+ Plus

Reisverhaal Corsica

In de loop der geschiedenis is het gezag over Corsica als een speelbal tussen verschillende volkeren heen en weer gekaatst. Geen wonder, het eiland is schoonheid is zijn meest pure vorm met ruige rotskusten, brede zandstranden, onherbergzame bergmassieven en rijk begroeide valleien. En voor wie op de motor komt heeft het nog een belangrijke troef achter de handen: de wegen op het eiland bestaan uit bochten, bochten en nog eens bochten. Onderling verbonden door – precies – bochten.Een dikke 1.300 kilometer hebben we er al opzitten wanneer we tegen zessen de haven van het Italiaanse Livorno inrijden. We zijn bepaald niet de enigen die zich willen inschepen voor de vier uur durende overtocht naar Bastia, maar als motorrijders krijgen we een voorkeursbehandeling en mogen we direct doorrijden tot aan de kop van het opstelterrein, zodat we als een van de eersten aan boord kunnen. Het dek van de ferry is rijkelijk bezaaid met comfortabele ligstoelen, waar we dankbaar gebruik van maken om de door de snelweg gegeselde ledematen, en met name het achterste, wat rust te geven.Wanneer de trossen zijn gelost worden we via een blikkerige stem uit een luidspreker welkom aan boord geheten onder de strijdbare klanken van de huishymne van de rederij. Of misschien is het wel het Corsicaanse volkslied, want de levensgrote \’Testa Mora\’ – het zwarte hoofd met band, het trotse symbool van Corsica\’s eigenheid dat je overal op het eiland aantreft – op de schoorsteenpijp maakt wel direct duidelijk dat deze boot Corsicaans is.De steeds dieper rood kleurende zon zakt langzaam in zee en in de duistere verte doemen langzaam de contouren van de Cap Corse (\’Capu Corsu\’ op z’n Corsicaans) op, ook wel bekend als de \’vinger\’ aan de noordkant van het eiland. Nadat het schip in Bastia is aangemeerd mogen we ook als een van de eersten van boord. De haven achter ons latend kost het niet veel moeite de D80 naar het noorden te vinden. Het is inmiddels dik na elven, maar gelukkig is het nog geen 25 kilometer naar Marine de Porticciolo waar we voor deze eerste nacht een hotel hebben gereserveerd. Vlot rijden we over de verlaten weg door de dorpjes ten noorden van Bastia, maar wanneer na een paar kilometer de bebouwing ophoudt, blijkt deze op papier zo eenvoudige etappe direct al een aardige beproeving. Straatverlichting? Niet aanwezig. Reflectorpaaltjes langs de weg? Nergens voor nodig kennelijk. Witte strepen? Geen spoor. Wat dan wel? De zee, zwart klotsend water recht vooruit bij elke haakse bocht naar links. En verder rotswanden in overvloed, donker dreigend, bij praktisch elke bocht naar rechts. Bovendien heeft het grootlicht weinig nut, aangezien de wegen alleen uit bochten bestaan. Het stuk rechte weg dat je naar de volgende bocht leidt is hooguit tien meter lang. Het tempo zakt dan ook naar een beschamend minimum, maar nog net voor middernacht bereiken we ongeschonden onze bestemming. In het donker na een enerverende en vooral lange dag rijden misschien wat veel van het goede, maar ik hoop van ganser harte dat dit een voorbode is van al het moois dat ons de komende dagen aan asfalt wordt voorgeschoteld. De hotelier heeft gelukkig op ons gewacht en we mogen de motor in zijn garage stallen. Een absolute must volgens de aimabele man willen we morgen weer verder rijden met onze Kawasaki ER-6n.De volgende ochtend rijden we dezelfde D80 weer terug naar Bastia. De route presenteert zich van een veel vriendelijker kant zo bij de zachte ochtend zonnestralen. Een heerlijk stuurweggetje dat zich van het ene romantische baaitje naar het andere slingert. Het vertrouwen stijgt, de snelheid ook. Maar als we in Bastia de D81 naar St-Florent nemen en ook de weg in rap tempo begint te stijgen, neemt het vertrouwen even snel weer af. Motorisch heeft de Kawa geen moeite met de klim, maar twee personen en een volledige kampeeruitrusting aan boord blijkt toch iets teveel van het goede voor de achterschokbreker, zeker bij de soms diepe kuilen en forse hobbels in het wegdek. Gelukkig blijft er qua uitzicht op deze pasweg nog genoeg te genieten over, al is het natuurlijk nooit goed voor het ego wanneer je van de weg wordt gedrukt door boer Jaques in z\’n Citroën Berlingo.En dus schroef ik op de camping in St-Florent de veervoorspanning een flink stuk omhoog. Dat blijkt een goede zet, de achterpartij loopt stukken beter in het gareel en volgt braaf de voorkant. Wel zo prettig, omdat de weg hier aan de westkant van de ‘vinger’ een stuk smaller is dan aan de minder ruige oostkant. En op de noordpunt ook nog een stuk slechter. Bovendien is de vangrail bij de Corsicaanse Rijkswaterstaat een volledig onbekend fenomeen. Soms staat er nog een muurtje van een centimetertje of dertig hoog, maar meestal figureert een rij losse rotsblokjes als wegafscheiding. En dat alles in combinatie met wegen die soms op grote hoogte boven zee tegen de rotswand zijn geplakt. Avontuurlijk rijden heet dat. Zeker omdat ook tegemoetkomende automobilisten doorgaans de voorkeur geven aan de veilige bergkant van de weg, onze kant dus! Ach, kwestie van een beetje gewenning, en bovendien maken de fenomenale vergezichten veel goed. Wel realiseren we ons dat het een goed idee was om dit 120 kilometer lange ritje rond de Cap Corse met de klok mee te doen. Andersom zouden we zelf aan de zeekant rijden en om dan regelmatig te moeten uitwijken voor tegenliggers zou zeker geen pretje zijn.Na een dagje luieren en kuieren met als hoofdingrediënten zon, zee en strand, laten we St-Florent achter ons en trekken verder in zuidwestelijke richting over de D81. Weer met volle bepakking en dat is weer even wennen. Gelukkig is de weg is hier een stuk beter dan rond de Cap Corse en de Kawa geeft geen krimp. We trekken langs de westkust en daar blijkt Corsica toch wel degelijk bekend te zijn met het begrip wegmarkering. En ook lang niet gezien, een paar rechte stukken weg. Voor het eerst sinds Italië weet ik de vierde versnelling weer te vinden. In een lekker opzwepend tempo zoeven we over de heerlijk glooiende kustweg naar Calvi, dat een prachtige middeleeuwse citadel schijnt te herbergen. Onze timing is echter niet perfect, op het heetste tijdstip van de dag komen we bij het bouwwerk aan. Met de dikke motorkleding aan klinkt de roep van het overdekte terras een stuk aanlokkelijker dan dat van een wandeling door de indrukwekkende vesting. Zelfs na een paar glazen fris snakt het lichaam nog naar de bevrijdende koelte van het rijden en daarom besluiten we verder te rijden naar Porto. De kaart biedt ons daarbij de keuze uit de reguliere D81 landinwaarts en de D81B langs de kust. Om toch een beetje vaart te kunnen maken kiezen we voor de eerste. Een goede zet blijkt niet veel laten, tegen het decor van een majestueus bergmassief sparen we onze krachten op deze verlaten weg door een verlaten, maar bijzonder intrigerend landschap. Nadat de twee D81\’s weer zijn samengekomen beginnen we aan de beklimming van de Col de Palmarella. Die stelt weinig voor, maar des te groter is de verrassing wanneer we eenmaal boven worden getrakteerd op een adembenemend panorama over de Golfe de Girolata. Vanaf hier resten nog zo\’n 35 kilometers tot Porto, en wat voor kilometers. Op onze ‘Michelin menukaart’ prijkt een \’spaghetti al pesto\’, oftewel een dikke bochtenbrij voorzien van een vette groene lijn, waarvan de legenda beloofd dat het een toeristisch mooie route is. En daaraan blijkt niets gelogen: we zouden om de vijftig meter kunnen stoppen om ettelijke geheugenkaartjes van de camera vol te schieten met al het moois om ons heen. Wat een prachtige weg, je zou hem bijna twee keer pakken. Bijna, want we willen wel graag de tent nog in het licht opzetten en dus moeten we verder naar Porto.Een rugzakje met strandspullen is de volgende dag de enige bagage die zijn weg achterop de ER-6 vindt. Op naar het Plage d\’Arone. De weg klimt eerst snel omhoog en na een kilometer of zeven ontvouwt zich hoog boven de zee een Harry Potter-achtig sprookjeslandschap. Dit zijn de beroemde \’Calanche\’, grillige grijze en rode steenformaties waarin allerlei figuren zijn te herkennen. Onder meer een reusachtige hondenkop, huilende vrouw, dromedaris en een hart. Soms zo kunstig dat het nauwelijks voor ste stellen is dat hier enkel de natuur zijn gang is gegaan zonder de hulp van menselijke handen. Stapvoets rijden we tussen de bizarre rotspartijen door, vastbesloten hier vanavond de zonsondergang tot ons te nemen. Nadat we de Calanche achter ons hebben gelaten gaat het gas er weer op. Ik ben inmiddels helemaal in mijn element op die typisch Corsicaanse wegen bestaande uit een reepje asfalt en verder niets. Dat een stuurfout kan resulteren in een verticale tuimelpartij van zo’n honderd meter richting zee deert niet meer, vlot slalommend dalen we door het verlaten landschap af naar het strand Plage d’Arone. Een onbeschrijfelijk mooi stukje natuur en een echte aanrader voor een dagje onbekommerd strandhangen. Voor een andere absolute must ga je vanuit Porto via de D84 landinwaarts. In een aaneenschakelingen van korte onoverzichtelijke bochten voert de weg hier langs diepe afgronden naar Evisa, dat in het hart ligt van het Forêt d\’Aitone, een woud dat voor het leeuwendeel wordt bevolkt door kastanjebomen. Ooit was deze tamme kastanje van grote betekenis voor de eilandbevolking. De vruchten werden gebruikt om er meel van te maken dat als basis diende voor het dagelijks voedsel, terwijl het hout als bouwmateriaal en brandstof werd gebruikt. Bovendien bleken de uitgestrekte kastanjebossen die ideale plaats voor varkens om voedsel te zoeken. En diezelfde beesten zijn uiteraard weer prima geschikt voor het schnitzeltje bij de avondpot terwijl de huid weer kon worden aangewend voor het vervaardigen van leer. Het economisch belang van de kastanje is inmiddels verdwenen, de verwilderde varkens zijn echter nog wel overal aanwezig. Niet alleen in de bossen trouwens, ze willen zich ook nog wel eens wagen aan een uitstapje op de weg.Na een bezoek aan het unieke maritiem reservaat van Scandola, maken we ons op voor een bezoek aan de zuidkust van Corsica. Een trip van een slordige tweehonderd kilometer en gezien ons lage daggemiddelde wat kilometers betreft, gaan we uit van een dag toeven in het zadel. Dat blijkt echter behoorlijk hoog ingeschat, wat ook weer te wijten is van mijn inmiddels verhoogde Corsicaanse rijvaardigheid. Ik weet nu dat inheemse auto\’s te herkennen zijn aan de departementsnummers 2A of 2B op het kenteken. En dat het doorgaans weinig zin heeft die in te halen (mocht dat al lukken). Beter kun je ze als gids gebruiken. Remmen ze voor een bocht, dan weet je dat het menens is. Remmen ze niet, dan kun je zelf ook het gas erop houden (en dan een schietgebedje doen dat de loslopende varkens een middagdutje doen). Deze strategie blijkt prima te werken en relatief snel bereiken we de hoofdstad Ajaccio, die we links (of eigenlijk rechts) laten liggen. Hier treffen we zowaar een stukje vierbaansgeweld aan, inclusief – jawel – flitskast. Frans model, dus al vanaf een kilometer afstand herkenbaar. Wanneer de weg weer terug naar de gangbare lokale breedte is getransformeerd en de bergen in slingert, zoek ik andermaal een lokale gids en gaat het in bovengemiddeld tempo verder zuidwaarts.Midden in het verlaten berglandschap stuiten we tot onze verbazing op een file. Via de ons tegemoetkomende weghelft tuffen we langzaam langs de rij wachtende auto’s. Bocht na bocht, kilometer na kilometer. Er lijkt geen einde aan te komen en we worden steeds nieuwsgieriger naar het waarom achter deze opstopping. Een ongeluk? Een kudde varkens op de weg? Nee hoor, de oorzaak blijkt een stuk aardser. In het eerstvolgende dorp blijkt de weg zo smal dat ze er een stoplicht hebben neergezet om het verkeer vanuit beide richtingen beurtelings te laten passeren. Een minuut of drie mag het verkeer naar zuiden doorrijden en daarna is het verkeer naar het noorden aan de beurt. Alleen jammer dat er op deze prachtige augustus dag geen verkeer naar het noorden is, maar daarentegen wel veel, heel veel zelfs, vakantieverkeer naar het zuiden. En dat staat in de verzengende hitte dus voor niets te bakken. Extra blij met ons vervoermiddel vervolgen we onze weg in de richting van Bonifacio aan de zuidkust. Het landschap verandert hier drastisch, het wordt steeds droger en de bergen gaan over in heuvels. Wanneer we tenslotte de kust bereiken, komen we voor het eerst zowaar een paar rechte stukken van substantiële lengte tegen. Overigens absoluut geen straf na zo\’n dagje intensief sturen.Het vestingstadje Bonifacio is gebouwd op een landtong van loodrecht uit zee oprijzende witte kliffen. Om kort te zijn: uniek. En zoals overal tot nu toe kunnen we met de motor ook hier gewoon doorrijden tot het centrum om te parkeren op een van de speciale ‘Reservé motos’ parkeerplaatsen. We vleien ons neer in een van de vele gezellige restaurantjes en worden – niet voor het eerst trouwens – verrast door de Corsicaanse keuken. Niet zozeer door de gerechten als wel de omvang van de porties. Die blijken volkomen onvoorspelbaar, de ene keer krijg je een paar visjes die je achteloos achterover werkt in de veronderstelling dat de hoofdschotel nog volgt (wat dus niet gebeurt), terwijl een ander etablissement je opzadelt met een portie waar de hele straat van mee kan eten. Niet dat we hier problemen mee hebben trouwens, wordt eigenlijk best hard gewaardeerd. In de weken voorafgaand aan deze trip heb ik thuis al gravend door een berg reisgidsen een kort verlanglijstje gemaakt. Daarop staat ook een tocht naar de Guglie de Bavella, over wat een van de mooiste wegen van Corsica moet zijn. Volgens de beschrijving in de reisgids slingert de weg zich vanuit Solenzara aan de oostkust door een diepe kloof naar de Col de Larone om vervolgens verder te stijgen naar de Guglie, een soort landvariant van de Calanche. De zon verschuilt zich vandaag voor het eerst achter een wolkendek en de temperatuur is daardoor bijzonder aangenaam, prima omstandigheden voor een intensief stukkie sturen derhalve. Op naar Guglie. Over de N198 snellen we naar Porto-Vecchio. Enigszins overmoedig geworden door het stijgende daggemiddelde van de laatste dagen laten we ons daar verleiden om via de kleine D368 direct het binnenland in te rijden. Dat hadden we dus beter niet kunnen doen. De weg heeft weliswaar aan bochten en panorama’s heel wat te bieden, opschieten is er niet bij. In l\’Ospedale maken we een korte stop voor een late lunch met imponerend uitzicht over de Golfe de Porto-Vecchio en laten ons door een stel vriendelijke scooterrijders overhalen een paar kilometer verderop de wandeling naar de Cascade de Piscia di Gallo te maken. Een nogal opmerkelijke naam die iemand gezegend met enige kennis van de Franse taal een wenkbrauwtje zal doen optrekken, betekent namelijk \’hanenpiswaterval\’. Zelfs met een flinke dosis inlevingsvermogen laat het zich maar moeilijk raden waar de waterval deze weinig flaterende naam aan te danken heeft. Mooi is ‘ie wel, maar dat mag ook wel na zo’n flinke klauterpartij. Weer terug blijkt het inmiddels al zo laat dat een bezoek aan de Guglie bij daglicht geen haalbare kaart meer is en we besluiten rechtsomkeert te maken naar Porto-Vecchio.In de afdaling komen we voor het eerst een paar autochtone motards tegen. Het wordt al vrij snel duidelijk waarom we die tot dusverre nauwelijks hadden gezien. Dit zijn waarschijnlijk de enige twee nog levende, al zal dat gezien hun rijstijl ook niet al te lang meer duren. Is de Corsicaanse automobilist al geen toonbeeld van verantwoord, veilig en onbesproken verkeersgedrag, zijn evenknie op twee wielen doet er zo te zien graag nog een schepje bovenop.We besluiten in Porto-Vecchio te gaan eten en worden geconfronteerd met een stukje massatoerisme. Het historische centrum heeft veel moois te bieden, maar dat gaat wel schuil achter een dichte mensenmenigte die langs de ontelbare boetieks, souvenirwinkels en restaurantjes schuifelt.Omdat we nog slechts twee dagen over hebben om vanuit Bonifacio in het uiterste zuiden naar Bastia te gaan voor de terugtocht naar Livorno, moeten we met pijn in het hart Guglie laten voor wat het is. We gaan in één ruk naar het noorden. Van verschillende kanten zijn we al gewaarschuwd dat de oostkust saai zou zijn, maar dan blijkt hoe verwend je eigenlijk raakt op Corsica. Toegegeven, dit is het minst interessante deel van het eiland, maar in vergelijking met, pak ‘m beet, Katwijk aan Zee is zeker het zuidelijk deel met zijn zandstranden, Middeleeuwse vestingtorens en kleurige vegetatie nog altijd beslist de moeite waard. Wanneer we later die dag Bastia naderen blijkt ook Corsica niet gevrijwaard van een avondspits, maar daar slingeren we ons behendig doorheen op zoek naar een camping. En daarvoor nemen we nog één keer de D80 richting Cap Corse. Gewoon nog een laatste keer, weer vol bepakking, met twee man en een tanktas die inmiddels tot net onder de kin reikt. En met een rugzak vol prachtige ervaringen en herinneringen rijker.________________________________________[KLEINER KASTEN MIT BILD UND UNTERSTEHENDE ANEKDOTE][BILD 205]Corsicaanse volkswijsheid:Een vrouw wil een tegemoetkomende automobilist waarschuwen voor een varken dat ze op de weg heeft zien staan. \’Maiale\’ (varken) schreeuwt ze naar hem bij het passeren. \’Puttana\’ (hoer) dient de man haar woedend van repliek, om vervolgens volgas verder te stuiven en na de volgende bocht tegen het varken te knallen. Moraal van het verhaal: als mannen wat beter naar vrouwen zouden luisteren en vrouwen zich wat beter zouden uitdrukken, dan zou de wereld een hoop leed bespaard blijven.________________________________________[INFOKASTEN]INFOCorsica is een departement van Frankrijk, maar kent een geheel eigen cultuur en taal, die veel op Italiaans lijkt. Het ligt 170 kilometer ten zuiden van de Franse Rivièra en 90 kilometer ten westen van de Italiaanse kust. De afstand van noord naar zuid is maximaal 183 kilometer en van west naar oost 85 kilometer. Het eiland is bijzonder bergachtig: de gemiddelde hoogte bedraagt 568 meter, terwijl de hoogste berg, de Monte Cinto, een dikke 2706 meter meet. Het klimaat is er één van uitersten: de zomers zijn er doorgaans heet en droog, in de bergen zijn de winters extreem streng en in de herfst kan het er hevig stormen en zijn er vaak overstromingen als gevolg van overvloedige regenval.Door de grote hoogteverschillen is de natuur bijzonder afwisselend. Tot een hoogte van ongeveer duizend meter overheerst de typisch mediterrane begroeiing van maquis (laag doornachtig struikgewas), kurkeiken en olijfbomen. Typisch voor Corsica zijn daarbij de uitgestrekte wouden van tamme kastanjes. Boven de duizend meter vind je daarentegen vooral pijnboombossen. In de laagvlaktes langs de oostkust worden citroenen, kiwi\’s en avocado\’s geteeld en langs rivieren en wegen staan vaak indrukwekkend grote eucalyptusbomen.REISJe kunt natuurlijk met het vliegtuig naar Corsica en ter plaatse een motorfiets huren, maar ook wanneer je Corsica met je eigen motor wilt verkennen zijn er legio mogelijkheden om er te komen.Er zijn veerverbindingen naar de Corsicaanse havens in Ajaccio, Bastia, Calvi, L’lle-Rousse, Porto-Vecchio en Propriano vanuit Marseille (1.200 km vanaf Utrecht) en Nice (1.350 km) in Zuid-Frankrijk. Je kunt ook Italië als uitvalsbasis kiezen, vanuit Genua (1.200 km), Savona (1.200 km), La Spezia (1.250 km) en Livorno (1.350 km) vertrekken er dagelijks veerboten, waarvan de kortste overtocht (vier uur) die vanuit Livorno naar Bastia is.Wil je niet eerst minstens twaalfhonderd kilometer in het zadel wilt zitten, dan is de autoslaaptrein een goed alternatief: vanuit \’s Hertogenbosch naar Livorno of vanuit Düsseldorf naar Alessandria in Noord-Italië (http://www.dbautozug.de). Van hieruit is het 250 kilometer naar Livorno en slechts 90 kilometer naar Genua, van waaruit de overtocht naar Bastia zo\’n 8 uur duurt en eventueel per nachtboot is te maken.OVERTOCHTRederijen die op Corsica varen zijn: – Corsica Ferries met gunstige Jackpot-aanbiedingen (http://nl.corsicaferries.com/)- SNCM (Franse staatsrederij, relatief duur, www.sncm.fr)- Moby Lines (goedkoop, vrolijk beschilderde schepen, www.mobylines.nl)- La Meridionale/CNM (www.lameridionale.fr/)- Mare Nostrum (http://mapage.noos.fr/croussel/div/index_en.html)OVERNACHTENCorsica heeft hotels, campings en vakantieappartementen in alle categorieën. Voor hotels en appartementen is bespreken in het hoogseizoen aan te raden, maar campings hebben vrijwel altijd nog wel een plekje voor een tent vrij. Buiten het hoogseizoen moet je er rekening mee houden dat veel gelegenheden hun deuren alweer gesloten hebben en het aanbod daarom minder ruim is.CONTACTFrans Verkeersbureau:Maison DescartesVijzelgracht 2A1017 HR Amsterdam T 0900-112 2332E info.nl@franceguide.comI www.maisondescartes.com ________________________________________[STREAMER]DE DIEPER ROOD KLEURENDE ZON ZAKT LANGZAAM IN ZEE, IN DE DUISTERE VERTE DOEMEN LANGZAAM DE CONTOUREN VAN DE CAP CORSE OPHET STUK RECHTE WEG DAT JE NAAR DE VOLGENDE BOCHT LEIDT IS HOOGUIT TIEN METER LANGHET IS NATUURLIJK NOOIT GOED VOOR HET EGO WANNEER JE VAN DE WEG WORDT GEDRUKT DOOR BOER JAQUES IN Z\’N CITROËN BERLINGOHET GAS EROP HOUDEN EN DAN EEN SCHIETGEBEDJE DOEN DAT DE LOSLOPENDE VARKENS EEN MIDDAGDUTJE DOEN________________________________________[UNTERSCHRIFTE (ERSTE ANSATZ), WERDE NACH DEN AUFBAU DER STRECKE DIE LÄNGE DER UNTERSCHRIFTE ÄNDERN]019Zóóóóveel spullen passen er op een ER-6.033/401Genuese verdedigingstorens domineren de hele Corsicaanse kustlijn.034De ruige westkust van de Cap Corse kent voornamelijk kiezelstranden.038Het dorpje Nonza ligt als een adelaarsnest hoog op de rotsen.039/040Naast zand- en kiezelstranden vind je aan de westkust van de Cap Corse ook een enorm lavastrand.044Je ziet ze niet veel op Corsica, een middenstreep.051/414/415/416De noordpunt van de Cap Corse is ruig en onherbergzaam.054Het karakteristieke St-Florent vormt een mooie uitvalsbasis voor het rondje Cap Corse.089/231Zonsondergang in Porto10912 dagen Corsica, 11 dagen zon111/112/221Hoog boven zee slingert de D81 zich tussen de grillig gevormde rode rotsen van de Calanche door.117Ook de Hamburgse Harley-club geeft acte de presence op Corsica.118/175Motorrijders worden op Corsica allesbehalve achtergesteld: speciale parkeerplaatsen \’Reservé motos\’ bevinden zich vaak op de mooiste punten.181Het binnenland kent spectaculaire kloven met dito wegen.201/203/206/209/210Een beetje up-tempo rijden vergt soms stalen zenuwen: je weet nooit wat er achter de volgende bocht opduikt.213/215/216/219Zonsondergang op de Calanche235Ook het binnenland kent mooie stadjes, zoals Sartène in het zuiden.237De zuidkust is minder ruig dan de westkust, maar biedt minstens even indrukwekkende vergezichten.257/262Het vestingstadje Bonifacio ligt hoog op de krijtrotsen.268/290De D368 biedt spectaculaire vergezichten over de Golfe de Porto-Vecchio.276/277Zelfs op Corsica schijnt in de zomer niet élke dag de zon.281De \’Cascade de Piscia di Gallo\’, oftewel de hanenpiswaterval.304Rederij Moby vaart met vrolijk beschilderde schepen tegen scherpe tarieven op o.a. Bastia.305De oude haven van Bastia403/405/410/413Aan indrukwekkende vergezichten nooit gebrek404Het ideale vervoermiddel voor een dagje naar het strand.418/418/420Lege wegen, schitterende panaorama\’s: Corsica in een notendop.429/431/432Veel hotels hebben een garage voor motorfietsen.

Motoplus als app?

Om deze webapp op je telefoon te installeren, klik dan op het icoontje onderaan en klik daarna op Zet in beginscherm.

Om deze webapp op je telefoon te installeren, klik dan op de drie bolletjes rechtsbovenin

en klik daarna op Toevoegen aan startscherm.