+ Plus

Evert ten Napel – Hoe het begon….

Mijn allereerste motorervaring is al heel lang geleden. De jongste broer van mijn moeder kwam op bezoek op een rode Jawa. Hij vroeg of ik een rondje meewilde. Natuurlijk wilde ik dat. Achterop de buddy, of wat daar voor doorging, een rondje Zuidoost Drenthe. Slechte klinkerwegen en af en toe een hobbel over een van de vele bruggen. Tot een echte hobbel ging het prima, ik voelde me heerlijk.

De veenlucht, de stinkende kanalen en de strakblauwe lucht. Tot die ene echte hobbel dus, ik werd gelanceerd en lag voor ik het echt doorhad met mijn gezicht op het hout van de brug. Gelukkig reed oom niet hard en viel de schade mee, zelfs geen scheur in de broek. Thuis gekomen niets over het voorval gezegd, het was heel erg leuk, jokte ik. Vele jaren later. Ik was lid van de Tour de France-ploeg van de NOS, samen met Heinze Bakker en de legendarische Theo Koomen. Heinze deed het finishverslag, Theo zat op de motor voor de sfeer en ik was verslaggever in auto 2 en deed de interviews na afloop. ’s Morgens bij het vertrek keek ik af en toe begerig naar de motor met bestuurder Raymond, Theo zag dat en zei op een regenachtige morgen: ‘Jongen als jij een keertje bij Raymond achterop wilt, mag dat nu wel’. Razendsnel trok ik het regenpak aan en gaf tijdens de plensbuien verslag van die etappe. Vooral de afdalingen van de beruchte Tour-cols als de Tourmalet, de Aubisque, de Madeleine, de Galibier (langs de sneeuwranden) en de Alpe d’Huez deden me af en toe huiveren. Maar steeds klonk de sonore stem van Vlaming Nackaerts aan het stuur: ‘Gaat het een beetje Evert?’. Tussen de dalende coureurs door af en toe het klokje boven de 100 kilometer per uur, tsjonge wat een ervaring.
En…ik was verkocht, dacht geen moment meer aan de val van de Jawa, nee ik wilde zelf een gemotoriseerde tweewieler besturen. Een goede kennis van me kwam dat ter ore en nodigde me op een zomerse zaterdag uit om samen met zijn buurman Arie, die rijschoolhouder was, kennis te maken met de motor. Ik nam een andere vriend mee en na een korte instructie gingen we op pad: de polder bij Dordrecht in. Bij terugkeer vroeg Arie wat we er van vonden. We vonden het super en spraken gelijk met hem af theorie te gaan doen en bij hem te gaan lessen. Zo gingen twee Veluwenaren vijf keer naar Dordrecht en haalden snel hun rijbewijs. Mijn eerste motor was een Yamaha Fazer, die van vriend Ron een TDM van hetzelfde merk. Na een paar jaartjes rustig toeren over de vaderlandse wegen kregen we het drieste plan naar Amerika te gaan. Het werd een onvergetelijke trip met Los Angeles als uitvalsbasis en de Tioga Pass, Death Valley, de Grand Canyon en de duizenden windmolens (waar jammeren wij over) van Palm Springs terug naar Los Angeles. Later hebben we ook nog Canada en Zuid-Afrika gedaan
Ron was toen piloot op een DC10 van de KLM, waarvan de bemanning een eigen motorclub had: de DC10 Skyriders. Hij werd lid en ik mocht ook meedoen. Na een heus examen (de enige vraag was hoeveel motoren heeft een DC10, mijn goede antwoord luidde 3) werd ik ook lid. Vijftien jaar later zijn we nog steeds lid. We rijden elke laatste dinsdag van de maand een toertocht, die steevast door een van de leden wordt uitgezet. En we organiseren elke laatste zaterdag van januari voor de diehards een Snertrit en de laatste dinsdag van maart doen we vrijwel met zijn allen een VRO-training. Zo ook tijdens de stormachtige dinsdag 31 maart. Eigenlijk zou iedere motorrijder aan het begin van weer een seizoen iets als een VRO moeten doen. Veiligheid is op een tweewieler van levensbelang. Wij zijn klaar voor weer een mooi motorjaar 2015!

Motoplus als app?

Om deze webapp op je telefoon te installeren, klik dan op het icoontje onderaan en klik daarna op Zet in beginscherm.

Om deze webapp op je telefoon te installeren, klik dan op de drie bolletjes rechtsbovenin

en klik daarna op Toevoegen aan startscherm.