+ Plus

Hugo Pinksterboer – één zijn?

Er werd heel wat afgediscussieerd, de laatste tijd. Heb ik het niet over het motorhatende deel der natie en hun mening over ons dijkgedrag, maar over motorrijders onderling. Over al die mannen en vrouwen die het over zo vreselijk veel dingen zo vreselijk oneens zijn, maar die wel naar elkaar blijven zwaaien.

Van die onderlinge discussies krijgt de buitenwereld maar weinig mee. Soms is dat jammer, want zo krijgt elke brave borst op een even brave BMW dezelfde kwaaie blikken toegeworpen als de minder brave borsten die die blikken veroorzaakten. Soms is het ook maar goed, omdat we als motorrijders voor een heel groot deel toch dezelfde belangen hebben. Dan zou het toch zo gek niet zijn als je samen één front zou kunnen vormen. Zit dat erin? Ik vrees het ergste. Maar ik blijf wel zwaaien.

Toen ik als kersvers zijspanner voor het eerst deelnam aan de Nieuwenoord Motorrun viel mijn bek open. In eerste instantie door de zotte variatie aan zijspancombinaties, maar nog veel meer toen ik met hun berijders kennismaakte. Stuk voor stuk mensen die een weekend vrijmaken om mensen met een beperking even van de vrijheid te laten proeven. Stuk voor stuk leden van de zijspansubcultuur die nog geen driekwart procent van de Nederlandse motorrijders uitmaakt. En stuk voor stuk complete individuen, waarvan er vast een stel op een politieke partij stemt die de mijne niet is en waarvan een ander deel gek wordt van de muziek die ik draai. Maar we zwaaien wel naar elkaar, natuurlijk.

Toen het april en mooi weer werd, barstten de motordiscussies in alle hevigheid los. Tussen dijkrijders en dijkbewoners, maar ook tussen al die motorrijders. Waar de ene club riep dat je op die dijken niks te zoeken hebt, zeker niet in deze periode, beriep de rest zich op z’n vrijheid. Waar de een gas terugnam op diezelfde dijken, deed de ander er een schep bovenop: die dijkbewoners zijn azijnpissers die wisten waar ze aan begonnen toen ze dat huis kochten, of niet soms? En waar sommige motorrijders die dijken meden omdat ze geen zin hebben tussen al die andere recreanten door te slalommen, waren er anderen die op Facebook riepen dat ze het volgende peloton wielrenners het liefst van hun fietsen trapten. Maar als die motorrijders elkaar onderweg tegenkomen, steken ze wel hun hand op, gok ik zo.

Even later stonden de kranten vol met het RAI-voorstel om het automobilisten makkelijker mogelijk te maken om op een A1-motor te stappen, iets waar ik acht weken terug op deze pagina al over schreef. De reacties waren weer niet van de lucht. Met name op Facebook regende het opmerkingen van motorrijders die het een levensgevaarlijk plan vonden, waarbij je je kunt afvragen of een forens die dagelijks op z’n 125 rijdt meer risico’s loopt dan de mannen en vrouwen die hun tweewieler alleen voor die dijkritjes inzetten. Andere motorrijders ergerden zich over het feit dat die automobilisten dan cadeau zouden krijgen waar zij zo hard voor hadden moeten werken, terwijl er van cadeaus geen sprake was. Er waren er ook die vonden dat je dan als A-bezitter net zo makkelijk aan je B zou moeten kunnen komen – maar in de 1,5-metersamenleving moet het motorgebruik wel, en autogebruik juist niet gestimuleerd worden. En ik zwaai naar al die motorrijders, want op twee wielen kan hun mening me veel minder schelen.

Op drie wielen ook niet, overigens. Volgens mij wordt er als ik met m’n zijspan onderweg ben niet minder vaak naar me gezwaaid dan wanneer ik op mijn GS of een andere motor zit, maar ik heb het nooit geteld. Dat ben ik wel eens van plan geweest: een paar dagen een forenzenroute rijden op die GS en een paar dagen diezelfde route op een MP3, en dan kijken of die woonwerkrijders stoppen met groeten als je als afvallige op zo’n driewielscooter zit. Want zo word je wel vaak gezien, ben ik bang. En we groeten niet natuurlijk geen mensen, onderweg. We groeten naar de bestuurders van ons vervoer. Soms nog onder voorwaarden ook. Dan wordt er alleen gezwaaid als je op hetzelfde merk rijdt, of er wordt niet gezwaaid als je geen handschoenen draagt. En er zijn er ook die helemaal niet groeten. Jou niet. Mij niet. Niemand niet. Het zij zo. Ik blijf het doen, vooral omdat het naast die motorliefde het enige lijkt dat ons bindt – en dat zou ik het liefst behouden.

Motoplus als app?

Om deze webapp op je telefoon te installeren, klik dan op het icoontje onderaan en klik daarna op Zet in beginscherm.

Om deze webapp op je telefoon te installeren, klik dan op de drie bolletjes rechtsbovenin

en klik daarna op Toevoegen aan startscherm.