+ Plus

Reportage Ducati Boardtracker

Motorverkoper, fotograaf en kunstschilder. Dat mag als een bizarre combinatie klinken, maar voor Robert Mulder is het een volstrekt logische drie-eenheid. Het is een creatieve cirkel waarin de Achterhoeker ronddraait en dat leverde deze intrigerende Ducati Boardtracker op. Een project waar Mulder als een waar kunstenaar aan blijft schaven en schuren, want ‘af is het nooit’. Blijven kijken en zoeken is wat Mulder doet en dat leidt altijd weer tot nieuwe inzichten, frisse ideeën. En zo blijft zijn Boardtracker kunst in ontwikkeling. “Mooi hè?”, Robert Mulder haalt even liefkozend als trots een zachte poetslap over de zwart/gouden tank van zijn Ducati Boardtracker. “Bladgoud, 24 karaats. Een vriend gaf me een tip om dat vlak van de tank goudkleurig te spuiten. Goede tip, maar ik dacht ‘Dat is me te gemakkelijk. Dat kan ook anders’. Bladgoud dus. Ik gebruik het ook veel in mijn schilderijen om accenten aan te geven, dus waarom niet op de Duc? Het is heel bewerkelijk materiaal en het moet met een speciale lijm worden aangebracht. Lastig klusje. Het is niet helemaal dekkend, allemaal losse stukjes als het ware. Het is ook niet glad, eerder een beetje gefrommeld. Maar dat voel je niet meer omdat er acht lagen blanke lak overheen zitten. Het suggereert een stukje historie, vind ik mooi.”Bladgoud, acht lagen blanke lak, niet voor hand liggende oplossingen. Mulder is er duidelijk de man niet naar om over één nachtje dun ijs te gaan en streeft er ook niet naar om zijn machine binnen een bepaalde tijd klaar te hebben. “Zo’n project krijgt langzaam vorm en af is het eigenlijk nooit”, verduidelijkt hij. “Nee, voor mij is het een continu proces van ideeën. Ik wilde er vanaf het begin ook gewoon mee blijven rijden in het seizoen, ook als was ‘ie nog lang niet klaar. Dan had ik dat ene stuur maar even niet. Reed ik er eens een stuk mee en zette ik hem weer binnen. Ging ik er op een stoel eens rustig voor zitten, met een goed glas er bij. En dan kijken, kijken, kijken. Zoeken naar ideeën. Ik verslond ook TV-programma’s als OCC en Biker Build Off. Niet dat ik een chopper van de Duc wilde maken, maar puur om te kijken hoe ze bepaalde dingen deden.”Dat leergierige en dingen zelf willen doen zat er al van kleins af aan in bij Mulder. Modelbouw, frutselen en knutselen, de jonge Mulder was altijd bezig. “Dat is het aard van het beestje”, lacht Mulder. “Als je open staat om kennis te vergaren, kom je vanzelf mensen tegen die het leuk vinden om die kennis met je te delen. Omdat je interesse toont in hun werk of hobby.” Zo ontstond er ook contact met de Belgische specialbouwer Fred Krugger, een inspiratiebron voor Mulder. “Die man is een kunstenaar. Er zijn niet veel mensen die kunnen wat hij kan. Bij OCC trekken ze een frame uit het rek en dan wordt er op de computer een ontwerp gemaakt, waarna het metaal wordt bewerkt door een laser en een snij-apparaat. Prachtig mooi allemaal en die jongens kunnen ook echt wel wat, maar ga dan voor de grap eens bij Krugger kijken. Dat is bijna een smederij en zijn werkwijze is haast ambachtelijk. Dat spreekt me veel meer aan. En omdat ik niet commercieel werk, zijn mensen als Krugger niet te beroerd om eens met je meedenken.”Dat kwam goed uit aangezien Mulder en Krugger dezelfde voorliefde hebben voor zogeheten boardtrack racers, waarmee in de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw in de Verenigde Staten gereden werd op veelal houten kombanen. Die stijlrichting stond ook al vrij snel vast toen Mulder dik vier jaar terug aan zijn eigenbouwklus begon. “Ik had zo’n ding zien staan in het American Motorcycle Museum in Raalte, een machtige machine. Eén brok pure motorfiets. Er zit niets op wat er niet op hoeft te zitten. Zoiets wilde ik ook. Dan kun je natuurlijk een motor en 15.000 euro bij een specialbouwer om de hoek gooien, maar dat vind ik geen kunst, te makkelijk. Het is veel leuker om het zelf te doen. En dan begint het grote zoeken hè.” Het blok had Mulder als een echte Ducatist al, een dat van een Supersport 900, geruild tegen een ander blok. “Met zo’n luchtgekoeld blok verklaren ze je wel eerst voor gek hoor. Dan krijg je al snel van die vragende blikken van hoe zit het dan met de pk’s?”, lacht Mulder, die voorheen vooral supersportief onderweg was geweest met machines als een Ducati 748. “Maar dat vermogen vind ik eigenlijk helemaal niet zo belangrijk meer. Met de 80 pk van dit blok kan ik ook heel veel lol hebben. Mooie bochtjes pakken, uitaccelereren, even dat voorwieltje liften en weer neer zetten. Dan schudt ‘ie altijd even iets met de kop. Dat gevoel van kracht is heerlijk. En als je eens 140 rijdt, geeft de winddruk je al snel een signaal van: ‘Joh, pas op met je roze papiertje’.” Hoe rationeel dat laatste besef ook mag zijn, Mulders keuze voor het luchtgekoelde blok is bovenal een esthetische, niet zo vreemd natuurlijk voor iemand die als fotograaf en kunstschilder altijd in de weer is met beeld en composities. “Als fotograaf en schilder ben ik continu bezig met de vraag hoe dingen er uit moeten zien. Die lijn trek ik dan door naar een motor, dat moet in mijn ogen ook esthetisch verantwoord zijn. Dit blok is bijzonder mooi en compact met zijn smalle kop. Bovendien is het een heel goed blok, misschien wel het beste injectieblok dat ze bij Ducati hebben gemaakt. Het loopt geweldig en de gasrespons is heerlijk. Daar kunnen veel moderne injectiemotoren nog een voorbeeld aan nemen. Maar dit plaatje was ook wat ik voor ogen had: een mooie èn rijdbare machine maken. Ik moet bij wijze van spreken mijn rugzak om kunnen doen en er hup, zo mee naar de Alpen kunnen knallen. Het moest goed sturen, goed remmen en goed zitten.” Aan de tweede voorwaarde werd voldaan met een setje remmen van een Ducati 996 en aan de eerste met het rijwielgedeelte van een ST4S met het voor Ducati zo kenmerkende stalen vakwerkframe. Ook al een bewuste keuze van Mulder: “Het ST4 frame heeft dikkere buizen dan dat van bijvoorbeeld de ST2, wat een meer oversized uitstraling geeft. En daar was ik naar op zoek.” Anders dan het standaard blok, dat aan de uitlaatzijde weliswaar is voorzien van een setje prachtige Supertrapp uitlaten en dikkere uitlaatbochten, moest Mulder het frame wel aanpassen. De ophangpunten van het blok kwamen niet helemaal overeen met de montagepunten in het frame, waardoor een verstevigingsbrug naar de bovenzijde van het frame moest worden verplaatst. En gaandeweg doemden er meer problemen op waar Mulder zelf een oplossing voor moest zoeken. Met de kabelboom bijvoorbeeld. “Krijg je bedrading en knoppen die niet helemaal bij elkaar passen. Dan moet je de boel opensnijden en de kabelboom op een plank spijkeren en kijken wat je wel en niet nodig hebt. Als alles dan weer in elkaar zit, volgt er zo’n heerlijk moment suprème of alles ook echt werkt.”Klussen deed Mulder voornamelijk in de wintermaanden, zodat er in maart, april weer een rijdbare machine op de wielen stond voor de start van het motorseizoen. Mulder: “Dat de wielen dan nog niet de juiste kleur hadden of de tank nog niet klaar was, maakte me niet uit. Dat waren dan weer klussen voor de volgende winter. Je moet zo’n project ook niet binnen een jaar af willen hebben. Kan wel, maar dan moet je alles kant en klaar uit het schap pakken. Ik wilde rijden met dat ding.” Met het dalen van de temperatuur en het korter worden van de dagen verdween de Boardtracker weer naar de schuur en kregen de in de zomer uitgebroede plannen hun beslag. Het zadel bijvoorbeeld. “Dat pannetje heb ik helemaal met de hand geklopt en dat was een beste klus. Ik heb er avonden lang op voor de televisie gezeten. Biertje er bij, ding onder mijn gat en maar afwachten hoe het voelde”, Mulder kan er nu smakelijk om lachen, maar er ging behoorlijk wat tijd overheen voor de vorm goed was. “Dan voelde ik weer een drukpuntje. Even markeren met een stift en dan de schuur weer in. Oorbeschermers op en kloppen maar. Net zo lang tot het helemaal goed zat. Ik heb het bekleed met een stuk leer dat Audi gebruikt voor autostoelen. Die flapjes aan de zijkanten zijn ook precies zo als bij de boardtrackers van vroeger.” Alhoewel Mulder bescheiden blijft over al het werk dat hij zelf aan zijn Boardtracker heeft verricht, doen zijn glunderende ogen weinig moeite om zijn trots te verhullen. En waarom zou ‘ie ook? Zijn Boardtracker is eenvoudigweg een juweeltje om te zien met dat zadel, de tank en de kroonplaat als kroonjuwelen. Mulder: “Met die kroonplaat ben ik uren en uren aan het schuren en polijsten geweest om hem te krijgen zoals ik hem hebben wilde. Het is een standaard plaat van een ST4, maar ik heb hem helemaal bewerkt. Uitsparingen er in gemaakt en dan is het schuren, schuren en schuren. Je handen zien er op gegeven moment niet meer uit, maar dat geeft niets. Je leert er zoveel van.”Leren, Mulder laat het woord weer eens vallen. Terloops haast, maar voor de Achterhoeker lijkt zijn Boardtracker haast een groot leerproces. De risers voor het stuur? Zelf gemaakt uiteraard, als een eerste poging om met een freesbank overweg te kunnen. En zo moeten er ook nog andere voetsteunen komen. Een set bestellen is weer te gemakkelijk. “Tuurlijk zijn er ook hele mooie setjes te koop”, beseft Mulder zich, “maar het is een enorme kick om dingen zelf te maken. Een schetsje op papier zetten en dan frezen. Dat is moeilijk, maar ik begin de smaak al aardig te pakken te krijgen. Een andere uitdaging is dat zo’n voetsteun ook mechanisch goed moet zijn, want je steunt er met je volle gewicht op. Het is niet fijn als zo’n ding bij 140 km/uur plotseling afbreekt omdat je een constructiefoutje hebt gemaakt. Voor dat werk neem ik dus ruim de tijd, want het moet wel doordacht zijn.”De koplamp is ook nog zo’n karwei. Mulder heeft er nu een van een BMW op zitten. Een forse, waarin hij alle elektronica heeft ondergebracht, maar er moet een lamp met de juiste uitstraling op. Een uit de jaren 20, 30 dus. “Als je een beetje in de historie duikt, dan kom je er achter dat motoren en ook auto’s in die tijd zonder verlichting werden geleverd. Dat was niet verplicht. Verlichting kocht je toen als accessoire en dat waren vaak hele mooie lampen”, verduidelijkt Mulder. “Ik heb er nu een thuis liggen uit die tijd, maar die moet ik helemaal restaureren. Ben ik ook weer iemand voor tegengekomen die dat soort dingen restaureert. Dan kan ik tegen hem zeggen ‘Hier is mijn lamp en restaureer hem maar’, maar dat wil ik dan weer niet. Dan vraag ik hem liever om mij te leren hoe je zoiets doet. En voor ik het weet sta ik dan te kloppen in zijn werkplaats.”Het broeit, bruist en borrelt voortdurend van de ideeën in het hoofd van Mulder. Een ander zou er misschien hoorndol van worden, maar als kunstschilder weet de Achterhoeker als geen ander dat ideeën zich niet laten plannen: “Het is me meer dan eens gebeurd dat ik om uurtje of elf naar bed ging en dan om half een ’s nachts wakker werd met een idee. En dan moest het even gebeuren. Stond ik even later in mijn ochtendjas te schilderen. En om een uur of vijf, zes ging ik dan weer slapen, maar wel met de basis van een schilderij op de ezel. Bij het maken van deze motor heb ik het ook gehad. Dan zat ik in een bepaald proces en lag ik in bed en dan was het ineens van ‘ja, dat is het’. Hup, het bed uit, aankleden en naar de schuur. Dan gingen midden in de nacht de lampen aan hoor. Dat je daar dan ’s nachts in je onderbewustzijn zo mee bezig bent, is toch wel heel bijzonder. Maar goed, dit is ook geen motor uit de folder. Het is een onderdeel van mezelf en ik ken hem van binnen en buiten. Tot het kleinste schroefje aan toe.” Maar af wordt het waarschijnlijk nooit….

Lees meer over

BMW Ducati

Gerelateerde artikelen

Lezerstest 2024 BMW-modellen

Lezerstest 2024 BMW-modellen

23 mei, 2024

Veel nieuws op GS-front bij BMW dit jaar. Uiteraard was daar het nieuwe vlaggenschip, de R1300GS, maar de Duitse ...
Direct meer lezen? Neem een jaarabonnement
  • Direct toegang tot het digitale archief met meer dan 350 magazines.
  • 24 uitgaven per jaar
  • Elke twee weken thuis in de bus
Direct toegang aanvragen
Een jaar MotoPlus voor slechts 55,-