+ Plus

Met een 100 jaar oude motor naar Parijs

Volgens Paul Valkenet, eigenaar van een klassieke Lurquin et Coudert uit 1904, zijn er drie soorten liefhebbers van oldtimers; handelaren, showers en rijders. Het is duidelijk tot welke categorie hij zelf behoort; in 2013 wil hij op de klassieker vanuit zijn woonplaats Leusden naar de geboorteplek van de motor in Parijs en weer terug rijden, in totaal zo’n 1.300 kilometer. Maar pas tijdens de tocht zal moeten blijken of de kleine 210 cc motor met 1,75 pk en meer dan honderd jaar oud in staat is om de 1.300 kilometer zonder problemen af te leggen.

Het begon allemaal lang geleden, op een vakantie in de Dordogne. Tijdens een wandeling vond Paul per toeval een Motobecane uit begin jaren vijftig, ergens in een verlaten bos, half verstopt tussen oude auto’s. Bij het zien van de verwaarloosde brommer werd een lang onderdrukt sleutelverlangen weer aangewakkerd. De Franse eigenaar van het vehikel werd opgesnort en de brommer werd voor vijfenwintig gulden overgenomen. “Om het voertuig mee te kunnen nemen naar Nederland moest ik de Motobecane helemaal uit elkaar halen”, herinnert Paul zich nog levendig. “En de losse onderdelen stopte ik tussen de bagage. Mijn vrouw was het er absoluut niet meer eens!”, zegt hij lachend. Het is allemaal alweer dertig jaar geleden, maar Pauls fascinatie voor oldtimers is sindsdien alleen maar sterker geworden. “In de eerste jaren na het vinden van de Motobecane richtte ik me vooral op het opknappen van hulpmotoren uit de jaren vijftig. In de naoorlogse jaren kon je een hulpmotor gewoon bij de fietsenmaker kopen. Daarmee kon je je eigen fiets ombouwen tot een simpele, 50 cc bromfiets.” Door de vondst van een Opel hulpmotor uit de jaren twintig van de vorige eeuw werd Pauls interesse echter verlegd naar deze periode. Een bijzonder ding, dit 140 cc motortje, maar een frame was helaas niet meer te vinden. Paul besloot het dus maar zelf te bouwen. En omdat hij de exotische maten van het staal voor het frame groot moest inkopen, bouwde hij er maar meteen tien.

Na het succesvol afronden van dit project had Paul de volgende uitdaging al voor ogen: motoren uit begin twintigste eeuw. Bij een handelaar stuit Paul op de Lurquin et Coudert uit 1904, en hij is meteen verliefd. De kleine motor, waarvan er maar zo’n vier gerestaureerde exemplaren rondrijden in Europa, is door de vorige eigenaar al helemaal in showroomconditie teruggebracht. De motor ziet er prachtig uit, alles is authentiek, maar ermee rijden kan niet. “Ik ben een rijder en geen shower. Om de motor echt te kunnen gebruiken, moet er dus nog het een en ander aan gebeuren. Zo heb ik bijvoorbeeld het hele ontstekingsmechanisme van de grond af opnieuw aangepakt.”
Om veilig de weg op te kunnen zijn de originele remmen – een stukje rubber dat op voor- en achterband wordt gedrukt – bij lange na niet toereikend. Dat lost Paul op door een terugtrapnaaf in het achterwiel te plaatsen. Ook moet hij erachter zien te komen hoeveel olie er eigenlijk in het blok hoort, iets dat nergens gedocumenteerd is. Paul besluit te beginnen met een halve liter, geen slechte inschatting voor een 210 cc motor. Na het openen van het blok, blijkt echter dat de juiste hoeveelheid voor de spatsmering van deze motor slechts een schamele 25 ml is. Dit is een van de vele dingen die alleen door proberen en onderzoeken uitgevonden kunnen worden, een proces dat uiteindelijk zo’n vier jaar duurt. Tijdens een van zijn zoektochten op internet naar meer informatie over de motor, stuit Paul op het adres van de werkplaats waar de motor ooit gebouwd is: Rue de Planchat 19 in Parijs. Langzaam begint zich een plan te vormen: als hij nou eens met de motor naar Parijs zou rijden….

In augustus 2013 is dat plan volledig uitgewerkt en is de motor genoeg getest om mee op weg te kunnen. Speciaal voor de rit monteert Paul een TomTom op het stuur. “Daar krijg ik vaak opmerkingen over, het is inderdaad niet heel authentiek. Net als het externe benzinefilter en de zelfgebouwde ontsteking natuurlijk. Maar op een lange rit als deze wil ik wel veilig kunnen rijden, dat vond ik gewoon erg belangrijk. Dan maar wat minder authentiek.”
Voor de route wordt op de kaart een rechte lijn getrokken van Leusden naar Parijs, langs die lijn wordt via kleine weggetjes de route naar Parijs uitgezet. In Google Streetview wordt de route nog een keer in zijn geheel digitaal proefgereden om te zien of er geen onoverkomelijke obstakels onderweg zijn. Daarna lijkt niets een succesvolle tocht naar de Franse hoofdstad nog in de weg te staan. “De eerste dagen verliepen zonder problemen”, vertelt Paul. “Totdat ik in het zuiden van België kwam, waar zich de uitlopers van de Ardennen bevinden. Plotseling kreeg ik te maken met grote hoogteverschillen, iets waar de kleine éénpitter absoluut niet tegen opgewassen was. Op de derde dag begon het te regenen en op de vierde dag strandt Paul in Charleroi, door technische problemen veroorzaakt door de hoogteverschillen in het landschap, het enige dat in Streetview niet te zien was geweest. Op de vaak steile hellingen werd het uiterste van de motor gevraagd, waardoor de borgplaatjes in het inlaatmechanisme steeds afbraken. Op het laatste reserveplaatje besluit Paul terug naar Antwerpen te rijden, waar hij door een vriend opgehaald wordt. Aan het eind van de vierde dag zijn Paul en de motor terug van de voorgenomen reis naar Parijs. “Het was natuurlijk een tegenvaller”, herinnert Paul zich, “maar ik was hierdoor meer dan ooit van plan om de reis te maken. Ik moest en zou naar Parijs, terug naar de geboorteplek van de motor!” Precies een jaar later, in augustus 2014, staat de klassieker met beide fietstassen achterop wederom klaar voor vertrek. De overbelasting op de borgplaatjes is opgelost door de vorm te optimaliseren. Ook wordt de doorstroming van het benzinemengsel verbeterd, waardoor het vermogen van de motor vergroot wordt. Een oplossing voor het hoogteverschil wordt ook gevonden: de nieuwe route zal langs verschillende waterwegen, de laagste punten in het landschap, lopen: langs het Canal du Nord en de rivier de Oise zal Paul proberen zijn weg naar de Franse hoofdstad vinden. Maar de vraag is nog steeds of het de kleine oldtimer zal lukken de enorme afstand over honderden kleine weggetjes te overbruggen.

De ontwikkeling van motortechniek heeft de afgelopen honderd jaar niet bepaald stilgestaan en dat is duidelijk te zien aan de Lurquin & Coudert. Terwijl tegenwoordig de bediening van de motor volledig is geoptimaliseerd en de moderne motorrijder daardoor alle tijd en aandacht heeft voor het verkeer om zich heen, is het rijden op de 210 cc uit 1904 een echte technische uitdaging. “Als je geen verstand hebt van de techniek, kom je op deze motor niet ver”, weet Paul. Onderweg heeft de rijder genoeg om zich bezig te houden, bijvoorbeeld met het bedienen van de hendels bovenop de tank. Van het stuur naar achteren toe worden hiermee de ontsteking, de compressie en de hoeveelheid benzine naar de carburateurs bedient. Het kraantje is voor het regelen van de benzinetoevoer. “De motor stamt uit een tijd dat oliepeilstokjes nog niet bestonden. De enige manier om onderweg het olieverbruik in de gaten te houden, was om mijn schoen voor de olie-uitlaat in het carter te houden. Werd mijn schoen niet meer vet, of erger; zette zich er geen roet meer op af, dan moest ik als de drommel de pomp boven op de tank bedienen: één keer pompen en er werd weer 10 ml olie in het ééncilinderblokje gepompt. Dan hóórde ik gewoon onmiddellijk aan de motor dat hij weer tevreden bromde.”
Ook stoppen en wegrijden met de éénpitter moet zorgvuldig gepland worden, vooral in  steden met veel stoplichten. “Zodra een stoplicht in zicht kwam en ik moest afremmen, dan bediende ik de decompressiehendel op de tank, waardoor de compressie wegviel en de motor uitviel. Zodra het stoplicht op groen sprong, moest ik een stukje fietsen om de motor weer op gang te brengen. Dan ging het hendeltje van de compressie er weer op, en moest de motor in één keer aanspringen. Vervolgens tufte ik met een vaartje van maximaal 48 kilometer per uur weer verder. Zelfs in de grote steden kon ik ondanks deze wat ongebruikelijke manier van remmen en optrekken gewoon meestromen met het verkeer. Het waren de touringcars waar ik echt uit de buurt bleef, die dingen waren werkelijk levensgevaarlijk.”

De rit naar het zuiden verloopt dit keer soepel en een week na zijn vertrek uit Leusden komt Paul aan in Parijs. “Ik stopte aan het begin van de straat, 750 meter vóór de plek waar de motor ooit gebouwd is. Door de ontlading de hele rit en van ruim twee jaar voorbereiding en planning stond ik te trillen op mijn benen. Twintig minuten heb ik daar gestaan, te wachten tot ik weer wat rustiger werd. Het was werkelijk een heel bijzonder moment om aan te komen op de plek waar deze motor 110 jaar geleden is gemaakt.”
In eerste instantie moest Paul op slinkse wijze het pand binnen dringen. Maar toen de huidige bewoners van het oude fabriekspand, inmiddels omgebouwd tot een appartementencomplex, hoorden van Pauls bijzondere tocht werd hij ingehaald als een held. Oude foto’s van het pand, samen met een fles wijn, werden tevoorschijn getoverd en tot laat ging het gesprek maar over één ding: Lurquin et Coudert. Voor Paul werd een plek in een hotel geregeld, de motor mocht zelfs bij een van de bewoners binnen logeren. De volgende dag stond Paul nog één ding te doen: “Een triomftocht over het drukke verkeersplein rond de Arc de Triomphe: vier rondjes voor de motor en één voor mezelf!” Hoewel dat oorspronkelijk niet de bedoeling was, besluit Paul de motor over dezelfde route weer terug te rijden naar Nederland. Alles verloopt soepel en drie dagen later rijdt Paul zijn Lurquin et Coudert de eigen garage weer binnen. De klassieker is weer thuis en een bijzondere reis is volbracht.

Motoplus als app?

Om deze webapp op je telefoon te installeren, klik dan op het icoontje onderaan en klik daarna op Zet in beginscherm.

Om deze webapp op je telefoon te installeren, klik dan op de drie bolletjes rechtsbovenin

en klik daarna op Toevoegen aan startscherm.