+ Plus

Toeren door de Franse Auvergne

Wie naar Zuid Frankrijk wil, doet dat doorgaans vanwege de Middellandse Zee. Maar een eindje voor die Middellandse Zee ligt een nog veel mooier stuk Frankrijk: de Auvergne. Een verlaten en bergachtig vulkaanlandschap, doorsneden door wegen met eindeloos veel bochten en bestippeld met kleine, oeroude dorpjes. Bovendien tref je er in het voorjaar een ware bloemenzee aan. Het lagedrukgebied volgt ons alsof het onze schaduw is. Sinds we koers hebben gezet naar het zuiden, zitten de regenbuien ons echt op de hielen. Wat we ook proberen, we lijken de nattigheid maar niet kwijt te raken, zelfs niet als we met natte handen en voeten op de Franse snelweg het gas maar een eindje verder open draaien. Als we eindelijk in Clermont-Ferrand een hotelletje vinden staan onze laarzen dan ook vol water. De oude portier heeft een gezicht als een verfrommelde krant en lijkt zich er niet aan te storen dat er zich tijdens ons gesprek een soort vijver lijkt te vormen rond mijn voeten. De plas aan mijn voeten neemt zelfs indrukwekkende vormen aan, al heb ik niet het idee dat ik droger wordt. De portier vouwt met een grijns nog wat extra rimpels in zijn gezicht en vertelt dat hij vroeger ook altijd natte voeten had. Vroeger, toen hij dagelijks met zijn BMW R25/3 45 kilometer naar en van Vichy pendelde. Met pretlichtjes in zijn ogen vertelt hij over zijn oude ééncilinder. De lekke banden. De ontstekingsproblemen. De verloren uitlaat. Als mijn vriendin Birgit hem vertelt dat wij ook met een ééncilinder op pad zijn, krijgen we van hem direct de allerbeste kamer. Gelukkig geeft de regen zich gewonnen, zodat we ons droog en tevreden in de avonddrukte op het Place de Jaude kunnen storten. Midden op het plein staat een grote ruiter bewegingloos naar het zuiden te galopperen. Het beeld stelt Vercingetorix voor, de legendarische vorst van de Auvergne. De man die in 52 voor Christus Cesars troepen een pak slag gaf. Zie voor het verloop van die strijd ook de boeken van Asterix en Obelix, als de officiële lectuur je te zwaar is. Voor Cesar bleef dat incident de enige serieuze strubbeling bij de verovering van Gallië, maar nadat de Romeinen de zaken intern weer op orde hadden, kwamen ze terug. Ze kwamen, zagen en overwonnen toen. Vercingetorix had natuurlijk tot op het laatste moment op de hulp uit het kleine dorp aan de zee gehoopt, maar de toverdrank was op of Obelix was te lang zwijnenjagen met Idefix. Ze kwamen in elk geval te laat en Vercingetorix werd gevangen en meegenomen naar Rome. Daar verhongerde hij in een kelder; alleen het beeld op het plein en de verhalen van Asterix en Obelix houden zijn naam bekend bij het grote publiek. De strips misschien nog wel meer dan het beeld. In die Romeinse tijden heette Clermont-Ferrant nog Nemossus. En van daar uit is het maar een krap uurtje sturen naar de Puy-de-Dôme. Die Puy is met zijn 1465 meter de hoogste in de keten van vulkanen die zich door de Auvergne slingert. Die Chaîne de Puys zijn feitelijk de jongste aanwinst van de Auvergne. Want de vuurspuwers zijn nog pas 8000 jaar gestopt met roken; dat was na de laatste ijstijd. Zo werden de perfect gevormde kraters niet glad afgeslepen door genadeloze gletsjers. Vanaf de top van de Puy de Dôme kan je helemaal kijken tot aan het Massif du Sancy, ons volgende reisdoel. Het landschap onder ons is groen geplooid en dat belooft een hoop mooi bochtenwerk! Op onze Michelinkaart is het een blije warboel van wit ingetekende weggetjes. Ze zijn zowat allemaal gesierd met en groen randje. We hebben het dan dus over de meest onbeduidende weggetjes door de allerfraaiste gebieden. De volle kegel van de Puy de Dôme verdwijnt al snel uit de achteruitkijkspiegels. En wij sturen onze ééncilinder all-roads van de doorgaande weg af. Het asfalt op ons nieuwe pad is als een lappendeken van reparaties over reparaties. Maar de grip is verrassend goed. We dansen door de bochten. Dit is motorrijden zoals het bedoeld is! En de vering van de Dominator kan eindelijk eens weer echt aan het werk. De rit gaat door dorpjes en gehuchten met namen als Ceyssat, Pardon en Valbeleix. Dorpen waar de siësta bijna comateus is. Hier is werkelijk niets anders te doen dan lekker motorrijden. Uren later zien we opeens een decadent verschijnsel pal op onze weg: een witte middenstreep! Dat betekent dat we weer ergens in de buurt van de beschaving komen. “Le Mont-Dore” staat er op het plaatsnaambordje dat we kort daar op passeren. De morbide charme van het klassieke kuuroord is onontkoombaar. Aan de oever van de hier nog prille Dordogne staan oude, eerbiedwaardige hotels zij aan zij in de rij. Veel daar van zijn er al sinds jaar en dag verlaten. Mont-Dore ligt aan de voet van een van de hoogste bergen van het Massif du Sancy. De toppen van dat massief hebben zich verstopt achter een dik wolkendek. Maakt lekker toch niet uit want wij komen voor een van de mooiste passen van de regio, de Colle de la Croix St. Hubert. Het wegdek is goed en het slingert zich in wijde bogen omhoog. Dwars door het naaldwoud naar de volle 1.451 meter. Dat is boven de boomgrens en op die hoogte is het voorjaar nog iets dat komen moet. Er liggen plekken oude sneeuw op velden bruin gras. Aan de her en der staande struikjes is nog geen blad te zien. Het is er gewoon nog te koud. Nauwelijks 500 meter hoogteverschil en vijftig bochten later zijn we meteen een seizoen verder. Net lag er nog vuile sneeuw, nu rijden we door een tot aan de horizon doorlopende zee van geel oplichtende bloemen. Koolzaad misschien? Of is het daar te vroeg voor? Intussen breekt de hemel en groeit er razendsnel een diepblauwe kerf in het grijs van de wolken. Het lagedrukgebied trekt zich blijkbaar terug naar zee om weer op krachten te komen en de zon neemt direct zijn kans waar. Zelfs het besneeuwde Massif du Sancy schudt het wolkenkleed van zich af. Een mooi moment voor een uitgebreide picknick tussen de gele bloemen. Gelukkig dat we bij de ambachtelijke bakker en slager in Mont-Dore lekkere dingen hebben ingeslagen. Al snel doet onze benzinebrander zijn werk en hangt de geur van vers gezette koffie in de glasheldere lucht. De motor van de Dominator tikt zachtjes voor zich uit bij het afkoelen en af en toe vliegen er wat vogels voorbij. Een vredige idylle. Na de derde bak koffie is de zon al dicht bij de bergtoppen gekomen. We moeten maar eens een slaapplaats vinden. De camping van Besse-en-Chandesse is misschien de mooiste niet, maar ligt wel lekker dicht bij het dorp. Besse is een stadje, dat typerend is voor het Centraal Massief. Donkere, grauwe muren. Kleine raampjes. Smalle geplaveide steegjes en een oeroude bron geven het een middeleeuwse atmosfeer. Het bontgekleurde aanplakbiljet voor een film met Catherine Deneuve lijkt niet veel recenter, maar toch bijna modern. Uit de Boulangerie komt de heerlijke geur van verse baguettes. Daarnaast zit de Fromagerie, de kaaswinkel. Daar kun je die befaamde Franse kazen kopen die onder de Europese wetgeving dreigen te verdwijnen. De milde Nectaire. De vriendelijk beschimmelde Bleu d’Auvergne. En de straffe Salers. En wat kun je in Frankrijk beter hebben dan stokbrood zo uit de oven, een regionale kaas en een fles rode wijn. Hoogstens twee flessen rode wijn… Ten zuiden van Besse verdwaalt de smalle straat in het nauwe dal van de Courgoul. Het felgroene bladerdak van de beuken langs de weg houdt ons in de schaduw. Een ADHD-achtig beekje springt en sprankelt over dik bemoste stenen. Daarbij doet de D26 zijn best om de beek zo vaak mogelijk over te steken. Dat lukt. Gelukkig maar! Rustig volgen we met onze tokkelende ééncilinders in de tweede en derde versnelling de weg. We hebben geen haast en bovendien houden de onoverzichtelijke bochten de vaart er ook aardig uit. In Compain draaien we de D36 op. Die ligt stevig tegen de berg aangekropen. Onverwacht steil gaat de weg omhoog tot voorbij de boomgrens. Daar is het vlak. We staan op de boomloze hoogvlakte, de Cézallier. Die Cézallier lijkt in niets op het alpine karakter van het Massif du Sancy. Want hoewel het hoogste punt op een stevige 1.551 meter zit, is het wat overdreven om over een berg te spreken. En de dalen op de vlakte zijn eerder heel diepe greppels die niet onder de 1200 meter komen. De Cézallier is eerder een zacht glooiend heuvellandschap onder een dicht kleed van grasvelden. De straten zijn afgezoomd met miljoenen narcissen. Het landschap is alles behalve dramatisch, maar toch gaat er in alle eenzaamheid een melancholische betovering van uit. Na de eerste de beste bocht stuiten we op een wegblokkade. Een hele kudde Salers runderen staat rustig na te denken op het asfalt. Met hun breed uitstaande gebogen hoorns en hun dichte, roestbruine beharing zien ze alles behalve vriendelijk uit. Bovendien hebben ze Spaans bloed in de aderen. Het duurt een poosje tot de dieren het op het asfalt voor gezien houden. We kunnen verder. De straten in de Cézallier zijn nog smaller en hobbeliger dan in de rest van de Auvergne. Auto’s zie er bijna niet. De laatste tientallen jaren zijn zo te zien zonder het te merken de kleine dorpen gepasseerd. Maar de sombere troosteloosheid past in dit landschap. Een oude vrouw – maar is ze wel zo oud? – schuift haar kleinkind of achterkleinkind in niet helemaal dagverse kinderwagen de straat over. Het voorbijgaan van de tijd hier bekijkend kan de wagen nog generaties lang mee. De massief rubberen banden zijn er in elk geval klaar voor. De banden van onze machines hebben het moeilijker dan die van de kinderwagen. Over de D721 bijvoorbeeld die door de weiden naar het zuiden dartelt. We laten de kaarten in de tanktas en volgen ons gevoel. Frisse voorjaarsgeuren strelen onze neuzen. De lijflucht van de zwervende kuddes Salers runderen zet stevige accenten in de bloemengeur. Dansen door de bochten. De rechte einden zijn nauwelijks 100 meter lang. Af en toe duikt er een wandelaar op in het landschap. Voor de rest is het leeg. Heerst er rust. De Cézallier is het minst bevolkte gebied in Frankrijk. Pas wanneer we het dal van Alagnon bij Severac bereiken wordt het weer wat levendiger. In Severac komen we voorbij de kaasmakerij van Pradel. We raken door de voorraden heen en waar kun je dan beter terecht dan bij de producent zelf? Kunnen we ook direct eens kijken hoe de kaas gemaakt wordt. Dat is voor Monsieur Pradel geen probleem. Hij laat de 250 liter grote melktanks zien. De kaaspersen, en tot slot neemt hij ons zelfs mee in de muffige schemering van de keldergewelven. Daar sluimeren de tot 45 kilo zware kazen op grof-getimmerde schappen. De oudsten doen dat meer dan 10 maanden lang. We mogen er van alles van proeven en nemen twee stevige stukken kaas mee als proviand. Nu alleen nog vers stokbrood en een fles rode wijn regelen, dan kunnen we lunchen. Die boodschappen doen we in Murat, een stadje in het Alagnon-dal. De wijn en de kaas zijn zo overtuigend dat we besluiten maar niet veel verder meer te rijden. We laten de motoren op de lokale camping achter en verdoen onze tijd door de straatjes en steegjes van het middeleeuwse Murat. Grauwe, leigedekte huizen geven het geheel een duistere atmosfeer. Heel wat muren staan er al vanaf de 14e eeuw. Vanaf Murat zit je zo in de bergen van de Cantal. Daar zitten we in het oudste gedeelte van het “Parc des Volcans d’Auvergne”. IJstijden, wind en regen hebben hier bijna 20.000.000 jaar de tijd gehad om een bijna 3.000 meter hoge reuzenvulkaan in een heel landschap van kleinere bergen te veranderen. Vanaf de Col de Serre hebben we een geweldig uitzicht. Als je voor je uit kijkt ligt het door de gletsjers uit de oertijd messcherp uitgeslepen dal van Impradine voor je. Ergens midden in de rijk groene weiden staat een oude boerderij terug te groeien naar de natuur. Een paar koeien gebruiken de stukken muur die nog overeind staan als windschermen. Aan het eind van het dal staat een van de mooiste bergen uit de regio: de Puy Mary. De steile flanken van die berg zijn zelfs in mei met sneeuw bedekt. De straat naar de Pas de Peyrol kan dan zelfs half mei nog afgesloten zijn. Met een hoogte van 1.588 meter is die pas absoluut de hoogste van alle Auvergne passen. Wij rijden deze rit in het late voorjaar en gaan proberen omhoog te komen. We wurmen ons met de motorfietsen langs de wegafzetting en redden het tot op 1.500 meter. Dan verspert het metershoge sneeuwdek ons definitief de weg. Jammer. We missen nu het fantastische uitzicht, maar de rit na de 1.500 meter was een avontuur op zich. Er zijn nog twee andere smalle toegangswegen naar de Pas de Peyrol. Die komen vanuit het zuiden en vanuit het westen. Ze zijn nog minder toegankelijk dan onze eerste keuze. Dan maar niet naar de top. In plaats daarvan sturen we onze all-roads naar het oosten, naar het dal van de Allier. Daar komen we in een verrassend ander landschap terecht. De bergen zijn er hoogstens 1.000 meter hoog. Maar in de kloof van het Alierdal is de lente die we net nog zo misten alweer bijna voorbij. Allerlei bloemen zijn hier al bijna uitgebloeid en de thermometer staat op een tevreden 25 graden. Het lijkt wel hier wel zomer. De Gorges d’Allier worden aan allebei de kanten omlijst door heerlijk slingerende weggetjes. Motorrijders dromen zijn geasfalteerd. Het leven is mooi. Zo’n rit onderbreek je alleen maar af en toe voor een “café au lait” in een van de talloze lokale cafeetjes langs de weg. En de terugweg is al net zo lekker. Maar tijdens die terugweg zien we onverwacht snel cirruswolken groeien. Dat zal dat verduvelde lagedrukgebied toch niet weer zijn? Wel dus. Weer helemaal aangesterkt boven de Middellandse Zee davert de depressie nu weer landinwaarts. En tijdens die reis prikken de toppen van de bergen hier alle wolken weer lek, zodat ons weer flinke hoosbuien staan te wachten. We houden het voor gezien. Met het gas er flink op draven we opnieuw voor de regen uit, maar nu noordwaarts. Op weg naar huis dus. We eindigen de trip daarmee net zoals we hem begonnen: met natte voeten en dromend over de heerlijke zomer in Zuid-Frankrijk. [[kasten]] INFO De Auvergne is een stuk van het Franse “Centraal Massief” en behoort tot de minst bevolkte streken van Frankrijk. In plaats van mensen en verkeer tref je er heerlijke (stille) wegen en indrukwekkende landschappen aan. REISADVIES Frankrijk is een land dat je pas leert waarderen wanneer je jezelf redelijk kunt redden in het… Frans. Als dat niet zo is, dan blijf je een vreemdeling in een vreemd land. Wanneer een Fransman merkt dat je in elk geval de moeite hebt genomen iets van zijn taal te leren verandert hij doorgaans van een botterik in een aimabel mens. Er zijn veel cursussen Franse spreekvaardigheid die de investering dan meer dan waard zijn. DE AUVERGNE Zomers is de streek heet en droog, maar in de bergen is de temperatuur prima uit te houden. In juli en augustus moet je rekening houden met heel stevige onweersbuien. Mei en juni zijn doorgaans wat vochtiger. De temperatuur in die maanden schommelt tussen de 15-25 graden. Het voorjaar begint er, zoals het hoort, in mei. Maar dan kunnen er nog wat passen door sneeuw geblokkeerd zijn. In de loop van oktober geeft de herfst het landschap de tinten van een ontplofte Italiaanse ijswinkel. November is vaak nat en in december kan de slee van zolder gehaald worden. Dat is heel andere koek, maar heeft ook zijn charme. OVERNACHTEN Hoe dun de Avergne ook bewoond is, slaapplekken voor de nacht vind je overal. Alleen in juli en augustus, dat is de tijd waarin heel Frankrijk zelf vakantie heeft, kan het er wel eens om spannen. Maar wanneer je dan om een uur of vier ’s middags al vast wat rond begint te kijken lukt het altijd nog wel. Overnachten in de gîtes d’etape, dat zijn een soort herbergen, is lekker rustig en je bent er met zijn tweeën doorgaans voor 40 euro, inclusief ontbijt, klaar. Campings zijn er niet al te veel en je tweepersoonstent staat er voor een bedrag tussen de 10 tot 20 euro. BEZIENSWAARDIGHEDEN De weg over de pas van de Puy de Dôme is alleen al een bezoek waard omdat je van daar de hele keten vulkanen kunt overzien. Als het mooi weer is kun je er ook naar parapente- en deltavliegers kijken. In de Auvergne liggen heel veel echt oude steden en stadjes. De mooiste daarvan zijn Salers, Besse-en- Chandesse en Murat. ’s Zomers zijn er vaak middeleeuwse markten waar de marktlui in passende kleding hun waar aan de toerist brengen. Ook leuk om te bekijken: de ranke, één eeuw oude kabelbaan in Le Mont-Dore. Mocht het te nat voor buitenactiviteiten zijn, dan kun je altijd nog op bezoek bij een kaasmakerij, het onweersmuseum in Marcenat of de oude kuuroorden Le Mont-Dore en La Bourboule. Een actueel overzicht van de dingen die er in deze streek te doen zijn vind je op www.a-priori.info/tourisme/activites-avonture/Auvergne.php. dat is een site in een niet onoverkomelijke soort van Frans. LEESVOER In de winkels van de ANWB vind je een hoop gerichte info over de streek. Maar ook via het Franse Verkeersburo (www.fransverkeersbureau.nl) kun je veel documentatie binnen halen. De Michelin-reisgids Auvergne Périgord is een standaardwerk dat overal te koop is. Veel boektitels zijn overigens na wat zoekwerk op internet ook gewoon bij je lokale boekhandel of Bruna te bestellen. Wij maakten volop gebruik van de Michelinkaart 239 (Auvergne-Limousin, schaal 1 op 200.000). Deze laat ook de kleinste straatjes en de leukste binnendoortjes zien. Voor de mensen die dan ook nog de stoeptegels willen tellen is er de IGN-TOP-serie kaarten op een schaal van 1: 25.000. Reistijd: 2 weken Gereden afstand: ca. 3000 km [[bildunterschrifte]] 1 Zo smaakt de lente: voorpret hebben over de rit door het Massif du Sancy dat daar in de verte ligt. 2 Zo smaakt de lente: voorpret hebben over de rit door het Massif du Sancy dat daar in de verte ligt. 3 Koffiepauze in Besse-en-Chandesse 4 Een prachtig dat in de Cézallier. In de lente staan de weides vol pinksterklokjes. 5 Een prachtig dat in de Cézallier. In de lente staan de weides vol pinksterklokjes. 6 Wat zou hier nu weer achter komen? 7 Een oeroude bron in een dorpje nabij Murat. 8 middeleeuwse zwierigheid in de mooiste Auvergnestad: Salers 9 De perfecte plek hoog boven het dal van de Allier: St. Arcons d’Allier. 10 Erg oude huizen in Besse-en-Chandesse 11 Monsieur Pradel laat ons de verschillende kaassoorten in zijn keldergewelf zien. 12 De waterval ‘Cascade Bois de Chaux bij Egliseneuve in de Cézallier. 13 Vercingetorix overziet het verkeer op de place de Jaude in Clermont Ferrand. 14 Hier moet het wel spoken: geheimzinnige lichten in St. Ilpize aan de Allier. 15 Op de markt van Besse-en-Chandesse 16 In de steegjes van Besse-en-Chandesse 17 Stilleven in het dal van de Courgoul met bloemen, oude Renault bus en Dominator. 18 Een heel oude brug over de Couze de Valbeleix 19 Het Massif du Sancy is met sneeuw bedekt. Maar in het dal s het al lang lente. 20 Een heteluchtballon bij de Puy de Dôme

Motoplus als app?

Om deze webapp op je telefoon te installeren, klik dan op het icoontje onderaan en klik daarna op Zet in beginscherm.

Om deze webapp op je telefoon te installeren, klik dan op de drie bolletjes rechtsbovenin

en klik daarna op Toevoegen aan startscherm.