+ Plus

Met de postmotor door Australië

De Kimberley in Australië geldt als een van de meest afgelegen plekken op onze aarde. Daar, waar anderen zich doorgaans alleen met een tip-top uitgeruste allroad wagen, komen wij Richard Wilkinson tegen. Samen met zijn oude, bijeengeknoopte, Honda CT1100, of zoals de motor in dit deel van de planeet liefkozend wordt genoemd: ‘Postie Bike’. Een motor die doorgaans door postbodes wordt gebruikt. ‘No Worries’ aldus Wilkinson.

De botten laten zich gelden, iedere beweging doet pijn. Richard Wilkinson ademt diep in, leunt op zijn grote handen en strekt zich de rug. Het dauw hangt aan de aan de rand van zijn scheve, slechts 40-dollar kostende tent. En hoewel het uit de slaapzak klimmen na de bijna vorstkoude nacht meer als een marteling voelt, begint Richard monter aan de nieuwe dag die voor hem staat. Een dag die start alle anderen op deze toer. Eerst met veel pijntjes door de kou, gevolgd door de eerste zonnestralen die neus kietelen en het opwarmen van de handen met een vers bakkie koffie. Als de zon aan kracht wint, begint Richard met het bijeen rapen van zijn schaarse kampeerspullen. Op zijn gemak sjort hij alles vast, steekt hij zijn waterfles en tandenborstel in één van de zijvakken en controleert hij de olie- en bezinstand van zijn Honda. Hij is nu, midden in de meest droge periode, al een week op weg door de Kimberley, een van de dunst bevolkte gebieden van Australië. Je raadt al… Hij heeft vakantie.
Richard Wilkinson is 74 jaar, komt uit Perth, en is doorgaans werkzaam als zelfstandig tuinman. Hoewel hij niet langer fulltime werkt en ook de te zware klussen ondertussen moet afzeggen, voelt hij zich absoluut geen pensionado. Nu heeft hij een paar weken vrij en is hij onderweg. Met een door de postdienst afgeschreven motor die hij voor 1.300 Australische dollar op de kop heeft getikt. Omgerekend naar een voor ons bekendere valuta komt dat neer op zo’n 800 euro. Een luchtgekoelde viertakt met 110 cc en 36.000 kilometer op de teller. Daarnaast is de kleine Honda uitgerust met een viergangs-halfautomaat en – voor Richard heel belangrijk – een carburateur. “Die vertrouw ik een stuk meer dan zo’n nieuwerwetse injectie”, legt hij uit terwijl zich klaar maakt voor vertrek.
Richard en de regio zijn beiden op hun eigen manier heel bijzonder. Het gebied, in het noorden van West-Australië, is qua oppervlakte ruim tien keer groter dan Nederland en toch wonen er in ons kleine kikkerlandje 500 keer meer mensen. Slechts 35.000 mensen wonen het hele jaar in De Kimberly. Toch een flink stuk minder dan de kleine 18 miljoen inwoners van Nederland. Niet gek dus dat het landschap in de Australische regio zich kilometers ver uitstrekt zonder enige vorm van beschaving. Haast alsof je je op een andere planeet bevindt. Er zijn twee routes die de streek doorkruisen. In het midden de geplaveide Great Northern Highway. En het alternatief de 700 kilometer lange outback-track genaamd Gibb River Road. Die laatste is vooral populair bij offroad-avonturiers.
Zelfs voor Australische begrippen ben je hier ver van de ‘gewone’ wereld verwijderd. Dit is een plek waar doorgaans alleen kangoeroes en krokodillen elkaar een goede nacht wensen. Wie zich aan de Gibb River Road wil wagen, moet goed uitgerust zijn. Denk aan een antiserum voor het geval je gebeten wordt door een slang, stevigte schoenen die je voeten beschermen tegen schorpioenen, genoeg water en helemaal belangrijk: voldoende benzine. De kans dat je hier een rivier moet doorwaden is immers groter dan dat je een tankstation tegenkomt.
Richard lijkt het allemaal weinig te deren. “No worries!” klinkt het in het zo typische Australische accent. Hij had alleen zijn 8 pk sterke Postie Bike bij zich toen hij zich vanuit Kununurra aan de weg waagde. De Honda kan maximaal 90 km/uur rijden. Toch blijkt een gemiddelde van 30 km/uur een stuk realistischer. Komt door de vele pauzes en panne. Na meer dan 200 kilometer aan wasbord-grind komt het avontuur op de Gibb River Road voor Richard toch ten einde. En dan waren het niet de technische gebreken aan de doorgaans zeer betrouwbare motor die hem dwongen rechtsomkeert te maken, maar “die verdomde botten! Helaas, niet meer wat het ooit was”, aldus de wat beteuterde maar nog altijd zeer eigenzinnige Australiër. “Waarschijnlijk iets te vaak onderuit gegaan tijdens het enduro-rijden”, verklaart hij. “Het lichaam lijkt geen zin meer te hebben in alle hobbels en klappen van de Gibb.” Ook geeft hij ruiterlijk toe dat hij zich flink had vergist in de koude nachten hier in de outback. Alle tegenslagen hebben overigens duidelijk geen grip gekregen op zijn humeur, want terwijl hij zijn verhaal doet grijnst hij ondeugend van oor tot oor.
Opgeven komt dan ook niet in zijn woordenboek voor. Dus reed Richard terug naar Kununurra en nam hij de snelweg naar het westen. De Honda CT110 is slechts voorzien van de originele neon gele waterdichte brieventassen en kleine aanpassingen die de toer mogelijk en dragelijk moeten maken. Het navigatiesysteem bijvoorbeeld. “Maar dat ding heb ik kort na vertrek al uitgeschakeld. Op mijn leeftijd is zo’n apparaat alleen maar verwarrend. Zo snel kan ik toch niet reageren”, aldus een lachende Richard die trots op zijn nieuwe ‘oriëntatie-instrument’ wijst. Een klein kladblokje met pen dat op het stuur geklemd zit. “Daar schrijf ik voor vertrek alle afslagen en kruisingen op.” Andere constructies die het rijden dragelijker moeten maken zijn een flessenhouder gemaakt van oude plastic buizen en een grotere voet aan de jiffystand. Volgens Richard is daarmee de uitrusting van zijn toermachine ronduit top. De reserveband die hij achterop geknoopt heeft is dan ook eigenlijk al te veel van het goede. Wat kan er onderweg immers gebeuren?
Op de weinig bereden asfaltbaan richting Halls Creek gaat het een stuk beter. Met een stabiele 60 km/uur op de teller heeft Richard een voor hem goede cruisemodus gevonden. ’s Nachts is het koud en in de middag tikt het kwik zelfs in de schaduw zo’n 38 graden aan. In beide gevallen zit er weinig anders op dan tijdig te pauzeren en je vooral niet gek te laten maken. Ook niet als een 50 meter lange Road Train je als een helse wervelwind met 120 kilometer per uur op slechts een paar centimeter afstand passeert.
Bij zonsondergang wordt de kleine tent opgezet en het fornuisje aangezet voor een kop soep. Als de zon zich weer laat zien, raapt de half bevroren Richard zijn boeltje weer bij elkaar en wordt de tweewielige pakezel weer volgeladen. Dankzij de wat grof gemonteerde grasmaaiertank is het de Australiër gelukt het bereik van zijn Honda uit te breiden tot meer dan 300 kilometer. Klein detail: het eerstvolgende tankstation is nog 450 kilometer rijden. “No worries!”, aldus Richard. Hij stapt op de motor en trapt de kickstarter een paar keer naar beneden. De Honda pruttelt en gromt wat, om vervolgens af te slaan. Na wat gerommel aan het blok en wat liefhebbende tikjes wordt de kickstarter nogmaals geprobeerd. Dit keer met duidelijk meer succes. De eenpitter komt tot leven en pruttelt stabiel. In de ogen van Richard verschijnt een schittering en in zijn witte baard is een brede glimlach zichtbaar. Helm op en gaan! Nog maar 700 kilometer tot het strand in Broome en dan nog maar 2800 kilometer tot-ie weer thuis is.

Motoplus als app?

Om deze webapp op je telefoon te installeren, klik dan op het icoontje onderaan en klik daarna op Zet in beginscherm.

Om deze webapp op je telefoon te installeren, klik dan op de drie bolletjes rechtsbovenin

en klik daarna op Toevoegen aan startscherm.