+ Plus

Interview Franco Morbidelli

Je hebt cool en ontzettend cool. In die laatste categorie valt Franco Morbidelli. De rookie in de MotoGP is bijna belachelijk relaxt. “Als coureur moet je dingen naast je neerleggen die je als mens erg zouden aantrekken. Emoties moet je soms simpelweg uitschakelen, want van je druk maken, maak je fouten.”

Ruim vier jaar geleden, aan het begin van het seizoen 2014, was hij daar ineens, vanuit het niets. Als Europees kampioen in de Superstock 600 maakte hij zijn debuut in de Moto2. Drie jaar later was hij wereldkampioen – de eerste uit de stal van de VR46 Academy van Valentino Rossi – en dit seizoen promoveerde hij naar de MotoGP. Niet alleen de weg die hij bewandelde is ongewoon. Franco Morbidelli (23) is op alle mogelijke manieren anders.
In tegenstelling tot de meeste coureurs heeft hij geen hekel aan interviews. Hij is stipt op tijd, is zo attent om een comfortabeler en rustiger plekje uit te zoeken in de hospitality van het Marc VDS-team dan hem door de persjuffrouw is toebedacht en neemt alle tijd. Bedachtzaam formuleert hij zijn antwoorden, in vloeiend Engels. “Wie Franco Morbidelli is? Mijn naam, Franco, betekent letterlijk ‘vrij’. Het past goed bij me, want ik voel me vrij en ongebonden. Als kind van een Braziliaanse moeder en een Italiaanse vader draag ik twee culturen in me en dat vind ik een rijkdom. Van mijn moeder heb ik het relaxte, het ‘going with the flow’, van mijn vader heb ik het serieuze, het geconcentreerd te werk gaan en zuinig zijn op de mensen van wie ik hou.”
Van zijn vader heeft hij ook de motorsportgenen. Livio Morbidelli (geen familie van motorfabrikant Morbidelli) racete in het Italiaans kampioenschap en begon daarna een motorzaak. Franco zat daardoor al op een motorfietsje toen hij amper een jaar was. Toen Franco twaalf jaar was, klopte Morbidelli senior aan bij zijn oude vriend Graziano Rossi. Of het mogelijk was dat Franco met Valentino zou trainen. Het motorsportklimaat aan de Adriatische kust was immers een stuk gunstiger dan in de omgeving van Rome, waar de aandacht meer naar voetbal uitgaat. Livio Morbidelli verkocht zijn motorzaak en het gezin verhuisde naar Tavullia. Zijn vader legde zodoende de bodem voor de successen van Franco, maar maakte die niet meer mee. In 2013 benam hij zich van het leven.

“Valentino betekent alles voor me”, vertelt Morbidelli. “Dankzij hem bleef ik overeind. Hij heeft daarna gezorgd dat ik bij het Italtrans-team in de Moto2 terecht kon. Alles wat ik weet, heb ik van hem geleerd. Hij is meer dan een vriend, Valentino is een soort oom voor me. Nu ik ook in de MotoGP rijd, zijn we concurrenten, maar ik zal Vale nooit als een rivaal zien omdat we al zo lang met en tegen elkaar rijden. Als we trainen, wil ik hem hoe dan ook verslaan. Je wilt niet weten hoeveel vertrouwen dat elke keer weer geeft.
“Ik heb nogal de neiging te twijfelen en onzeker te zijn. Vale is dan degene die met een paar woorden alle twijfel wegneemt. Een van de belangrijkste lessen was om niet te veel na te denken, maar gewoon alles te geven. Ik verloor races omdat ik te veel zat te rekenen en te beredeneren. Het beste advies voor iemand die te veel denkt, is te vertellen niet te veel na te denken. Het wordt gemakkelijker naarmate ik ouder en volwassener word, maar soms denk ik wel eens dat ik twee of drie levens zou moeten hebben om alles te kunnen doen wat ik graag wil: eentje om te racen, eentje om te studeren en eentje voor alle andere leuke dingen.”
Vorig jaar kostte het nadenken en de onzekerheid hem bijna de wereldtitel in de Moto2. In het begin van het seizoen won hij de ene race na de andere, maar in het tweede deel van het seizoen werd het moeilijker. Dat was geen kwestie van zijn voorsprong verdedigen en berekenend rijden. “Was het maar waar. Het was eerder een kwestie van overleven. Mijn concurrenten werden gewoon sterker. Alleen in Japan kon ik vol aanvallen.”
Dat hij uiteindelijk in Maleisië al kampioen werd, omdat zijn grootste rivaal Tom Lüthi met een blessure moest afhaken, was een opluchting. Dit jaar zijn Lüthi en Morbidelli teamgenoten bij Marc VDS in de MotoGP. “Tom en ik hebben altijd een prima verstandhouding gehad. Als hij niet mijn grootste concurrent was geweest, was hij mijn beste vriend geweest. Of hij nu mijn rivaal is in de Moto2 om het kampioenschap of mijn teamgenoot: hij is altijd mijn richtpunt en de eerste die ik moet verslaan. Maar als ik het iemand gun dat hij mij verslaat, is het Tom.”

In de Moto2 had Morbidelli een eerste zege nodig om vervolgens veel te winnen. Het was alsof hij een grens over moest. Zo gaat het al zijn hele carrière: hij heeft even tijd nodig, maar als hij eenmaal een bepaalde barrière heeft geslecht, is het hek van de dam. Na zijn eerste podiumplaats, volgde een hele reeks, na zijn eerste overwinning reeg hij er zeven aan elkaar.
“Ik werk graag van doel naar doel, stapje voor stapje, op een bijna klinische, academische manier”, legt hij uit. “Dat zie je ook terug in mijn rijstijl: ik hou van vloeiend en precies rijden, mijn lijnen elke ronde perfectioneren. Het is lastig om te bepalen wat je doelen zijn als je het eerste doel nog niet hebt bereikt. Een doel in de MotoGP is om structureel in Q2 terecht te komen en zodoende bij de eerste twaalf te kwalificeren. Dat is in Mugello de eerste keer gelukt. Een ander doel is ‘Rookie of the Year’ te worden. Dat ik tot nu toe vrijwel elke wedstrijd de beste rookie ben, geeft veel vertrouwen. Johann Zarco haalde vorig jaar in zijn eerste seizoen het podium. Ik wist van tevoren dat het lastig zou worden om hetzelfde te doen, maar dat is wel een voorbeeld. Ik ben tevreden als ik mezelf elke keer kan verbeteren, maar ik weet ook dat ik pas echt tevreden ben als ik kan winnen. Dat zal realistisch gezien dit jaar waarschijnlijk onmogelijk zijn, maar ik weet wel dat ik het in me heb om bij de top 5 van de MotoGP te behoren.”
De overstap van de Moto2 naar de MotoGP viel Morbidelli niet tegen. Uiteraard, het is een enorm verschil. De machines zelf – en zeker de wispelturige klanten-Honda waar Morbidelli mee rijdt –, de banden, de snelheden, het remmen, de hele manier van werken en een weekend opbouwen van training naar training. Maar de stap van de Superstock naar Moto2 was vele malen groter. “Dat was echt een sprong in het onbekende. Van een straatmotor naar een Grand Prix-racer, op circuits die ik niet kende, in een competitie die ik niet kende. Coureurs die vanuit de Moto3 komen, hebben het gemakkelijker, omdat de stappen minder groot zijn, omdat ze de teams en de circuits kennen. Het is een natuurlijkere weg.
“Ik ben dit jaar tegen veel zaken aangelopen die ik al kende uit 2014, toen ik in de Moto2 begon. Ik herkende het gevoel, de problemen, de worsteling met aanpassen. Het is een beetje dezelfde weg, maar dan anders. Het grote verschil nu is dat ik het al eens heb meegemaakt en dat het toen moeilijker was. De fouten die ik toen maakte, hoef ik nu dus niet meer te maken. Een ander voordeel is dat ik met hetzelfde team waarmee ik werkte in de Moto2 naar de MotoGP ben gegaan. Ik ken hen, zij kennen mij. De mensen in de pitbox zijn super belangrijk. Met hun ervaring compenseren ze wat ik aan ervaring mis.”

Hoewel hij een hekel heeft aan onrust, lijkt het gedoe rond het team Marc VDS Morbidelli weinig te deren. Teammanager Michael Bartholemy werd beschuldigd van sjoemelen met de financiën. Hij is weliswaar van alle blaam gezuiverd, maar moet wel vertrekken en de toekomst van het team is uiterst onzeker.
“Na het overlijden van mijn vader heb ik geleerd dat je als coureur je emoties soms simpelweg moet uitschakelen en dingen naast je neer moet leggen die je je als mens erg aantrekt. Als je je druk maakt over dingen die je niet kunt veranderen, kun je je niet concentreren op je werk als coureur. Dan maak je fouten en gebeuren er ongelukken.
“De beste manier om met dingen om te gaan, is kalm blijven. Dat is wat ik ook tegen mijn team zeg: relax, het komt wel goed. Door rustig te blijven, kun je het overzicht bewaren en tegelijkertijd de details zien. Natuurlijk heb ik wel eens de neiging om te vloeken en de boel kort en klein te slaan, maar ik weet dat het niets helpt en dat niemand er iets mee opschiet. Zo zit ik ook niet in elkaar. Ik ben over het algemeen vrij rustig. En in raceweekenden helemaal, want dat helpt me beter te presteren en dat is het belangrijkste.
De enige op wie ik soms kwaad word, ben ik zelf. Na de race in Misano vorig jaar bijvoorbeeld. Ik had daar moeten winnen, in mijn achtertuin nota bene. (Morbidelli crashte terwijl hij met een gat van 3 seconden aan de leiding reed, NK) Maar zelfs toen ontplofte ik niet. Ik ben naar huis gereden – dat is maar een kwartiertje vanaf het circuit –, heb de tv aangezet, ben op de bank gaan zitten en heb een berg chocolade opgegeten. En toen was het over, toen durfde ik mijn eigen hoofd weer in.”

Motoplus als app?

Om deze webapp op je telefoon te installeren, klik dan op het icoontje onderaan en klik daarna op Zet in beginscherm.

Om deze webapp op je telefoon te installeren, klik dan op de drie bolletjes rechtsbovenin

en klik daarna op Toevoegen aan startscherm.