+ Plus

Reizen door Ethiopi

Als kind al zat ik urenlang gebogen over kaarten en atlassen, geïntrigeerd door al die geheimzinnige en exotisch klinkende locaties. Vandaag de dag surfen we via internet in luttele seconden de wereld over, op zoek naar de laatste witte vlekken op de wereldkaart. En gelukkig bestaan ze nog, die goed bewaarde geheimen, die pareltjes op aarde, ontoegankelijk en juist daarom zo fascinerend. Het Afrikaanse land Ethiopië is één van die parels.De geblokte offroad banden roffelen over het gladde asfalt van de Ethiopische hoofdstad Addis Abeba, wat vrij vertaald zoveel betekend als ‘witte bloem’. Waarom blijft een groot vraagteken, want onderweg zien we maar knap weinig witte bloemen, wel passeren we muren van grauwe betonblokken, waarachter sfeerloze kantoorgebouwen en met veel neonreclame behangen winkelcentra in de zon liggen te bakken. Zakenlui, druk pratend in mobiele telefoons, ontwijken de uitgestoken handen van bedelaars en elegant geklede vrouwen wisselen op straat de laatste roddels uit. Een scherpe bocht naar rechts en abrupt maakt asfalt plaats voor steenslag en stof. Weg neonreclame, weg mobieltjes en weg vlotte zakenmensen. Midden in de vijf miljoen zielen tellende wereldstad gaan we offroad, over ongeplaveide paadjes en losse keien, geiten en koeien ontwijkend. Een shortcut naar de Mercato, de Afrikaanse markt van Addis Abeba en met een oppervlakte van twintig vierkante kilometer de grootste van het continent.Het is wel even wennen. Dit is Afrika zoals de meeste toeristen het juist niet zien. De smalle benauwde steegjes van de markt, waar een geur hangt van knoflook, zweet, motorolie, verse koffie, kippenstront en specerijen. Mannen rammen met hamers op platen staal of lopen krom onder loodzware vrachten. Vrouwen vlechten vrolijk gekeurde manden van riet en met een vlijmscherp mes wordt weer verderop leer vakkundig in kaarsrechte repen gesneden. In krakkemikkige kraampjes met daken van zeil of golfplaat liggen kleding, mobieltjes, fruit, matrassen, bladveren, pannen, aardewerk, batterijen, messen, sierraden en Joost mag weten wat nog meer. En overal hangt een blauwe walm van geroosterd schapenvlees en smeulend afval. De weg van Addis naar de stad Arba Minch, zo’n 450 kilometer zuidelijker gelegen, brengt ons van de ene glooiende heuveltop naar de andere. Hoewel, met toppen van ver boven de 2.800 meter is er eigenlijk geen sprake meer van heuvels, maar van echte bergen. Langs de kant van de weg liggen lemen hutjes verscholen achter meters hoge cactushagen. De muren zijn kunstig beschilderd met Afrikaanse dieren, die ook in Ethiopië ooit in groten getale over de vlakten zwierven. Een grindweg brengt ons verder omhoog en een tijdlang rijden we met uitzicht op de ver onder ons gelegen meren Chamo en Abaya. Na de zoveelste bocht duiken we nog verder het binnenland in, vergezeld door een afwisselend landschap van acaciabomen, zacht geurende grashellingen, ‘false’ bananenpalmen en rieten hutjes.Na een tijdje vallen onze dappere Zongcheng motoren stil naast een handvol tussen palmen verborgen huizen, of beter gezegd hutjes. Onmiddellijk komen van alle kanten kinderen aan gerend met onder hun armen kalebassen en drinkbekers, die ons voor 20 Birr, ongeveer 1,50 euro, te koop worden aangeboden. We volgen de dorpoudste naar zijn onderkomen dat is opgetrokken uit leem en gedroogde stront, met een dak van bamboe en palmbladeren. Een meisje van amper twaalf jaar, gebukt onder een zware last vers gesneden gras, komt langs de rotsen aanlopen. De vriendelijke glimlach vormt een schril contrast met het vervaarlijk uitziende mes dat ze stevig in haar handen klemt. Naast ons is een oude vrouw onder een afdakje druk in de weer om met een steen Tef tot meel te vermalen. Tef is een lokale graansoort, waar zeer voedzame pannenkoeken genaamd enjera van worden gebakken. Eenmaal binnen blijkt het hutje van de dorpoudste verrassend groot en luisteren we naar zijn verhalen. Hij staat erop dat we samen met hem een kalebas lokaal gedistilleerde ‘jenever’ drinken, en nog één, en nog één… Aan de laatste paar kilometers naar Arba Minch lijkt later dan ook geen einde te komen. Vandaag even geen zadel onder de kont, maar een houten bankje. Even niet het gebrom van de motoren, maar van een buitenboordmotor die op volle toeren ons bootje het Chamo-meer opduwt. Geothermische activiteit zorgt voor hot spots in het troebele water van het meer. Het plaatselijk soms 35 graden warme water is een geliefd plekje voor nijlpaard en krokodil om tegen de schemering in rond te drijven en bij te komen van weer zo’n vermoeiende dag in de Afrikaanse wildernis. Ongeïnteresseerd laten ze ons bootje, vol met hapklare brokken, dan ook aan zich voorbijgaan. In de thermiek boven het warme water zweven twee reusachtige vogels met zwarte, gerafelde vleugels, een witte kop en borst en een korte witte staart. De eerste Afrikaanse visarenden die we hier tegenkomen.Achter Arba Minch lonken de bergen weer. De echte, met toppen van 3.500 tot 3.800 meter hoog. De enige weg de bergen in, is er één die in Nederland met grote hekken zou zijn afgesloten voor al het verkeer. Zo niet in Ethiopië. Een onverhard pad slingert langs de bergflanken, duikt loodrecht diepe kloven in en verdwijnt in stromende rivieren, om aan de andere kant over keien, rotsen en gescheurde aarde nog dieper de wildernis in te slingeren. Op de open vlaktes tussen de bergen heeft de zon vrij spel en is de hitte moordend. Lunchen doen we dan ook niet wanneer we honger hebben, maar wanneer we in de schaduw van een boom kunnen schuilen tegen de zon. In drie dagen tijd leggen we slechts 250 km af. En bovendien is het hard werken, heel hard werken zelfs, om de motor overeind te houden op de soms erbarmelijke slechte ,steile en soms ook zanderige paden. Maar is dit niet precies wat zoeken? Afzien op de motor in de wildernis van donker Afrika, ver weg van onze vlakke wegen met strak georganiseerd verkeer?Waar we ook rijden, zodra het geronk van onze motoren hoorbaar is, komen vanuit alle hoeken en gaten kinderen naar de weg toe gerend. Lachend roepend: “Hey you!” Of: “Hey mister, birr birr.” We geven ze een net zo’n hartelijke glimlach terug en rijden voorzichtig door. Zoveel is na twee weken rijden wel duidelijk geworden, aan motoren zijn ze in Ethiopië nog niet gewend. Regelmatig gebeurt het dan ook dat kinderen plotseling de weg oversteken, de snelheid waarmee we rijden volledig verkeerd inschattend. En niet alleen plotseling overstekende kinderen vormen een gevaar, ook paarden, geiten, honden, koeien, wrattenzwijnen, bavianen en kamelen. Gelukkig zijn we hier tijdig alert op geworden en de claxon wordt dan ook veelvuldig gebruikt. Langzaam rijdend door de kleine dorpen zijn we voor de lokale dorpelingen met onze glimmende helmen en high tech laarzen overduidelijk een bezienswaardigheid. De wegen zijn leeg wanneer we aan komen rijden, maar binnen mum van tijd rijden we door een haag van luid kwetterende en wijzende dorpelingen. Inmiddels gewend geraakt aan alle belangstelling, ondergaan we gelaten de nieuwsgierige blikken van weer een massaal uitgelopen dorp. We zijn afgestapt en benutten de pauze voor een kop overheerlijke Ethiopische koffie. We moeten hier wachten op twee leden van de lokale militia. Klinkt alsof we op pad gaan met een paar guerrillastrijders, de geweren van deze mannen hebben echter een veel eenvoudiger reden dan politieke ideologie, ze moeten ons beschermen tegen loslopende leeuwen en luipaarden. Zonder hen mogen we domweg niet verder. Gezien het feit dat hier iedereen op elke mogelijke manier een slaatje uit de toeristen probeert te slaan, rijst het vermoeden dat de kans op het treffen van wilde dieren wel eens stukken minder groot kan zijn dan de dorpelingen doen voorkomen. “Gewoon weer een manier om aan geld te komen,” luidt het sarcastische commentaar van sommigen uit de groep.Ons doel vandaag zijn de Bale Mountains en de enige weg naar de top voert door het Harrena woud. Smal en onverhard slingert hij zich door ongerepte wildernis van tropische woud en uitgestrekte velden, waar prooidieren midden op de dag nog rustig grazen. Wanneer we in het zand van de weg de eerste pootafdrukken van leeuwen ontdekken, verstomt het sarcastische gebrom en blijft iedereen opvallend dicht in de nabijheid van het eerder zo bespotte geweer. Priemende ogen richten zich naar Wokderes, de meest spraakzame van de twee militia’s. Onverschillig haalt hij zijn schouders op en beantwoord onze vragende blikken met: “Bijna iedere ochtend tussen zes en zeven steken ze hier over op weg naar een drinkplaats even verderop.” Met zijn geweer wijst hij naar een verborgen plekje ergens in het oerwoud. Onrustig vervolgen we onze weg en voelen ons begluurd door hongerige ogen. Gelukkig komen we vandaag niet oog in oog te staan met een paar leeuwen, wel steken tientallen bavianen de verder verlaten weg over en staren nieuwsgierige zebra’s ons vanuit het hoge gras oplettend na. Bocht na bocht slingeren we omhoog en genieten van de steeds weer wisselende uitzichten. De gravel weg slingert langs met baardmossen begroeide afgronden en een tijdlang rijden we net onder een dikke witte deken van minuscule waterdruppels, wolken die worden tegengehouden door de Bale Mountains. Er is echter geen ontkomen aan en na de zoveelste bocht duiken we toch de wolken in en verdwijnen als schimmige stipjes in een grauwe wereld. Gelukkig is de witte deken niet al te dik en even later worden we weer uitgespuugd op het zonovergoten Sanetti Plateau. Een kale, woeste wereld, waar alleen nog reuzebromelia’s en de met uitsterven bedreigde, endemische Semien wolf kunnen overleven. De hoogtemeter geeft hier 3.800 meter aan, oftewel nog 700 meter te gaan naar het uiteindelijke doel, de top van de Tullu Deemtu.De laatste paar kilometer naar de top vergen het uiterste van mens en motor. Het karrenspoor gaat stijl omhoog en is afwisselend gevuld met gruis en losliggende keien. Het stuur wil alle kanten op, maar met geweld duw ik het in de enige juiste richting, rechtdoor en omhoog. Hard werken, en even heb ik geen aandacht meer voor al het schoons om mij heen. Even geen oog voor het indrukwekkende landschap met de adembenemende vergezichten, voor de reuzenbromelia’s of de voor het motorkabaal vluchtende Simien wolf. Spelend met koppeling en gas gaat het erg gestaag verder omhoog. Terugschakelen, gas bijgeven en dansend op de pedalen wordt kei na kei ontweken en hoogtemeter na hoogtemeter veroverd. Wat een kick! Aangekomen op de top giert de adrenaline door het lichaam, de intense kou hier voel ik zelfs niet. Het is gelukt. Ik heb mezelf overwonnen en mijn droom bereikt. Ik sta op de 4.345 meter hoge Tullu Deemtu, de hoogste nog min of meer berijdbare weg van het gehele Afrikaanse continent. De tocht bergafwaarts voert ons eerst verder het Sanetti plateau op. De kale, alpine vlakte is het jachtgebied van de Simien wolf, die hier nog in relatief grote aantallen rondscharrelt. Om het ras zuiver te houden en te voorkomen dat de op een vos lijkende wolf paart met loslopende honden van schaapsherders, is het plateau voor herders en hun kuddes verboden toegang. Begrijpelijk, maar wanneer er in de weide omtrek geen grassprietje meer te bekennen is voor het uitgemergelde vee, en hier nog wel, is er geen andere mogelijkheid voor de herders om de regels maar aan hun laars te lappen.Dat het hier boven niet alleen in de nacht ijzig koud is, blijkt wel uit de vele plassen water die zelfs in de middag nog bedekt zijn met een dun laagje ijs. Winterhandschoenen en een extra fleecetrui onder de jas zijn dus bepaald geen overbodige luxe. Na een uurtje relaxed rijden over de goede grindweg bereiken we de rand van het plateau en worden bediend met een fantastisch uitzicht op de ver onder ons gelegen Rift vallei. Deze loopt helemaal van Libanon, door Ethiopië, naar Mozambique en is het resultaat van uit elkaar drijvende tektonische platen. Een continu proces dat men ook wel ‘riften’ noemt en dat aan de wieg staat van de vele actieve vulkanen die dit gebied rijk is. Wanneer we eindelijk bij het hotel aankomen is het al laat in de middag. Een onuitgesproken belofte van luxe, bestaande uit een warme douche, comfortabel bed en het belangrijkste: koud bier. De motoren worden snel geparkeerd en afgepakt, de laarzen uitgeschopt en al snel hangen we onderuitgezakt in stoelen op het hotelterras. Met de benen uitgestrekt staren we in stilte naar de ondergaande zon, die het Afrikaanse landschap in de voor hier zo typerende okergele gloed kleurt. Dat we de volgende ochtend wat moeilijk op gang komen is niet zo verwonderlijk. De combinatie van vermoeidheid, de nodige biertjes en een te comfortabel bed, bleek een 100% garantie te zijn voor verslapen. Na een valse start, het humeur van sommigen bleek ook niet helemaal bestand tegen de voornoemde combinatie, richten we laat in de ochtend het vizier op Sof Omar. Na een aantal uren van wasbordwegen, stof, onbarmhartige zonneschijn, kapotte bruggen, kleurrijke dorpjes, uitgestrekte teff velden, gillende kinderen, kuilen en de onnavolgbare logica van geiten en kamelen, stoppen we boven op een pas voor thee en koffie. De motoren worden geparkeerd op het enige vlakke stukje naast de weg en zelf ploffen we neer aan de rand van een diepe kloof. Diep onder ons stroomt de Web rivier. Het water vormt een klein, ondiep meertje tegen de rotswanden aan, voordat het in de berg verdwijnt om ruim 15 kilometer verderop weer bovengronds te verschijnen. Deze ondergrondse rivier is de langste van Ethiopië en volgens sommigen zelfs de langs van heel Afrika. De weg erheen is er één die valt in de buitencategorie ‘even slikken en weer doorgaan’. We volgen de stoïcijns voortstappende ezels, volgepakt met lege jerrycans die beneden gevuld moeten worden met het kostbare water. Na enig aandringen, wat feitelijk neerkomt op heel lang claxoneren, stappen ze opzij en geven ons net voldoende ruimte om langs de afgrond en rotsblokken verder naar beneden te stuiteren. Bijna nog missen we een scherpe bocht naar links, de laatste meters van de doodlopende weg naar Sof Omar, een klein groen, waterrijk paradijsje, goed verborgen in een doolhof van canyons, ergens middenin het droge, afgelegen landschap van de Riftvallei.We zijn te gast bij volgelingen van Sjeik Sof Omar, een moslim heilige, die eeuwen geleden hier zijn toevlucht nam, na een voor hem slecht uitgevallen ruzie. Jarenlang verborg hij zich hier in de vele spelonken van het ondergrondse gangenstelsel. Voor de moslims is dit een heilige plek, een soort bedevaartplaats zelfs, en veel dorpelingen beweren een verre nazaat van Sof Omar te zijn. In het gelijknamige dorpje bestaande uit twintig hutjes, kippen en wat bouwvallige schuurtjes, is het een komen en gaan van ezels, geiten, koeien ,kamelen, kinderen, herders en apen. Aan de waterkant ontmoet ik twee jongens, hun nog jonge, maar doorleefde gezichten weerspiegelen het extreme klimaat en keiharde bestaan. Hoe lang ze onderweg zijn vraag ik hen. ”Vijf dagen”, antwoord de langst en zwijgend gaan ze verder met het vullen van de vele lege jerrycans. “Hey mister, Birr?” vraagt één van de jongens plotseling. Ik glimlach en schud nee, maar wenk dat ze me mee moeten lopen. Schoorvoetend volgen ze me naar het kamp, waar ze voldoende eten en drinken voor in ieder geval de lange terugreis mee krijgen.Die avond zitten we in de gloed van een knisperend vuur over de kaart van Ethiopië gebogen, op zoek naar een nieuwe, kortere route terug naar Addis Abeba. Naar het vliegtuig dat ons weer op tijd thuis moet brengen. Het voelt als een onafgesloten hoofdstuk, maar het kan niet anders, we lopen hopeloos achter op schema. De afgelopen weken bleken tijd en afstand namelijk maar moeilijk te schatten. Kilometers maken is onmogelijk in dit prachtige land en al snel bleek dat de voortgang van de reis werd bepaald door het dagelijks ritme van de kleurrijke bevolking. In het donker passeren vijf kamelen, zwaarbeladen met volle jerrycans. Twee jongens lopen de gloed van ons kampvuur binnen, glimlachen, zwaaien even en verdwijnen weer in het donker. Achter de kamelen aan en net als wij morgen, weer op weg naar huis.________________________________________[INFOKASTEN]INFOEthiopië is even groot als Frankrijk en Spanje samen met zijn oppervlakte van 1,1 miljoen vierkante meter. Ongeveer 65 procent van het land is bebouwd, waarvan vijftien procent gecultiveerd. Geografisch gezien wordt het land gedomineerd door het Ethiopisch Hoogland, het langste aaneengesloten berggebied van heel Afrika met bergtoppen tot 4.900 meter hoogte. Ten zuiden van Addis Abeba wordt het landschap grotendeels bepaald door de prachtige Rift Valley meren. De belangrijkste rivieren zijn de Blauwe Nijl, Tekezze, Awash, Wabe Shabele, Omo en de Baro.Het huidige aantal inwoners bedraagt iets meer dan 78 miljoen en daarmee is Ethiopië het twee na dichtst bevolkte land van Afrika. Daarnaast kent het land achttien verschillende talen en zo’n 200 verschillende dialecten. De drie meest voorkomende talen zijn echter Amharic (de officiële taal), Oromo en Tigrinya. Het tijdsverschil met Nederland bedraagt twee uur (later). KLIMAATEthiopië kent eigenlijk slechts twee seizoenen: het droge seizoen van oktober tot half juni en het natte seizoen van half juni tot september. De temperaturen zijn sterk afhankelijk van de hoogte, in het hoogland (inclusief Addis Ababa), gemiddeld rond of boven de 25 graden. In het laagland kan het aanzienlijk warmer worden tot boven de 40 graden, terwijl in de Danakil Depression het kwik zelfs tot boven de zestig gradenkan stijgen.VALUTADe nationale munteenheid van Ethiopië is de Birr. Dertien Birr zijn ongeveer gelijk aan 1 euro. Voor alle betalingen in restaurants, winkels, markten heb je contant geld nodig, enkel op het internationale vliegveld en in de grotere plaatsen kunnen traveler’s cheques en euro’s worden omgewisseld voor Birr. Pinnen is nergens mogelijk en creditcards worden heel sporadisch in de betere hotels en winkels geaccepteerd. Daarbij worden lang niet alle creditcards geaccepteerd, het is dus verstandig om vooraf te zorgen dat je voldoende geld op zak hebt. VACCINATIESVoor heel Ethiopië worden vaccinaties tegen de volgende ziektes sterk aangeraden: hepatitis-A, hepatitis-B DTP (Dyfterie, Tetanus en Polio) en gele koorts, wanneer je althans uit een endemisch gele koorts gebied komt. Neem uiterlijk vier weken voor vertrek contact op met de huisarts of GG/GD voor de meest recente informatie. De website www.travelclinic.com beschikt ook over de meest up-to-date informatie.VISUM Voor Ethiopië is een geldig paspoort en een visum verplicht. Denk eraan dat het paspoort nog tenminste een half jaar geldig moet zijn na het moment van aankomst. Een visum kunt u alleen bij aankomst op Bole Airport verkrijgen en dat kost zeventien euro. Visumbalie is 24 uur per dag open en zit in dezelfde hal als de douane.GEORGANISEERD REIZENDe hier gepubliceerde reis is georganiseerd door Travel 2 Explore. Het is een intensieve 23-daagse trip door één van de mooiste gebieden van het Afrikaanse continent. In tien uur vlieg je met Lufthansa van Amsterdam naar Addis Abeba, waar het Ethiopië-avontuur begint. Gemiddeld rij je zo’n zes à zeven uur per dag (hangt af van de omstandigheden, die veel kunnen variëren), waarbij het tempo echter niet al te hoog ligt. Je rijdt met motoren van de organisatie, het enige waar je zelf voor moet zorgen is een flexibele instelling. En zin in een onvergetelijk motoravontuur naar de hoogst berijdbare bergpas van heel Afrika. In december organiseert Travel 2 Explore ook nog een 17-daagse reis. Daarbij vlieg je vanaf Schiphol naar Addis Abeba, om vervolgens met een binnenlandse vlucht naar Arba Minch te gaan. Vanaf hier rij je via nagenoeg dezelfde route als de 23-daagse variant terug naar de hoofdstad.Voor meer informatie en prijzen kun je bellen of mailen met Travel 2 Explore (tel. 075-614 90 59 of info@travel2explore.nl) of surfen naar www.travel2explore.nl.

Gerelateerde artikelen

Rij-impressie Moto Morini X-Cape

Rij-impressie Moto Morini X-Cape

20 juni, 2024

Het had zo mooi kunnen zijn. Aansluitend aan m’n 100Colls-avontuur – zie MotoPlus 11 – stond er een mooie ...
Direct meer lezen? Neem een jaarabonnement
  • Direct toegang tot het digitale archief met meer dan 350 magazines.
  • 24 uitgaven per jaar
  • Elke twee weken thuis in de bus
Direct toegang aanvragen
Een jaar MotoPlus voor slechts 55,-