+ Plus

Reizen Thailand

Thailand? Is dat niet dat tropische vakantieparadijs aan zee volgebouwd met luxueuze resorts? Ook inderdaad, maar Thailand is eveneens een droomspot motorrijders. Vooral de wilde bergen van het hoge noorden, waar geweldige wegen, de machtige Mekong, exotische oorden met een Boeddhistische cultuur, merkwaardige markten en altijd glimlachende mensen zorgen voor een enorme aantrekkingskracht!

“Sawasdee Ka”, luidt de begroeting van de bestuurder van de tuk-tuk bij het vliegveld van Chiang Mai. Hij propt ons, inclusief bagage, in de overzichtelijke binnenruimte van zijn bontgekleurde driewieler, laat de tweetakt samen met de boorddisco joelen en zet koers richting de stad. De crashkoers wat het verkeer betreft is intensief en verwarrend, teveel voor onze door de lange vlucht benevelde zintuigen. Van alle kanten dringen pick-ups, tuk-tuks en de overal aanwezige scooters zich op in elke nog zo smalle opening. Een uiterst turbulente en ronduit chaotische stroming waarin onze bestuurder handig meezwemt. De verbinding mag in geen geval worden verbroken. In de open tuk-tuk hebben we meer het gevoel dat we actief meerijden, dan dat we alleen maar toekijken. En hier willen we met de motor gaan rijden? Oei!
Na een elf uur durende diepe slaap voelen we ons sterk genoeg voor de stad en tasten te voet de krioelende mix af, nemen de exotische geuren op en komen mentaal langzaam in deze vreemde wereld aan. De vele tempels met hun grote tuinen zijn ware oases, rustpunten in de herrie van de stad. Momenten om de eigen accu weer op te laden en je te verbazen over de artistiek met bladgoud versierde boeddha beelden.

Genoeg van de stad, we willen er op uit, het land in, de bergen en oorden van het noorden zien. We huren twee fraaie Honda XR250’s, niet de meest tot de verbeelding sprekende machines, maar perfect voor hier. In technisch opzicht verkeren ze in een onberispelijke toestand, ze zijn licht, niet krachtig, maar wel weer robuust. Perfect om over de kleine wegen in het oerwoud te rijden en daar hun profiel in het zand te graveren. De bagagerol vastgespen, even diep ademhalen, bedacht zijn op het linksrijdende verkeer, goed concentreren en daar gaat ‘ie dan, de drukte in. Hey, we hebben Lima, Napels en Buenos Aires overleeft, dan zou Chiang Mai een makkie moeten zijn. Is het ook, want het gewoel ziet er alleen maar chaotisch uit. We registreren al gauw dat de vreedzame boeddhistische opvoeding van de Thaise bevolking zelfs effect heeft op het verkeer. Geen agressiviteit, geen getoeter, geen betweterigheid, al het verkeer stroomt, ook al is het in amper begrijpelijke banen. Het verkeer van Napels is erger. Veel erger.
We strompelen de stad uit, verlaten al gauw de hoofdweg en belanden direct in een exotisch paradijs. Er is amper ander verkeer. We zien palmen, bananenbomen, zonnebloemen, groene weiden en hoge bergen die in elkaar overgaan in de middagnevel. Een zacht getekend landschap. De kleine Honda’s snorren tevreden voor zich uit, in ieder geval zolang het maar niet bergopwaarts gaat. Dan zijn enkele pk’s extra niet verkeerd, al was het alleen al om de scooters, die ons regelmatig inhalen, van het lijf te houden. Hoe krijgen ze dat nou voor elkaar? Thai-tuning?
Onze hersenen schakelen over naar de ‘slow-modus’, herinneringen drijven naar de oppervlakte vanuit m’n eigen, verre Honda XL250S-verleden. We luisteren aandachtig naar de blèrende kleine eenpitters, die zich dapper in de tweede versnelling spiraalsgewijs bergopwaarts bewegen. Steeds verder, steeds hoger, tot aan de Mount Everest van Thailand, de bijna 2.600 meter hoge Doi Inthanon. We manen de motoren tot stilte en verbazen ons over de metersdikke en steenoude oerwoudreuzen, het verre uitzicht over de bergen en de erbarmelijke temperatuur van amper tien graden. Het is duidelijk te koud voor onze zomerjacks. We gaan weer snel naar beneden het dal in naar Mae Chaen, waar we het Navasoung resort vinden, dat wordt gerund door een Fin. Met een gekoeld Chang biertje en een temperatuur van 25 graden op het terras is de kou op de Doi Inthanon al gauw weer vergeten. Alhoewel, het weerbericht waarschuwt voor winterse kou, morgen wordt het maar 27 graden. Grapje? Helemaal niet, zo koud wordt het hier blijkbaar maar zelden.

Cool, zo’n winterdag in de tropen. Wel even wat anders dan thuis, waar de regen naar het schijnt met bakken uit de hemel komt. Direct voelen we ons nog een stukje beter, wanneer we met open vizier door Mae Chaen tokkelen en zoeken naar de secundaire weg met nummer 1263. Niet altijd zijn de verkeersborden te begrijpen. Des te kleiner de weg, des te vaker is de tekst op de borden enkel in het Thais. Dan gebruiken we onze eigen neus maar als wegwijzer.
De 1263 is precies de stof waar de dromen van de doorgewinterde motorrijder van zijn gemaakt. Het is net een achtbaan door bossen en velden, af en toe rijden we door een klein dorp met houten huisjes op stelten, compleet met zwaaiende kinderen die met verbazing naar onze ‘grote’ motorfietsen kijken. Alles op twee wielen groter dan een scooter gaat hier in Thailand door voor een big bike. Het rijden op deze kleine wegen zorgt voor een euforisch gevoel, veel te snel komen we aan in Mae Hong Son.
De kleine stad, niet ver van de Birmese grens, is liefde op het eerste gezicht. Heel anders dan Chiang Mai: rustig, ontspannen, vreedzaam en overzichtelijk, met een grote vijver en de prachtige Wat Jong Kham tempel vlakbij de oever. Witte tempels met goudversierde torens, waaruit het melodische gezang van de monniken klinkt. Exotischer kan het niet. ’s Avonds rollen vliegende handelaren hun standjes uit op de promenade en hebben kitscherige souvenirs, cd’s en popcorn in hun assortiment. Op mobiele grills worden kippenpoten, sprinkhanen en knapperige maden geroosterd. We kijken toe, genieten van de ontspannen sfeer en bewonderen de verlichte tempel. Mae Hong Son heeft een onthaastende invloed op het gemoed.

En is ook meteen het perfecte vertrekpunt voor spannende uitstapjes de bergen in. De beroemde Mae Hong Son Loop, een weg met 1.864 bochten, meandert vanaf hier in oostelijke richting en heeft geen rechte of vlakke stukken. Een openbaring wat betreft rijplezier. Vervelend alleen dat vandaag de koning zijn verjaardag viert, de belangrijkste feestdag in het land. Vele Thai gebruiken deze feestdag om de 1864 bochten te bedwingen, daarom wijken we liever uit naar de kleinere wegen in de bergen. Stuiven over een roodgele piste door de ondoordringbare bossen. Ook hier weer zijn de Honda’s helemaal in hun element.
Het is bijna donker als we helemaal onder het stof aankomen in Pai, het legendarische paradijs voor alternatievelingen. Ongetwijfeld was dat vroeger zo, nu wordt er in Pai veel geld verdiend aan deze mythe. Talloze toeristen zijn op zoek naar de stoutmoedige atmosfeer van dit zondige hippiebolwerk, dat al lang om zeep is geholpen door de commercie. De meeste oud-hippies hebben zich gesetteld, zijn café-eigenaar geworden of hebben een massagesalon of bio-winkel. Zelfs het blowen in het openbaar is intussen verboden. Wat zou er nog spannend moeten zijn aan dit oord? Snel weg van hier.

De eerste dagen ontwijken we de grotere wegen, bewegen ons voort over de kleine wegen in de ruwe bergwereld. En het valt niet mee, doet geen moment denken aan een tropisch paradijs. Dichte nevelflarden en lage wolken flitsen over de tweeduizend meter hoge bergen die de grens vormen met Birma. Af en toe komen we door een pittoresk dorp, vaak bewoond door Chinese vluchtelingen, voor het overige zijn het bergen en bossen wat de klok slaat. Soms moeten we stoppen voor een militaire controle. De jonge soldaten zijn alleen maar geïnteresseerd in de ‘big bikes’ van de bleekgezichten: “Hoe snel zijn de motoren?” Snel? “Tachtig per uur halen ze gemakkelijk.” Teleurgestelde blikken, wederzijds gegiechel, en verder een goede reis gewenst.
Vlakbij Chiang Saen bereiken we de Mekong, met een lengte van 4.500 kilometer de op negen na langste rivier op aarde. Breed en rustig stroomt het water, aan de overkant is Laos. Vissers drijven met lange smalle houten boten, zogenaamde longtails, op de rivier en hopen op een flinke vangst. Ons bezoek aan de legendarische gouden driehoek is van korte duur. De fantastische verhalen over opium dat hier met tonnen tegelijk werd geproduceerd, in Birma nog steeds, lokken duizenden toeristen. Liever laten wij onze Honda’s rollen over de vele kleine wegen vlak langs de oever van de Mekong. Tot noch toe stroomt de grote rivier vrolijk verder, maar megalomane stuwdamprojecten in Laos bedreigen het ecologische evenwicht en de bestaansgrond van de vissers aan de grote rivier.

Zuidelijk van Chiang Kong verlaten we de Mekong om het weer eens aan te leggen met de bergen. De 1093 is een van de spannendste wegen van het land. Bochten in overvloed, groene bergen tot aan de horizon. De beroemdste berg is weliswaar maar 1.653 meter hoog, de Phu Chi Fah is voor de Thai echter wel een echte must-see. Ik ben dan ook niet alleen als ik tijdens het opkomen van de zon kuchend de bergtopkam beklim. Minstens tweehonderd anderen wachten boven op het moment dat boven Laos de rode kogel opstijgt uit het meer van mist. Snelle wolkenflarden jagen over de bergtop en veroorloven maar een korte blik naar het buurland dat zich verstopt onder de witte muur van watten. Ondanks het gekrioel is dit een van de meest intense momenten van deze reis. De atmosfeer is magisch, het uitzicht van buitengewone klasse. En al gauw nestelt zich een nieuw reisvirus in mijn hoofd…met kleine offroads reizen door Laos.
Het zijn nog twee dagen voordat we weer terug in Chiang Mai zijn. Nog twee dagen door de bochten swingen, de Honda’s bergopwaarts aanzetten tot topprestaties, al lang worden we niet meer ingehaald door scooters, en kinderlijk veel plezier beleven aan het temperatuurtje van 28 graden. En dan weer de stad. Hectiek, lawaai en enorm snel wisselende geuren, vaak interessant, zeer indringend, soms vies, een andere keer lekker, niet vaak definieerbaar. Het hele spectrum van bedorven vis en verbrande olie tot lavendelbloesem streelt de neusvleugels. Jammer dat je geuren niet kan opslaan op een geheugenkaart, dat lukt je alleen maar in je hoofd. En daar is altijd nog een beetje ruimte voor over, ondanks de oneindig vele indrukken die Thailand ons heeft gegeven!

Direct meer lezen? Neem een jaarabonnement
  • Direct toegang tot het digitale archief met meer dan 350 magazines.
  • 24 uitgaven per jaar
  • Elke twee weken thuis in de bus
Direct toegang aanvragen
Een jaar MotoPlus voor slechts 49,50

Motoplus als app?

Om deze webapp op je telefoon te installeren, klik dan op het ios icon icoontje onderaan en klik daarna op Zet in beginscherm.

Om deze webapp op je telefoon te installeren, klik dan op de drie bolletjes rechtsbovenin
Motoplus app
en klik daarna op Toevoegen aan startscherm.