+ Plus

Reizen Zuid-Afrika

Woeste landschappen, wilde dieren, geweldige keuken, fascinerende geschiedenis en een ideale motorinfrastructuur. Er zijn niet veel landen die zo veel diversiteit te bieden hebben als Zuid-Afrika. Maar hoe exotisch ook, de bonkige Afrikaanse taal zorgt onderweg telkens weer voor een soort thuisgevoel. Tien jaar geleden werd ik op slag verliefd op dit land, de vraag is wat er anno 2015 nog van die liefde rest. Zouden het land en de mensen me nog eens in het hart weten te raken? Hóóg tijd om de proef op de som te nemen.

Ondanks de vele redenen om Zuid-Afrika te bezoeken, kreeg ik vooraf weer te veel stereotype vragen gesteld. Is dat wel veilig? Kan dat wel met de motor? De vooroordelen en angst blijken onuitroeibaar, veelal gebaseerd op eenzijdige negatieve berichtgeving. Uiteraard moet je voor wat betreft je persoonlijke veiligheid je verstand blijven gebruiken, maar het is een zeer veilig land om te reizen. Wel is 20 jaar na afschaffing van de apartheid de discussie over raciale tegenstellingen nog steeds zeer actueel en voel je in alles dat de jonge natie worstelt met haar identiteit, de moeizame economische voortgang en de vele sociale tegenstellingen.
Hoewel termen als veiligheid en rassengeweld nog lang met Zuid-Afrika geassocieerd zullen worden, ben ik hier in eerste instantie voor de liefde. Liefde voor dit geweldige land, voor het motorrijden, maar zeker ook voor de liefde tussen twee mensen, die besloten om elkaar het ja-woord te geven in de Kaapse contreien. Een onvergetelijke bruiloft, waarop Zuid-Afrika zich van haar mooiste kant presenteert. Pak en stropdas laat ik daags na het trouwfeest in Kaapstad achter, maar de rest van de reiswaar moet in de motorkoffers worden gepropt. In jeugdige overmoed heb ik ooit geroepen, dat ik pas na mijn veertigste met goed fatsoen op een BMW zou stappen. Soms echter, breekt nood wet. Van Ducatisti tot Harley-adepten zullen in het Kaapse wijnland, langs de beroemde Chapmanspeak en over de klassieke R62, een geweldige tijd hebben. De wegen lijken gemaakt voor cruisers én racers. Zuid-Afrika biedt echter nog veel meer fantastische onverharde wegen en dus lijkt een GS800 toch de ideale keus. Licht genoeg voor de zwaardere ‘dirtroads’ en zwaar genoeg om ook op straat goed van de plek te komen. Met hulp van Google & Co. belandde ik tijdens mijn voorbereiding op de site van Cape Bike Travel in Kaapstad. De sympathieke eigenaar, Jörg Vogel, houdt de Deutsche Gründlichkeit in ere. Hij heeft meer dan veertig motoren in de verhuur, vooral Harley’s en BMW’s, meestal nog geen jaar oud.

Het is al ver in de middag als ik vanuit Kaapstad naar het noorden over de N7 vertrek. De stad zindert in de nazomerhitte. Aan de sloppenwijken lijkt geen einde te komen. De penetrante geur van afval, stof en verbranding dringt door in de open helm en het duurt lang voordat de laatste krotten plaatsmaken voor een open en groots landschap. Bij Piketberg besluit ik de N7 te verlaten. Wat een verschil met het hectische Kaapstad! De route volgt een stille weg langs een bergformatie, om uiteindelijk weer bij de N7 uit te komen. Bovenop de Piekenierskloof overnacht ik in de prachtige B&B Hebron en besef wederom dat het hart van Zuid-Afrika toch in de buitengebieden en de natuur ligt.
De volgende dag gaat verder in noordelijke richting. Vanaf Clanwilliam loopt de route door een woestijnachtig landschap, over de uitgestrekte Pakhuispas. Kort daarna sla ik in zuidelijke richting af, over de eerste onverharde weg naar Wuppertal. Dat onverharde blijkt wel weer even wennen. Via de kronkelweg daal ik diep de verlaten Bidouwvallei in, alwaar ik die avond bij Mariette en Barry van de Mertenshof zal overnachten. Het eenvoudige gastenhuis, met uitzicht op de vallei, ligt paradijselijk. Alvorens ik mijn overnachtingsplek betrek, besluit ik eerst nog een bezoek te brengen aan het verderop gelegen Wuppertal. Het dorpje is volkomen geïsoleerd van de buitenwacht en slechts bereikbaar via een slingerende onverharde weg, die je terug in de tijd voert. In 1830 streken hier twee Duitse missionarissen neer. Ruim 100 jaar voor het ontstaan van de Duitse stad Wuppertal, stichtten zij hier al de gelijknamige missiepost. Het dorp is volledig intact gebleven, met enkel witte huizen en rieten daken. Het dorp is bekend vanwege haar schoenenfabriek, waar in het verleden grote hoeveelheden traditionele ‘Velskoene’ werden gemaakt. Ondanks dat de huidige fabriek in deplorabele toestand verkeert, worden er nog steeds schoenen op ‘oude leest’ geschoeid. De fabriek kan tijdens werkuren worden bezocht en de trotse schoenmakers verschaffen me graag een indruk van hun ambacht.
Maar er is nog meer te ontdekken. De omringende Cederbergen vormen de bakermat van de rooibosstruik. Hiervan wordt in Wuppertal niet alleen de bekende thee gemaakt. Rooibos kan ook worden gebruikt als ingrediënt voor cosmetische producten, zoals zeep, lotions en crèmes. Op nog geen steenworp afstand van de ‘skoenfabriek’ is het kleine Red Cedar Cosmetics gevestigd, waar zes vrouwen zich bezig houden met het produceren en verkopen van rooiboscosmetica. Met wat kleinigheden op zak, willen de gezellige dames ook nog wel even op de foto, waarna ik afscheid neem van hen en dit bijzondere oord.

De volgende ochtend helpt Barry met bijtanken. De extra brandstof zal ik hard nodig hebben voor de komende 270 kilometer naar Sutherland. De route voert uitsluitend over onverharde en deels zeer slechte wegen, zonder tankstations. GS staat in Zuid-Afrika overigens niet voor ‘Gelände/Strasse’, maar voor ‘Geen Sand’, aldus Barry. Hij blijkt niet geheel ongelijk te hebben. Na dertig kilometer over een rotsachtige route kom ik bij een uitgedroogde rivierbedding. Door het diepe rivierzand, weet ik enkel met zeer veel moeite de overkant te bereiken. De weg voert daarna stijl omhoog en wordt steeds slechter. Diepe uitgedroogde watergeulen lopen haaks over de weg en zorgen voor menig hachelijk moment, waarbij ik de zware motor nog maar net rechtop weet te houden. Tevens heeft de nachtelijke regen voor de nodige modderpassages gezorgd, die verraderlijke glijpartijen veroorzaken. Het landschap en de route is verder echter vooral droog, leeg en stoffig. Onderweg zie ik klipdassen, machtige Afrikaanse roofvogels, gemsbokken, springbokken en andere antilopen, evenals een trekkende troep bobbejanen, zoals bavianen in het Afrikaans worden genoemd.
Ik rij verder naar het Tankwa National Park en via de smalle, maar schitterende Galangapas richting de nederzetting Middelpos. Langzaam voel ik de vermoeidheid van het vele staan die dag. De laatste 80 kilometer naar Sutherland moeten ook volledig staand worden afgelegd. De lange wasbordstukken en de constante grindophopingen maken zittend rijden te oncomfortabel en ongecontroleerd. Eenmaal in Sutherland aangekomen, rolt het asfalt voor het eerst die dag weldadig onder mijn wielen. Ik heb het zonder kleerscheuren gehaald. En wat was dit een geweldige rit!
Vuil en moe, maar ontzettend voldaan neem ik intrek in een historisch doktershuis, dat inmiddels als gasthuis Skitterland dienst doet. Mijn luxe kamer bestaat uit meerdere vertrekken en ademt in alles de sfeer van de jaren ’50. Vanaf de veranda kijk ik uit over het slome straatleven. Niemand die hier ooit haast lijkt te hebben. Dus besluit ik het ritme gewoon te volgen en geniet ik, bij een goed glas Afrikaanse port van de zonsondergang. Als de aardedonkere nacht intreedt, ontwaar ik pas wat deze afgelegen plek écht bijzonder maakt. Het zuidelijk halfrond staat bekend om de prachtige sterrenhemel, maar het hemelse spektakel hier, maakt echt een verpletterende indruk.

Een bezoek aan de grootste telescoop van Afrika staat de andere dag als eerste op de agenda. Deze ligt net even buiten Sutherland, als het mannetje op de maan een kaarsje aanmaakt, kun je het hiermee zien. Enkele uren later trap ik de GS aan voor de volgende etappe naar Prince Albert. De eerste 90 kilometer zijn zowel landschappelijk als rijtechnisch een hoogtepunt, met de weinig bekende Rammelkoppas als episch sluitstuk. Het uitzicht over de laagvlakte is adembenemend. Maar hoe mooi ook, de Rammelkop is geen plek om in slecht weer te willen verkeren. Inktzwarte wolken doemen plotseling achter me in hoog tempo op. In de spiegels verdwijnt de zonnige Rammelkop, waar ik nog geen twintig minuten geleden bovenop stond, in een zwarte wazige brei. Het gas gaat er op en ik weet de storm voor te blijven. In Prince Albert is van het aankomende natuurgeweld, op dat moment nog niets merkbaar. Toeristen flaneren langs de mooie victoriaanse huisjes vol kunst en kitsch. Mijn historische verblijf, de Dennehof, ligt even buiten het centrum. Ik krijg een prachtige kamer toebedeeld en geniet een half uur later op de veranda van het spektakel. Het stormt, bliksemt en dondert dat het een lieve lust is. Het blijkt de zwaarste storm in meer dan een jaar tijd te zijn en ik besef dat ik die dag wel uitzonderlijk veel geluk heb gehad.
Gelukkig is het de volgende ochtend weer zonnig als ik Prince Albert in zuidelijke richting verlaat, richting de Swartbergpas. De pas wordt tot de meest spectaculaire van Zuid-Afrika gerekend. De smalle onverharde bergweg, vanuit het noorden begint in een indrukwekkende vallei. De noordkant van de pas is de ruigste en zonder meer mooiste kant. Aan de zuidkant ontwaar ik door de wolken de Kleine Karoo diep onder me. Een andere wereld.
Na het dorre en ruige landschap van de Grote Karoo, is de Kleine Karoo opvallend groen. De onverharde weg slingert langs de hellingen van de Swartbergen naar het gehucht Kruisrivier en door de tropisch aandoende Groenfonteinvallei richting Calitzdorp. Het stadje aan de toeristische R62 is de hoofdstad van de Zuid-Afrikaanse port en dient vaak als tussenstop voor reizigers. Genieten is het even later over de bochtige Huisrivierpas. De elektronische vering kan hier naar standje ‘sport’. Het snoeistrakke asfalt van de R62 nodigt uit voor een stevig potje sturen richting het Touwriviergebied, waar ik de komende nacht zal blijven. Dat klinkt makkelijker dan het is. Enkel met de beschrijving en een fikse omweg weet ik het verblijf uiteindelijk te vinden. The Place, zoals het heet, ligt midden in een natuurgebied aan de Touwrivier. Bescheidenheid kenmerkt mijn gastgevers. De liefde voor de natuur en de omgeving zie ik in alles terug. Niet in de laatste plaats in de aandacht voor het voortreffelijke eten, dat met veel zorg wordt bereid. Op deze eenzame, stille plek moet zelfs de meest gehaaste geest tot rust kunnen komen. Als ik voor mijn hutje zit en van het uitzicht geniet, vergeet ik de tijd. Onder begeleiding van het geluid van duizenden krekels verdwijnt de zon achter de bergen, waarna het contourenspel langzaam oplost in volmaakte duisternis.

De volgende ochtend is de Afrikaanse zon verdwenen. Tot de Garciapas blijft het nog droog, daarna zorgen de bergen weer eens voor een fikse weeromslag. Met mist, stromende regen en een temperatuur die plotseling naar 13 graden zakt, krijg ik eerder het idee dat ik in Schotland ben beland. Binnen een kwartier ben ik doorweekt. In het stadje Riversdale aangekomen, komt het met bakken tegelijk uit de lucht. Ik besluit bij de eerste beste mogelijkheid halt te houden en het ergste uit te zitten. Van de gelegenheid gebruik makend, bezoek ik het verder niet bijster interessante plaatsje. Het Julius Gordon Africana Sentre is de enige bezienswaardigheid die bezoek waard is. Het gastenboek laat zien dat er nauwelijks bezoekers komen. Zonde! De oude villa staat namelijk vol met Afrikaner kunst, waardevol antiek en oude gebruiksvoorwerpen. Ik krijg een uitvoerige persoonlijke rondleiding. De schilderijen vormen het meest bijzondere en unieke deel van de collectie. Prachtig is ook de ruim 10 kilo wegende Statebijbel, in leer gebonden en met bronzen versieringen beslagen. Gedrukt in 1637 in Nederland, dus nog voordat Kaapstad in 1652 als eerste Nederlandse post werd gesticht, is deze bijbel daarna door Voortrekkers op hun karren als kostbaarste bezit meegesjouwd. Ik mag er rustig doorheen bladeren en de prachtige cartografieën van Jeruzalem en de oude wereld bekijken. Ongekend.
Helaas begint de tijd te dringen en is het buiten inmiddels droog geworden. Tijd om verder te gaan. De route voert die dag door uitgestrekte landbouwgebieden tot aan Malgas. Het gehucht is gelegen aan de Breede Rivier, vlak bij de Indische Oceaan. Tot mijn verbazing is er echter geen brug, maar een ruim 50 jaar oude veerpont over de rivier. Het houten gevaarte is de laatste op spierkracht aangedreven pont van Zuid-Afrika. Behendig wikkelen vier mannen hun kettingen telkens om de staalkabel, die de pont leidt, om zo de passagiers met voertuigen over de rivier te veren.
Aan de monding van de Breede Rivier ligt mijn eindbestemming en het voelt bijna als thuiskomen. Evenals The Place ligt de Mudlark Lodge midden in een beschermd natuurgebied. Het uitzicht vanaf de veranda op de rivier overtreft simpelweg alles. Honderden vogels weten dit bloemenparadijs te vinden en doen zich te goed aan vogelvoer, nectar en water. In dit huis eet je samen, drink je samen en geniet je samen van wat deze plek aan flora en fauna te bieden heeft. In het gouden avondlicht hef ik het glas met wereldreizigers, gesjeesde yuppen, pensionado’s en vissers.

Vandaag blijft de motor staan. Tijd om de omgeving en de branding op me te laten inwerken. Ik besluit naar de oceaan te lopen en sla de vissers gade bij hun bezigheden. De tijd vliegt voorbij. De volgende ochtend verlaat ik deze geweldige plek met iets van weemoed. De snelle onverharde wegen leiden terug naar de Garden Route. Via allerhande meer en minder interessante wegen rij ik naar het ietwat onwerkelijk ogende Greyton. Het stadje is een verzameling van met riet bedekte cottages en nieuwere villa’s. De terrassen van de vele restaurants zitten bomvol. Het straatbeeld is blank en Porsche. Op een straathoek word ik onverwacht aangesproken door Johan. Hij blijkt al meer dan 30 jaar in Greyton te wonen. Hij heeft zijn GS twee dagen geleden verkocht. “Het is mooi geweest”, aldus Johan. De ontmoeting leidt tot een enerverend gesprek over motoren, Zuid-Afrika en het leven zelf. Als ik bij zijn huisje vertrek krijg ik nog een fles ‘witblits’ (soort jenever red.) in mijn handen gedrukt. Het zijn juist dit soort ontmoetingen, die deze reis onvergetelijk maken.
Mijn laatste zandpad voert later die dag over de verlaten Van der Stelpas en zo eindigen ook de laatste stofwolken bij de Theewaterskloofdam. Als ik richting Franschhoekpas rijd, schijnt de zon door enkele wolkengaten langs de bergkammen. Een surreëel lichtspel, tegen de theatrale achtergrond van bergen en dode boomstronken, die als zwarte spiesen uit het laagstaande water steken. Minstens net zo dramatisch is de Franschhoekpas zelf. Vanaf de top zie ik beneden het veel bezochte Franschhoek, omsloten door de hoge bergtoppen. De top van de pas betekent feitelijk ook het einde van deze unieke rondreis, want de volgende dag is slechts een plichtpleging, via drukke wegen terug naar Kaapstad. Bij het zien van de vallei onder me, komen verleden en heden onverwacht bij elkaar. Het dringt onherroepelijk tot me door: sommige liefdes verdwijnen nooit!

Motoplus als app?

Om deze webapp op je telefoon te installeren, klik dan op het icoontje onderaan en klik daarna op Zet in beginscherm.

Om deze webapp op je telefoon te installeren, klik dan op de drie bolletjes rechtsbovenin

en klik daarna op Toevoegen aan startscherm.