+ Plus

Interview Rob Bomhof

Hij was één van de eerste Nederlanders die begin 1972 een nieuwe Suzuki GT750 in zijn garage had staan. En momenteel is Rob Bomhof (70) een van de laatste Nederlanders die zich nog op een ‘Waterbuffel’ over ’s Heerens wegen begeeft. “Ik zal niet zeggen dat ‘ie een lid van de familie is, maar hij loopt wel als een rode draad door mijn leven!”

Het was een bewogen jaar, 1972. De Olympische Zomerspelen in München worden overschaduwd door de gijzelingsactie van Israëlische atleten door de Palestijnse terreurbeweging Zwarte September. Een vliegtuig met daarin de leden van een Uruguayaanse rugbyclub stort neer in het Andesgebergte, waarna een deel het drama overleefd door overledenen op te eten. Amerika is in de ban van het Watergate schandaal en in het Noord-Ierse Londonderry komen op ‘Bloody Sunday’ veertien demonstranten om het leven. Stuk voor stuk ingrijpende gebeurtenissen, die nog decennialang nagalmden. Deels zelfs nog tot op de dag van vandaag. Ook in het leven van de dan 22-jarige Rob Bomhof staat een gebeurtenis op stapel die een behoorlijke impact op de rest van zijn leven zal hebben. Het gaat weliswaar om de onschuldige aanschaf van een nieuwe motor, maar toch…
Rob Bomhof brengt het eerste deel van zijn jeugd door op Borneo, waar z’n vader als boormeester is gestationeerd. Na de lagere school komt het gezin terug naar Nederland, waar het zich in het Overijsselse Zwolle settelt. “Ondanks dat ik van huis niets met motoren heb meegekregen, was ik er wel echt in geïnteresseerd”, blikt de tegenwoordig in Hoogeveen woonachtige Bomhof terug. “Mijn vrienden reden brommer en daar ga je dan vanzelf in mee, ook omdat je dat leuk vind. Mijn moeder vond dat allemaal maar helemaal niets. Ik mocht ook alleen maar een brommer wanneer ik beloofde een helm te dragen, dat was toen nog niet verplicht. Ik wilde het zo graag, dat ik dat maar op de koop toe nam. Een paar jaar heb ik zo met vrienden gereden, en dan moest het natuurlijk vooral hard gaan hè. Tot grote ergernis van m’n moeder, die zoiets had van ‘als het dan toch hard moet, koop dan maar een motor, die zijn er tenminste op gebouwd’.”

Dat bleek niet tegen dovenmansoren gericht. Na het halen van het autorijbewijs komt het motorrijbewijs er direct achteraan. Natuurlijk direct gevolgd door de eerste ‘echte’ motor, die overigens redelijk bescheiden uitvalt. “Een 90 cc Jawa”, herinnert Bomhof zich nog goed. “Die kent bijna niemand. Jawa heeft heel kort een klein tweetakt motorfietsje gebouwd met een roterende inlaat. Ding liep net tegen de honderd, maar dat vond je al vreselijk hard. Echt een succes werd het niet, hij is een paar keer vastgelopen, maar dat bleek achteraf aan de dealer te liggen. De ontsteking van de Jawa stond heel vroeg en de dealer, een oude man, die dacht dat dat nooit kon kloppen. Dus stelde hij de ontsteking veel te laat af, waardoor het blok een paar keer vastliep. Bij die zaak kwam ik ook een jongen tegen met een CZ125, die had ‘m daar ook in onderhoud en ook dat ding liep constant vast. Dat is trouwens nog altijd een goede vriend van me, heeft die gezamenlijke ellende toch wat goeds opgeleverd.”
Na de Jawa volgde kortstondig een DKW 350 twin, die Rob van een stel vrienden kocht, gevolgd door zijn nieuwe motorfiets, een Suzuki T500. Ondanks dat er om de hoek een motorzaak zat, moest Bomhof er helemaal voor naar Hellendoorn. “In Zwolle had je Wildeman Motoren en daar was ik ooit al eens geweest voor een Suzuki T20, maar die wilde hij me niet verkopen. ‘Je hebt net je rijbewijs en dat ding is veel te snel voor je. Dan kan ik je over veertien dagen in de kist leggen!’. En dat deed hij dus ook echt niet, dat zie ik een dealer tegenwoordig niet snel meer doen. Moest ik dus een onhandig stuk verder naar Hellendoorn, dat lag in ieder geval nog op de route naar m’n werk.”
Bij Derk de Vos in Hellendoorn kocht Rob Bomhof in 1969 een nieuwe Suzuki T500, met de intentie er nog heel wat jaartjes mee rond te rijden. Dat liep echter net even anders. “Eind 1971 presenteerde Suzuki de nieuwe GT750. Derk de Vos had er eentje staan en omdat ik daar die T500 had gekocht, kreeg ik een uitnodiging om naar de nieuwe GT te komen kijken. Ik vond het een prachtig ding en was natuurlijk wel erg benieuwd, maar zeker niet van plan om er ook daadwerkelijk eentje te kopen. Dat ding kostte zesduizend gulden indertijd, idioot veel geld. Ik werkte in de kleinmetaal en dat was niet echt een vetpot. Zelf rijden mocht ook niet, maar de monteur deed wel even een demorondje. En toen dat geluid, waanzinnig gewoon. En toen ‘ie ook nog een keer terugschakelde en vervolgens vol gas gaf, dacht ik, ‘nu moet ik toch eens naar m’n bankrekening gaan kijken’. Nog diezelfde avond heb ik er eentje besteld! Toen moest ik dus nog wel even heftig sparen. Ik verdiende een keer drie- à vierhonderd gulden netto per maand, maar ik had ook geen verkering, dus kon ook aardig sparen. Ik heb ‘m net voor de winter besteld en pas in maart kwam ‘ie, dus ik had nog een paar maandjes. Vervolgens was het ook nog maar de vraag of ik wel de goede kleur kreeg. Ik wilde graag deze groenblauwe versie, en zeker niet de paarse. Maar dat kon Derk de Vos me niet garanderen, het was maar net wat er binnen zou komen. Gelukkig zat er een blauwe tussen, al had ik een paarse waarschijnlijk ook wel genomen.”
De eerste meters waren meteen een openbaring, ondanks dat de kersverse eigenaar zich nog behoorlijk moest inhouden. “Hij moest nog worden ingereden hè, duizend kilometer. Die had ik er uiteraard vrij snel opzitten en toen kon ik echt los. Als je dan vol gas gaf, dan werd het stuur gewoon licht in de hand, echt indrukwekkend. Nu lach je erom, die 67 pk, maar toen was dat echt wel een ding!”

Inmiddels staat de kalender een dikke 48 jaar verder. De haren zijn weliswaar nog steeds lang, maar ook wat dunner en grijzer, het gehoor wat minder. Maar nog altijd staat diezelfde GT750 in ‘Newport Blue’ onder de carport in Hoogeveen. Heeft er inmiddels een heel leven opzitten, maar ziet er nog altijd verre van afgetakeld uit. “Ik ben er altijd ook wel zuinig op geweest, onderhoud ‘m goed. Het is niet zo dat ik ‘m wegzet, na drie maanden het stof eraf klop en ‘m meteen weer op de staart trap. Hij is altijd goed verzorgd, maar ook goed gebruikt. Zeker in het begin heb ik er ook echt veel mee gereden. In 1973 ben ik er met m’n vrouw mee naar Joegoslavië geweest en verder heb ik er ook vele vakanties naar onder meer Italië, Joegoslavië en Duitsland mee gedaan. Er staat inmiddels 112.000 kilometer op de teller, waarvan het merendeel er in de eerste jaren op is gereden. Op een gegeven moment wordt het huisje-boompje-beestje en dan wordt het toch wat minder. Ik heb ‘m zelfs kortstondig verkocht. We gingen trouwen en toen moest ‘ie worden ingeruild op een Golfje. Een vriend van me had destijds een motorzaak in Ommen en daar werd ‘ie een paar jaar later weer ingeruild. Toen ik dat hoorde heb ik ‘m weer teruggekocht en toen was me wel duidelijk dat ‘ie nooit meer weg zou gaan.”
Bijna een halve eeuw trouwe dienst gaat uiteraard gepaard met de nodige ‘ups-and-downs’, al valt het met de downs enorm mee. Slechts één keer liet de dikke watergekoelde tweetakt hem in de steek. “En daar had ‘ie zelf eigenlijk weinig schuld aan”, steekt Bomhof de hand deels in eigen boezem. “Ik kocht ‘m net voor de geboorte van onze tweeling terug en toen heeft ‘ie tweeëneenhalf jaar stilgestaan. Ik hoef geen tweetaktbenzine te tanken, want er zit een aparte pomp op voor de tweetaktolie. Achteraf vermoeden we dat er tijdens die periode van stilstand constant wat olie in het carter druppelde, dat op een bepaald moment te vol raakte waardoor uiteindelijk keringen en krukas kapot liepen. Dat werd dus een flinke revisie. Dat is ook de enige keer dat ‘ie me liet staan, verder heeft hij het altijd gedaan. En nu hoef ik daar niet meer bang voor te zijn, er zit een apart kraantje op, als ik dan niet rij, druk ik gewoon de olieleiding dicht.”
Tot aan 2006 is de GT ook altijd de enige motorfiets van Bomhof geweest, alles deed hij er mee. “We zijn er zelfs op getrouwd. De motor heeft wat dat betreft echt wel een geschiedenis binnen ons gezin. Ik ken ‘m ook helemaal van binnen en buiten. Ik heb er elektronische ontsteking op gebouwd, die contactpuntjes sleten namelijk altijd zo hard, maar daarvoor deed ik het afstellen en synchroniseren van de carburateurs gewoon op gehoor. En dat ging echt perfect, op een gegeven moment krijg je daar toch een soort van ‘fingerspitzengefühl’ voor.”
Ook de jaarlijkse uitstapjes naar de Alpen en Dolomieten met ‘de jongens’ werden gewoon met de GT gedaan, terwijl de rest op duidelijker meer modern spul rond reed. Op een gegeven moment leidde dat toch op wat groepsdruk van buitenaf. “’Koop toch eens een keer wat anders’, was het dan, ‘straks staan we hier met z’n allen’. Daarom heb ik er in 2006 een V-Strom 1000 bij gekocht. Heel fijne motorfiets hoor, maar als ik moet kiezen? Met m’n hart kies ik dan voor de GT, met m’n verstand voor de V-Strom. Die rijdt toch wel een stukje makkelijker. Van de andere kant is juist dat moeten werken ook weer de charme van zo’n tweetakt.”
Door de komst van de V-Strom maakt de GT750 de laatste jaren wat minder kilometers. Hij is met pensioen, zoals Bomhof het zelf noemt, en hoeft daarom ook niet meer. De laatste jaren wordt de tweetakt voornamelijk nog van stal gehaald voor korte toerritjes en bezoekjes aan treffens van de Suzuki GT Club, waar Bomhof al sinds de oprichting lid van is. “Altijd leuk die treffens, ook omdat ze er altijd van die verkiezingen houden. Ik won alleen nooit een prijs, terwijl mijn GT zo origineel als de pest was. Er zitten weliswaar Koni-schokbrekers op en wat tijd gerelateerde aanpassingen als de elektronische ontsteking, maar dat is het dan ook. Zelfs de lak is nog origineel. Ik had echter ook lange tijd zo’n lomp kofferrek van Krauser op de motor gemonteerd. Toen zei een vriend van me op een gegeven moment, ‘je moet dat rek eraf halen, dat vindt iedereen verschrikkelijk’. Heb ik gedaan en wat denk je? Win ik prompt de prijs voor Mooiste Ongerestaureerde Motor. Eindelijk erkenning!”

Motoplus als app?

Om deze webapp op je telefoon te installeren, klik dan op het icoontje onderaan en klik daarna op Zet in beginscherm.

Om deze webapp op je telefoon te installeren, klik dan op de drie bolletjes rechtsbovenin

en klik daarna op Toevoegen aan startscherm.