+ Plus

Interview: Livio Loi en Xavier Siméon

Wie dit seizoen de GP’s volgt, zal gemerkt hebben dat bij de afwezigheid van Nederlandse rijders de aandacht van de commentatoren in de Moto3- en de Moto2-klasse uitgaat naar twee Belgen: de achttienjarige Vlaming (met Italiaanse en Spaanse roots) Livio Loi in de Moto3 en de vijfentwintigjarige Franstalige Brusselaar Xavier Siméon in de Moto2. MotoPlus sprak met beide.

De afspraak met Livio Loi is in Cafésino in Heverlee, een broodjeszaak gerund door familie van hem. In de zaak hangen krantenknipsels over de raceactiviteiten van de jonge Limburger. Loi is al aan zijn derde seizoen in de Moto3-klasse bezig. Hij startte in 2013 in het VDS-team, waarvoor hij ook in 2014 uitkwam. Maar halverwege vorig seizoen scheidden de wegen van Loi en het team. Loi bleef in het klassement van 2014 steken op de 21e plaats met 17 punten. Dit seizoen heeft hij onderdak gevonden bij het Nederlandse RW Racing Team en rijdt hij zich al meer in de kijker dan vorig jaar.
Wat is er verkeerd gegaan in 2014? “Goh, wat is er mis gegaan…. Als ik in detail moet gaan, dan kan ik er een heel boek over schrijven, maar ik wil liever niet terugkijken”, zegt hij. Na de breuk met VDS tekende Loi in november voor RW Racing, waar ex-GP-topper Hans Spaan technisch manager is. “Gerald Perdon (chef monteur en rijderscoach, AvP) en Hans Spaan werken samen. Gerald is de meeste tijd met mij bezig tijdens de training en we checken samen de data. Het voordeel van Hans is zijn grote kennis en ervaring. We vinden elkaar goed. Hij begrijpt wat ik bedoel.”
Dit jaar lijkt het allemaal beter te gaan voor de jonge Belg, al is dat er in de eerste wedstrijden nog niet helemaal uit gekomen.
Tijdens de vrije trainingen was hij enkele malen in de top vijf te vinden, maar een slechte kwalificatiesessie en machinepech gooiden vervolgens roet in het eten. Bovendien zijn de onderlinge verschillen in de Moto3 erg klein. “Als je in het middenveld van start moet gaan, weet je al dat het moeilijk zal worden en dat je zult moeten vechten. De eerste bocht na de start is als een grote trechter. Je zit daar soms met zeven man naast elkaar,” legt Loi uit. De race op Jerez was daar een voorbeeld van. Loi kwam in de kwalificatie niet verder dan een tweeëntwintigste plek, maar de nummers vier tot met drieëntwintig zaten allemaal binnen 1.47 seconden. Plaatsen goedmaken, wordt dan heel moeilijk, zeker ook als het contact met de leiders eenmaal verloren is. Zijn tijden in de race waren wel gelijk aan die van de groep die om de vijfde plaats streed. “Ik had daar tussen kunnen zitten, ik had de snelheid van die groep. Ik heb geleerd dat je kwalificatie niet slecht mag zijn. Meestal is er in de race sprake van één groot lint. In Jerez was dat niet het geval, daar hadden zich enkele groepjes gevormd.”
Een keer mis schakelen kan in die omstandigheden ook plaatsen kosten. “En”, zegt Loi, “je kunt geen moment even ontspannen. Jerez is wat dat betreft een moeilijk circuit. Je moet van het begin tot het eind geconcentreerd zijn en blijven pushen. Je loopt ook nog het risico eruit gereden te worden. In Argentinië zat ik in een groep van zestien man. Dan gebeuren er stomme dingen, verremmen, onderuit gaan…. De mouw van mijn overall zag daar zwart van de bandensporen van andere rijders. Als ze duwen, moet je wel terugduwen en de deur niet open laten staan.” Eigenlijk is de kwalificatie al een race op zich. Daar worden topplaatsen gewonnen of verloren. “Er mag daar niets fout gaan”, weet Loi. “In de laatste ronde van die kwalificatie kunnen nog vijf of zes man je voorbij gaan.”

Over naar de Moto2, waarin België met Xavier Siméon nog een kanshebber op podiumplaatsen heeft. Siméon is aan zijn vijfde seizoen in de Moto2 bezig, het tweede in het Federal Oil-team van Fausto Gresini. Hij zat er enkele malen goed bij, maar liet door pech en ‘racing incidents’ punten liggen. Het interview met Siméon vindt plaats bij sportmanagementbureau Zelos (dat naast Siméon ook Livio Loi vertegenwoordigt) en in de hoek hangt aan een kapstok zijn tijdens de GP van Amerika in Austin door een val beschadigde raceoverall. Siméon had daar als trainingssnelste kans op een podiumplaats maar door een botsing met de Fransman Johann Zarco kwam hij ten val. “Het was een race-incident,” zegt Siméon, “maar het kon heel duidelijk vermeden worden. Ik weet wat hij gedaan heeft, voilà. Jammer voor ons, maar zo is het racen. Toch was het niet helemaal correct van zijn kant. Hij heeft zich achteraf ook verontschuldigd.”
Het doel voor Siméon is uiteraard het kampioenschap. Daarvoor ruilde hij het Suter-rijwielgedeelte in voor een Kalex-frame. “Suter is wel goed, maar niet op alle circuits. Kalex is al drie jaar wereldkampioen. Over een heel seizoen gezien is die combinatie minder grillig, minder moeilijk af te stellen.” Bovendien heeft Siméon in de winter beroep gedaan op een sportpsycholoog om mentaal beter voorbereid aan de start te staan en nog professioneler met de sport bezig te zijn. “We zijn al heel professioneel, maar je kunt toch nog optimaliseren”, zegt hij, “Ik heb vorig jaar veel met mijn fysieke trainer Eric Lambert gewerkt. Ik was veel gevallen en de vraag was waarom?. Vandaar het voorstel om een sportpsycholoog op te zoeken. Eind vorig seizoen ben ik daarmee begonnen en we zijn de hele winter doorgegaan. Moto2 is een categorie waarin je, als je niet mentaal fysiek 110% bent, geen enkele kans hebt. Alle rijders zijn heel goed getraind en zijn van een hoog niveau. Dit is nu mijn vijfde seizoen Moto2 en ik heb nog nooit gewonnen in deze categorie. Dus ik wist dat er ergens iets mankeerde. Ik bezoek die sportpsycholoog nu voor en na elke GP. Ik leg uit hoe ik me voelde tijdens het GP-weekend, de trainingen, de wedstrijd, hoe mijn geestesgesteldheid is. Hij kan dan zijn mening geven: dit was goed, maar dat was nog niet goed genoeg om optimaal te zijn.”
Siméon vult de niet-racedagen verder vooral met fysieke training. Tijdens de GP’s is er voor conditietraining minder tijd. Een GP-weekend is ook zwaar, zegt hij. “Je staat om zes uur ‘s morgens op in het hotel en om zeven uur ben je al op weg naar het circuit. Daar stellen we het programma voor de dag op en bepalen we hoe we de sessies gaan aanpakken. Na iedere training is er een debriefing met het team. Als je in hotel komt is het tien, elf uur ‘s avonds en om zes uur moet je weer opstaan. De nachten zijn kort. Het is dus belangrijk een moment te hebben waarop je je even kunt ontspannen. We doen veel conditietraining buiten de GP’s om te voorkomen dat je tijdens de wedstrijd de vermoeidheid gaat voelen. Als je je moe gaat voelen, betekent dat dat de training niet goed geweest is.”
Voor Siméon uitkwam in de Moto2 werd hij onder andere kampioen in de Europese Superstock in de 600- en 1.000-klasse. Wat zit hij als voornaamste verschil tussen Moto2/MotoGP en Superbike/Superstock? “Het niveau”, antwoordt Siméon. “In de Superstock zijn er drie of vier rijders die heel snel zijn, in de Moto2 zijn er dertig die heel snel zijn. Die klasse is veel competitiever. Het is veel moeilijker om vooraan te komen en de rijtechniek is er veel belangrijker.” Siméon had in 2010 de keuze tussen het WK Superbike en de Moto2. Hij opteerde voor Moto2. “Sinds ik klein was, was mijn droom in de GP´s terecht te komen. Ik heb de mogelijkheid gegrepen toen die zich aanbood. Op dat moment zat er ook meer toekomst in Moto2 dan in Superbike. Misschien keer ik op een dag terug naar het WK Superbike, maar dat is nu niet het doel. Mijn eerste doel is wereldkampioen Moto2 te worden. En dan misschien de MotoGP, maar niet tot elke prijs. Als het een team is om laatste mee te eindigen, nee, dan niet. Beter nummer één in de Moto2 dan laatste in de MotoGP. Het gaat er niet om in de MotoGP te zijn om er gewoon te zijn. Ik wil wel goede resultaten behalen in de MotoGP. Anders niet.”

Ook voor Livio Loi is MotoGP de grote droom en net als Siméon zal de keuze, mocht die zich voordoen – niet naar een CRT-team gaan, maar naar een topteam. “Je rijdt om te winnen. Ik wil gewoon winnen”, zegt hij. Livio Loi reed bij wijze van spreken eerder met de motor dan met een fiets. Toen hij drie jaar oud was, had hij een Honda QR50 met zijwieltjes. Die zijwieltjes verdwenen snel. Drie jaar later zat hij op een pocket-bike. “Ik ging vlot rond, met mijn knie aan de grond,” aldus Loi. “We hebben toen een betere machine gekocht en ik ben competitie gaan rijden.”
In 2010 reed hij het NSF100-kampioenschap van Arie Molenaar en won dat. Daarnaast won hij het Europees Mini GP100 kampioenschap en werd hij tweede in de Italiaanse Gresini Junior Trophy en zesde in de World Honda NSF-finale.
In 2011 stapte Loi over naar de Moriwaki Cup in Nederland en de Trofeo Moriwaki in Italië en werd er respectievelijk derde en vierde. Wat was het verschil tussen Nederland en Italië? “In Nederland waren er slechts een paar jongens mee voorin, maar in Italië was er een veel grotere groep snelle rijders. Dat was het grote verschil.”
Een jaar later viel Loi op in de Red Bull Rookies Cup. Hij eindigde als elfde in de eindstand en wist in Misano een derde plaats en in Brno een eerste en tweede plek te pakken. “In de eerste helft van het jaar had ik het wat moeilijk met de overstap naar de 125 cc tweetakt, maar in de tweede helft van het seizoen kon ik mee doen aan de top. In Brno won ik met vijf seconden voorsprong. Dat was in die klasse ‘nooit gezien’.” Onder andere daarmee reed hij zich in de kijker en in 2013 stond hij aan de start in de Moto3 GP´s. Loi: “De eerste twee races kon ik niet meerijden, want ik was nog te jong (15), maar in de eerste GP die ik wel kon rijden, kwam ik meteen in de punten.”
Overigens verdiende Loi in de pocketbike-periode zijn bijnaam The Sniper (de sluipschutter), die nu nog op de stroomlijn van zijn motor kleeft. “Ik won toen veel races en om het spannender te maken, startte ik achteraan. Dan nam ik de andere rijders één voor één in het vizier en won nog.” Momenteel is dat wat moeilijker, maar zegt hij “…ik wil bewijzen dat dat nog altijd het geval is.”

Motoplus als app?

Om deze webapp op je telefoon te installeren, klik dan op het icoontje onderaan en klik daarna op Zet in beginscherm.

Om deze webapp op je telefoon te installeren, klik dan op de drie bolletjes rechtsbovenin

en klik daarna op Toevoegen aan startscherm.