Nieuws

Reizen Marokko

Op zoek naar het onbekende, naar een nog altijd enigszins onherbergzame bestemming waarvoor je niet de halve wereld rond hoeft, valt mijn oog op Marokko. Een land waar ik nagenoeg niets vanaf weet, maar dat me op de een of andere manier toch fascineert. Duidelijk dus, het Arabische avontuur tegemoet!

Ons plan is simpel: vliegen naar Malaga, daar de huurmotoren ophalen en vervolgens snel door naar de eigenlijke bestemming: Marokko. Al op eerste dag loopt dat plan grotendeels in de soep. Er woedt een fikse storm in de Straat van Gibraltar en bijna alle veerverbindingen zijn geannuleerd. Uiteindelijk vinden we toch nog een plaatsje aan boord van een schip, dat echter ’s middags vertrekt in plaats van ’s ochtends. Een overtocht van een uur wordt gevolgd door nog eens 2,5 uur worstelen met allerhande papieren aan de grensovergang. Klein bier, want we zijn uiteindelijk toch in Marokko, een reis waar ik al lang naar uitkijk. In gedachten een land van zon en warmte, in werkelijkheid is het donker en regent het. Wanneer ik op een gegeven moment rem, begint direct het ABS te rammelen, zo glad is het. Het is dan ook al laat in de avond wanneer we eindelijk inchecken in ons hotel. Doodmoe vallen we op bed, hopend dat het morgen wat soepeler verloopt.

Dat doet het gelukkig, ook omdat we vandaag alle tijd van de wereld hebben. We hebben namelijk maar één doel: Chefchaouen, een heilige stad in het noorden van het land dat bekend staat om zijn indigoblauwe huizen. Het staat op de Unesco Werelderfgoedlijst en we nemen ruim de tijd om het betoverende plaatsje in al haar facetten te leren kennen.
De volgende dag staat in het teken van een ontspannen rit naar naar Fès. De instructies voor ons navigatiesysteem zijn duidelijk: de gemiddelde snelle weg, met bochten en onverharde wegen vermijden. Daar houdt het navigatiesysteem zich in eerste instantie netjes aan, al gaat het op andere fronten wat minder voorspoedig. We rijden door het Rifgebergte door een soortement van regionaal cannabisbolwerk. Steeds weer springen er mensen op de weg alsof het een kwestie van leven of dood is. Dan het internationaal bekende gebaar voor roken: puff, puff, puff. Men wil ons klaarblijkelijk geestverruimende rookwaar verkopen, waar we niet echt op zitten te wachten. Verspild wordt de waar blijkbaar ook niet, want de geur van wiet blijft ons tientallen kilometers lang achtervolgen. Het is hier blijkbaar volkomen geaccepteerd om wiet te roken in de auto. Ondertussen worden de wegen steeds slechter en blijkt ook het navigatiesysteem een onbetrouwbare partner: 254 offroad kilometers vallen niet mee wanneer je er niet op voorbereid bent. Daarentegen maakt het magische uitzicht over het enorme Al Wahda stuwmeer alles weer goed. Het is wederom diep donker wanneer we onze bestemming bereiken, het motregent bovendien en de wegen zijn spekglad. Maar we zijn in de oude stad Fès!

We beginnen de volgende dag met een wandeling door de oudste en grootste historische stad van Noord-Afrika, dé culturele hoofdstad van het land ook. Een lokale gids neemt ons aan de hand en dat is maar goed ook, zonder hem zouden we helemaal verloren zijn. Zijn oriëntatie is indrukwekkend, net als de stad zelf. Ons enthousiasme groeit met elke stap die we zetten door de levendige steegjes en over de prachtige markt. Zelfs de stinkende, maar kleurrijke leerlooierij maakt indruk Een heerlijke stad gewoon, waar je alleen al moeiteloos een paar dagen kunt verblijven zonder je ook maar een minuut te vervelen. Maar helaas hebben we geen paar dagen, we willen nog veel meer van het prachtige Marokko ontdekken immers…
Zoals Zaouiat Cheikh, een klein stadje in het midden van het land, dat helemaal niet op de planning stond. Wat doen we hier eigenlijk? We zijn een beetje uit koers geraakt, met name omdat het weer ons parten speelt. Het houdt ons weg van de majestueuze bergen met sneeuw in de Hoge Atlas, wat verder naar het zuiden. Dus zetten we eerst maar koers naar het zuidwesten en blijven voorlopig weg van de bergen. De wegen? Lange bochten of eindeloos lange rechte stukken, het Atlasgebergte met besneeuwde toppen aan de linkerkant. Een prachtige omgeving, hartverwarmend mooi. Dit in tegenstelling tot onze accommodatie trouwens, waar alleen koud water is. Voor een liefhebber van een warme douche toch wel een bittere pil na een lange dag rijden. Ook is er geen wifi, maar goed, als dat alles is. Er is immers altijd wel iets.

We zijn al bijna halverwege ons verblijf hier en vandaag gaan we eindelijk de bergen in. We beklimmen de Atlas door weelderig groen met een volgeladen Triumph, die zich langs met kleurrijk plastic vervuilde bermen een weg de hoogte in baant. Voor Midelt wordt het frisjes en trekken we warmere kleren aan bij een modern benzinestation. We hadden graag koffie gehad, maar dat zit er niet in. Vandaag alleen benzine en diesel. En Wifi. Terwijl we aan een pizza zitten, klinkt er een luide knal, inclusief drukgolf, gevolgd door een luide klap. De restauranthouder haalt argeloos zijn schouders op: “Gasexplosie!”, klinkt het droog uit zijn mond.
We rijden verder over de 1.907 meter hoge Col Tizi n’Talghaumt, waarna de Hoge Atlas steeds indrukwekkender wordt. Op de top neem ik een paar foto’s, terwijl Dunja geanimeerd praat met een lokale inwoner. Ahmed blijkt eigenaar van een hotel in Merzouga, dat nog honderden kilometers verderop ligt. Met een charmant accent nodigt hij ons uit: “Ik heb een hotel vlak naast de duinen, waarom komen jullie niet langs. Dan neem ik jullie mee de duinen in op een kameel.” “En snowboarden dan?”, willen we graag weten. Kan ook, en dus is het besluit snel gemaakt. Echter niet zonder op weg naar het zuiden de Gorges du Ziz te hebben bezocht, een waanzinnige kloof net buiten Errachidia.

Een goede vriend, luxepaardje bij uitstek, heeft als lijfspreuk ‘het leven is te kort voor slechte hotelkamers’. Hij zou de nacht die ons te wachten staat waarschijnlijk niet overleven, want zonder het zelf te beseffen ligt één van de aller slechtste nachten ooit in een hotelbed voor ons. In het begin lijkt alles perfect, zelfs onze Triumph Tiger krijgt een eigen kamer. Ons kleine penthouse is heerlijk gelucht, al ruikt het er wel lichtjes naar verbrand plastic. Het is echter ook koud en dus sluiten we de ramen, zetten de verwarming hoger en maken ons op voor een heerlijk authentieke tajine. De mannen beneden zitten in hun caftans bij de open haard. Het eten is heerlijk, en na een verse muntthee gaan we richting bed. De lucht in de kamer is echter niet te hachelen, het ruikt niet meer naar verbrand plastic, maar naar een open riool. De keuze is nu kou of stank. Het wordt het eerste. Met drie lagen onderkleding en onze colletjes tot over de neus opgetrokken en lachen we ons als een stel boeren met kiespijn in slaap!

Of we goed hebben geslapen, wil onze gastheer de volgende ochtend weten. Ik besluit hem de waarheid maar te vertellen, waarna hij naar buiten wijst. Het onweer van gisterenavond heeft de riolering overbelast. Nou ja, maakt niet uit. Veel belangrijker is dat we nog zo’n 160 kilometer voor de boeg hebben en het weer zich vandaag van een heel vriendelijke, warme kant laat zien. We worden al snel begroet door de ruige schoonheid van de Ziz-kloof. Voor de stuwdam Al Hassan Addakhil stijgt de weg naar 1.360 meter, waarna de woestijn merkbaar dichterbij komt om zich vervolgens bij Zouala definitief voor ons te openen. De Ziz-vallei wordt een enorme oase, en dan dienen de fascinerende duinen van Erg Chebbi bij Merzougazich aan. Wat een schitterend schouwspel. Niet veel later checken we in bij Ahmed, onze vriendelijke, toevallige kennis van gisteren. Nog voor het diner maken we de beloofde kameeltocht door de duinen. Dat blijken heel aangename, lieve beesten, heel anders dan de stinkerds die ik had verwacht. Ze hebben een zachte vacht, een zonnig humeur en blijven vaak urenlang staan, zonder enige stress. Zouden wij mensen misschien ook eens moeten proberen. In de duinen zelf heerst niets dan stilte. Kleuren dansen zachtjes in het licht van de ondergaande zon, terwijl de kamelen lange schaduwen trekken in het zand. Een beeld van zinderende ontspanning.

De volgende ochtend vertrekken we bij de eerste zonnestralen. De route leidt ons door het zand, langs een oase, een kamelenkerkhof en uiteindelijk naar het Lac de Merzouga. De plek waar flamingo’s normaal gesproken hun voeten afkoelen is nu droog en verlaten. Al meer dan twee jaar heeft geen druppel regen hier de grond geraakt. Ahmed laat ons kennis maken met de omgeving en de lokale bevolking. Neemt ons onder meer mee naar het lokale cultureel centrum, waar we muziek maken met jongeren. Aansluitend eten we een Berberse pizza in Café Nora, wat de beste maaltijd tot noch toe wordt in Marokko. Als dessert nog een koffie met exotische kruiden, ook niet te versmaden. En dan ’s avonds nog het ‘pièce de résistance’: een rondje sandboarden. Probleem: nog nooit gedaan. Dunja blijkt er wat behendiger in te zijn dan ik, en is als eerste beneden. Ahmed laat echter zien hoe het écht moet en glijdt met duivels gemak zo de duinvallei in. We hebben een onnavolgbaar mooie dag gehad en besluiten daarom nog een extra dag in Merzouga te blijven. Ook omdat Ahmed ons nog meer wil laten zien. Hij neemt ons mee naar een prachtige oase, dat als een levend paradijs middenin de droge woestijn ligt. Vogels tsjilpen, insecten zoemen en een vriendelijke vrouw geeft ons een knapperige wortel. Een plek vol verrassingen en contrasten. Onze excursie voert vervolgens verder naar de levendige markt van Rissani. Ahmed opent deuren naar een wereld die ons blijft verbazen!

De volgende dag nemen we met een zwaar gemoed afscheid van hem en zijn hotel. We laten het zuidelijkste punt, de warmste plek en misschien wel de meest magische sfeer van deze reis achter ons en vervolgen onze weg naar het noordwesten. De weg stijgt en het gevoel van eindeloosheid keert terug. We rijden door een dorp, waar de weg volledig onder water staat. Enkele lokale kinderen gebaren ons om te keren en ze sprinten mee alsof er geen morgen is, enkel om ons de weg te wijzen. Een van hen valt op zijn neus en stoot zijn knie, maar het kan hem niet schelen. Later komen we weer sporen van overstromingen tegen, alleen van een heel andere orde: plastic afval tot aan de horizon. Dan volgt één van de meest bijzondere landschappen die we tegenkomen: de Todra Gorge, of Todghakloof. Niet voor claustrofobische motorrijders. Het natuurspektakel speelt zich af over minder dan een kilometer, waar de rivier zich tot 300 meter diep in de rotsen heeft gesneden en de wanden zich slechts tien meter uit elkaar bevinden. Een machtige kloof, die gedurende de dag van kleur lijkt te veranderen.
Het is niet het enige stukje Unesco Werelderfgoed dat we in de navolgende dagen voor de kiezen krijgen trouwens. Aït-Ben-Haddou, een middeleeuwse versterkte stad waar al menig speelfilm is opgenomen, doen we namelijk een dag later aan!

Aansluitend steken we snel de Atlas over voordat de verwachte neerslag terugkeert. Niet in de vorm van regen, er wordt zelfs sneeuw verwacht op de top van de Tizi n’Tichka pas, op meer dan 2.200 meter hoogte. Er zijn nogal wat wegwerkzaamheden onderweg, al zijn de meeste passages goed berijdbaar. Heel soms stuiten we op een respectabel glad mengsel van klei en water, dat we tot Nutella hebben gedoopt. Het stadje Aguelmous verwelkomt ons met metershoge hopen vieze sneeuw langs de weg en een ondergelopen hoofdweg. Het wordt steeds avontuurlijker. Vlak voor de top van de pas vraagt een gedesoriënteerde Africa Twin-rijder in spijkerbroek en sportschoenen of we zijn collega’s hebben gezien. We moeten hem teleurstellen.
Na de top van de pas verandert het scenario volledig. De zon schijnt op een sensationele bergweg met het beste asfalt. Na ongeveer tien kilometer maakt de weg een flauwe bocht waarna een wirwar van bochten zich voor de volgende 45 kilometer aandient. Een waanzinnig mooi traject!

De volgende dag klettert de regen tegen het raam van de ontbijtruimte van ons hotel. De weerapp belooft beterschap en dus gaan we vol goede moed op weg. Geen zin in de drukte van een grote stad slaan we Marrakech over, gaan direct richting Casablanca en rijden langs de kust verder naar het noorden. Het regent nog altijd en omdat we aan de Atlantische kust zijn aangekomen, is het enthousiasme ook ietwat getemperd. Alles ziet er erg Europees uit en dat is juist wat we niet zoeken. Wanneer we de volgende ochtend de ondergrondse parkeergarage van ons hotel in Kenitra uitrijden, schijnt de zon. Voor even, nauwelijks hebben we de helmen opgezet, of daar meldt Pluvius zich weer. Maar we zien licht aan de horizon, geven gas en lijken de regenrace te kunnen winnen. Tot we twintig kilometer voor de finish alsnog door de natte weerman worden ingehaald.
Het hotel in Asilah, met uitzicht op zee en een warme douche, maakt echter een hoop goed. Net als de vriendelijke Hassan die ons van koffie en cake voorziet. Een lange wandeling door het pittoreske kunstenaarsstadje Asilah zelf, is ook al een hoogtepunt. Dan is het alweer tijd voor de laatste etappe: Asilah, Ceuta en dan per boot terug naar Spanje. Een kleine driehonderd kilometer, waarbij we net voor Ceuta nog worden getrakteerd op de beste bochten en eersteklas asfalt. Eenmaal op de veerboot hoor ik op de radio: ‘Marokko, het land van 3.500 zonuren per jaar’. Het lijkt erop dat we op de een of andere manier die resterende 700 uur hebben weten te vangen…

Gerelateerde artikelen

Eerste Test Kove 450 Rally

Eerste Test Kove 450 Rally

18 juli, 2024

Anderhalf jaar geleden debuteerde het Chinese Kove uit het niets uitstekend in de Dakar Rally. De tweede rally ...
Direct meer lezen? Neem een jaarabonnement
  • Direct toegang tot het digitale archief met meer dan 350 magazines.
  • 24 uitgaven per jaar
  • Elke twee weken thuis in de bus
Direct toegang aanvragen
Een jaar MotoPlus voor slechts 55,-