Molenaar NSF100 Cup

Zoals dat gaat: het begon met een plan, een plan om racetalenten te kweken. “We dachten dat de gemiddelde pizzakoerier best wel brommer kon rijden”, lacht Carla Molenaar. Na wat vingeroefeningen werd de Molenaar NSF100 Cup opgezet. Bo Bendsneyder, Jeffrey Buis, Scott Deroue en Zonta van den Goorbergh werden er gevormd. In december ontving Carla van de FIM de Trophy for the Future. “Een bijzondere erkenning voor ons clubje.” Van pionieren tot prijs.
Pagina gaat door onder advertenties
Dit artikel is gratis beschikbaar voor MotoPlus abonnees
- Onbeperkt PremiumPlus leesplezier
- 15.000+ online artikelen
- 380+ digitale magazines
Al abonnee? Log in om dit artikel direct te lezen.
Een jaar of veertig geleden zal ze dit vast niet gedacht hebben. Want als puber vond Carla Straver het maar niks dat thuis de motorsport hét gespreksonderwerp aan tafel was. Misschien niet zo gek als je vader Anton Grands Prix rijdt in de 125 cc-klasse, maar flink irritant als jezelf meer hebt met één pk en met surfen. Maar omdat pa Anton ook een jonge ambitieuze Arie Molenaar een beetje hielp aan het begin van diens carrière, leerde Carla zo maar haar aanstaande echtgenoot kennen. “Als je eenmaal uit dat puberbrein bent, ga je de andere dingen ook zien”, zegt ze. “Ik heb in mijn jeugd al zoveel van de wereld gezien… dat zie je later pas. Als je weer bij zinnen komt!”
Om de teamtruck van het latere Molenaar Racing ook naar de circuits te kunnen besturen, haalde Carla zelfs haar vrachtwagenrijbewijs en als dan veel later ook zoon Thom ook nog eens aangeeft te willen gaan racen, is ze na ‘de dochter van’, ‘de zus van’ en de ‘vrouw van’ ook nog eens ‘de moeder van’. “Het is nooit mijn ambitie geweest om moeder van een racend kind te worden, hoor”, lacht ze. “Het voelt ook zó anders als je eigen kind op het circuit rijdt dan toen Arie reed, of mijn vader. Het is toch je kindje, hè.” Niet vreemd dus dat ze goed begrijpt wat ouders van de kinderen in het Molenaar NSF100 Championship voelen. “Als zo’n wedstrijddag van start gaat, voel ik spanning van dertig ouders bij elkaar. Ik vind dat zó spannend. Niet omdat ik per se bang ben dat dingen mis gaan, maar je wilt dat iedereen een leuke dag heeft en met een goed gevoel weer naar huis gaat. Ik vind het ook altijd heel aandoenlijk, en soms gewoon zielig, dat kinderen zo gespannen zijn.”
Die NSF100 Cup was het gevolg van brainstormen over hoe jonge talenten hun weg zouden kunnen vinden op het kronkelende pad naar het wereldtoneel. Eerst was er dat idee om snelle jongens te vinden voor het toenmalige Molenaar Racing, later kwam er ‘een simpeler plan’. Een plan waarbij alle sponsors van het raceteam bereid waren een NSF’je aan te schaffen, een plan ook met een lage financiële drempel, omdat 10 tot 16-jarigen er een compleet pakket werd aangeboden, met onder meer een Damen-overall en Shoei-helm. “We wilden een lage instap, zodat het voor iedereen mogelijk moest zijn. We wilden talent.”
In 2010 verdween Molenaar Racing uit Grand Prix-paddocks, maar NSF Cup, die zij in 2009 opzetten, bleef overeind. “We vonden dit zoiets moois en leuk, dat we door wilden gaan. Niet de lasten, wel de lusten. In de Grands Prix hadden we op het laatst alleen maar de lasten”, zegt Carla. Over belangstelling voor de klasse hadden zij en Arie overigens niet te klagen toen ze in 2008 de opzet bekend maakten. En dat ondanks de onbekendheid met het opzetten van een dergelijk nieuw initiatief. “Wij dachten dat we gewoon ergens zelf een circuit konden huren en dan min of meer de Benelux door. We dachten ‘dat moet toch kunnen’. Maar er komt zoveel meer bij kijken.” Via de KNMV kwamen Carla en Arie bij de inmiddels opgeheven Stichting Organisatie Brommer- en scooterwegraces (SOBW) en na enig aftasten, resulteerde dat in een ‘prima samenwerking’, aldus Carla. Door de plannen via RTL7 op tv bekend te maken, overtrof het aantal geïnteresseerden alle verwachtingen. “We hadden honderden inzendingen! En ga dan maar eens ergens beginnen….” Uiteindelijk werden vijftig geselecteerde kinderen uitgenodigd op het circuit in Lelystad. “Die hebben we allemaal geïnterviewd. Daar stond ook onze trailer, met die motortjes. We hebben iedereen even laten rijden en we hebben er toen 25 geselecteerd, met twee reserves, en die hebben we toen dankzij medewerking van het TT Circuit ook in Assen gepresenteerd.”
Ook pa Anton en diens broer Frans waren van meet af aan nauw bij het project betrokken als monteurs. “Stonden daar die dertig motortjes in de trailer. En mijn vader en Frans waren de hele week bezig om al die kuipsets te repareren van jongens die waren gevallen!”
Terwijl de eerste jaren in samenwerking met de SOBW onder meer op kartcircuits werd gereden, bood de opening van de Junior Track naast het TT Circuit in 2012 nog meer mogelijkheden. “Vanuit de KNMV kwam er in één keer het idee dat er iets moest gebeuren. Zij hadden zich gecommitteerd aan een bepaalde hoeveelheid dagen en vervolgens werd besloten om het te bouwen”, herinnert Arie zich. In korte tijd had de Molenaar NSF100 Cup al een aardige reputatie opgebouwd als kweekvijver voor racetalent, ook nu het ‘leeftijdswindow’ is aangepast tot van 9 tot en met 13 jaar. Met Scott Deroue, Livio Loi en Bo Bendsneyder leverde de cup al in de eerste drie seizoenen kampioenen af die na een periode in de Red Bull Rookies Cup ook doorstroomden naar de Grands Prix. Terwijl ze gedurende hun Grand Prix-jaren ook te maken hadden met jonge rijders, kregen Carla en Arie bij de NSF Cup ook te maken met ouders – ouders die in de laatste jaren mondiger en ook veeleisender werden. “Er zijn ouders die vinden dat hun prins of prinses meer voordelen moet hebben dan de ander. Maar zo werkt het niet bij ons”, benadrukt Carla. “We hebben bijna elk jaar alleen maar leuke mensen. Maar af en toe ook wel eens, dat je denkt ‘allemachies’…”, geeft Arie toe. “Van de meeste ouders – ook van de ‘moeilijke’ ouders – hoor je achteraf vaak ‘dit was de mooiste tijd die we in de motorsport gehad hebben’. Want als je kind in de eerste wedstrijd tiende wordt, weet je ook dat hij de tweede niet gaat winnen. Er zijn ouders die in Italië een minibike met een speciale cilinder kopen en denken ‘dit weekend gaat het gebeuren’. Bij ons is alles hetzelfde en die ouders snappen dan ‘dit is ongeveer de plek’, met eens een keer een uitschieter.”
“We hadden natuurlijk al wel ervaring met kinderen en ouders, omdat we in ons GP-team ook te maken hebben gehad met jonge coureurs”, vult Carla aan. “Joey (Litjens) en Raymond Schouten waren zestien, Danny Webb was vijftien. En dus wisten we ook hoe we met ouders moesten omgaan. Toen we besloten om dit te doen, hebben we bepaald dat de ouders er niet bij zouden zijn als wij met de kinderen bezig waren. Die kwamen ’s ochtends bij ons, lootten een motor en voor en na iedere sessie kwamen ze bij elkaar in de trailer om dingen te bespreken. Voor de ouders was het eerst best wel wennen dat ze daar niet bij mochten zijn. We deden wat we dachten dat goed was. En we hadden een overeenkomst met onze visie die ze ook moesten ondertekenen. We begeleiden de kinderen ook op sociaal gebied; dat vind ik zelf heel belangrijk: je komt ’s morgens aan, geeft iemand een hand en zegt goedemorgen. Dat hebben we in 2009 geïntroduceerd en dat doen we nog steeds. We vragen hoe het op school gaat, of ze een beetje hun best hebben gedaan. Ik zeg ook altijd in de eerste briefing: iedereen hier doet z’n stinkende best om jou te laten doen wat je leuk vindt, dus het minste wat je kunt doen is je normaal gedragen en je best doen op school.”
Carla ziet elk seizoen een bijzondere dynamiek ontstaan tussen de jongens en meiden. “Die kinderen corrigeren elkaar en je kan ze ook aanspreken, zonder dat een ouder zich er mee bemoeit”, zegt ze. “Ik word ieder jaar wel gewaarschuwd door een ouder dat ze een moeilijk kind hebben dat nooit luistert, maar bij ons zie je ze ook veranderen. Ze krijgen veel meer zelfvertrouwen. Als ze ’s morgens samen met onze trainer een rondje hebben gelopen over de baan, komen ze terug in de trailer en bespreken we van alles. Iedereen komt ook aan het woord en ze krijgen ook opdrachten, bijvoorbeeld zodat ze weten welke versnellingen ze in welke bocht gebruiken. En er zijn altijd weer kinderen die aanbieden om met een ander een rondje samen te rijden.”
En Carla en Arie weten: het is lang niet altijd alleen maar leuk. Niet iedere gevallen held of heldin laat zich graag zien bij de verplichte briefing. “Sommige kinderen willen dan niet komen, omdat ze moeten huilen”, weet Carla. “Ik heb ook wel eens kinderen bij de ouders vandaan gehaald om naar onze trailer te komen. Niet willen is geen reden. We praten er over met elkaar, iedereen leert er ook wat van en ik zeg ze ook ‘ik durf te wedden dat je met een goed gevoel die trailer weer uit gaat’. En huilen mag. Zeker! Natuurlijk mag je verdrietig zijn. Het leven bestaat nou eenmaal niet alleen maar uit pieken. Je merkt dat in die eerste weekenden nog een beetje lastig is, want je moet nog kijken hoe de verhoudingen liggen in die groep. Maar er wordt nooit iemand uitgelachen; daar zit ik ook bovenop. Onderling wordt ook echt getroost; iemand die zegt ‘kom straks even achter mij aan’. Daar kan ik echt van genieten, da’s toch goud?” “We proberen ook altijd wel te zorgen dat ze plezier hebben”, voegt Arie toe. “Dat proberen we naar de ouders toe ook wel duidelijk te maken. Je hebt er altijd een paar bij die alles doen voor de winst. En als je topsporter wilt worden, moet dat ook. Maar er zijn er ook een heleboel die over twintig jaar gewoon met heel veel lol op het circuit rijden en nooit wereldkampioen worden.”
De succesverhalen zijn talrijk. Van Scott Deroue, Livio Loi en Bo Bendsneyder tot de veel te vroeg overleden Victor Steeman, Jeffrey Buis, Zonta van den Goorbergh en Loris Veneman. Of talent zich snel laat ontdekken? “Over het algemeen wel, hoewel ik bij Jeffrey (tweevoudig WK Supersport 300-wereldkampioen, red.) wel lang mijn twijfels heb gehad. Die kwam uit de grasbaan en deed dingen op het circuit waar wij ons héél erg over verbaasden. En hij luisterde alleen maar naar de radio, zeiden wij altijd, want naar ons luisterde hij niet heel goed”, lacht Carla. “Hij had wel het talent, maar het overzetten van de theorie naar de praktijk…. daar was hij niet zo goed in. Als je hem zei ‘je moet zo dadelijk eens dit en dat doen’, was het weg als hij het vizier dicht deed! Al het talent heeft ook niet alleen met hard rijden te maken.” Niet alle talenten breken door, weet Arie. “Omdat er bijvoorbeeld geen geld meer is, of omdat er verkeerde beslissingen zijn genomen. Iemand als Bo is zonder een euro op dit niveau terecht gekomen. En die hebben dan net steeds de goede beslissing genomen of de goede mensen achter zich gehad. Zo geldt dat voor (Northern Talent Cup-rijder) Jurrien van Crugten nu ook, die met toch betrekkelijk weinig geld wel terecht komt in de Red Bull Rookies Cup. Dan moet je net de goede stappen hebben gezet.”
De Molenaars hebben gemerkt dat de doorstroming naar internationaal niveau lastiger is geworden. “Wij proberen in de NSF Cup wel mensen bewust te maken van de kosten die er aan kunnen komen”, aldus Arie. “Mensen die het goed oppakken, komen er ook wel. Er zijn ook wel weer een paar rijders onderweg. Maar de weg wordt niet makkelijker. Je kunt in Nederland niet rijden. In Nederland heb je de NSF Cup, dan eventueel de Yamaha R125 Cup of de R3 Cup. In dat laatste geval ga je eventueel richting het WK Superbike. Wil je richting de Moto3, dan praat je over de Northern Talent Cup (waarin naast Van Crugten ook Veneman internationale ervaring opdeed, red.) en dan gaat het gelijk over 30 tot 40.000 euro per jaar. En dan is het lastig om een groep mensen te vinden die financieel met jou meegroeit.”
Carla wijst op het feit dat de FIM voor een aantal klassen de minimum leeftijd verhoogde na enkele dodelijke ongevallen met jonge rijders. Een Grand Prix-rijder moet minimaal 18 jaar oud zijn, terwijl in het WK Supersport 300 de minimum leeftijd van 15 jaar 16 ging. “Waar ik trouwens helemaal voorstander van ben”, zegt Carla. “Maar er zit dus wel een wezenlijk gat tussen onze Cup en het grote circuit.” Het verdwijnen van de door Ten Kate Racing opgezette Moriwaki 250 Junior Cup aan het eind van 2016 maakt zich ook merkbaar, stelt Arie vast. “Die missen we natuurlijk. Het wordt afgeschoten en als het er niet meer is, bedenken ze dat het nog niet zo slecht was.”
Het leven van Carla en Arie Molenaar veranderde de afgelopen vijftien jaar. Op persoonlijk vlak kreeg de familie in 2020 een zwaar verlies te verwerken toen Carla’s broer Edwin na een val in de Dakar Rally overleed. Het Molenaar Grand Prix-team bestaat bovendien allang niet meer, het Molenaar NSF100 Championship is er echter nog. “De doelstelling blijft hetzelfde. We zoeken talenten”, zegt Arie. “Anders hoef je ook niet te selecteren.”
Dat het kampioenschap met die lage drempel – voor 1500 euro krijgen de deelnemers een seizoen lang de beschikking over de motoren en ook over een volledig kledingpakket – zeventien jaar na het openbaren van de ideeën nog overeind staat, verbaast ook Carla. “Dat had ik nooit kunnen denken. Maar we hadden daar ook geen plannen over gemaakt. We zijn gewoon maar ergens aan begonnen”, lacht ze. “Als we vroeger wel eens naar een Nederlandse wedstrijd gingen toen we nog het Grand Prix-team hadden, wie kende je dan? En als ik nu naar een Nederlandse race ga, ken ik denk ik wel tachtig procent van wat er rond rijdt. Dan is het toch prachtig als ze je een hand geven, goedemorgen zeggen en vragen ‘hoe is je dag’?”
In december kwam er internationale lof van de FIM, die uit vier genomineerden voor de zogenoemde ‘Trophy For The Future’ het Molenaar NSF100 Championship beloonde. Op het FIM Gala namen Carla en Arie de prijs in ontvangst. “Het is een bijzondere erkenning voor ons en voor ons kleine clubje van zo’n vijftien mensen. Met ook ouders van oud-NSF-rijders”, zegt ze niet zonder trots. “Het is een unieke groep, het is zo’n feestje om op pad te zijn met een club die net zo enthousiast is en er net zo hard voor werkt als wij met z’n tweeën. Zonder de vrijwilligers en de sponsors was ditt niet mogelijk geweest. Zolang we het leuk vinden en het financieel nog goed te doen blijft, gaan we door.”
Pagina gaat door onder advertenties
Pagina gaat door onder advertenties