegen. Bennie en ik wegen samen zonder het pak zo’n 110 kilo, maar Tim en Kevin zijn zo veertig kilo zwaarder.”

Geral, vond jij het bijzonder dat er weer een Streuer/De Haas-combinatie was?

Geral: “Toen ze gingen samenwonen, hebben we een naambordje op de flat geplakt. Het idee zat er dus bij mij al een tijdje in. Ik vond het al leuk toen ze hun eerste wedstrijd samen reden. Tuurlijk is dat leuk, maar….”

Ilse: “Maar wij gaan wel wereldkampioen worden! Wij moeten het wel beter doen, natuurlijk. Het meest bijzonder was toen we vorig jaar tijdens het WK Superbike samen reden, Egbert en pap met het Lucky Strike-zijspan en ik met Bennie. Dan besef je pas hoe bijzonder het is door al die mensen er om heen die dat zo bijzonder vinden. Dan denk je ‘dat is toch wel speciaal’.”

Egbert: “Dat zijn de mensen nog niet vergeten. Dat het zo’n impact had, had ik niet verwacht.”

In 1990 hadden jullie misschien wel de grootste kans gehad om samen wereldkampioen te worden.

Egbert: “De snelheid was er wel, maar er is altijd wel wat. Alain Michel kwam een keer voor ons langs (in Brno, red.) en nam ons mee (Streuer/De Haas sloegen over de kop, red.). Ja, dat kan gebeuren. Het zegt me niks. Zo kan ik elk jaar wel dingen vinden. Alain reed al vanaf de jaren 70 en had er al een aantal keren een beetje aan geroken. Als je het iemand gunt, dan moest hij het een keer krijgen. Ik had er geen problemen mee. Meestal kwam de stoom uit z’n oren, maar dat jaar had hij de boel goed voor elkaar. Volgens mij wonnen wij in Joegoslavië. Alleen….. ik had dat dingetje (de transponder, red.) ingebouwd bij het zijspanwiel, Michel in de neus van het zijspan. Nou, lekker…. Wij zaten zo’n eindje voor hem, maar volgens de uitslag zaten we een paar duizendsten (0,057, red.) achter hem. Net dat verschil tussen de neus en het zijspanwiel.”

Geral: “Het is jammer dat het ons toen niet gelukt is, maar het had me niks meer gebracht. Een gemiste kans, nee…”

Als je Ilse in de bak ziet, zie je dan iets terug van jou, Geral?

Geral: “Ze weegt natuurlijk niks, en ik woog in die tijd ook 60, 62 kilo. Ik sportte niet heel veel, maar ik moest wel precies de momenten te pakken om iets te doen. Als Egbert net van het gas ging, remde of schakelde. Je hebt bakkenisten met armen als boomstammetjes, die zaten tegen hun gewicht in te vechten. Dat had ik niet. Dat zie ik bij haar ook. Snel oversteken, je moet er beter over nadenken. Dat zijn ook de goeien, vind ik.”

Ilse: “Sommige van die handige trucjes zie ik wel terug. De timing, de lenigheid, niet in de wind gaan zitten, als ze aanremmen, je voet tegen het chassis zetten als je niet te lang bent.”

Bennie: “Bij Ilse en Geral zie je dat ze eens zo snel zijn als een ander. Bij andere bakkenisten zie ik vaak dat ze maar net op tijd zijn. Een goede bakkenist is licht en heel snel.”

Jij hebt altijd viertakt gereden. Heb je de tweetakten hebt gemist? Was het een mooiere tijd?

Bennie: “Nou nee, dat denk ik niet. Tegenwoordig is het rijden met de 600’s bijna hetzelfde als met de tweetakten van toen. Wij hebben nu ook een hele smalle powerband. Met het Kawasaki-blok van vorig jaar kwamen we nooit onder de 12.000 toeren. Met dit Yamaha-blok is dat beter. Je zit altijd tussen de 12.000 en 16.000 toeren. Ik vind het wel jámmer dat ik nooit tweetakt heb gereden. Maar dat is financieel niet meer haalbaar. Het duurste blok dat ik ooit gekocht heb, kostte 2200 euro. Het hoeft in principe ‘niks’ te kosten. Als je maar op tijd dingen vervangt. Als een viertakt stuk gaat, kan hij zo in de container. Als een drijfstang breekt en hij slaat door het carter….”

Egbert: “Voor 2200 euro had ik vroeger net één cilinder, een cilinderkop en een carburateur. En daar had je er vier van nodig.”

Ilse: “Vorig jaar heeft Bennie heel veel pech gehad, maar als het goed liep, zat hij er bij. En dit jaar hebben we het materiaal heel goed voor elkaar: de spullen waar Tim Reeves vorig jaar wereldkampioen mee is geworden, hebben wij nu ook. Een nieuw chassis (Adolf RS, red.), de nieuwste Yamaha-blokken, de beste elektronica die er is en de beste dataman die je kunt krijgen. We kunnen ons nu ook aan Tim als teamgenoot spiegelen.”

Ben jij in de ‘goede’ tijd bakkenist geweest, Geral?

Geral: “Ik heb wel eens bij zo’n 1000 cc-viertakt in de bak gezeten, ik dacht dat ik uit elkaar getrokken werd… Maar dat was ook na twaalf jaar niks doen, denk ik.”

Egbert: “Ja, hallo… Kreeg je wat spek op de ribben, hé. Moest je je ook eens met je handjes vasthouden!”

Ilse: “De meeste mensen hebben nooit in zo’n bak gezeten en kunnen ook niet goed zeggen wat je moet doen. Pap kan best goed kijken en hij geeft bijvoorbeeld aan wanneer en waar andere bakkenisten naar links gaan. Dan kun je daar zelf uit halen wat goed is voor je.”

Als een soort spotter dus.

Egbert: “Dat heb ik nou nooit begrepen, hè. Pfff… Daar heb je toch helemaal geen reet aan? Je voelt dat toch zelf? ‘De ideale lijn zoeken, ik rij wel achter ze aan’; verdomme, er is maar één lijn die werkt! Dat is jouw lijn, jouw stijl. Als er iemand voor me zit, daar heb ik niks aan. Ga ik er langs, komen ze achter me aan en zijn ze ineens twee seconden sneller! Dan denk ik ‘wat ben je dan verder aan het doen?’ Een passagier moet het voelen, die moet het voelen aan de krachten.”

Geef jij Bennie nog tips?

Egbert: “Over technische dingen misschien, en over het banden sparen. Dat soort dingen. Verder niet. Veel ligt aan de motor die je hebt, je moet dat zelf ervaren. Spanning voel ik nog steeds wel als hij rijdt. Je kunt er beter zelf op zitten dan aan de kant staan. Dan sta je maar te wachten tot ze weer doorkomen…”

Geral: “Toen Ilse net was begonnen, brak ze d’r heup bij Hilbert (Talens, red.). Ik zag ook gebeuren dat ze bij Colin (Nicholson) de lucht in ging…. Ik word daar niet rustiger van… Ze is ook eens een keer over mij heen gereden met een Classic. Toen zat ik bij haar in het bakkie.”

Ilse: “Dat was één van de eerste keren dat ik zelf reed. De versnellingsbak deed het niet zo goed en ik kon in de tweede versnelling een beetje m’n rondjes rijden. Toen werd ik ingehaald door een man die me later kwam vertellen dat hij nu ook eindelijk eens een BMW had ingehaald… Hoe oud was ik? Een jaar of zeventien, of zo. Later kwam ik die man op een ander circuit tegen en ik dacht ‘nu rem ik ‘m er uit’. Maar ik zat nog aan de linkerkant, daar lag een putdeksel, ik stuur zo in, dat ding gaat omhoog en pap valt er voorover uit. Maar die had zich natuurlijk ook vast moeten houden.”

Geral: “Ik hang uit en zij gaat zo op twee wielen de banden in: waar moet ik me dan aan vasthouden? Later hebben we nog wel gereden. Zo’n ventje haalde thuis nog een kleppendeksel. Werd de wedstrijd stilgelegd zodat hij de baan kon oversteken, Bennie had de stoterstangen gericht…. ”

Egbert (vol ongeloof): “’Gericht’…. Gericht?!”

Bennie, wat is jouw sterke punt ten opzichte van de concurrentie? En kun je wereldkampioen worden met Ilse?

Bennie: “Laten we het eerst maar eens afwachten. Ik werk veel nauwkeuriger dan de rest. Tim, (Josef) Sattler en ik hebben nu met z’n drieën twee nieuwe motorfietsen opgebouwd en als ik zie wat voor blunders die anderen maken, dat is onvoorstelbaar. Als rijder ben ik ook sterker dan toen ik wereldkampioen werd. Dat zie ik als ik achter anderen rijd. Er is ook veel minder stress met alles. We rijden nu voor een team. Of ik dat ding nou bij wijze van spreken één keer of drie keer in een jaar dubbel knik, het doet ons niet zeer. Dat we ons nergens druk om hoeven te maken, is een groot voordeel. Maar als dit niet gebeurd was, was ik gestopt. Alles wat ik verdiende ging in de sport.”

Ilse: “Anders was de verbouwing van het huis af geweest!”

Egbert: (kijkt op de klok) “Het wordt helemaal niet later. Hoe kan dat?”

Bennie: “Die klok staat stil. Al een paar maanden.”

(kader)
Streuer/De Haas I en II

Na de eerste grand prix van 1989 geeft Bernard Schnieders aan definitief uit te willen stappen bij Egbert Streuer. Geral ‘Ballie’ de Haas, eigenlijk al gestopt, stapt graag in. Bij hun eerste gezamenlijke optreden in Hockenheim finisht het nieuwe koppel vlak achter winnaar Steve Webster en passagier Tony Hewitt, tijdens de doorweekte Belgische WK-ronde in Francorchamps geeft Streuer rijles in de regen. Ook de laatste race van 1989 wint het nieuwe duo en dat resulteert met negen punten achterstand in een tweede plaats achter wereldkampioen Webster. In de eerste vier wedstrijden van 1990 vallen Streuer/De Haas twee maal uit, maar in Oostenrijk, België en Groot-Brittannië is het duo onverslaanbaar. Met negen podiums rest achter Alain Michel en Simon Birchall echter weer de tweede plaats in de eindstand.
Bennie Streuer maakt in 2007 zijn eerste meters in een zijspan met Mickel Lugtmeier als passagier. In 2009 debuteert Bennie in het wereldkampioenschap, een jaar later verdient hij met Kees Endeveld zijn eerste Nederlandse titel. In 2014 scoren Streuer en passagier Geert Koerts hun eerste WK-podium, een jaar later volgt zelfs de wereldtitel. Daarna zijn de resultaten door fysieke en technische tegenslag minder. Sinds 2013 zijn Ilse de Haas en hij privé een stel. Ilse ‘passagiert’ vanaf dat jaar bij Hilbert Talens en Colin Nicholson, maar rijdt in 2018 en 2019 zelf. Omdat ze voor ‘goud’ wil gaan, keert ze in 2020 terug in de bak – bij vriend Bennie. Streuer/De Haas 2.0 wacht nu in onzekere tijden de start van het seizoen af.

Motoplus als app?

Om deze webapp op je telefoon te installeren, klik dan op het icoontje onderaan en klik daarna op Zet in beginscherm.

Om deze webapp op je telefoon te installeren, klik dan op de drie bolletjes rechtsbovenin

en klik daarna op Toevoegen aan startscherm.