+ Plus

De TT van Bo Bendsneyder

Bo Bendsneyder reed twee jaar achtereen met veel succes voor eigen publiek in de Red Bull Rookies Cup. Tijdens de Dutch TT presenteert hij zich als Grand Prix-rijder aan het thuispubliek. Hij finisht als negende, het beste resultaat van een Nederlandse Grand Prix-coureur sinds Jasper Iwema in 2012 zevende werd in Le Mans – in zijn 54e Grand Prix. Bendsneyder rijdt in Assen zijn achtste Grand Prix. “Toch een beetje zuur.”

De TT-week van Bo Bendsneyder begint op woensdag, in de Mediamarkt. “Een uurtje handtekeningen geven”, lacht de enige Nederlandse Grand Prix-coureur. Na de plichtplegingen gaat hij nog even de stad in. “Je merkt wel dat het toch een andere GP is”, geeft hij toe. “In de binnenstad werd ik wel herkend (met zijn onafscheidelijke Red Bull-pet op, FW). Ik vind dat wel leuk, hoor. Extra druk? Ik hou er juist wel van. Het geeft me een extra boost.”
In de eerste zeven GP’s scoorde Bendsneyder twee maal punten. “Na de veertiende plaats in Qatar wist ik dat het moeilijker zou worden. Na Jerez hebben we de training thuis aangepakt.” Bendsneyder verbrak de samenwerking met ‘old school’-coach Frans van Leeuwen, die ook met Michael van der Mark werkt, en vertrouwt nu op Jeffrey Lang. “Bij Frans lag de nadruk op spieropbouw. Maar ik moet explosiever worden, niet zwaarder. Daarom ben ik overgestapt.”
In Mugello finisht Bendsneyder op 2,5 seconde achter de winnaar alsnog buiten de punten. “Ik was vooral boos op mezelf. Later dacht ik dat het eigenlijk best een goede race was geweest.” Tijdens de generale repetitie voor Assen, scoort hij in Barcelona een elfde plaats. “De start was beter en dan gaat het altijd goed.” Zijn plaats binnen het team heeft hij inmiddels gevonden. “Ik moest even wennen, vooral ook omdat de eerste drie GP’s overzee waren. Nu gaat het goed. ”
Bo lijkt zich deze donderdag geen moment druk te maken om wat hem te wachten staat. Toch is de thuisrace anders dan de voorgaande zeven wedstrijden, zegt vader Steven Bendsneyder. “Voelen we al kriebels, vroegen we ons af. Thuis nog niet echt. Tot we hier de tunnel doorreden, de paddock binnen”, zegt hij. “In de box is het hetzelfde voor Bo, daarbuiten kost het energie.”
Steun en toeverlaat Steven heeft zijn zoon zien groeien. “Hij is zelfstandiger geworden. Dat vind ik ook wel fijn, hoor. Ik wil zelf ook wel een stapje terug doen. Hij moet zelf zijn ding doen met de jongens van het team. Dat had even tijd nodig. Er wordt Engels gesproken en dat emotioneel toch een omschakeling. Het is ook de eerste keer dat hij een teammaat heeft. Dat is ook even wennen.”
Met zijn Zuid-Afrikaanse teamgenoot Brad Binder, de leider in het wereldkampioenschap, kan Bo het echter uitstekend vinden. “Van Brad heb ik in Qatar meer geleerd dan ik zelf in zeven GP’s had kunnen uitvinden. We werken nu minder samen, maar hij helpt me als hij kan.”

Op vrijdagochtend om 9.02 stuurt Bo de baan op voor zijn eerste vrije training op de oranje-blauwe Red Bull KTM. Elf minuten later begint het te regenen en aan het eind staat de enige Nederlandse vertegenwoordiger in de GP’s 31e van de 32. Bendsneyder rijdt maar vier rondjes. KNMV-bondscoach Barry Veneman let gedurende het weekend extra op de 17-jarige Rotterdammer. In overleg staat hij op verschillende punten langs het circuit. “Ik hoorde hem voorbijkomen met de motor tot twee keer toe in de toerenbegrenzer”, vertelt Veneman. “Daar snapte ik helemaal niks van. Blijkt dat hij nieuwe oordoppen in had en die dingen zaten zo strak dat hij ook echt niks hoorde. Daarom kwam hij ook na twee rondjes al weer binnen. Of hij die doppen niet eerder had moeten proberen? Tja…” Veneman haalt zijn schouders op.
De middagtraining begint Bendsneyder behoedzaam. Met nog negentien minuten op de klok maakt hij plotseling een reuzensprong van de dertiende naar de tweede plaats, 0,068 achter snelste man Romano Fenati. Dat hij uiteindelijk net buiten de top 10 finisht, accepteert Bendsneyder zonder morren. “Tot halverwege de sessie reed ik nog met oude banden”, verduidelijkt hij, zeer relaxed, aan het eind van de eerste dag. Een aantal jonge rijders uit de Honda NSF100 Cup kan nauwelijks wachten om met hun held op de foto te kunnen. “Vandaag was puur om ritme op te bouwen met oude banden. Ik zit in een goede flow.” Hij lacht als hij vertelt dat hij ’s middags werd gebruikt als gangmaker. “Dat is nieuw voor me. Maar ik ben gewoon doorgereden. Ik profiteer ook wel eens van anderen.” De tijd, 0,437 achter Aron Canet is goed, zegt hij droogjes met een tevreden glimlachje.

Als één van de eersten meldt Bendsneyder zich zaterdagochtend op de baan. Die gretigheid vertaalt zich echter niet in een spectaculaire verbetering. Hoewel hij bijna 0,3 seconde sneller is dan een dag eerder, groeit het gat met snelste man Canet met 0,7 tot 1,1 seconde. Pas in de slotminuten ontworstelt Bendsneyder zich uit de achterhoede en klokt die tijd, goed voor een zestiende plaats.
Kort voor de kwalificatie loopt Barry Veneman met een bedrukt gezicht richting de box van het team. De voormalig 500 cc-coureur is niet onverdeeld gelukkig na Bendsneyders zestiende plaats in de laatste vrije training. Waar hij het laat liggen? “De eerste twee sectoren. Terwijl we juist hadden afgesproken dat hij zich daar op zou richten”, baalt Veneman enigszins. “Er staan jongens voor hem die wél die ene snelle ronde konden rijden. Bo heeft daar altijd meer moeite mee. Hij is wel mooi constant en kan zijn tijden alleen rijden, maar als die langzamere jongens voor hem nú één rondje met het pistool tegen het hoofd kunnen knallen, kunnen ze dat in de kwalificatie ook.”
Ook de coureur zelf is niet tevreden na die laatste opstap voor de kwalificatie, zegt Veneman. “Dat is hij nooit. Maar weet je, het is ook best lastig voor hem, hè. Steeds hameren we er op dat hij de bochten moet aanvallen, terwijl we nu zeggen dat hij de bochtensnelheid er in moet houden.”
Bendsneyder zelf zegt dat hij in de derde vrije training verschillende afstellingen probeerde. “Het ene werkte niet, het andere wel. Nu heb ik ‘m wel goed.” Dat bewijst hij direct aan het begin van de kwalificatie. Vanaf het begin zit de Red Bull KTM-rijder in de top 10, maar hij zakt terug naar de veertiende positie. Dan knalt hij naar de derde plaats, maar zakt dan weer naar de zevende positie. In de laatste minuten wordt dan de regenvlag getoond. Samen met Binder gaat Bendsneyder nog weer de baan op maar verbetert zijn tijd niet. Dat het verraderlijk is, blijkt uit de schuiver van Niccolò Antonelli. Nog niet eerder stond Bendsneyder zo ver naar voren: zijn uitstekende zevende startplaats en zijn tijd van 1.42,655 – een halve seconde sneller dan tijdens de afsluitende vrije training – betekent dat hij slechts 0,192 langzamer is dan polesitter Enea Bastianini.

Een kwartiertje later komt Bendsneyder met een ogenschijnlijk wat geforceerde glimlach de box van zijn team uitlopen. “Ja, ik ben toch wel tevreden”, zegt hij meteen. “Alleen jammer van die regen. Ik had mijn beste tijd met een gebruikte band gezet en ik denk dat ik nog wel een stapje had kunnen zetten. Maar de rest misschien ook wel. Het gat is zó klein. Maar die 1.42 was geen alles-of-niets-rondje. Ik had gegokt op de top 12, dus P7 is mooi meegenomen.”
Zijn pace is goed, zegt Bendsneyder en hij hoopt dat het op de wedstrijddag droog zal blijven. “Ik ben geen speciale regenrijder.” Voor de warm-up heeft hij twee opdrachten. “De voorkant kan nog wel wat beter en ik moet zoveel mogelijk rondjes maken.”
“Toen het begon te spetteren, vroeg ik aan de marshals op de post waar ik keek, of het geen tijd werd om de regenvlag te zwaaien”, lacht Veneman, duidelijk opgelucht na de kwalificatie. “Ja, ik maakte me wat zorgen. Maar P7 is echt goed, hoewel de eerste twee sectoren moeilijk blijven. Vreemd, dat geldt voor heel veel Nederlandse coureurs. Alsof dat laatste snelle deel toch in onze genen zit. Hij moet ‘gewoon’ goed starten.”
Tijdens de warm-up rijdt Bo net als de meeste concurrenten één lange run van elf ronden. Hij rijdt de dertiende tijd, exact een seconde langzamer dan Fenati. Anderhalf uur later staat de camera op hem gericht, een minuut of tien voor de start van zijn eerste Dutch TT. De afgelopen twee jaar won hij in Assen drie van zijn vier Rookies Cup-races. Maar dit is anders. In dit gezelschap bevinden zich zeven Grand Prix-winnaars, negen anderen stonden al eens op het podium. Zijn gezicht staat strak en alleen voor de camera kan er een glimlachje af. Het is achttien graden en bewolkt, maar van een daadwerkelijke regendreiging is geen sprake.
Als het rode licht dooft, stuiven 32 Moto3-rijders richting de Haarbocht. Bendsneyder is vanaf de derde startrij goed weg, maar hij remt iets te laat en komt naast de baan terecht. Daar moet hij oppassen, weet hij, want de baan is er nog vochtig. Toch komt hij als negende uit de eerste ronde, terwijl het veld wordt aangevoerd door Romano Fenati, de nummer 3 in de WK-stand. Een ronde later wint Bo een plek, die hij echter een doorkomst verder weer verliest. Maar Bendsneyder zit in een kopgroep van veertien rijders. Na de zesde ronde verliest hij plaatsen. ‘P12’ geeft zijn pitboard aan vanaf de negende ronde. Twee ronden later klokt hij zijn snelste raceronde en schuift drie plekken op. Heeft hij zich verstopt? Kan hij versnellen in de tweede helft van de race?
Maar het gewonnen terrein verliest hij ook weer. Dankzij een grote fout van Binder promoveert hij zes ronden voor het einde weer naar de elfde plaats, maar dan komt Joan Mir langszij. Op de rechte stukken komt de lange Bendsneyder zichtbaar en letterlijk in de knel; op topsnelheid wordt hij geklopt. Na afloop vindt hij zijn naam op de topsnelheidslijsten terug op de 21e plaats. Het is niet alleszeggend: Maria Herrera heeft de snelste machine van het veld – 4,1 km sneller dan Bo – en ze wordt veertiende. ‘Pecco’ Bagnaia’s Mahindra is nog bijna een kilometer langzamer dan Bo’s KTM. Als polesitter Enea Bastianini crasht, is Bendsneyder even elfde. Het is van korte duur.
Als de finale fase van de 22 ronden lange race aanbreekt, verbetert Bo zich naar de tiende plaats, maar de kopgroep breekt in tweeën. Voor hem en Nicolo Bulega, Mir, Lorenzo Dalla Porta en Philipp Oettl lijkt een zevende plaats het hoogst haalbare, omdat zes man voor hen net buiten bereik zijn. Als tiende gaat Bo de laatste ronde in. Maar dan ziet hij Oettl passeren en bij de Stekkenwal hangt hij achteraan de groep. “In sector 3 en 4 is hij sterk”, zei Veneman vooraf. En Bendsneyder vecht zich inderdaad nog langs Oettl en Dalla Porta en finisht in een bloedstollend spannende finale als negende – zijn beste Grand Prix-resultaat.

Een minuut of tien na de race staat Bo’s manager Arie Molenaar bij de pitbox te wachten. ‘Top 10 is super”, glundert de voormalig teameigenaar. “Het probleem was dat hij niet in de slipstream kon blijven.”
Dan komt Bendsneyder naar buiten en loopt langs de wachtende journalisten. Op de vraag of hij tijd heeft volgt een kort ‘nee’. Hij wordt bij de TV verwacht. Molenaar glimlacht. “Het is een harde leerschool, hè. Hij moet ook tevreden kunnen zijn met een negende plaats.” Molenaar kent Bendsneyder al sinds hij in 2009 debuteerde in de Honda NSF 100 Cup. “Als hij niet blij is, is hij met geen tang aan te pakken”, lacht hij. “Dat is een goede topsportmentaliteit, maar hij moet zichzelf niet tekort doen.”
Teambaas Aki Ajo heeft geen zin in harde oordelen. Vond hij Bo agressief genoeg? “Dat is moeilijk te beantwoorden. Zijn snelheid is goed, maar hij moet nog heel veel leren”, weet de succesvolle Finse teambaas. “Hij moet leren agressiever te zijn op de motor en ook in de race.” Of de Nederlander dan met een negende plaats het maximale resultaat heeft behaald? Ajo lacht schouderophalend. “Nog zo’n moeilijke vraag… Je moet niet vergeten dat Bo een rookie is en ik zie dat hij zich stap voor stap verbetert.”
Na zijn TV-optreden keert Bo terug bij de pitbox, maar verdwijnt in de truck van het team. Hij wil zich eerst omkleden, zegt vader Steven. Duidelijk is ook dat de jonge coureur niet tevreden is. Ondanks zijn eerste woorden, nadat hij in jeans en een teamshirt uit de teamtruck stapt. “Top 10 was mijn doelstelling en dat heb ik gehaald”, zegt hij met lach. “Het was een goede wedstrijd, maar ik moet wat agressiever worden. Na een aantal ronden probeerde ik aan te vallen, maar toen brak de achterkant weg en daarna werd het lastig. Maar ik ben tevreden.”
Het is een half uur na zijn finish, de adrenaline wat gezakt, de gedachten wat geordend. Zijn eerste reactie na de finish was namelijk anders, geeft hij dan toe. “Toch een beetje zuur. Ik zat een halve seconde achter de kop en wilde aanvallen toen die achterkant wegbrak. Dan is P9 toch wat zuur. Ik voelde me goed in de groep, maar werd steeds op het rechte stuk gepakt. Daar moeten we toch aan werken.”
Voor de wedstrijd heeft hij zijn eigen lat erg hoog gelegd, zegt hij. “Ik wilde op het podium, dacht ook dat dat zou kunnen. Als je er in de race zo dichtbij zit, wil je het toch ook halen, hè.” Hij is vol lof over Fabio Di Giannantonio, vorig jaar zijn grootste tegenstander bij de Rookies. De Italiaan finisht als derde, maar de wedstrijdleiding zet tweede man Migno een plek terug. “Ik zag de uitslag op de schermen. Knap. Hij en de Honda zijn een goede combinatie.”
Nee, hij is niet per se blij dat het drukke weekend er op zit. “Het liefst zou ik de race over doen.”
Na de TT is hij zelf ‘t-t’. Tot uren na de race is Bo Bendsneyder op Twitter ‘trending topic’.

Motoplus als app?

Om deze webapp op je telefoon te installeren, klik dan op het icoontje onderaan en klik daarna op Zet in beginscherm.

Om deze webapp op je telefoon te installeren, klik dan op de drie bolletjes rechtsbovenin

en klik daarna op Toevoegen aan startscherm.