+ Plus

Interview IBA-rijdster Suzanne Jansze

Soms, heel soms heb je van die lieden waar het motorgen tot in het diepst van de ziel is doorgedrongen. Suzanne Jansze (28) is zo iemand. “Van huis uit kreeg ik het bepaald niet mee, maar al vanaf kleins af aan wist ik dat ik mijn motorrijbewijs wilde halen.” Dat duurde nog tot haar 26e, maar die gemiste kilometers heeft ze in twee jaar aardig gecompenseerd!

Het is een uurtje of tien op een volledig atypische februari maandagochtend. Op een goede manier welteverstaan. Waar de doorsnee dagen in februari doorgaans stervenskoud zijn, lijkt de lente nu al zijn intrede te hebben gedaan. Heldere lucht, zon hoog aan de hemel en een temperatuurtje dik in de dubbele cijfers. Vanuit het Forum-gebouw van de Wageningse universiteitscampus komt Suzanne Jansze me tegemoet. De geboren en getogen Noord-Brabantse heeft hier afgesproken omdat ze toch op haar oude ‘universiteitsnest’ moest zijn voor een afspraak met een oud-collega. “Leek me wel praktisch, is voor jullie toch een stuk minder ver rijden dan naar mijn ouders in Nieuwendijk”, aldus de goedlachse Jansze. Ver, toch een beetje een vreemd begrip uit de mond van deze chemisch onderzoekster. Waar Wageningen nog geen uur rijden vanaf de redactie is, moet Jansze zelf wel iets verder rijden voor ze thuis is. Sinds vier jaar woont en werkt ze namelijk in het Zwitserse Lausanne. En hoewel ze pas twee jaar haar motorrijbewijs heeft, is een retourtje Zwitserland-Nederland voor haar appeltje-eitje. Doet ze, als het moet, zelfs in één dag, maar daarover later meer. “Vanmiddag rij ik terug”, vertelt ze niet veel later vanachter een kop thee in de kantine van het Forum-gebouw, “waarschijnlijk tot aan het Zwarte Woud, neem ik daar nog even een hotelletje. Ik hoef morgenmiddag pas weer te werken, pak ik toch mooi nog even wat uurtjes motorrijden mee morgenvroeg.”
Die gedrevenheid is tekenend, ondanks dat ze nog een relatief verse motorrijdster is, grenst haar fanatisme op motorgebied bijna aan het obsessieve. Zo’n dertig- à vijfendertigduizend kilometer maakt ze op jaarbasis. Op zich al opmerkelijk, veel meer nog in de wetenschap dat ze a) pas twee jaar haar rijbewijs heeft en b) alle kilometers puur plezierkilometers zijn. Bovendien heeft de 28-jarige academicus ook nog een baan die de nodige tijd opslokt, zo mag ze zich vanaf 17 mei officieel van de titel Dr. bedienen. Dan moet je wel erg bezeten zijn van de tweewieler!

“Mijn ouders verbaasde het totaal niet toen ik vertelde dat ik mijn motorrijbewijs wilde halen”, gaat Jansze een paar jaartjes terug in de tijd. “Eigenlijk bevestigden zij wat ik al dacht, dat ik altijd al gefascineerd ben geweest door motoren. Ze weten ook niet waardoor dat komt, ik had geen familieleden die toentertijd rijden of zo. Ik heb het gewoon altijd al fascinerend gevonden. Dus toen ik eindelijk de tijd en financiële middelen had om er gehoor aan te geven, verbaasde ze dat niet.”
Toch moet Suzanne iets langer geduld hebben dan verwacht. In Zwitserland ligt de grens voor het ‘volle’ rijbewijs niet zoals in Nederland bij 24, maar bij 25 jaar. In mei 2016 is het echter eindelijk zover, alleen houden ze er in Zwitserland een wat andere methode op na qua behalen van het motorrijbewijs dan in Nederland. “Je krijgt een zogenaamd ‘learners permit’ (oefenvergunning red.) waarmee je jezelf de fijne kneepjes van het motorrijden moet aanleren. In eerste instantie is deze zes maanden geldig, in die periode moet je dan zes uur verplichte rijtraining volgen. Heb je dat gedaan, dan krijg je een stempel en mag je in totaal nog twaalf maanden extra op dat tijdelijke rijbewijs rijden tot je examen. Het mooie is dat je met zo’n oefenvergunning bijna alles mag, alleen geen passagiers meenemen, verder mag je overal rijden in Zwitserland. En op je eigen motor, dus toen ik in mei 2016 mijn ‘learners permit’ en zo’n grote blauwe L kreeg, had ik ook al mijn eerste motor, een Honda CBF600S.”
Die Honda kocht Jansze op aanraden van een collega, simpelweg omdat ze zelf geen idee had van wat er allemaal te koop. “Ik had natuurlijk geen familie of vrienden die me konden vertellen hoe het werkt. Die collega rijdt zelf ook, dus heb ik hem maar om advies gevraagd. Zijn eerste vraag was wat ik er mee wilde doen? Sowieso een keer mee naar Nederland op en neer, dus het moest wel een beetje een toervriendelijke, comfortabele motor zijn, en motorisch gezien niet al te zwaar. Toen kwamen we bij de CBF terecht. Om op te leren rijden is het ook de perfecte motor. Hij stuurt makkelijk, is niet enorm zenuwachtig en wel heel erg vergevingsgezind. Alleen is ‘ie ook best zwaar én hoog, terwijl ik zelf niet de langste ben.” Dat laatste blijkt, zeker in de bergachtige Zwitserse omgeving, bepaald geen gelukkige combi. Ondanks dat het enthousiasme onverminderd groot is, staat Jansze na een maandje of acht toch op het punt de handdoek in de ring te gooien. “In de eerste acht maanden heb ik de Honda negen keer uit mijn handen laten vallen. Gelukkig met redelijk weinig schade, want ik had er wel valbeugels op laten zetten, maar toch. Er is een moment geweest dat ik m’n vader belde om te zeggen dat ik er mee wilde stoppen. Ik vond het rijden geweldig, maar ik was die motor aan het slopen in mijn leerproces en dat vond ik zo zonde. Ondanks dat mijn vader zelf niet reed, heeft hij me wel aangespoord om toch door te zetten. Hij zag ook wel in hoe leuk ik het vond.” Uiteindelijk komt er hulp uit vrijwilligers hoek. “Door het autodidactische systeem is er een groep ervaren motorrijders opgestaan die een vrijwilligersorganisatie hebben opgericht genaamd Swiss Moto. Zij koppelen een ervaren motorrijder aan iemand met een oefenvergunning, zodat die het wiel niet zelf hoeft uit te vinden. Ze leren je daarbij niet alleen de verplichte oefeningen voor het examen, maar je krijgt ook een coach toegewezen die echt met je gaat rijden. Dan hoef je dus niet alleen, daar heb ik echt zoveel profijt van gehad. Van een van hen kreeg ik ook de vraag waarom ik de motor niet gewoon verlaagde. Joh, ik wist helemaal niet dat dat kon. Toen de CBF eenmaal verlaagd was, ging er een wereld voor me open. Voor mijn rijexamen had ik al vijfduizend kilometer gereden, over de eerste duizend kilometer heb ik acht maanden gedaan, in twee maanden daarna heb ik er nog vierduizend kilometer bij op gezet!”

Begin april 2017 – “het was een koude dag, echt koud, het sneeuwde zelfs” – gaat Suzanne op voor het rijexamen. Ze slaagt, ondanks de belabberde weersomstandigheden, en het echte rijden kan beginnen. Iets dat ze vanaf dag één buitengewoon voortvarend doet. “Ik doe regelmatig dagtripjes met vrienden, weekendtripjes met vrienden maak ik slechts een keer of drie per jaar. Wanneer je graag veel en vaak rijdt, is dat alleen te weinig. De meeste kilometers maak ik daarom alleen. Als het weer mooi is, doe ik altijd een rondje, maar regelmatig krijg ik op dinsdag de kriebels, dan móet ik weg, naar de Italiaanse kust of zo. Wat dat betreft ben ik best een onrustig type. Meestal ga ik dan vrijdagmiddag om vier uur van mijn werk weg in plaats van zes uur en doe dan alvast het eerste stukje. Dan zit je al in Italië. Zaterdag verder naar de kust en dan zondag weer terug.”
In ongeveer zeven maanden tijd rijdt Jansze zo’n 12.000 kilometer bij op de teller van haar Honda. “Een rondje van tweehonderd kilometer stilt mijn honger niet altijd, regelmatig wil ik gewoon verder. De week na het halen van mijn rijbewijs ben ik bijvoorbeeld al naar België gereden voor een circuitdagje. En aansluitend door naar mijn ouders en weer terug natuurlijk. Alleen eerst wel in etappes, in één keer terug leek me wat veel van het goede. In het begin kost het rijden je natuurlijk ook veel meer energie. Alleen had ik dan soms een route uitgestippeld en was vervolgens al om drie uur ’s middags bij het hotel. Dan heb je best nog wat uurtjes licht over om door te rijden. Zo werden de tripjes steeds langer en was het ook makkelijker vol te houden. Op een bepaald moment liep ik zo wel tegen de beperkingen van de Honda aan, die was wat minder op hoge snelheden en ook qua zit niet optimaal. Ik was wel toe aan wat anders, een adventure- of crossover-achtige machine leek me wel wat. In november 2017 heb ik toen een Triumph Tiger 800 uit 2011 gekocht. Die is van zichzelf al niet al te hoog, de mijne is daarnaast nog verder verlaagd. Het bleek een gouden greep, echt een fantastische reismachine is het.”
Na een kortstondige winterretraite maakt Jansze eind februari de eerste kilometers van 2018 rond het meer van Genève. Het blijkt de voorbode van een druk seizoen. “Eén van mijn Swiss Moto coaches is lid van de IBA, ofwel de Iron Butt Association. Een organisatie die het veilig lange afstand rijden promoot. Hij had me al een paar keer gezegd, ‘ga toch eens mee’. Dat heb ik in eerste instantie afgehouden, maar omdat ik steeds langere afstanden ging rijden, wilde ik het toch eens een keer proberen. Ook omdat de eerste IBA-ride van het afgelopen jaar in Nederland was. Maar toen brak ik m’n teen, dus ging die niet door. In april was de tweede, helemaal in West-Spanje. Een takke eind gaan, maar de andere waren nog veel verder, dus ik heb me dus toch laten overhalen om te gaan. Het betrof een zogenaamde Ride To Eat. Het concept is heel simpel, je spreekt op een bepaald tijd op een bepaalde plaats af ergens in Europa. Hoe je er komt en hoe lang je erover wilt doen, doet er niet toe. Ja mag er bijvoorbeeld ook drie weken over doen. De deelnemers komen uit heel Europa, dus de ene keer is de bestemming dicht in de buurt, de andere keer weer wat verder. Omdat het veiligheidsaspect bij de IBA heel belangrijk is, zijn die vriend en ik apart van elkaar erheen gereden. Zo ben je niet afhankelijk van elkaar, kun je stoppen wanneer je wilt en je eigen tempo rijden. Het was een ge-wel-di-ge rit, zo dwars door de Pyreneeën en zo. Bij het meeting point bij Fisterra ontmoette ik voor het eerst de andere IBA-leden. Een ontzettend leuke club en ook het hele concept sprak me aan. Je ontmoet elkaar, stipt om vier uur wordt er een foto gemaakt, daarna gaan we samen eten, een borreltje en de andere ochtend ga je weer los van elkaar terug.”

Sinds juli vorig jaar mag Jansze zich ook officieel lid van de IBA club noemen. Daarvoor moest ze wel eerst een soort van examen afleggen, de SaddleSore 1000 genaamd. “Je moet dan duizend mijl in 24 uur rijden. Van elke stop langer dan twintig minuten moet je een bewijs hebben, een bonnetje van het eten bijvoorbeeld. En van elke tankstop moet je een foto maken van het brandstofbonnetje met de datum en tijd naast je kilometerteller. Daarnaast heb je als je een rondje rijdt bij start- en eindpunt een getuige nodig. Rij je heen en terug dan heb je ook nog een extra getuige bij je keerpunt nodig. Ik ben voor mijn SaddleSore 1000 naar Nederland gereden, heb daar geluncht met een vriend en ben dezelfde dag weer terug gereden. Ongeveer 1.715 kilometer in iets meer dan zeventien uur effectieve rijtijd heb ik toen afgelegd. Klinkt best extreem, maar eigenlijk is het best laagdrempelig. Je hoeft niets van tevoren aan te kondigen of aan te vragen. Alles draait namelijk om veiligheid, je móet niets, het mag. En alleen als jij je er goed bij voelt.”
Afgelopen jaar reed Suzanne drie van deze Ride To Eat’s en komend jaar wil ze er wederom drie doen. Liefst meer, alleen gaat dat er niet van komen. Komende zomer verruilt ze het Zwitserse Lausanne namelijk voor het Amerikaanse Berkeley, nabij San Francisco. Dat betekent overigens niet het einde van de motorhobby. “Nee, zeker niet. Iedereen mag in Amerika een motor laten registreren, dus ik heb mijn zinnen weer op een Tiger 800 gezet. En dan? Gewoon verder met wat ik hier deed, de IBA is een Amerikaanse organisatie dus dat kan daar ook. Ze hebben daar ook allerlei verschillende rides waarvoor je een certificaat kunt krijgen. Bijvoorbeeld de coast-to-coast, die wil ik wel doen. Bovendien is Amerika natuurlijk bij uitstek geschikt om lange afstanden te rijden. Van oost naar west, noord naar zuid, ja dat zou wel mooi zijn om te doen. Ik zou bijna vergeten dat ik er eigenlijk heen ga om te werken!”

Motoplus als app?

Om deze webapp op je telefoon te installeren, klik dan op het icoontje onderaan en klik daarna op Zet in beginscherm.

Om deze webapp op je telefoon te installeren, klik dan op de drie bolletjes rechtsbovenin

en klik daarna op Toevoegen aan startscherm.