+ Plus

Interview Livio Loi

Zijn moeder Patricia wilde zo graag een zoon. Twee dochters had ze al. En toen kwam op 27 april 1997 Livio. Zestien jaar is hij nu, Patricia wordt oma, Livio wordt oom, maar voor zijn moeder blijft hij ‘mijn kleine, hè’. Met zijn lengte van 1 meter 60 is de jonge Belgische Moto3-debutant ook geen rijzige persoonlijkheid. Toch worden van Livio Loi in de toekomst grootse daden verwacht. Valentino Rossi kwam al vast kennis maken. “Hij kende mijn naam al.” Nu hij net zestien jaar oud is, heeft hij de Grand Prix-gerechtigde leeftijd bereikt, maar op Livio Loi’s cv prijken al een aantal indrukwekkende wapenfeiten. In 2006 en 2007 werd hij Belgisch minibike-kampioen, in 2008 en 2009 veroverde hij naast de Belgische titel ook het Nederlands kampioenschap en werd hij tweede in het Europese kampioenschap. In Arie Molenaars Honda NSF100 Cup was hij in 2010 Neerlands en Europa’s beste en in de door Ten Kate Racing geïnitieerde Moriwaki Cup bezette hij een jaar later de derde plaats. “Ik was drie jaar toen ik op een Honda QR50 met zijwieltjes mijn eerste rondjes reed. Ik kon eerder motor rijden dan fietsen. Toen ik zes jaar was geworden, kreeg ik voor mijn communie een klein ‘Chineesje’ en daarmee ging ik op een indoor-kartcircuit rijden. Daar zag mijn vader ook direct dat ik mooie lijnen reed. Ik had ook gelijk mijn knietje aan de grond, haha!” Loi lacht – en dat doet hij veel. Hij is letterlijk het product van Europese gemeenschap, woonachtig in België met zijn Italiaanse vader en voormalig coureur Bruno en Spaanse moeder Patricia. Het maakt hem zonder twijfel bij zijn aanstaande Grand Prix-debuut in Jerez meteen de coureur met de grootste talenkennis. “Ik denk dat ik het meeste van de Italiaanse kant mee heb gekregen. Ik ben ook altijd veel bij mijn grootouders geweest, de ouders van mijn vader. Italiaans was eigenlijk ook mijn eerste taal, maar toen ik naar school ging, kon ik al na twee weken Nederlands praten. Spaans sprak ik bij mijn andere grootouders.” Die talenknobbel – ook zijn Franse monteur verstaat hij goed, maar de voertaal is Engels in de pitbox – heeft nog meer voordelen. Toen nog 15 en te jong om te starten tijdens de Grand Prix van Qatar was Loi mee met zijn Belgische Marc VDS Racing Team om sfeer te proeven en te leren. In de box van het team stond hij plotseling oog in oog met zijn grote voorbeeld Valentino Rossi, de man wiens posters de wanden van Livio’s slaapkamer sieren. Hij kleurt. “In Qatar kwam hij even ’s morgens even naar me toe in de box om even een handje te geven”, vertelt hij met een brede lach. “Ik had nog geen GP gereden, maar hij kende mijn naam toch al wel. Dat deed me toch wel wat. Ja, toen werd ik ook bijna zo rood als nu, haha!” Aan de keukentafel in Helchteren, een kwartiertje van het circuit van Zolder, doet Loi zijn bijzondere verhaal. Ontspannen, lachend, met een snelle coupe. De Grand Prix-debutant bruist van energie en vertelt met aanstekelijk enthousiasme. Bang voor aandacht is hij niet. “Het gaat me echt wel om het racen, maar alles wat er bij komt, vind ik leuk. Ook de media”, zegt hij. “Dat hoort er toch ook bij, hè.” Hoewel zijn woorden elkaar snel en vrijwel zonder hapering opvolgen, is Loi beslist geen praatjesmaker met branie. De frêle Belg heeft een goed stel hersens, beaamt hij zelf ook. De verhouding tussen de school en de tot achttien jaar nog leerplichtige Loi is echter niet erg goed. “De school helpt ons nauwelijks. Examens die ik vorig jaar miste, mocht ik niet inhalen. Ik moest het jaar over doen. Dit jaar is afgesproken dat ik de gemiste examens dan in één keer kan inhalen. Als ik er ben, ben ik een van de slimsten van de klas. Maar als ik er niet ben, wordt het moeilijk. De laatste keer had ik een goed rapport en daar waren ze op school blij mee. Maar ik heb het niet te danken aan de school dat ik een goed rapport had.” Vader en moeder schuiven aan en zorgen af en toe voor aanvullingen. Ook tijdens het eerste Grand Prix-seizoen van hun zoon zullen zij in de paddocks aanwezig zijn. “Als ik op de grid sta, wil ik weten dat mijn ouders er zijn”, zegt Livio. “Allez, ik wil daar niet alleen zijn.” Vader Bruno racete met succes in het Belgische kampioenschap en de kleine Livio groeide zo ongeveer op in de paddocks. “Ik zag altijd motoren, voor mij was dat normaal. Ik geloof ook niet dat ik ooit wat heb gemist. Ik was dit zo gewend.” Echt serieus wordt het als hij vorig jaar geselecteerd wordt voor de Red Bull Rookies Cup. “Ik was één van de 107 rijders die waren uitgekozen om naar het kartcircuit op Aragon te komen. Het was mijn eerste keer op een Metrakit 125 die voor de selectie werd gebruikt. Dat ging redelijk goed. Ik had op het eind de snelste tijd van het weekend. Ik had het laatste nummer en toen ze de namen noemden van de deelnemers die waren uitgekozen, moest ik heel lang wachten totdat mijn naam werd genoemd. Dat was heel spannend, haha!” Het sterk bezette kampioenschap, een bewezen kweekvijver voor de Grands Prix, is een belangrijke stap voor Loi die zo kennis kan maken met vele Europese GP-paddocks. Na zijn sterke optreden tijdens de selectiedagen is zijn entree in het kampioenschap echter verre van overdonderend. Loi heeft moeite met het karakter van de KTM 125-tweetakt en kent nog een ander praktisch probleem. “Ik moest reglementair negen kilo bij plakken en omdat dat in het begin op de verkeerde plaats zat, had ik niet het goede gevoel met de machine”, legt hij uit. “Ik wist dat ik harder kon, ik zag mezelf al in de voorste groep, maar het kwam er niet uit. “In de chicane in Estoril zat hij gewoon te sukkelen”, vult vader Bruno aan. “Hij kreeg een vervangende machine, omdat hij dacht dat zijn motor stuk was. Daar kwam hij met een smile van af en hij zei ‘deze motor moet ik hebben’. Maar dat kwam omdat daar geen gewicht bij was geplakt. Stillekes aan heb ik voorgesteld om het gewicht ergens anders dan daar bovenin te plaatsen. In de NSF Cup moest hij 15 kilo extra meenemen, onder in de kuip. En toen reed hij gewoon hard.” Diezelfde gewichtsverdeling blijkt ook te werken in de Red Bull Rookies Cup voor Livio. “Vanaf Assen ging het veel beter, omdat we het gewicht onder in de kuip mochten plaatsen in plaats van een loden airbox. Ik reed meteen het ronderecord voor de Rookies Cup en op de Sachsenring had ik genoeg zelfvertrouwen om mee te doen voor de overwinning. Drie bochten voor het eind werd ik van de baan geduwd en werd ik maar zevende. Toen was ik eigenlijk nog meer…. Allez… In Brno won ik met zes seconden voorsprong, zoiets was nog nooit gebeurd in de Red Bull Rookies Cup. In Misano werd ik ook van de baan geduwd in de voorlaatste bocht toen ik aan de leiding lag en ik werd maar derde.” Loi wordt uiteindelijk elfde in de eindstand, maar er had meer ingezeten, zegt hij. “Bij de laatste race in Aragon was ik ook weer vier seconden weggereden, maar in de laatste ronde kreeg ik een probleem met de ontsteking. Terwijl ik gewoon kon cruisen naar de overwinning… In de tweede race zat ik weer vooraan toen een andere rijder tegen mijn uitlaat aan reed. Toen was het ook over. Twee races die me misschien wel vijftig punten hadden opgeleverd. Dan was ik wel hoger geëindigd dan de elfde plaats.” Een tweede seizoen in de Red Bull Rookies Cup is dan een optie. De kans om met het Marc VDS Racing Team – dat Livio al sinds 2010 volgde – de GP’s in te stappen, wil de familie niet laten liggen. “Het is altijd mijn droom geweest en nu zit ik er in. En dan ook nog eens met een Belgisch team. Ik kon niet bedenken waarom ik niet een tweejarig contract voor de Moto3 zou tekenen. We hadden nooit echt een plan om daar te komen, maar toen we na de Moriwaki Cup bij de Red Bull Rookies terecht kwamen, zaten we al bijna in de Moto3. Je kon het al bijna voelen. En toen begon ik ook te denken ‘misschien is het toch wel mogelijk’.” Tijdens de testen in Valencia en Jerez maakte Loi voor het eerst kennis met de nieuwe Moto3-concurrentie. “Die gaat toch wel hard, ja. Maar de eerste meters in Valencia gingen ook wel goed. Daar stond ik meestal achtste of negende. In Jerez eindigde ik net buiten de top 20. Ik zat alle drie dagen in de punten, zeg maar. In de regen zaten we al heel goed in de top 5. Ik weet dat ik op het droge al redelijk goed ga, en met een goede setting kunnen we er nog veel meer uit halen. En iedereen zit erg dicht bij elkaar. Als je drie-tiende wint, kun je zomaar vijf plaatsen stijgen.” Zijn gewicht van rond de 48 kilo zorgt ook afstellingsproblemen in de Moto3 waar rijder en machine een minimaal gewicht van 148 kilo moeten hebben. Het toevoegen van maar liefst twaalf kilo – Jasper Iwema moest vijf kilo bij plakken – blijkt een ingewikkelde klus. “Het is eigenlijk te veel”, zegt Loi. “Het vinden van de goede setting is daardoor erg lastig. We dachten dat we iets gevonden hadden tijdens de test in Valencia, maar in Jerez was dat eigenlijk heel slecht. Stillekes aan komen we er wel, maar ik had nog niet het gevoel dat ik moest hebben. Als je het gewicht ergens anders onderbrengt, verplaats je ook het probleem. Met gewicht voor gaat bij het remmen de achterkant omhoog. Verplaatsen we het naar achteren, dan gaat bij het accelereren de voorkant de lucht in en hij voelt heel licht aan. Moeilijk is dat.” Zijn geringe lengte en gewicht vormen ook voor de toekomst nog een onzekere factor, omdat onduidelijk is hoeveel Loi nog zal groeien. Een afspraak bij een arts die crossers tot zijn klantenkring rekent en ervaring heeft met de ontwikkeling van het lichaam op jonge leeftijd moet binnenkort meer duidelijkheid verschaffen. “Doktoren hebben me gezegd dat ik nog wel zal groeien, maar ze weten niet hoeveel. Mijn postuur werkt nu al in mijn nadeel, omdat ik zo veel bij moet plakken. Als ik een jongen als Jonas Folger zie, dan is de Kalex/KTM al een soort pocket bike. De kuip is veel groter dan vorig jaar, maar voor mij is dat juist minder. Tijdens de test in Jerez stond er behoorlijk veel wind en daardoor had ik redelijk wat moeite om de motor vast te houden. De wind heeft met zo’n grote kuip meer oppervlakte om tegen aan te blazen, hè. En dan ben ik ook nog eens een heel klein manneke met een heel zware motor…. Het zou ideaal zijn als ik nog zou groeien tot 1 meter 68, 1 meter 70. Maar Dani Pedrosa is bijna nog kleiner dan ik ben, hè. Maar hij is behoorlijk gespierd, omdat hij flink fysiek getraind heeft. Op dit moment mag ik dat nog niet, omdat ik eerst moet weten hoeveel ik nog zal groeien. Als ik nu al bezig ga met meer spiermassa, dan blijf ik klein. Dat is niet goed voor de botten. Maar ik denk ook aan de MotoGP, want daar wil ik toch terecht komen.” Loi heeft ‘hele goede en ervaren ‘mekanikers’ om zich heen. “Drie Spanjaarden en een Fransman. Eentje zit al twintig jaar in het vak en heeft gewerkt met Dani Pedrosa, een ander heeft vorig jaar bij Ben Spies gewerkt en het meisje dat de data doet, werkte vorig jaar in de Rookies Cup.” Daarnaast speelt ‘riding coach’ Stefan Prein een vormende rol. Samen met de Duitser bekeek Livio in Qatar langs de baan zijn nieuwe tegenstanders. “Dan zie je toch wel wat jongens soms fout doen. Stefan (derde in het WK 125 in 1990, FW) ziet elk klein dingske. Hij vraagt ook wat ik zie en hij zegt ook ‘je ziet het goed’. We letten op de lijnen, het remmen en op het gas gaan. Stefan doet dat ook als ik rijd en dat is ook echt belangrijk.” Met Prein constateerde Livio ook dat Red Bull Rookies-kampioen Florian Alt (25e) en de nummer 4 van vorig jaar Philipp Oettl (zeventiende) een moeizaam begin van het Grand Prix-seizoen kenden. Het is geen reden tot zorg, zegt hij zelfverzekerd. “Tijdens de testen zat ik ook verder naar voren dan zij.” Op vrijdag 3 mei rijdt Loi in Jerez zijn eerste Grand Prix-training. Ja, er is wel sprake van wat extra spanning. “Toch wel, ja. Het is weer iets nieuws. Het zal best een grote ervaring zijn Tijdens de testen heb ik nog weinig bijgeleerd van andere rijders, omdat we weinig samen reden. Maverick Viñales reed voor me en hoewel ik nog niet één bocht iets had gezien, ging hij al rechtop zitten omdat hij niet wilde dat ik achter hem aan reed. Nu is het anders. Iedereen moét nu wel rijden, gaat samen uit de pits en dan leer je wel meer, denk ik. In de testen reed ik dus bijna altijd alleen en van de ene kant is dat ook wel goed. Nu weet ik tenminste dat ik niemand nodig heb om mijn tijden te rijden.” Het team heeft hoge verwachtingen voor de toekomst, weet ook Livio. “Maar het mooie is dat er dit jaar ook geen enkele druk is, zeker niet van het team. Ik mag vooral leren. Hoewel ik natuurlijk wel voor het beste wil gaan. Het tweede jaar…. Ja, dan wil ik toch wel voor gaan.” Aan het eind van 2013 moeten er zeker WK-punten achter zijn naam staan, vindt Loi, overtuigd van zijn eigen kunnen. “Natuurlijk wel ik dat. Ik ga voor het uiterste. Als ik voor het podium kan gaan, ga ik voor het podium. Ik richt me niet echt op jongens die ik al ken. Het zijn allemaal concurrenten. Eigenlijk wil ik voor iedereen zitten.” Bijschriften Livio_portret “Klein manneke, hele zware motor.” Livio Loi poseert in de pitlane van Jerez met zijn Kalex/KTM. Livio_actie6 In Le Mans won Loi begin april de eerste race voor het Franse Moto3-kampioenschap. In Jerez waren de omstandigheden beter. Livio_actie1 Door zijn geringe eigen gewicht van 48 kilo moest het team een manier vinden om verantwoordelijk twaalf kilo bij te plakken. Livio_actie3 Tijdens de laatste GP-test in Jerez finishte Loi nog net buiten de top 20, maar er zit meer in, zegt hij. Livio_Redding_Kallio Livio met zijn Marc VDS-teamgenoten Scott Redding (links) en Mika Kallio. Redding en Kallio gooiden Loi in Qatar in het zwembad. Als een soort Grand Prix-doop.

Motoplus als app?

Om deze webapp op je telefoon te installeren, klik dan op het icoontje onderaan en klik daarna op Zet in beginscherm.

Om deze webapp op je telefoon te installeren, klik dan op de drie bolletjes rechtsbovenin

en klik daarna op Toevoegen aan startscherm.