+ Plus

Sleuteltip: remvloeistof vervangen

Het functioneren van het remsysteem van een motor hangt naast de kwaliteit van de rempomp, -leidingen, -klauwen, -blokken en -schijven ook in behoorlijke mate af van de ouderdom van de remvloeistof. Tijdens of na de winterstop is het dan ook nuttig om deze te checken en indien nodig te verversen. Wanneer je echter zelden zelf aan je motor sleutelt, kun je het beter aan een vakman overlaten.

De taken van de remvloeistof zijn meervoudig: het smeert, beschermt tegen corrosie, moet goed bestand zijn tegen hitte en moet natuurlijk de remdruk overbrengen van hoofdremcilinder naar remklauw. Bij vorderende slijtage van de remblokken en (in mindere mate) de schijven moeten de remzuigers verder uit de klauw naar buiten komen, een verschil dat door de vloeistof moet worden opgevangen. Daarom zit er boven de hoofdremcilinder (zowel bij het remhendel op het stuur als bij de achterrem) een remvloeistofreservoir dat ervoor zorgt dat het systeem steeds wordt ‘bijgevuld’. Aangezien remvloeistof veroudert, moet het minstens eens in de twee jaar (1) of elke 20.000 kilometer worden ververst, net wat eerder komt. Bij zware belasting van de remmen (bijvoorbeeld bij veelvuldig rijden in de bergen of circuitgebruik) veroudert de remvloeistof sneller, door het alsmaar sterk opwarmen en afkoelen. Ook als je veel in de regen rijdt of als de motor altijd buiten staat, is vaker verversen zinvol. Remvloeistof is namelijk hygroscopisch, wat wil zeggen dat het water aantrekt en opneemt. Dit is noodzakelijk, omdat je geen gescheiden water-’bellen’ in het (geventileerde) remsysteem wilt: dat geeft corrosie en kan gaan koken.
Door de wateropname daalt echter gaandeweg het kookpunt van de remvloeistof, wat in extreme gevallen kan leiden tot gasbellen zodra de rem wordt losgelaten, waardoor je bij de volgende keer remmen geen remdruk hebt!

De veroudering van de remvloeistof is meestal al goed te zien aan de kleur (2). In nieuwstaat is remvloeistof in de specificaties DOT 3, 4 en 5.1 kleurloos of licht amberkleurig; de zelden gebruikte DOT 5-specificatie is paarsrood. Oude remvloeistof is donker en uiteindelijk ook troebel. Beslissend is echter niet de kleur, maar het watergehalte. Dat kan in twee jaar stijgen van 0,05% bij nieuwe vloeistof tot een kritieke 3%. Daardoor daalt niet alleen het kookpunt, maar neemt ook de corrosie (3) toe. Of de remvloeistof nog goed is, kun je controleren met een tester (4) die het watergehalte aangeeft (vanaf zo’n 20 euro te koop). Nauwkeuriger, maar duurder zou een exacte bepaling van het kookpunt zijn. Hoe dan ook: aan regelmatig verversen ontkom je niet. Gelukkig is remvloeistof niet duur en heb je er ook maar weinig van nodig (250 ml koop je voor een euro of vijf). Bij de meeste standaard-remsystemen is het verversen ook relatief gemakkelijk.
Bij het verversen wordt door het doorpompen met nieuwe remvloeistof de oude vloeistof normaalgesproken geheel vervangen. Dit geldt echter niet persé voor remsystemen met ABS. Je moet dan vooraf goed informeren of er een speciale procedure gevolgd moet worden. Bij onduidelijkheid kun je dit beter aan een vakman overlaten.

Welke DOT-specificatie remvloeistof (5) je moet gebruiken, staat meestal op het deksel van het remvloeistofpotje op de motor. Je moet de voorgeschreven DOT-klasse of hoger gebruiken. DOT 3, 4 en 5.1 kunnen door elkaar worden gebruikt, maar deze mogen niet worden gemengd met DOT 5, een vloeistof op siliconenbasis.
Remvloeistof is sterk bijtend, dus zorg ervoor dat gelakte delen waar remvloeistof op kan lekken goed worden afgedekt, en zet een emmer spoelwater klaar voor het geval dat. Als het deksel niet op het potje zit, moet je het remhendel rustig inknijpen, want anders kan er een straaltje uit omhoog spuiten. Kijk ook uit dat je al werkend niet tegen je stuur stoot. Draag handschoenen om je huid te beschermen en eventueel ook een veiligheidsbril. Na afloop alle gebruikte slangen en materialen grondig schoonmaken, en gebruikte poetslappen weggooien.

VERVERSINGSPROCEDURE
Om te beginnen voel je ter indicatie hoe ver je het remhendel in kunt trekken. Als straks de ontluchtingsnippel wordt opengedraaid, kan het hendel tot aan het handvat worden ingetrokken. Als het verschil erg groot is, kun je ter bescherming van de afdichting van de plunjer van de rempomp eventueel een aanslagje maken door een blokje hout aan het handvat vast te maken, zodat je het hendel niet volledig tegen het stuur kunt trekken. Na het openen van het remvloeistofreservoir verwijder je de kunststof steunplaat en de rubberen ‘harmonica’-afdichting. Maak dat rubber goed schoon, controleer het op beschadigingen en vervang het bij twijfel. Als de schroeven zwaar gecorrodeerd of anderszins beschadigd zijn, vervang die dan ook. Belangrijk is om na het verversen het drukpunt in het hendel te controleren; is dat sponzig of teruggelopen, dan zit er lucht in het systeem. Dat is gevaarlijk!

Eerst de zogeheten ‘hobby’-methode (6). De truc bij het verversen is om helemaal geen lucht in het systeem te laten komen, want dan hoef je na het verversen ook niet te ontluchten. Afhankelijk van de constructie van het remsysteem zijn er afwijkingen van de hier beschreven methode, bijvoorbeeld bij radiale rempompen of wat duurdere sportmotoren, die vaak een extra ontluchtingsnippel op de rempomp hebben. Als eerste zuig je de oude vloeistof in het remvloeistofreservoir helemaal weg met een injectiespuit. Indien nodig veeg je het reservoir schoon met een niet-pluizende doek en dan vul je het weer tot maximum met nieuwe remvloeistof. Onderin het reservoir zit een kleine opening die tijdens het verversen steeds met vloeistof bedekt moet zijn, zodat er geen lucht in het systeem komt (7). Op de remklauw zit een ontluchtingsnippel. Verwijder het rubber dopje en gebruik een goed passende ring-, steek- of pijpsleutel om de nippel te lossen. Doe dan een ringsleutel om de nippel en schuif er een strak passende doorzichtige slang op. Liefst een heel soepele slang, stugge slangen werken zichzelf eerder los. Fixeer de slang eventueel op de nippel met een kleine kabelbinder. Begin met de remklauw die het verst van de rempomp verwijderd is. Het uiteinde van de slang bevestig je aan een opvangtankje (bijvoorbeeld een oude jampot) waarin een laag remvloeistof staat. De slang moet ondergedompeld zijn, zodat hij geen vrije lucht kan trekken, en het glas bevestig je het liefst op de hoogte van de ontluchtingsnippel. Wie dat te lastig vindt, kan een slang met terugslagklep kopen. Zorg in elk geval dat de slang vanaf de nippel eerst een eind omhoog loopt, zodat je goed kan zien wat er uit de remklauw komt (vuile of schone vloeistof, luchtbellen) en er geen kans is op het instromen van lucht.

Wanneer met de ringsleutel de nippel ongeveer een kwart omwenteling wordt geopend, zal er meteen wat remvloeistof uit stromen. Door het remhendel langzaam te bewegen, kun je de remvloeistof gaan wegpompen. Na een paar keer pompen de nippel sluiten, door een paar keer knijpen in het remhendel weer druk opbouwen en de nippel weer opendraaien. Let daarbij goed op het niveau in het remvloeistofreservoir en vul op tijd bij, anders pomp je lucht in de leidingen!
In een soort ‘doorschuifprocedure’ wordt nu de oude vloeistof eruit gedrukt totdat er onderaan schone vloeistof uit de nippel komt. Dan kun je de nippel dichtdraaien. Als alles goed is gegaan, is er geen lucht in het systeem gekomen en heeft het remhendel een duidelijk gedefinieerd drukpunt (8).
Deze procedure herhaal je bij de andere remklauw, indien aanwezig. Vul op het eind de remvloeistof in het potje van de rempomp tot het juiste niveau bij. Let bij het dichtdraaien van de ontluchtingsnippels op het juiste aanhaalmoment (vaak maar zes tot tien Nm) en doe de rubber dopjes er weer op. Als die poreus of gescheurd zijn, meteen vervangen.
Het verversen van de vloeistof van de achterrem gaat volgens hetzelfde principe, maar dan dus met het rempedaal. Het remvloeistofreservoir zit soms pal boven de rempomp, soms iets meer weggewerkt, soms achter een zijdeksel. Het werk is hier doorgaans gemakkelijker, aangezien er maar één klauw is.

Ontluchtingsproblemen
Als er na het verversen geen duidelijk drukpunt voelbaar is in het hendel of het rempedaal, dan is er lucht in het systeem gekomen. Vaak komt dat dan via de schroefdraad van de ontluchtingsnippel, door die te ver los te draaien. Zet om te ontluchten flink druk op het remhendel, draai de nippel met ingetrokken hendel ongeveer eenderde omwenteling open, knijp het hendel door en draai de nippel weer dicht voordat je het hendel terug laat komen. Dit werkt uiteraard gemakkelijker met twee personen, met name bij de linkerklauw, omdat je dan moeilijk zelf tegelijk bij het remhendel en de ontluchtingsnippel kunt. Je zult als het goed is luchtbelletjes uit de nippel omhoog zien komen. Herhaal dit tot er geen luchtbelletjes meer tevoorschijn komen en er een duidelijk drukpunt in het hendel voelbaar is. Mocht dat laatste niet het geval zijn, dan kan de lucht door een ongunstige positie van de nippel niet ontsnappen, of er hangt een luchtbel vast in de remleiding. Dan kun je niet anders dan de remklauw losmaken en hem zo ophangen dat de ontluchtingsnippel echt op het hoogste punt zit (9). Aangezien nu echter de remschijf ontbreekt als natuurlijke barrière voor de remzuigers, doe je er een stuk hout of iets dergelijks tussen, waarna je de ontluchtingsprocedure hervat. Als ook dat geen succes oplevert, dan knijp je het remhendel in en fixeert het met een kabelbinder (10). Laat dat een nacht staan en met een beetje geluk zijn de nu sterk gecomprimeerde luchtbellen los gekomen en omhoog gedreven, en kunnen ze na het lossen van het remhendel ontwijken via het remvloeistofreservoir. Je kunt bij deze procedure de luchtbellen helpen los te komen van de wand door met iets hards tegen de remleiding te tikken.

Verversen met onderdruk
Het verversen en vooral het ontluchten zijn gemakkelijker te doen met een vacuümpomp (11). Je kunt bijvoorbeeld een soort harmonica-minipomp gebruiken, die ongeveer een tientje kost. Dat scheelt nogal met de serieuzere onderdrukpompen, die in een goede kwaliteit al snel 100 euro kosten. Je drukt de minipomp samen en zet de slang op de ontluchtingsnippel. Dankzij een goed gekozen materiaal zit de slang mooi strak op de nippel. Na openen van de nippel en het loslaten van de pomp wordt de remvloeistof verrassend vlot weggezogen. Door het bedienen van het remhendel kun je de doorstroom nog wat helpen. Ook hier geldt natuurlijk dat je het niveau in het remvloeistofpotje goed in de gaten moet houden. Afhankelijk van het af te zuigen volume moet je eventueel de nippel sluiten, de pomp legen en de procedure herhalen. Als er schone vloeistof in de slang verschijnt en er geen luchtbellen meer te zien zijn, kun je de nippel sluiten en dezelfde procedure volgen bij de andere remklauw.

Speciale ontluchtingsnippels
Een ander hulpmiddel voor gemakkelijker verversen en ontluchten is de speciale ontluchtingsnippel (12) (o.a. van Stahlbus), die je monteert in plaats van de standaardnippel. Ze zijn weliswaar niet goedkoop (ongeveer 20 euro per stuk), maar hebben meerdere voordelen. De gewone ontluchtingsnippel is tijdens de ontluchtingsprocedure in geopende toestand meestal niet volkomen dicht op de schroefdraad. Bij een ontluchtingsnippel wordt de schroefdraad echter afgedicht door een O-ring, zodat er geen vloeistof uit kan lekken en geen lucht in kan komen. Verder is door een ingebouwde terugslagklep het alsmaar open- en dichtdraaien van de nippel tijdens ontluchten niet meer nodig. Bovendien ontstaat door de terugslagklep een stootsgewijze vloeistofstroom, waardoor ook hardnekkige luchtbelletjes worden meegetrokken. Daardoor wordt het systeem beter ontlucht.
Tot slot: zorg na afloop voor een verantwoorde afvoer van de oude remvloeistof, net als bij afgewerkte motorolie.

Motoplus als app?

Om deze webapp op je telefoon te installeren, klik dan op het icoontje onderaan en klik daarna op Zet in beginscherm.

Om deze webapp op je telefoon te installeren, klik dan op de drie bolletjes rechtsbovenin

en klik daarna op Toevoegen aan startscherm.