+ Plus

Reizen Kreta

De lente heeft zijn intrede weliswaar al gedaan, maar slechts schoorvoetend. Is het de een dag prachtig weer, de volgende zit je weer met de kachel aan voor de TV. Weet je van tevoren, daarom hadden wij begin april al een reis naar het Griekse eiland Kreta geboekt. Prima weer, nog niet afgeladen vol met hordes toeristen, de onthaastende Griekse levensstijl en natuurlijk superfraaie bergwegen!

Methusalem is ongeveer 3.200 jaar oud. Ongeveer, zijn exacte leeftijd weet namelijk niemand. Ondanks de respectabele leeftijd groeit ‘ie nog altijd, zijn totale omvang bedraagt inmiddels ruim vijftien meter. Hij luistert naar de naam Archaia Eliá Azoriá en is veruit de oudste inwoner van Kreta. Zijn bruine huid is rimpelig en hard, doorkliefd met diepe groeven. Het zijn de sporen van ettelijke duizenden jaren blootstelling aan weer en wind. Daarom strelen we deze immense olijfboom met gepaste eerbied. Zo voelt een periode van pak ‘m beet 3.200 jaar dus.
Verhalen, daaraan ontbreekt het duidelijk niet op Kreta. Het eiland kent een roerige geschiedenis. De Minoërs waren er het eerst, maar ook Arabieren, Venetianen, Turken en zelfs de Nazi’s hebben er hun sporen achtergelaten, veelal niet indachtig het welzijn van het eiland en haar bewoners. Dergelijke sporen willen wij natuurlijk niet achterlaten. Doen we dus ook niet. Integendeel zelfs, Kreta laat zijn sporen op ons achter.
Pas gisteren gaf Yannis, de immer goed geluimde, zonnebril dragende eigenaar van motorverhuurbedrijf Eurodriver, ons de sleutels van een tweetal Yamaha’s: een XT660R en een Ténéré. Twee perfecte machines om het eiland en al haar wegen in volle omvang te kunnen ervaren. We zijn direct maar de bergen ingetrokken, op weg naar de Lassithi Hoogvlakte, een rond en zeer vruchtbaar plateau tussen de doorleefde, tweeduizend meter hoge bergtoppen van het Dikti-massief. Duizend roestige skeletten staan hier, oude windmolen die tot een jaartje of vijftig geleden het levensbelangrijke water uit een onderaards reservoir omhoog pompten. Tegenwoordig wordt die taak waargenomen door zware dieselpompen, slechts her en der mocht een oude windmolen zich op een restauratie verheugen. De wieken daarvan draaien piepend hun rondjes in de wind.
Wij zoeken, én vinden, een piste die ons over de met ontelbare vergezichten gelardeerde, 1.200 meter hoge bergpas naar het Katháro-plateau en aansluitend Kritsá leidt. Die laatste blijkt één van de meer bezienswaardige plaatsjes van het eiland. Veel oude huizen, vaak schilderachtig mooi, met op de achtergrond de halfronde, steile bergflanken. In het zwart geklede oude vrouwtjes schuifelen door steegjes die nauwelijks een handdoek breed zijn, voor de cafeetjes zitten oude mannetjes op karakteristieke houten stoelen, de lege fles raki voor zich op tafel. Ze discussiëren met luide stem, waarschijnlijk over het lot van de natie en Europa. Een regelrecht clichébeeld uit de beroemde film Zorba de Griek, maar dan echt.
Sigá, sigá – rustig aan, rustig aan – zo luidt het levenscredo van de Kretenzers. Tenminste, wanneer ze niet in de auto zitten. Aan de andere kant, aan de ronduit offensieve rijstijl die zo kenmerkend is voor de Mediterrane bevolking maken ze zich dan ook weer niet schuldig. Ach ja, straten. Het asfalt hier vertoont niet alleen soms nogal wat sporen van achterstallig onderhoud, echt veel grip biedt het ook niet. Ergens tussen nat-weer-glad en spekglad. Een totaal onaangekondigd en dus onverwacht wegglijden van het voorwiel zorgt er wat dat betreft al snel voor dat ook wij fervent aanhangers van het Kreta-credo worden. Sigá, sigá dus…

In de berustende, maar o zo hartverwarmende takt van de dikke eenpitters zoeken we ons een weg in oostelijke richting naar het eenzame schiereiland Kyriamadi, aan de noordoostkant van het eiland. Bomen en andersoortige vegetatie zoek je hier nagenoeg tevergeefs, in combinatie met de volledig grijze, weinig spraakmakende lucht, oogt het hier bijna als het noorden van Zweden. Daarvoor zijn we niet hier, de volgende ochtend gaat het daarom snel richting zuiden. Een paar kleine dorpen, nauwelijks verkeer op de weg en olijfbomen tot aan de horizon. Het zijn de leveranciers van het levenselixer van de eilandbewoners, maar wij hebben ons eigen levenselixer. Een motorrit in april bij 24 graden door een grandioos landschap, kan het mooier?
Zo af en toe buigen we af richting zee en verbazen ons over de volledig lege zandstranden, die met de helblauwe zee erachter bijna Caribisch aandoen. Ergens daarachter is Afrika, we zijn slechts een kilometer of 300 van Libië verwijderd namelijk. We hebben weinig te mekkeren. Wat overigens niet voor iedereen geldt. Er schijnen hier op het eiland rond de 650.000 schapen en geiten rond te lopen. En die zoeken maar al te graag de warmte van het asfalt op. En de sporen van hun aanwezigheid blijft in aanzienlijke hoeveelheden achter op het wegdek. Voorzichtigheid geboden dus.
Grip, het blijft een belangrijk thema op deze reis, ook wanneer we bij Ano Pefkos een prachtige bosweg het Dikti-massief inslaan. Scherpe bochten, los gravel, maar met de XT’s prima te doen. Nog wel althans. Verkeer? Net zo weinig als dat er verkeersborden zijn. Concreet: nul komma nul. Desondanks meent het navigatiesysteem de weg te kennen, dus wat kan er mis gaan? Dan stort het weggetje zich na pashoogte de diepte in. En wij erachteraan, alles in de hoop dat het veel erger niet kan worden. IJdele hoop, blijkt al snel. Crisis, wat is dit steil, minimaal een procentje of 25. En dat dan in combinatie met los grind, belachelijk korte bochten en een setje Metzelers die zijn gloriedagen al even achter zich heeft liggen. En had ik al gemeld dat ABS de eenpitters vreemd is? Afijn, eerste versnelling en uiterst behoedzaam te werk dan maar. Concentreren en balanceren tot het eindelijk een beetje beter wordt. Duizend hoogtemeters en vijf liter adrenaline later dient zich eindelijk weer asfalt aan. Diep ademhalen en door! We hebben namelijk met Yannis afgesproken, die mijn Ténéré komt omruilen voor een hagelnieuwe BMW F800GS. Niet dat 230 kilo en 85 pk noodzakelijk zijn op deze Griekse wegen, maar een straf is het ook niet. Al laten we de wegen zoals net nu maar voor wat het is!

’s Avonds zijn we in het vissersdorpje Matala, de oud-hippie kolonie. Dit ‘make love, not war’ verleden wordt nog altijd geëxploiteerd middels diverse dagtoeren, toch lijkt ook het stadje de roerige jaren 60 definitief de rug te hebben toegekeerd. Een bont gekleurde Volkwagen Kever en wat achtergebleven graffiti is het enige dat nog herinnert aan de flower power tijd, die het stadje wereldberoemd maakte. En natuurlijk de voormalige hippie grotwoningen aan het strand.
Leuk om eens te zien, desondanks hervatten we onze reis en zetten koers in westelijke richting. Zoeken de mooiste wegen tussen kust en bergen, meer ontspannen motorrijden dan dit wordt het niet snel. Veel komen we er niet tegen, de dorpjes die we wel aandoen, presenteren zich vooral met praktische gebouwen, zonder enige vorm van romantische esthetiek. Daarentegen komen we ook steeds prachtige oude ruïnes tegen, af en toe afgewisseld met regelrechte historische, architectonische pareltjes. Zoals bijvoorbeeld de schitterende, door machtige platanen van schaduw voorziende oude ‘plaza’ van Spili met zijn Venetiaanse bron, waaruit uit 23 leeuwenkoppen ijskoud, kraakhelder bronwater stroomt. Of het Preveli klooster, dat hoog boven de zee torent en bijna als een burcht oogt. Vierhonderd jaar oud is het inmiddels en geldt nog altijd als een van de belangrijkste plaatsen van de Kretense weerstand tegen vreemde overheersers.
Des te verder we in westelijke richting rijden, des te dominanter worden de ‘witte bergen’, de Lefka Ori. Van de winterse sneeuw, waaraan het massief zijn naam dankt, is niet veel meer over momenteel. Aan de voet van de bergen heeft het plaatsje Chora Sfakion zich behaaglijk in een beschutte baai genesteld. Witte huizen stapelen zich fraai tegen de bergwand op, in de haven dobberen vissersbootjes loom in zee en de veerboot naar het eiland Gavdos legt net aan. Eilandidylle van de meest pure soort!
Aan de rand van het plaatsje begint de meest mooie weg van het hele eiland, die zich als een dronken slang bergop richting Agios Ioannis slingert. En hoe! Voorzien van het beste asfalt slingert de weg zich in perfecte radiussen hoog de Lefka Ori in. Het is vroeg, half acht in de ochtend, en we hebben de weg volledig voor onszelf. Telkens weer wordt de bochtentango onderbroken voor een korte pauze, om van alweer een grandioos uitzicht te genieten. Beneden aan zee stapelen de huisjes van Chora Sfakion zich als witte legosteentjes op, in oostelijke richting volgt een fantastisch uitzicht op de kust en helemaal daarachter doemt het machtige Ida-gebergte al op. Verbazen, fotograferen, genieten, zóóó mooi is het hier!
Drie uur later zijn we het eiland dwars over gestoken en bereiken Chania. Wat dan weer zonder twijfel de mooiste stad van Kreta is. Rondom de bijna perfect ronde Venetiaanse haven staan bont geschilderde, hoge oude huizen als een soort van erehaag. Alsof je in Italië bent, zo schilderachtig mooi. De Turkse minaret, de oude Hasan-Pascha moskee, het fantastische nautische museum en zeker ook het authentieke leven in de wonderschone steegjes van het stadsdeel Kasteli, alles maakt hier een onuitwisbare indruk. In 1941 werd een deel van Chania door de bommenterreur van de nazi’s vernietigd, soms lijkt het alsof een deel daarvan nooit meer is hersteld. Bevreemdend, maar indrukwekkend tegelijkertijd.

Twee dagen laten we ons door Chania aan de hand nemen, maar dan begint het wilde westen toch weer te lokken. Kreta zonder toeristen, het blijft een wonderlijke ervaring. Onderweg stuiten we op kleine dorpen met ogenschijnlijk verlaten huizen. Verder opvallend veel verlepte Japanse 4×4 pick-ups uit de jaren 70, niet zelden met op de achterzijde een sticker waarop trots het vermogen van de vierwieler staat vermeld: 123 pk. Daarmee verover je vandaag de dag de harten van de vrouwtjes zeker niet meer. Een prachtige straat baant zich ver boven de kustlijn een weg de bergen in, pas bij het strand van Elafonisi, helemaal in het zuidwesten, is het over met de pret. Nou ja, niet helemaal. Op de kaart ontdekken we een fijn wit kringellijntje naar Paleochora. Een vragende blik naar mijn reisgenoot wordt direct beantwoord met een draai aan het gas. Waarom verrast me dat niet? En wat een weg weer. Rotsachtig, zeer steil, uiterst krappe bochten. Op de lichte XT een eitje, op de beduidend zwaardere BMW voelt het bijna als werken. Maar we wilden het zelf!
Bijna twee dagen later zijn we wederom het Ida-gebergte in gemeanderd. Veelal over vergeten wegen, die zichzelf met regelmaat weer grotendeels tot natuur hebben getransformeerd. Onze reisgids verhaalt over een observatorium dat zich op 1.800 meter hoogte bevindt. Daar moeten we natuurlijk heen, en dus dansen we niet veel later op een kruiwagen breed spoor langs de kale bergwand de hoogte in, om uiteindelijk op een plateau direct voor de sneeuwwitte koepel van het Max Planck instituut voor buitenaards leven uit te komen. Absolute stilte onder een strakblauwe hemel, met de besneeuwde toppen van het Ida-gebergte gevoelsmatig binnen handbereik. Door de lichte nevel zien we nog net de zee, zowel in het noorden als in het zuiden. Hoe treffend, een bijna buitenaards sfeertje. De XT en BMW tikken fel na, waarschijnlijk sturen ze versleutelde berichten het universum in!

Motoplus als app?

Om deze webapp op je telefoon te installeren, klik dan op het icoontje onderaan en klik daarna op Zet in beginscherm.

Om deze webapp op je telefoon te installeren, klik dan op de drie bolletjes rechtsbovenin

en klik daarna op Toevoegen aan startscherm.