+ Plus

Interview Leen Verbeek

Het is niet alledaags, een Commissaris van de Koningin die motor rijdt. Als je aan zo’n functie denkt, zie je een nette heer in pak voor je en geen eigenwijze motorrijder. Maar de provincie Flevoland heeft er één: Leen Verbeek.Zelf vindt hij het niet zo bijzonder. Verbeek rijdt zijn hele leven al motor. “Jan Terlouw reed ook motor”, zegt hij meteen, maar hij moet toegeven: geen één van zijn huidige collega’s zit regelmatig op de motor. En hijzelf eigenlijk ook veel te weinig. “Ik gebruik mijn motor voor recreatie, niet voor woon-werkverkeer. Tot november vorig jaar was ik burgemeester van Purmerend en ook toen reed ik niet veel. Dat kwam er niet van in die baan. Daarvoor juist wel. Ik heb negen jaar lang een eigen bedrijf gehad en zat altijd op de motor. Zeker in de Randstad was dat handig. Mijn motorbestaan is dan ook heel wisselend. Soms rijd ik heel intensief, dan weer een periode heel weinig.” Zijn BMW K1200LT heeft, sinds de aanschaf in 2002, ‘nog maar’ 90.000 kilometer op de teller…Het is nu, als Commissaris van de Koningin, ook eigenlijk niet te doen, meent hij. Soms moet hij meteen van huis uit naar overleg in Den Haag en kom dan maar eens in je motorpak aanzetten. Daarbij heeft hij altijd veel papierwerk en dossiers mee te nemen. Daarbij heeft hij natuurlijk een representatieve functie en een lintje doorknippen in motorpak komt niet echt over. Maar toch weet hij af en toe zijn motor met zijn functie te combineren: zo opende hij half april het Tulpenfestival in Creil, op zijn eigen motor, met de Tulpenkoningin achterop.Het begon allemaal met een 200 cc Sparta uit 1954, via ‘de gebruikelijke route’. “Ik sleutelde al aan crossbrommers. Tja, en dan word je 18 en dan wil je een motor. Ik kreeg ‘m van mijn oom, die was zeeman.” Zo’n zeven jaar heeft hij op zijn Sparta rondgejakkerd, zoals hij het zelf noemt. “Hij ging maar 90 km/uur, maar je had het idee dat je heel erg aan het jakkeren was. Ik maakte tochten vanuit Eindhoven naar Friesland. Het was de tijd dat rijkswegen net werden aangelegd. Na Zwolle bestond de weg alleen maar uit keitjes. Dat je heel Europa door kon, daar had je toen nog helemaal geen idee van.”Het jakkeren ging, naarmate hij ouder werd, over naar het toeren. “Op een gegeven moment ben je er klaar mee en wordt het toeren interessanter”, stelt Verbeek. Eerst met een BMW K75S, die werd opgevolgd door een K100RT. En sinds 2002 rijdt hij op een K1200LT. “BMW beviel meteen en dat ben ik ook altijd blijven rijden. Het merk is betrouwbaar. Als je het onderhoud op peil houdt, kan je er jaren van genieten.” Dat genieten heeft ook altijd gedaan, niet alleen solo, maar ook met zijspan. “Dat was eigenlijk een logisch gevolg van kinderen krijgen. Ik wilde blijven rijden en de kinderen meenemen, dus er kwam er een zijspan aan. Eerst een Bender, later een EML.” Twee jaar geleden nog reed hij zo nog met zijn jongste zoon naar de Noordkaap. “De wegen waren wel een stuk verbeterd sinds de laatste keer dat ik in Scandinavië was. Dus op de terugweg hebben we geregeld omgereden om niet te vroeg weer thuis te zijn”, lacht hij. Nu rijdt Verbeek weer solo, zijn kinderen zijn te groot voor in het zijspan en hij heeft ze niet kunnen aansteken met het motorvirus. “Motorrijden wordt ook steeds duurder, voor starters is het bijna onbetaalbaar. En ook het onderhoud is een kostenpost”, verklaart hij.Zelf sleutelen doet hij ook niet meer. “De techniek van tegenwoordig is zo ingewikkeld, daar begin ik niet meer aan. Ik breng ‘m weg voor een grote beurt en ze weten daar ook dat ik hem niet terug wil voordat’ie weer tip top in orde is.” Motorrijden noemt hij plezierig. “Als je motorrijdt, ben je onderdeel van het landschap. Daarom mag ik graag motorrijden. Langdurig op een camping zitten is niks voor mij, ik reis om verder te komen. Daarom heb ik ook een type motorfiets, waar dat mee kan. Ik ben ook een fan van grotere ritten. Zo’n duizend kilometer per dag, dat is goed vol te houden.” Vaak stapt hij vrijdag op de motor en gaat een weekendje passen rijden in de Alpen, de Pyreneeën, in het Zwarte Woud of rond de Moezel. Of hij gaat een weekend naar Zweden, ‘want dat is maar 700 kilometer’: “Even de drukte uit je hoofd. Via de snelweg tot aan Koblenz, daar eraf en rivieren volgen, tot in Frankrijk toe. Dan kom je op de meest gevarieerde plaatsen. Ik noem dat dwarrelen met de motor. Ik wil niet al te strak vastzitten aan een route. Wegzoeven over de snelweg en dan willekeurig afslaan, dan kom je op de meest onverwachte plekken!” En je zou het wellicht niet verwachten van een Commissaris van de Koningin, maar het liefst gaat hij op pad met een lichtgewicht tentje, een gasstelletje, een slaapzak en een paar kleren. “In Zuid-Frankrijk heb je enorm verlaten gebieden. Geen camping of wat, het is daar echt ontvolkt. Dan zet ik mijn tentje ergens neer in een weiland, niemand die het merkt.”Een TomTom heeft hij wel. “Nog wel de eerste versie, maar die is goed genoeg. Ik gebruik haar soms om de route op tijd te plannen, maar vaak ben ik het oneens met haar. Ik heb de ervaring dat zo’n apparaat te belemmerend werkt. Als je je er teveel aanhoudt, dan kom je niet op die onverwachte plekken. Daarbij zijn wij motorrijders een eigenzinnig volk, die het vaak beter menen te weten. Om die TomTom goed te gebruiken, moet je je over een drempel heen zetten. Het is als de ideale vrouw”, grapt hij. “Je gaat je eigen weg, zij zegt nog een paar keer ‘keer om, keer om’, maar uiteindelijk legt ze zich erbij neer. Ze vindt dan wel weer een andere route die we samen kunnen volgen…”Wonend in Purmerend, is de provincie Flevoland voor Verbeek een nieuw gebied. “Het is een leuke provincie om te toeren, voor een middagje. Het is een bijzonder landschap, want het is nieuw land. Lange polderwegen, jonge aanplant. Denk aan de Oostvaardersplassen, het Hosterwold, de koolzaadvelden. Door de tijd heen zie je het land ontwikkelen. De jonge boompjes zijn uitgegroeid tot ontwikkelde bossen. Over de dijken rijdend tussen land en water, dat kan alleen in Flevoland. Zo kan je het polderland, waar Nederland om bekend is, zelf ervaren.”Maar voor een lange afstandrijder als Verbeek is Flevoland eigenlijk te klein. “De klassieke ritjes zoals langs de Deltawerken of een rondje IJsselmeer, dat doet iedere motorrijder eens in de zoveel tijd. En een hoekje Flevoland meenemen in zo’n klassieker is echt een mooie variatie.”Flevoland heeft niet een speciaal beleid voor motorrijders, maar er is veel aandacht voor het vergroten van de veiligheid in het algemeen. “De lange polderwegen zijn mooi, maar ze kunnen ook polderblindheid veroorzaken. Je zit in een roes, alsmaar rechtdoor. Je vergeet dan te reageren als de weg een bocht maakt.” Vandaar dat de provincie werkt aan grovere zijkanten, zodat een motorrijder of automobilist merkt dat hij te dicht bij de zijkant komt, aan kattenogen en aan een betere overgang tussen weg en berm.Verbeek heeft momenteel geen grote ritten in zijn planning staan, maar zegt hij, “Meestal is het een impuls. Dan is het ineens hoog tijd en moet ik gaan.” Aangezien hij nog niet zo lang Commissaris van de Koningin is, heeft hij nog heel wat te verkennen in zijn provincie. Hij boft dat de chauffeurs in dienst van de Provincie ook allemaal motorrijden. Binnenkort staat hem dan ook nog een motorrit te wachten door de provincie, om kennis te maken met de diverse politie- en brandweerkorpsen. “Dat is dan weer een mooi excuus om ook als Commissaris van de Koningin toch weer even op mijn motor te rijden.”[[streamers]]ALS JE MOTORRIJDT, BEN JE ONDERDEEL VAN HET LANDSCHAP.EEN TOMTOM WERKT TE BELEMMEREND, JE KOMT ER NIET MEE OP DIE ONVERWACHTE PLEKKEN.[[kasten]]FLEVOLAND ONTDEKKENDe Nieuwlandroute is een mooie route om Flevoland te ontdekken: de route voert ver onder zeeniveau door de dynamische geschiedenis van Neerlands jongste provincie en laat je beleven hoe afwisselend Zuidelijk Flevoland eigenlijk in elkaar zit. Je ervaart vooral de bijna on-Nederlandse afmetingen: een groot natuurgebied, grote nieuwe steden, grote loofbossen en groots landbouwgebied. De Oostvaardersdijk is een heel interessant onderdeel van de route, want daar heb je aan beide zijden een verre horizon en veel water. Zeskantige routeschildjes wijzen de weg langs de gehele route, die begint in Lelystad.In vogelvlucht start de route via de Stationsdreef in Lelystad langs de Batavia en het Werkeiland Lelystad-Haven. Via de Oostvaardersdijk en het natuurgebied Oostvaardersplassen, gaat de route naar Almere, over de Hoge Ring naar Almere-Stad naar Almere-Buiten. Daarna door naar de Almeerderhout en vervolgens via de Gooimeerdijk en de Eemmeerdijk naar het Hulkesteinsebos en door langs het Erkemederstrand en het Horsterwold naar het dorp Zeewolde. Daarna komt de route via het bedrijventerrein Trekkersveld en de Vogelweg bij het landschapskunstwerk Aardzee. Het laatste traject is het Knarbos en dan gaat het via de Luchthaven (Aviodrome) terug naar Lelystad.Voor wie nog meer wil toeren in Flevoland is er ook nog de Zeebodemroute, deze is ouder dan de Nieuwlandroute en laat grote stukken van de Noordoostpolder en van Oostelijk Flevoland zien.

Motoplus als app?

Om deze webapp op je telefoon te installeren, klik dan op het icoontje onderaan en klik daarna op Zet in beginscherm.

Om deze webapp op je telefoon te installeren, klik dan op de drie bolletjes rechtsbovenin

en klik daarna op Toevoegen aan startscherm.