+ Plus

Interview Kees Callenfels en zijn Ital-museum

De 57-jarige Amsterdammer Kees Callenfels is medeoprichter van de Hells Angels in onze hoofdstad. Een man met een heel bijzonder motorgevoel èn met een hele bijzondere collectie Italiaanse motoren. MotoPlus nam een kijkje in zijn privé-museum.Aan het einde van een doodlopende straat ergens op een Amsterdams industrieterrein staat een typische industriepand. Vierkant en tweehoog, zonder frutsels of architectonische uitspattingen. Niets doet vermoeden dat hier een unieke verzameling motorfietsen staat.Als we arriveren staat Kees al op ons te wachten. Een tanig lange man, licht kalend grijzend haar en een grijze baard. Hij opent de garagedeur om onze motoren droog binnen te kunnen stallen. Er zijn ‘museums’ waar je minder goede parkeerplaatsen hebt. In de grote ruimte achter de garagedeur vallen ook direct de stellingen met veel chromen uitlaten op. En de prachtige mooie ‘racing green’ Jaguar E-type.“Het zijn niet alleen motoren waar ik van hou,“ zo steek Kees meteen van wal. “Deze zescilinder Jaguar E-type vind ik prachtig en ik gebruik hem regelmatig om naar klassieke bijeenkomsten te gaan of rallies te bezoeken.”We volgen Kees naar boven. Langs de trap hangen ouderwetse leren jassen en op de overloop staat een Moto Guzzi die duidelijk aan een grote opknapbeurt toe is. De doos met onderdelen ernaast (zoals de Engelsen zo treffend noemen: ‘the basketcase’) spreekt boekdelen.De ruimte achter de overloop is de plek waar Kees zijn ziel en zaligheid heeft uitgestald. En we zijn even sprakeloos: wat een fantastische collectie Aermacchi’s, Parilla’s, Morini’s, MV’s en nog vele andere exoten. De motoren staan ordentelijk opgesteld en kleine vaak handgeschreven bordjes vertellen je dat je hier bijvoorbeeld naar een Ferrari motorfiets staat te kijken. Hè, Ferrari? De tweewielervariant van Italië meest prestigieuze auto staat hier zomaar op een industrieterrein in Amsterdam? “Ferrari is in Italië een naam zo gewoon als De Bruin of Janssen hier in Nederland,” haast Kees zich te zeggen. Deze Ferrari heeft dus niets te maken met de auto’s, maar was het resultaat van de samenwerking tussen twee andere broers Ferrari, die gewoon handig gebruik dachten te maken van hun bekende achternaam. “Tijdens de introductie van het merk op de Motorshow van Milaan prijkte op de tank dus een zelfde steigerend paardje als de Ferrari auto siert,” schudt Kees schijnbaar achteloos de feiten uit zijn mouw. “Maar Enzo Ferrari spande uiteraard direct een rechtszaak aan. Maar toen hij na drie jaar procederen gelijk kreeg van de rechter, was het inmiddels al gedaan met de motoren van Fratelli Ferrari.” Een mooi verhaal van een bijzondere motor.Kees kreeg het motorvirus niet van een vreemde. “Nee,” zegt hij gezeten in de koffiehoek van zijn museum, “Motorrijden zit in de familie.” Opa Callenfels was arts en bezocht de patiënten op zijn Douglas. Medicijnen en vervaarlijk uitziende spuiten zaten opgeborgen in prachtige tassen. En ook zijn vader reed motor dus van een vreemde heeft Kees zijn hobby niet, al is het woord hobby eigenlijk te mager voor deze passie. Want Kees straalt passie uit als hij over ‘zijn motoren’ praat. Net zoals bij zovelen begint het ook bij Kees al op zeer jonge leeftijd met brommers en op 17-jarige leeftijd stapt hij met een oefenvergunning op zijn van een L-plaatje voorziene, licht gechopte Matchless 350. “Ja, toen hield ik al van een motor met een eigen smoel,” zegt hij erover. Al snel wakkerde Kees’ verzamelwoede aan en begon de collectie te groeien, waarbij hij zich in eerste instantie richtte op de Engelse merken.Die moesten gaandeweg echter plaats maken voor Amerikaanse machines, want in 1971 was Kees medeoprichter van de Hells Angels in Amsterdam en begon tevens de periode waarin hij Harley-Davidson ging rijden, een Super Glide. Kees: “Zo’n Harley was niet echt een toonbeeld van betrouwbaarheid, maar we hadden ons de verplichting opgelegd om als club met Harley’s te rijden, dus dat deden we ook! Een trip naar Texel was toen al een hele onderneming. Tegenwoordig ga je op reis met vijf creditcards en een verzekeringspolis op zak en rij je effe naar Portugal. Toen reden we met gereedschap, ijzerdraad en touw op zak rond.”Maar Kees heeft nooit een hekel gehad aan het sleutelen aan motoren. Ook niet aan Harley’s. Hij kende destijds ook alle Harley-rijders (welgeteld zes) in Amsterdam persoonlijk en niet lang daarna is het alleen nog maar Harley dat bij hem de klok slaat. Hij verkocht dus zijn hele collectie Engelse motoren en gaf toe aan zijn passie voor Harley-Davidsons. Kees: “Ook daarmee wist ik weer een prachtverzameling op te bouwen, maar ik runde in die periode mijn eigen motorzaak en kreeg op een gelegen moment de gelegenheid om de boerderij waarin dat bedrijf gevestigd was te kopen. Dus moesten de Harleys toch ook weer het veld ruimen.” Met die opbrengst kon Kees de boerderij kopen.“Ondanks dat ik nog steeds met Harley’s werkte kon ik ook de Italiaanse variant Aermacchi erg waarderen. Daarvan reed er ook wel eens een mee in de club, want per slot van rekening had Harley-Davidson de Italiaanse fabriek overgenomen om de populaire 350 op de Amerikaanse markt als een Harley te verkopen.” In 1980 koopt Kees zijn eerste Aermacchi/Harley Davidson, een Ala Rosso. “Kijk, daar staat hij!” aldus Kees, wijzend naar een hoekje in zijn museum waar deze machine tussen een viertal andere Italiaanse schonen staat te pronken. “Ze is tien jaar lang in andere handen geweest, maar ik heb haar weer terug en nu staat ze hier. En dat moet dus zo blijven.”Kees is niet eenkennig in zijn verzameling, want naast motorfietsen zien we een verzameling vetspuiten, stofzuigers, radio’s, speelgoed, olieblikken, stationaire motoren, geëmailleerde advertentieborden, oliekannen en een doosje met een scheerapparaat dat de kopers van een Lada in de Sovjet Unie na jarenlang wachten kregen. Waarschijnlijk om er toch nog een beetje toonbaar uit te zien als ze met pech lang langs de kant van de weg moesten wachten op hulp, mijmeren we erover. Zelfs pakken zeepmiddel, alles natuurlijk uit de jaren 50 en 60, sieren een deel van de ruimte. Het staat allemaal keuring in glazen kasten te pronken, die Kees zo nu en dan bij een kringloopwinkel weghaalt. “Ja, ook ik moet de centjes strak in de gaten houden.”Motoren hebben echter duidelijk de overhand bij deze liefhebber. Maar liefst 75 staan er in zijn museum en het moet gezegd worden: 95% verkeert in nieuwstaat. En de overige 5% ziet er gewoon goed uit.We kijken samen naar een Moto Parilla 175. “Daar wil ik nog van alles aan doen, maar het is een technisch zeer ingenieus ding. Daar moet ik me dus goed op voorbereiden,” zegt Kees. Niet alleen de Parilla ziet er technisch knap uit, de verzameling staat werkelijk boordevol met exoten. Wat te denken van een trio Maserati motoren, waarvan twee speciale ‘Milaan-Taranto modellen’. Milaan-Taranto was een beroemde Italiaanse lange afstands race, waar vele Italiaanse coureurs op af kwamen op zoek naar (on)sterfelijkheid. De race was immens populair en die te winnen, betekende eeuwige roem voor de rijder èn een omzetstijging in een genadeloos concurrerende markt voor het merk. Behalve gevestigde merken waardeert Kees ook probeersels als een Rumi 250, een 250 cc viercilinder tweetakt, een machientje met unieke techniek. Kees: “Prachtig toch! En die lijnen, die vind ik zo mooi. Over stijl hoef je de Italianen niets te vertellen en dat grijpt me in deze motoren.”Het gaat Kees om het ontwerp van die tweewielers, de ranke tanken en de soms zeer smalle zadels, de kunstwerkjes van carterdeksels, bandjes zo smal dat elk contact met de weg al bij voorbaat niet lijkt te lukken. “Viertakten, en dan vooral kopkleppers uit de periode 1953 tot en met 1968, daar gaat mijn hart sneller van kloppen,” zegt Kees. “Alles daarna vind ik toch een beetje teveel op elkaar lijken.” Toch heeft hij best wel oog voor het moderne spul, zoals de MV F4 (“Een plaatje zo mooi”) en ook de Honda Runge heeft zijn waardering. Deze 1.800 cc zescilinder cruiser is nooit officieel in Nederland ingevoerd en valt vooral op door zijn afwijkende voorvork.Maar ook met 75 machines heeft Kees niet het idee dat zijn collectie compleet is: “Sommige modellen zijn zo zeldzaam of zo duur, dat ik ze waarschijnlijk nooit zal kunnen kopen.” Het maakt hem niet uit want er is nog ‘spul’ zat te koop dat wel de moeite waard is. En die motoren vindt hij doorgaans op motorbeurzen, via advertenties op het internet en na tips van bekenden. Kees: “Het wordt nu wel wat lastiger, want iedereen denkt tegenwoordig dat hij goud in de handen heeft. Daardoor worden er zelfs voor heel gewone motoren vaak feestprijzen gevraagd.”Op onze vraag welke motor hij echt nog mist in zijn collectie, antwoord Kees onmiddellijk: “De MV Agusta Disco Volante. Die zou ik er nog heel graag bij willen hebben. Maar weet je, elke motor waarmee ik bezig ben vind ik op dat moment de allermooiste. Daar gaat mijn hele ziel in en wanneer hij dan eindelijk klaar is, kan ik er uren naar kijken. Totdat de volgende roept om een opknapbeurt.” Kees pakt een stoel, zet die tussen zijn motoren en gaat erop zitten. “Vanochtend heb ik hier nog een uurtje naar alles zitten kijken. Dat doe ik regelmatig. Dan zet ik een stoel neer in het midden van het museum, steek ik een sigaar op, neem wat te drinken en ga op mijn gemak om me heen zitten kijken. Dat is zo mooi!”En zo laten we Kees ook weer achter, genietend van zijn unieke collectie Italiaanse schonen op een Amsterdams industrieterrein.[[[Michael,Das schwarz-weiss-bild DSC0004008 Kees Grootvader muss dazu (das ist sein Grossvater auf einen Douglas]]Und auch nog das Bild dazu was bei Laudert vor einige Wochen eingescand haben aus dem MV Agusta BuchDie Bilder brauchen nicht auf den Aufmacherseiten]]]BU folgen in den lay-out

Motoplus als app?

Om deze webapp op je telefoon te installeren, klik dan op het icoontje onderaan en klik daarna op Zet in beginscherm.

Om deze webapp op je telefoon te installeren, klik dan op de drie bolletjes rechtsbovenin

en klik daarna op Toevoegen aan startscherm.