+ Plus

Interview Michael van der Mark

Michael van der Mark wil wereldkampioen worden. Zijn Ten Kate Team ook. Het woord is dan misschien niet uitgesproken, ‘maar we weten allemaal wat we willen’, zegt de Rotterdamse WK Supersport-coureur. Aan de vooravond van zijn volgende wedstrijd in Assen spreekt Van der Mark  over lachen met Kevin Schwantz, zijn status als boegbeeld van de Nederlandse motorsport, over winnen en over een kippenvelmoment. “Ik dacht echt ‘wat is dit’.”

‘On my way to Sepang’.  Michael van der Mark twitterde het op 23 februari vanuit bed in Australië. Die dag crashte hij tijdens de eerste Supersport-race van het jaar en de 21-jarige Van der Mark baalde. En, oké, hij was ook wat melig. En omdat MotoGP-wereldkampioen Marc Marquez op dat moment met een gebroken been thuis zat en de test in Maleisië moest missen, en… Dat gezegde van die goede verstaander en dat halve woord. Van der Mark kan nog nagenieten van zijn kwajongens-tweet. “Ik twitterde het voor de gein. Maar er werd nauwelijks op gereageerd. De volgende dag stapten we in het vliegtuig naar Dubai – ik vloog helemaal niet via Kuala Lumpur – en mijn telefoon stond natuurlijk uit. Maar m’n vader werd helemaal plat gebeld!”
De RC213V van Marquez bleef onbemand tijdens die MotoGP-test in Sepang. Maar als Van der Mark nou was gevraagd… “Ja, tuurlijk had ik het gedaan!”
Voorlopig richt Van der Mark zich op andere zaken. Het Wereldkampioenschap Supersport, bijvoorbeeld. Vorig jaar werd hij als nieuweling fraai vierde in de eindstand, maar zonder ‘rookie mistakes’ ging het niet. “Silverstone misschien”, vraagt hij lachend. “Al in het begin van de wedstrijd ging het daar fout. En Donington. Daar gebeurden dingen waarvan je denkt ‘dat overkomt me alleen in m’n eerste jaar’. Je voorkomt ze nu doordat je ze al gemaakt heb. Het begin was best lastig, omdat we al met zulke hoogtepunten begonnen in Australië (derde, FW) en Aragon (tweede, FW). Toen wisten we ook wel ‘het is allemaal wel mooi, maar het wordt nog wel moeilijk’. En dat kwam gelijk daarna. In mijn eerste jaar in de Superstock 600 begon ik ook onwijs goed en daarna kreeg ik het moeilijk. Aan het eind van het seizoen liep het weer beter. Dat hadden we dus al eens meegemaakt. Je wilt altijd winnen en als je dan ook nog eens de eerste twee wedstrijden op het podium staat… Dan kijk je zelf ook te veel naar die resultaten, en als je dan eens een keer achtste staat, tja… Wat is nou achtste? Door te blijven proberen en te analyseren zijn we er uit gekomen.”
Van der Mark gaf ook fenomenale optredens die niet met een podium beloond werden. De vierde plaats in Assen na een prachtige inhaalrace. De wedstrijd in Portimao waarin hij de aanvankelijke kopmannen verraste en na kortstondig kopwerk op 1,3 seconden vierde werd na een foutje. “Ik reed in Portugal zó hard het gat dicht naar de kop (Sofuoglu, Lowes en Foret, FW). Ik ging er voorbij en toen dacht ik ‘krijg nou wat joh… Misschien kan ik ‘m wel winnen, ik ben er nou toch’, haha!”
In Assen werd hij door het hartstochtelijk meelevende publiek omarmd als nieuw boegbeeld van de Nederlandse wegrace. Die typering brengt Van der Mark enigszins in verlegenheid. “Daar heb ik nog nooit zo over nagedacht. Alleen als iemand me daar op attendeert. Dan denk je ‘eigenlijk best wel gek’. Ik heb het publiek tijdens die wedstrijd wel gehoord, en toen ik na de race op de pitmuur ging staan, schrok ik er wel even van. Ik dacht echt ‘oké, wat is dit…’.  Dat was echt een kippenvelmomentje. Al die mensen die zo uit hun dak gingen… Dat deed me meer dan de podiumplaatsen van vorig jaar. Ik denk er ook nog wel eens aan. Maar extra druk geeft het me niet.”

Op een onverwacht toneel presenteert Van der Mark zich ook aan de top. Samen met Leon Haslam en Takumi Takahashi zegevierde hij in juli op een Honda CBR1000RR tijdens de Acht Uren van Suzuka, Honda’s thuiscircuit. “Vanaf rondje tien reed ik met één arm vanwege pijn in mijn linker arm”, kijkt hij nog eens terug op die unieke prestatie. “Het voelde alsof alle pezen en spieren ontstoken waren. ’s Nachts kon ik niet slapen van de pijn. We dachten eerst dat het kwam door de plaat die in mijn schouder zat en dat daardoor zenuwen werden afgekneld, maar dat was het niet. Wegmasseren lukte ook niet. Het werd steeds wat erger en in Suzuka was het nauwelijks te doen. Tijdens de Speedweek in Almeria met Wilco (Zeelenberg) ben ik bij een manueel therapeut geweest en sindsdien is het goed. Het kan zijn gekomen nadat ik een keer hard ben gevallen op mijn elleboog. Toen ik wegging uit Japan was iedereen blij, maar ik dacht ‘zoek het uit met je zooitje, ik kom nooit meer’, zoveel pijn had ik. Maar na een maandje denk je ‘ik zou ‘m eigenlijk nog wel eens willen winnen’! Toen we dat laatste uur op kop lagen, dacht ik ook ‘wat gebeurt er nou…’. En als je dan daar op het podium staat met al die mensen… Dat gebeurt je echt niet vaak. De kans dat ik dit jaar weer ga, is best wel groot.”

Van der Mark werd op het podium geflankeerd door Kevin Schwantz die samen met Yukio Kagayama en Nori Haga derde was geworden. Gedurende het weekend leerde Van der Mark de 500 cc-wereldkampioen van 1993 kennen. “Kevin heeft een tijdje bij Leons ouders in huis gewoond toen hij Grands Prix reed. Leon sprak hem dus in Suzuka en zodoende kwam ik ook met hem in contact. En hij is toch wel zo’n beetje een held, hè. Ik had ‘m tijdens de test ook een paar keer ingehaald en dan denk je ‘dat gebeurt ook niet veel mensen!’ En op zaterdagochtend bij het ontbijt hoor ik in één keer achter me ‘fucking good lap time, mate`. Was het Kevin. Hij vond dat ik goed bezig was”, glimt Van der Mark. “En na de race sta je naast elkaar op het podium. Na de tijd hebben we nog een hele tijd zitten praten over van alles. Toch wel apart. Z’n vader was ook bij de persconferentie, en je weet hoe je je allemaal soms kunt ergeren aan je vader… Z’n vader zat vooraan bij die persconferentie met z’n iPad te spelen en toen begon ie in één keer keihard een filmpje af te spelen, haha! Kevin en ik keken elkaar aan… Pffff…. Best wel grappig dat je ook op die leeftijd nog zoiets gemeenschappelijks hebt. Ze doen natuurlijk alles voor je, maar soms…”
Dankzij de Acht Uren-race maakte Van der Mark kennis met het circuit van Suzuka. “Onwijs gaaf.” Er zijn nog wel meer circuits waar hij benieuwd naar is. “Daytona, daar zou ik nog wel een keer naar toe willen. De klank van die naam, die kombaan en die historie… Het eiland Man, daar zou ik naar toe gaan om te kijken. Het circuit is me te lang om te leren. Gewoon leuk een rondje rijden? Neuh… John McGuinness (twintigvoudig winnaar op Man, FW) vind ik geweldig. Wel een beetje een held van me, hoor. Tijdens een sporttest van Honda vorig jaar heb ik hem gesproken, en dat is echt een vent met wie ik wel in de vrachtwagen de weg op zou willen (Van der Mark zit nog regelmatig in een vrachtwagen van het transportbedrijf van vader Henk, FW). Ik denk dat we met z’n tweeën de tijd van ons leven zouden hebben! Veel mensen geloven me niet en verklaren me ook voor gek, maar Macau is ook zo’n baan waar ik wel eens zou willen rijden. Als ik veertig ben, of zo… ”

Gedurende de winter veranderde Van der Mark zijn benadering tot de racerij. Honda wilde dat hij zijn uren in de vrachtwagen fors zou minderen. “Ze wilden dat ik alleen nog maar zou racen. Ik heb toen ook gezegd dat ik ook m’n geld moet verdienen en daarom heeft Honda dat gecompenseerd.” Het besturen van de vrachtwagen is echter ook goed voor hem, meent Van der Mark. “Gewoon om weer even terug op aarde te komen. Ik denk dat het ook wel een beetje bij me past. Ik vond het werk hartstikke leuk, maar ik merk wel dat deze nieuwe situatie een stuk beter voor me is.”
Dat hij in de winter zijn contract met Honda en Gerrit en Ronald ten Kate verlengde, werd verwacht maar was geen uitgemaakte zaak. Van der Mark toetste een andere aanbieding – ‘nee, ik zeg niet welk team’ – maar bedankte uiteindelijk. “Er waren een hoop dingen best interessant”, zegt hij. “Maar als je dan toch denkt aan Honda en wat ze voor me hebben gedaan met Suzuka… Binnen het team heb ik het ook naar m’n zin, dus waarom zou ik alles aan de kant zetten? Dan zou ik na zo’n eerste jaar meteen al de naam krijgen dat ik het alleen maar voor het geld deed.” Bovendien voelt hij zich prettig in de ‘no nonsense’-sfeer van het Pata Honda Team. “We respecteren elkaar heel erg. Leon is een beetje een zelfde type als ik. Rustig, stil en af en toe net zo gek. Met Leon kwam ik samen terug van een blessure en ik heb een week bij hem in huis gezeten. Dan leer je elkaar nog beter kennen. In Japan hebben we ook anderhalve week samen opgetrokken. Jonathan (Rea) is ook gewoon een goeie gozer. Dat we elkaar ook allemaal mogen, is ook best wel uniek.”
Voorafgaand aan het nieuwe jaar sprak Van der Mark ook over een switch naar de Superbike-klasse op een zogenoemde EVO-machine, een Superbike met een blok volgens het Superstock-reglement maar met meer vrijheden voor het chassis. Gezamenlijk besloten de partijen om Van der Mark in de Supersport-klasse te houden. “Ik ga nu ook nog niet zeggen dat ik volgend jaar op een Superbike wil zitten. Dat is niet mijn doel. Mijn doel is om dit jaar te winnen.”
Nu hij meer het leven van een full prof leidt, heeft Van der Mark meer tijd om te rusten en te trainen. Sinds kort heeft hij trialrijden ingepast in zijn trainingsschema. “Ik wist niet dat dat zo vermoeiend was! Maar wel onwijs leuk. Ik heb nooit gecrost en toch willen we allemaal gelijk hard gaan. Uit lompigheid wordt het dan toch weer gevaarlijk. Op een trialmotor kun je nog een beetje kiezen welke obstakels je wilt nemen. Ik kan niet zeggen dat het meteen een stuk beter gaat als ik op m’n motor stap, maar het is toch dat gevoel met je koppeling, de rem en het gas en het evenwicht.”
Zijn machine van 2014 is beter dan de 2013-CBR600RR, meent Van der Mark. “Ik ben nu meer met de machine aan het spelen dan vorig jaar. In de winter hebben we grote elektronica-update gehad waardoor de fiets nu ook wat makkelijker te rijden is. Vorig jaar was ik nog regelmatig aan het vechten. Ik wil liever spelen met dat ding. Als je dat kunt, heb je ook veel meer vertrouwen.”

Tijdens de seizoensopener van 2014 kwalificeerde Van der Mark zich voor het eerst op de eerste rij maar in de sprintrace over vijf ronden – na een rode vlag-situatie – crashte hij – twee maal. “De eerste keer was ik niet te gretig, de tweede keer wel. We hadden ook geen keus, hè. We moésten er wel bij zitten. Gegokt en verloren, ja. Dat was ook het eerste wat Ronald me vertelde. Hij zei ‘ik heb liever dat ik een coureur heb die het probeert’. En het was wel duidelijk dat ik het probeerde…” Die valse start ten spijt, mikt Van der Mark dit jaar wel degelijk op het aller hoogste. “Maar ik denk ook dat ik inmiddels hebben laten zien dat we kunnen meedoen voor de titel. Voor Ten Kate wordt het ook wel weer eens tijd!”
Met tien overwinningen, waaronder twee in Assen, is Van der Mark met afstand de meest succesvolle Superstock 600-coureur ooit. Maar hoe het voelt om een WK Supersport-race te winnen? “Ik droom er wel eens over. Ja, echt”, lacht Van der Mark. “Wie ik dan versla? Kenan natuurlijk! Af en toe word je wel eens wakker en dan denk je ‘wat heb ik nóu weer gedroomd…’. Van die flitsen… Een beetje zoals dagdromen, weet je wel. Ik droom ook wel eens van highsiders. Zó! De eerste keer dat ik dat droomde, dacht ik dat ik een gat in het dak van de trailer sloeg! Zo hard schrok ik. Iedereen die ik er naar vraag, heeft het ook wel eens gehad. Dan ben je toch wel even weer wakker…”
Als voorbereiding op de wedstrijd in Assen testte het Ten Kate Team onlangs op het circuit. Van der Mark geeft toe dat Assen niet zijn favoriete baan is. “Toch is Assen wel speciaal voor ons. Onze thuisrace ook. Maar tevreden met een vierde plaats, nee, dit jaar niet. Het is geen podium, hè.”

Motoplus als app?

Om deze webapp op je telefoon te installeren, klik dan op het icoontje onderaan en klik daarna op Zet in beginscherm.

Om deze webapp op je telefoon te installeren, klik dan op de drie bolletjes rechtsbovenin

en klik daarna op Toevoegen aan startscherm.