+ Plus

Reizen: Dwars door Spanje

Lente in Spanje, de ideale tijd voor een cruise dwars door het Iberische schiereiland. Vanaf het zuiden, dichtbij de straat van Gibraltar via Andalusië en de eindeloosheid van Aragon en Cantabrië, helemaal noordwaarts tot aan de Picos de Europa, een heerlijk spectaculaire bergketen dat lijkt op een mini uitgave van de Dolomieten. Veel beter kun je het seizoen niet beginnen!

De aanval komt plotseling en heftig. Heimwee, een ongeneselijk virus dat onverwachts en op elk moment kan toeslaan. Dat het mij echter hier, zo’n drieduizend kilometer van huis,  zou gebeuren, daar had ik alleen geen rekening mee gehouden. Ik ben in Tarifa, het zuidelijkste puntje van Spanje. Slechts veertien kilometer verder, aan de andere zijde van de Straat van Gibraltar, zie ik Afrika duidelijk liggen. Zo duidelijk zelfs, dat de contouren van de huizen zich helder tegen de horizon aftekenen. Afrika, het klinkt zo ver weg, maar is feitelijk toch zo dichtbij. Veel herinneringen liggen hier, 24 jaar geleden waagden we onze eerste stap naar Afrika en stapten hier op de veerboot. Dat de keuze om naar de Sahara te gaan toen geen slechte was, bleek later wel. Uiteindelijk verbleven wij acht maanden op het Afrikaanse continent.
Afijn, dat was toen, in het hier en nu zijn er geen plannen om de overtocht te maken. Nu ben ik van plan om met de Ténéré precies de tegenovergestelde richting op te gaan. Dwars door Spanje noordwaarts om een dikke 2.200 kilometer verder bij de Picos de Europa uit te komen. Tarifa is niet alleen geografisch gezien ver van mijn thuisbasis verwijderd, ook cultureel. De nabijheid van Afrika is hier aan alles te merken. De sneeuwwitte Moorse gebouwen, haastige Afrikaanse handelaren en avontuurlijk overbelaste auto’s, die rond rijden of staan te wachten in de haven op de veerboot naar Marokko.
Al snel heb ik er genoeg van en werp een laatste blik over de zeestraat. Ik stap op de Yamaha om het binnenland te bereiken. Ik volg de A405 door een brede, groene en vruchtbare vallei. Langzaam maar zeker wordt het steeds meer een bergweg, steeds bochtiger en steiler tot de eerste pas is bereikt. We zitten inmiddels op een overzichtelijke duizend meter hoogte, de steile hellingen hier zijn zwaar bebost en pittoreske, witte dorpjes kleven tegen de bergen, de befaamde Pueblos Blancos.
De weg past zich aan het landschap aan en rijgt bijna elke heuvel en vallei aan elkaar, een droom om met je motor overheen te rijden. Bijna elke straat wordt in de Michelin-kaart geridderd met een groene streep, dé garantie voor veel bochtenplezier. In het noorden verschijnt de Sierra de Grazalema, waarvan de top zich een trotse 1.648 meter richting hemel strekt. De voet van de Grazalema is de natste plek in Spanje. In de recordweek, ergens in december, viel er hier zelfs 709 millimeter neerslag, ongeveer zoveel als er in Nederland in een jaar valt. Zelfs voor Grazalema een nieuw record, dat zich met een jaarlijks gemiddelde van 2.500 millimeter overigens sowieso nestelt in de top 10 van meest regenrijke gebieden in Europa, daarbij concurrentie krijgt van onder meer beruchte plaatsen als de Noorse fjorden en Schotse Hooglanden.
Het is dan ook geen wonder dat de bergen rond Grazalema zo subtropisch groen zijn verpakt. Overigens ben ik, nu ik weet hoeveel het hier kan regenen, nog blijer dat het op dit moment niet regent. 2010 was trouwens een recordjaar, tegen het einde van april was er toen al net zo veel regen gevallen als gemiddeld in een jaar.

Over de Puerto de Las Palomas, de veruit mooiste pas hier, slinger ik naar Zahara. Weer zo’n mooi traditioneel dorpje waar de witte huizen zich krampachtig vastklampen aan de rotsen, waarboven een Moorse ruïne torent. Het is bijzonder moeilijk laveren met de Ténéré in de smalle straten van de stad. Met slippende koppeling probeer ik de zwaar beladen éénpitter enigszins in balans te houden, wanneer ik over steile tegelpaden naar het centrale dorpsplein, de Plaza, rij. Het café komt als geroepen, een paar tapas en een glas versgeperste sinaasappelsap vullen mijn energiereserves weer maximaal aan.
De Sierra de Grazalema fungeert voor de vanuit het zuiden en westen aanrukkende lagedrukgebieden blijkbaar als melkkoe. Ten noorden van het gebergte wordt het namelijk razendsnel droger. De bossen en bergen blijven achter en maken ruimte voor glooiende heuvels, die een perfecte ondergrond vormen voor de eindeloze olijfgaarden. Miljoenen bomen zorgen hier in Andalusië voor extra inkomsten naast het toerisme. Ooit brachten de Feniciërs een olijfboom mee vanuit het verre oosten. Vandaag de dag is Spanje, met een marktaandeel van 30 procent, ’s werelds grootste producent van olijfolie. Urenlang rij ik door monoculturen heen tot ik Rio Gualdalquivir en Córdoba bereik. Cordoba zelf is nauwelijks een bezoek waard, ware er niet de oude joodse wijk Juderia met zijn smalle straatjes en de Mezquita, een van de mooiste gebouwen in Andalusië. Twee fabelachtige plaatsen die ik simpelweg niet links kon laten liggen.
Duizend jaar geleden was dit een Islamitisch centrum met bijna een miljoen inwoners. De grootste, meest liberale en meest geavanceerde stad van Europa. Drie religies leefden hier vreedzaam naast elkaar. De bibliotheek bevatte 400.000 boeken. Niet verrassend ook de woonplaats van veel filosofen, astronomen en artsen. Er waren destijds een kleine zeshonderd openbare baden en vijftig ziekenhuizen. In het centrum van de stad lag de Mezquita moskee, die ook vandaag de dag nog wordt gebruikt door gelovigen.
De volgende ochtend vroeg sta ik er voor de deur en duik een mystieke, donkere maar enorme hal in. In totaal 856 marmeren zuilen zijn met elkaar verbonden door grote bogen, die zorgen voor een perfecte harmonie met het dak van het inmiddels twaalfhonderd jaar oude godshuis. Bijna eerbiedig kruip ik door het bos van zuilen. In het midden van de moskee staat een bombastische, barokke kathedraal. Een brute daad van de Christenen die de Moren verdreven tijdens de Reconquista, waarbij ze poogden alle herinneringen aan de hele Moorse beschaving te wissen. Er werd meedogenloos geplunderd en gemoord, alle Joden en Moslims werden in opdracht van de Paus verdreven. De Spaanse koning Ferdinand V, die opdracht gaf tot de bouw van de kathedraal middenin de Mezquita in de 16e eeuw, besefte zijn fout te laat: ‘U hebt iets gebouwd dat u of anderen overal gebouwd hadden kunnen hebben, maar u hebt iets verwoest wat uniek was in de wereld.’

Als er dan ook nog eens in de kathedraal een mis wordt voorgedragen via de luidspreker, verlaat ik de moskee. Ik pak mijn spullen op de Ténéré en verlaat Córdoba. Vanaf nu is het voor mij gewoon rijden, in alle stilte over wegen met weinig verkeer. Castilië is hiervoor perfect geschikt. Duizend meter hoge bergen begeleiden me naar het hoogland. Nu in mei is alles hier groen, papavervelden zetten rode accenten onder de diep blauwe hemel. De weg is meestal recht, niet waar ik op hoopte, maar wat er zich achter de horizon bevindt, is onbekend en dus rij ik door.
Uren later bereik ik Consuegra in La Mancha. Op een heuvelrug staan twaalf witte windmolens, die hun zwarte vleugels uistrekken in vier windrichtingen. Een vluchtige blik is meer dan voldoende om de herinneringen aan het verhaal van Don Quichot en zijn knecht Sancho Panza op te roepen. Oude windmolens zijn het symbool van La Mancha.  En dat klopt, er is hier nauwelijks een heuvel waarop geen molens te zien zijn.
Hoe mooi La Mancha ook is, langzaam moeten de Yamaha en zijn bestuurder weer een aantal bochten rijden. Een blik op de kaart belooft er meer dan genoeg in de Serrania de Cuenca. Laten we daar maar eens heen gaan, langs Cuenca en dan hoog de bergen in. Een stijging tot bijna tweeduizend meter, maar omdat er nauwelijks wegen zijn onder de duizend meter, lijken de bergen beduidend minder hoog. Wel uiterst spectaculair daarentegen is de kloof van de rivier de Taag (Rio Tajo), de langste rivier van het Iberisch schiereiland die uitmondt in de Atlantische Oceaan nabij het Portugese Lissabon. Verticale geelbruine rotspartijen ommuren de kloof, waarbij de wind het gierende geluid van de stroming kilometers ver draagt.
Een klein bord begroet me wanneer ik de provincie Aragon in rij. Hier zijn geen witte dorpen meer, alle huizen hier zijn gebouwd van aards bruin puin. De bergen maken plaats voor het reeds geliefde brede centraal Spanje. Ik blijf trouw aan mijn reismotto, de Yamaha berijden over bijna autovrije wegen. Verbazingwekkend eigenlijk hoe dunbevolkt deze regio is. Uiteindelijk bereik ik de Ebro en volg de rivier naar zijn bron aan de voet van de Sierra de Peña Labra. Een paar bergen en dalen later ben ik op de pas van Puerto de Piedrasluengas, wanneer ik van daaruit ver naar het noordwesten kijk ontdek ik bergen die je eigenlijk in de Dolomieten zou verwachten, niet hier in de Spanje. Als een gigantische muur stijgen de Picos de Europa boven de rest uit.

Direct onder de Picos ligt Potes, de hoofdstad van de regio en een ideale uitvalsbasis voor dagtochten. Ik verblijf op camping La Viorna en ben nagenoeg de enige, enkel een ouder Nederlands paar, uiteraard met obligate caravan, hebben er hun bivak opgeslagen.
Zelfs op de meest fantastische wegen in de Picos is er bijna geen verkeer deze tijd van het jaar. Perfecte omstandigheden om, afhankelijk van de smaak, te ontspannen, een wandeling te maken of met motor te toeren.
Het volgende item op de agenda betreft de rit naar Puerto de San Glorio. Een lekkere 1.300 hoogtemeters scheiden zeeniveau van pashoogte, waarbij de wegen belegd zijn met de fijnste bochten, het beste asfalt en spectaculaire uitzichten. Op de top wend ik me tot de Mirador del Oso, het uitkijkpunt van de beren. Een levensgrote witte stenen beer kijkt hier vanuit haar basis de bergen in. De plek voor het beeld kon nauwelijks beter, een fabuleus 360° panorama van wereldklasse wordt de topbedwingers voorgeschoteld. Je hebt hier vrij zicht op de spectaculaire Picos, de hoogste toppen zijn minimaal 2.648 hoog.
Laten we eens kijken hoe de bergen er van de andere kant uitzien. Over de Puerto de Pandetrave gaat het eerst naar het noorden, met het kleine plaatsje Sotres als korte tussenstop. Hier buigt de weg over de berg naar Espinama af. Het smalle pad hobbelt door een brede vallei bergop. Zo nu en dan een steil stuk, waarbij je terug naar de eerste versnelling moet, sommige passages zijn ook net in de tweede versnelling te doen. Het pad is een grotere uitdaging dat gedacht, grote stenen, geulen en gladde stukken. Het volgt een groene heuvelrug dat bij een besneeuwde berg in het noorden stopt. De hoogtemeter geeft 1.700 meter aan als ik het hoogste punt bereik. Tijd om pauze te nemen en te genieten. Ik heb het er aardig warm van gekregen, de Ténéré ook.
De avondzon in de bergen is het beste licht, maar herinnert mij er ook aan om niet al te lang te wachten. Door een paar sneeuwvelden laat ik mij afzakken het diepe dal in en ben net voor zonsondergang weer terug op de camping.
De volgende ochtend onderwerp ik de kaart aan een uitgebreid onderzoek voor verdere routes. Wanneer ik de kleine wegen volg, verschijnt daar ineens die allesbepalende blauwe vlek op de kaart: de Atlantische Oceaan. Koffie bij de zee in plaats van de modder in. Een sprankelend idee. Twee uur later staat de Ténéré geparkeerd onder een palmboom en zit ik in een café aan het strand, met het heldere donkerblauw van de zee naast me. Intens heldere lucht en 25 graden in de schaduw, een meer waardige afsluiting van deze megatoer kan ik me niet wensen!

Motoplus als app?

Om deze webapp op je telefoon te installeren, klik dan op het icoontje onderaan en klik daarna op Zet in beginscherm.

Om deze webapp op je telefoon te installeren, klik dan op de drie bolletjes rechtsbovenin

en klik daarna op Toevoegen aan startscherm.