+ Plus

Interview Ten Kate-teammanager Kervin Bos

Een achterstand bij de openingsrace, een nieuwe coureur, monteurs die hun vakantie lieten schieten – bij de terugkeer van Ten Kate Racing in het WK Supersport moest het team uit Nieuwleusen hobbels overwinnen. Dat lukte. Dominique Aegerter won tien races, stond zestien maal op het podium en werd Ten Kate’s tiende Supersport-wereldkampioen, de eerste van het team met Yamaha. Teammanager Kervin Bos blikt terug op een kampioensjaar en kijkt vooruit naar een seizoen met nieuwe regels. “Wij hebben er voor gevochten om de nieuwe regelgeving vooruit te schuiven.”

Terug in het WK Supersport, wat vast niet helemaal jullie aanvankelijke plan was…

Kervin Bos: “Nee. Ik moet zeggen dat het best wel pijn deed toen we dit beslisten. Vooral voor Gerrit was het wel een ‘big thing’. Toen we stopten met Honda, was mijn eerste voorstel om terug te gaan naar het WK Supersport, omdat ik dacht dat we daarin zouden kunnen excelleren. Toen kwamen we vrij snel in gesprek met een potentiële hoofdsponsor, waarop Gerrit zei ‘kijk maar hoe je het doet, maar we doen Superbikes’. Dat hebben we twee jaar gedaan en we zijn nog steeds met die sponsor in gesprek, maar dat konden we niet volhouden. Met heel veel pijn en moeite hebben we de ‘company vision’ kunnen omturnen naar het WK Supersport, en dat heeft geresulteerd in een wereldtitel. Maar daar hebben we wel heel veel voor moeten doen. We hebben veel blokken gemaakt voor klanten, maar dat is toch totaal iets anders dan wanneer je er zelf mee gaat racen. Steven Odendaal reed vorig jaar (2020, red.) met eenzelfde soort pakket bij EAB Racing, waar wij bij betrokken waren. Maar dat pakket was niet winnend. Het was niet heel anders dan wat we nu hebben. Maar als je er met je eigen mensen mee aan het werk gaat, kom je in één keer achter honderdduizend dingen, die je anders niet zou uitvinden. Bij de eerste wedstrijd hadden we gewoon niet voor elkaar. We hadden een concept waarbij we topvermogen hadden opgeofferd, maar dat wel heel goed was voor de banden en de pace. Toen we in Aragon kwamen, was het heel pijnlijk om te ervaren dat we niet snel genoeg waren. Toen hebben we ‘m hier nog eens in de zesde versnelling gegooid en twee raceweekends later wonnen we beide races vanaf pole (in Italië, red). In totaal hebben we dit jaar vier verschillende specs blokken gebruikt. Nu hebben we de touwtjes helemaal zelf weer in handen en dat was in het WK Superbike anders, helaas. Dat kwam ook omdat de elektronica daar zó complex is, en wij denken hier de mensen in huis te hebben die dat kunnen bij sturen, maar dan moet je wel de volledige medewerking van de fabrikant krijgen. Daar had Yamaha duidelijk een andere visie over. En als je dan op een gegeven moment op de deur staat te kloppen, dan weet je dat je niet hetzelfde spul gaat krijgen (als het Crescent Yamaha Team, red.). Hebben we nu op zondag een probleem op de baan, dan zitten we er hier maandagochtend om kwart voor acht bij de koffie over te praten en om kwart over acht gaan we er mee aan de slag.”

Jullie hoopten Yamaha’s WK Superbike-fabrieksteam te kunnen worden. Dat is niet gelukt.

“Klopt. Ik denk dat we qua prestaties gedaan hebben wat we konden. Maar het was duidelijk dat onze timing met het instappen niet ideaal was. Als wij gingen presteren, werd dat contract verlengd. Het was lastig om dat te accepteren, want we willen hier in dit bedrijf ook zó graag winnen. Maar soms moet je je koers aanpassen en een stip op de horizon zetten waar je naar toe wilt. Ik ben er van overtuigd dat we daar weer gaan komen. Maar willen we terug naar het niveau dat we gewend waren, dan moet je wel de volledige support van een fabrikant hebben.”

Hoe leuk is Supersport?

“Leuk. Je merkt dat Superbike que intensiviteit veel zwaarder is. Daarom hebben we er in het WK Supersport juist een schep bovenop kunnen doen. Omdat we als het ware met overcapaciteit zaten. De druk die je hebt in het WK Superbike, van ’s ochtends acht tot je naar bed gaat, is crazy. In het WK Supersport wordt er minder gereden. Dat resulteert in zó veel meer tijd. Puur vanuit mijn competitieve hart zeg ik dat je altijd streeft naar het hoogst haalbare en dat is bij ons het WK Superbike. Maar als ik het vuur zag bij onze jongens die hun zomervakantie hebben opgegeven….”

Je had met Dominique Aegerter een snelle coureur, maar wel iemand die nieuw was in de klasse.

“Daarom kwam het ook niet vanzelf. We hebben we er echt samen de schouders onder moeten zetten, ook Dominique. Mensen vergeten ook dat we moesten opboksen tegen teams die al vijf, zes jaar met Yamaha werkten en die kennis komt je niet zo maar aanwaaien, weten wij uit eigen ervaring. Dus we waren wel heel trots dat we het twee wedstrijden voor het einde al af konden maken – ondanks het feit dat Domi het weekend in Barcelona moest missen vanwege (eerder aangegane, red.) MotoE-verplichtingen. Die verplichtingen hebben bij ons en ook bij hem voor een focus gezorgd die we anders misschien niet hadden bereikt. Dominique is in dit verhaal ook heel belangrijk. We hebben met heel veel rijders gesproken en kwamen er al snel achter dat je, wanneer je blanco in zo’n project stapt, het karakter van de rijder ook bij het team moest passen. We wisten vanaf het eerste moment dat zijn deelname in de MotoE ook in de lucht hing, maar het gevoel dat we met hem hadden – hij is sociaal, loopt hier vriendelijk rond, was ontroerd toen we hem als beloning voor de titel een motor gaven – dat hadden we nodig om verder te komen. Samen. Ik denk dat we dat niet heel snel met een andere coureur kunnen doen. De dubbele wedstrijden dit jaar waren voor ons ook nodig om die inhaalslag te maken.”

Hoe beoordeel je de concurrentie in het WK Supersport? Het is, met alle respect, een veredelde Yamaha Cup. Wordt het in 2022 anders met de nieuwe reglementen?

“Ik denk dat de competitie van een hoog niveau was. Volgend jaar wordt het inderdaad anders. Heel spannend, voor iedereen. Ik snap waarom de organisatie het doet. Zij zien ook dat er iets nodig is om de klasse te behouden. Het enige probleem is, naar onze mening als Ten Kate, dat ze de andere fabrikanten niet echt de tijd hebben gegeven om te reageren op de komst van de Ducati. We weten nu al dat Yamaha over twee jaar met iets komt wat in de (vernieuwde) klasse past. Dorna en de FIM hadden moeten zeggen ‘in 2023 zijn dit de reglementen; dan moet je klaar zijn’. We werden een beetje overdonderd. Het is heel raar dat Ducati komt met een 955 twin die het opneemt tegen een 600 cc-viercilinder. Theorethisch gezien kan dat niet vergelijkbaar zijn. Wij verwachten dat de klasse voor alle merken heel competitief kan zijn, als de FIM ook doet wat ze zegt. Het is alleen de vraag hoe goed de FIM haar werk doet. Om de twee wedstrijden komen er net als in het WK Superbike evaluaties en in het reglement staat dat deze zogenoemde ‘next generation bikes’ direct na twee wedstrijden (weekenden, red.) sneller of langzamer kunnen worden gemaakt. Wat ons hoop geeft is dat de blokken honderd procent standaard moeten zijn. De ECU wordt gecontroleerd door de FIM, en zij kunnen zo het vermogen afstemmen op dat van een R6. De originele Ducati-straatmotor zal dus sneller zijn dan de machine in het WK Supersport. Of het dan interessant is voor een fabrikant, moet nog blijken. Maar anders zou het nooit eerlijk zijn. De blokken worden bij dezelfde fabrikant gemaakt – net als in de Moto2 – en op elke race is een dynobank. De complete top 10 gaat op de dyno: wijkt er één af, dan wordt hij gediskwalificeerd. Alle 600’s houden het reglement zoals het is. Wat ons vertrouwen geeft, is dat topvermogen en koppel nooit boven dat van een R6 uit zullen komen. Maar we weten hoe creatief men bij Ducati kan zijn en dat wordt ook hét aandachtspunt. Wij, vooral Yamaha, hebben er keihard voor gevochten om de nieuwe regelgeving nog wat vooruit te schuiven. Niet omdat Yamaha bang is voor competitie, maar meer om een eerlijke kans te hebben. Had Yamaha dit twee jaar eerder geweten, dan had men daar ook eerder op in kunnen spelen. ”

Jullie hadden Galang Hendra Pratama afgelopen jaar nodig om budget in te brengen. Druist dat niet tegen jullie gevoel in? Je wilt toch vast het liefst een competitief team hebben.

“Absoluut. Maar we komen uit een faillissement en een doorstart. Als zaak moeten we ook eerst weer body creëren. De eerste stap was om een kampioen te leveren en de tweede stap was om die kampioen te behouden. De volgende stap wordt om de rijder naast Dominique zo competitief mogelijk te maken. Prioriteit voor hem in 2022 is ook het WK Supersport en niet meer de MotoE; zo is het vastgelegd. Het budget dat we van de tweede rijder moeten krijgen, proberen we dus steeds te reduceren. We hebben nu nog steeds een rijder nodig die geld meebrengt, maar we willen toe naar twee Dominique Aegerters.”

Gerelateerde artikelen

Vergelijkingstest 3 bagger cruisers

Vergelijkingstest 3 bagger cruisers

reactie(s) - 12 mei, 2022

BMW blijft de R18-familie uitbreiden. Na de cruiser, de Classic en toerfiets Transcontinental volgt de B (van ...
Occasion Kawasaki Vulcan S

Occasion Kawasaki Vulcan S

reactie(s) - 12 mei, 2022

Het motorleven kan zo heerlijk ongecompliceerd zijn: opzadelen en wegrijden zonder je zorgen te maken. Cruisen in ...
Eerste Test Ducati DesertX

Eerste Test Ducati DesertX

reactie(s) - 12 mei, 2022

De DesertX markeert Ducati’s uitbreiding naar nieuwe, onontdekte gebieden. De eerste moderne Ducati met een ...
Eerste Test Royal Enfield Scram 411

Eerste Test Royal Enfield Scram 411

reactie(s) - 12 mei, 2022

De eigenzinnige Himalayan krijgt er een eveneens totaal afwijkend naked-broertje bij. De Scram 411 deelt frame, ...
Direct meer lezen? Neem een jaarabonnement
  • Direct toegang tot het digitale archief met meer dan 350 magazines.
  • 24 uitgaven per jaar
  • Elke twee weken thuis in de bus
Direct toegang aanvragen
Een jaar MotoPlus voor slechts 55,-