+ Plus

Oude liefde: Matchless 350 1956

Diep verscholen in de Brabantse Kempen wordt de rust regelmatig verstoord door het langzame geblaf van een Matchless 350 uit 1956. De berijder is een vlotte zestiger die moeite heeft zijn grijns te onderdrukken als verbaasde passanten stoppen en hem met bewondering nastaren. “Dat was vroeger wel wat anders,” zegt de 62-jarige Guus Rooijakkers nu. “Toen werd je gezien als een duvel die onverantwoord bezig was met zo’n helse machine. En een helse machine was het, want je bleef er aan sleutelen.” De naam Matchless doet vermoeden dat we het hier over een product hebben dat zijn gelijke niet kent. Matchless betekent immers “zonder concurrentie”. En eigenlijk was dat in het jaar 1907 ook zeker het geval, toen Harrie Collier, een van de oprichters van de fabriek, met een Matchless de eerste TT op het eiland Man won! Na die winst ging het de fabriek flink voor de wind en in de jaren 20 van de vorige eeuw werd het eveneens Engelse motormerk AJS overgenomen. Dat merk bleef echter gewoon bestaan naast de Matchless. In 1935 werd de Matchless 3G geïntroduceerd en daarmee beleefde de Engelse fabrikant een aantal zware jaren. Zwaar ook omdat de motor voor een 3500cc-er met zijn 159 kg niet bepaald de lichtste machine in zijn klasse was. Tijdens de tweede wereldoorlog was Matchless één van de leveranciers van het Britse leger, maar al snel gaf de legerleiding te kennen dat er echt iets aan het gewicht gedaan moest worden. Matchless ging met die opdracht aan de slag en bracht hierop de “L-versie” uit, die maar liefst 15 kg lichter was. De in dit artikel omschreven Matchless 350 G3L stamt uit 1956 en is een directe afstammeling van het 1935-model. Het waren “echte arbeidersmotoren” die om hun betrouwbaarheid en lage onderhoudskosten bekend stonden. Naast de reguliere wegmodellen leverde Matchless op basis van de 350 ook een trialmodel. Ondanks de successen van het merk ging het in de jaren zestig flink bergafwaarts met de Engelse fabriek en het doek viel definitief voor Matchless in 1967. Het is 1962 als de dan 18-jarige Guus Rooijakkers zijn eerste motor aanschaft: een DKW 175 cc tweetakt. “Niet echt iets waar je als jonge knul de meiden mee kon imponeren,” zegt hij nu. “Nee, daarvoor moest je toch wel iets Engels rijden. Dan was je pas iemand.” En diep in zijn hart droomde Guus daar dan ook van. Ondanks de DKW kreeg Guus toch een leuk vriendinnetje, maar het dromen van zo’n Engels kanon bleef. “Ik wilde destijds eigenlijk een BSA Gold Flash, maar die was gewoon niet te betalen. Het werd uiteindelijk de Matchless 350. Maar toen begon de ellende pas goed!” zegt Guus lachend. “Eigenlijk had ik helemaal geen geld voor zo’n dure motor, maar zijn vriendin Mien was bereid om het nodige geld op tafel te leggen en samen met mijn kleine eigen bijdrage konden we dit monster toch kopen.” Was de DKW een trage, maar uiterst betrouwbare motorfiets, de Matchless was sneller, maar de keerzijde was dat hij heel regelmatig veel aandacht nodig had. “Hij lekte olie, ik moest constant de kettingen spannen en vooral de spanningsregelaar repareren. Het hield maar niet op,” schudt Guus zijn hoofd nu. “En ondertussen verdiende ik er ook nog de kost mee door naast mijn normale werk als loodgieter er ‘s avonds allerlei klussen erbij te doen. Je ging met de Matchless altijd wat vroeger weg, want je wist nooit of er onderweg iets gebeurde en je daardoor wel op tijd aankwam. Bovendien werd uiteraard alles vervoerd op die motor.” Toch werd de Matchless 350 niet alleen als werkpaard gebruikt, ook werden er vakanties of andere lange ritten (“Naar Soest, dat was toen al een heel eind”) mee gereden. “Voor het vertrek op een vakantie naar Limburg lag je de hele nacht wakker, want Limburg dat was bijna het andere eind van de wereld voor ons. En je wist vrijwel zeker dat de Matchless dat niet ging halen, want elke reis of rit moest er onderweg wel weer gesleuteld worden.” Toch was het niet altijd pech wat de klok sloeg: “Eén keer hebben we een heel weekend geen sleutel op de motor hoeven zetten, een unieke ervaring,” herinnert Guus zich, “Dat was wonderbaarlijk, want het was toen één van de hele weinige machines waarmee eindelijk eens niets gebeurde. Een andere uit ons groepje strandde toen met verbrande zuigers en weer aan ander brak volledig doormidden… Nu waren het doorgaans ook geen rustige ritjes, want vroeger hadden we ook zo onze wilde weekenden. Maar we waren allemaal altijd voorbereid op pech. Je nam gewoonweg van alles mee aan gereedschap en lapmiddleen als je op pad ging.” Naast dit gelukzalige moment was er ook een klein dieptepunt in het samenzijn van Guus, Mien en de Matchless: “Dat kwam toen mijn vrouw Mien, inmiddels waren we getrouwd, in verwachting was van ons eerste kind. De buurt sprak er schande van dat we alles nog met de Matchless deden en ik haar dus nog steeds mee achterop, op deze helse machine, meenam. Ach, je zag er ook altijd wel smerig uit na zo’n ritje en de lange zware leren jas en het pothelmpje deden dat ook geen goed. Tijdens een zondagsritje kregen we een klapband en moesten we ruim een uur teruglopen met de motor in de hand. Dwars door het dorp heen zodat iedereen het kon zien. En er schande van sprak. Natuurlijk hadden ze wel een beetje gelijk, maar voor ons was het nog geen reden de motor te verkopen.” Toch kwam dat moment wel, in 1967. Zonder dat Guus het wist was dat ook het jaar dat de fabriek in Engeland de deuren moest sluiten. Maar Guus begon voor zichzelf met zijn eigen bedrijfje en was genoodzaakt een auto aan te schaffen. “Ik heb de motor met pijn in het hart verkocht, maar we moesten wel. Later heb ik de motor nog eens zien staan bij Riemersma in Eindhoven, destijds een grote motorzaak. Daarna ben ik hem uit het oog verloren. Ik keek trouwens nog jarenlang rond bij dealers en door advertenties om te zien of er een Matchless werd aangeboden en of dat wellicht mijn eigen oude motor was. Gek eigenlijk, want echt interesse om hem terug te kopen had ik toen helemaal niet. Eerlijk gezegd was ik dat sleutelen aan de motor ook wel goed zat!” Als zijn zoon in de jaren 80 gaat motorcrossen, gaat het toch ook bij Guus weer kriebelen. Hij schaft een enduromotor aan en gaat betrouwbaarheidsritten en rally’s rijden, tot en met de beroemde strandcross van Le Touqet in Frankrijk aan toe. ”Vreselijk leuk was dat en ik kreeg daardoor ook steeds meer zin om met een motor op de weg te gaan rijden.” Dat moment kwam in 1999 toen Guus een Honda Varadero aanschafte. “Wat een genot zo’n moderne motor. Alleen maar rijden en nooit niks sleutelen. Ik heb zelfs nog nooit een lekke band gehad, terwijl ik toch ook grote ritten heb gemaakt. Ik ben er bijvoorbeeld mee naar Stalingrad in Rusland en naar Georgië geweest.” En dan ziet Guus in 2005 ineens een advertentie staan waarin een Matchless 350 uit 1956 te koop wordt aangeboden. De motor staat in Rotterdam en ziet er redelijk goed uit. Guus koopt hem, maar besluit onmiddellijk dat hij hem exact wil hebben zoals zijn Matchless destijds ook was. “Daar heb ik dus toch weer heel wat uurtjes aan zitten sleutelen. Zelfs de grote valbeugel die ik er toen op had, heb ik helemaal nagemaakt. Maar het meest trots ben ik nog op het feit dat deze machine nu geen druppel olie meer lekt!” In 2006 waren Guus en Mien 40 jaar getrouwd en tot grote verbazing van zijn vrouw schonk Guus de Matchless, die hij tot dat moment verborgen had weten te houden, aan haar. “Ik heb de matchless destijd eigenlijk met geld van haar gekocht. De motor was dus feitelijk van haar. Nu was het dus tijd om hem weer terug te geven!” lacht Guus. Zijn vrouw kon de waarde van dit geschenk juist inschatten en had op hetzelfde moment voor Guus ook wat in petto: de jurk van vroeger die Guus ooit voor haar betaald had… Wat direct opvalt wanneer de motor naar buiten wordt gereden, is hoe klein de Matchless 350 G3L eigenlijk is. De smalle 3.25×19-bandjes en vooral de lage zitpossitie zorgen voor dat beeld. Ook de opbouw van de motorfiets en het instrumentarium met de centrale snelheidsmeter is een toonbeeld van eenvoud. Starten gaat eenvoudig via een kickstarter, al vraagt dat wel wat oefening want de zuiger moet eerst in de juiste positie gezet worden. Daarna is een flinke trap op de kickstarter vaak voldoende om de ééncilinder tot leven te brengen. Dat het overigens met nogal wat herrie gepaard gaat, getuigen de forse klappen uit de bescheiden 350. Men keek vroeger duidelijk niet op een decibel meer of minder. Schakelen doet de éénpitter soepel, wel is het even wennen aan de omgekeerde schakelvolgorde (met de één naar boven en de rest naar beneden) en aan het schakelpedaal aan de rechtse kant. De eerste meters met de Matchless zit je dus contstant te remmen en schakel je steevast op in plaats van terug, maar dat went gelukkig snel. Rijden doet deze 350 het liefst over kleine binnenwegen en een snelheid van 90 km/uur is de machine op het lijf geschreven. Ondanks dat er door de fabriek constant verbeteringen aan de remmen werden doorgevoerd, overtuigen de Engelse ankers maar matig. De zitpositie is goed en de vering doet zijn werk naar behoren. Natuurlijk mag je niet vergeten dat de motorfiets nu vijftig jaar oud is. “Ik doe hem nu nooit meer weg,” zegt Guus zijn vrouw aankijkend. “Dat hoeft ook niet,” zegt Mien, “want op deze motor wil ik graag nog eens een keertje achterop meerijden.” Guus besluit: “Weet je, het rijden op deze Matchless is altijd een soort toetje geweest na het sleutelen. Een toetje met een lekker grote toef slagroom!“ [[2 X KASTEN]] DE MATCHLESS-CLUB Er bestaat in Nederland een Matchless-vereniging. Omdat het merk al vroeg in de geschiedenis samenging met het eveneens Engelse motormerk AJS heet die club de AJS-Matchless Vereniging Nederland. Het is een actieve club die veel organiseert en zelfs een eigen onderdelenfonds beheert. Ook zit er veel technische kennis in de club, altijd handig voor beginnende Matchless-rijders. Omdat er niet alleen ééncilinders werden gebouwd, kunnen bezitters van zwaardere modellen ook hier prima terecht voor alles wat met dit fameuze merk te maken heeft. Voor meer info: www.ajs-matchless.nl OUDE LIEFDE Bijna elke motorrijder heeft wel één bepaalde motor in zijn hart gesloten. Omdat dat ooit je eerste motor was. Omdat je vader ooit zo’n machine had. Of de bakker, die er vroeger het brood mee rondbracht. Omdat de veearts ermee door het dorp tufte. Of omdat je achterop die motor ooit voor de allereerste keer naar de TT in Assen bent geweest… Kortom, zo’n motor waar je eigenlijk nog steeds met weemoed aan terug denkt. En misschien zelfs wel hebt (terug-)gekocht, nadat je hem bij toeval weer bij een motorzaak of op Marktplaats zag staan. Over die motoren gaat de MotoPlus-rubriek “Oude liefde”. Heb jij dus nog zo’n “Oude Liefde” in de schuur staan en wil je daar het verhaal bij vertellen, meld je dan aan bij redactie@motoplus.nl. [[bildunterschrifte]] 4 Voor het ritje nog vlug even de bandenspanning controleren. 5 De stoere 350cc éénpitter heeft een aparte versnellingsbak 6 Mooi om te zien, maar je bleef sleutelen… 7 De voorrem kon nimmer overtuigen. 8 Het eenvoudige dashboard met de aparte ampere-meter om het bijladen in de gaten te houden. Gezien de regelmatige elektrische problemen was dat gene luxe. 9 Guus maakt zijn Matchless weer helemaal zoals hij hem destijds ook had. 10 “De Matchless was een helse machine, want je bleef er aan sleutelen.” 11 Reservebild 12 reservebild

Motoplus als app?

Om deze webapp op je telefoon te installeren, klik dan op het icoontje onderaan en klik daarna op Zet in beginscherm.

Om deze webapp op je telefoon te installeren, klik dan op de drie bolletjes rechtsbovenin

en klik daarna op Toevoegen aan startscherm.