Hugo Pinksterboer – BMW-leed

« Terug naar magazine

Een maand geleden schreef ik op deze bladzijde dat ik eigenlijk nooit voor viercilinders ga – maar het kan zomaar anders lopen dan je denkt. Zelfs in een week of wat.

Eind augustus was het hoog tijd voor een grote beurt voor mijn oude zijspan. Het oorspronkelijke plan om dat samen met twee ervaren vrienden te doen liep stuk op agenda’s, weersvoorspellingen en ander ongerief. Naar de garage dus. De rekening die volgde was redelijk gepeperd, met speciale vermelding voor de tijd die gestoken werd in het losbreken van allerlei ernstig vastgeroeste bouten en moeren. Buitenslaapster, inderdaad. Effectief was de ingreep wel, want mijn verre van sublieme Brembo-remmen uit begin jaren ’80 hadden opeens zo veel stopkracht dat mijn voorband al snel blokkeerde. Dat bracht me op het sluwe idee om nog maar ’s te kijken hoe lang die band er al onder zat. Dik veertien jaar, dus, Eikel. Natuurlijk weet ik dat banden door ouderdom aan grip verliezen, maar ik vergat die kennis zelf toe te passen. Ken je dat? Online twee nieuwe autobandjes besteld, en die er door mijn garage onder laten sleutelen. Waren ze zomaar twee uur mee zoet, omdat ook die wielen muurvast zaten, maar het resultaat was wel dat ik voor het eerst ook echt een vertraging voelde, als ik remde. Pure winst, leek het.

Puur verlies, bleek het. In de weken na de operatie begonnen de zweterige rubbers van de stoterstanghuizen van mijn R80 bij elke stop echte druppels te laten vallen, en er lekte opeens ook olie uit de oliedruksensor. Dat de koppeling onder handen genomen moest worden, was eerder al merkbaar. Hij was aan het eind van zijn afstelmogelijkheden en kwam niet meer goed vrij. Maar omdat mijn span verder alles perfect deed en net die beurt nog had gehad, reed ik vol goede moed richting de perfecte man voor deze klus. Iemand die uit liefde aan dit oude spul sleutelt, ook als er een zijspanbak aan hangt. Een week later mailde hij me. BMW-leed, zo luidde de titel, en ik kon hem bijna hier horen zuchten. Een kleine greep uit zijn verhaal? Om die rubbers te vervangen moesten de koppen eraf, dus ook de uitlaatbochten. Toen dat eindelijk gelukt was, bleek er geen draadeind voor de wartels meer op te zitten en waren de bochten zelf gesneuveld. De koppelingsplaat was nog goed (hoezee!) maar de drukgroep was naar de Filistijnen. Er zat roest en gruis in de koppeling en de versnellingsbak. De carterontluchting lekte, net als de keerring van het vliegwiel. De speling op de zuigerveren was te groot, de pen van het axiaallager ontbrak, het blok hing half los in het frame doordat oorspronkelijk ronde gaten ovaal uitgesleten waren… En wist ik zeker dat ik er niet onlangs mee in een Amsterdamse gracht beland was? Dat leek hem de enige verklaring voor de ernstig verwaterde kleur van de twee maanden geleden ververste olie in blok en cardan. Weggegooid geld dus, die grote beurt.

Toch ligt hier nog een fijn project. Maar niet voor mij. Dit is een zijspan voor iemand die er zelf mee aan de slag kan. Dat had ik graag willen zijn, maar ik mis de kennis, het inzicht en de schuur, om maar wat te noemen. Helaas, want ik was in die zes jaar gehecht geraakt aan dat kleine blauwe span dat probleemloos een drumstel, een fiets en een passagier vervoerde. Aan die dertig jaar oude machine die in me in zes jaar tijd maar twee keer liet staan: de eerste keer met een gebroken overbrenging tussen pook en bak, en de tweede keer met een hevig lekkende benzineslang. Van zo’n ding ga je houden. En van zijspanrijden ook. De bochten minimaal even fascinerend als op twee wielen, dezelfde wind in je gezicht, dezelfde lucht in je neus, datzelfde gevoel van deel te zijn van je omgeving, in plaats van ‘m als op tv aan je voorbij zien trekken. Maar niets komt zonder nadelen. Betaalbare tweedehands zijspannen moet je zoeken, om er maar ’s eentje te noemen. En ja, bijna elk zijspan is uniek, wat helaas ook betekent dat 80% van het aanbod meteen afvalt. Drumstel mee? Vergeet het maar. Toch moet dat. Net als mijn kind natuurlijk, vaak met haar fiets. Tijd voor concessies, dus. Het werd een vierpitter. En dan wel eentje die niet alleen vier cilinders, maar tot overmaat van ramp ook nog vier wielen heeft. Ik kan alles weer meenemen – maar mens, wat is het saai. Zegt niks over het ding zelf, want ik heb dat met elke auto die ik ooit reed. ’t Is maar voor tijdelijk, houd ik mezelf dus voor. Ik ben op zoek, weet ik. En voor de liefhebber heb ik nog iets in de aanbieding…

Motoplus als app?

Om deze webapp op je telefoon te installeren, klik dan op het icoontje onderaan en klik daarna op Zet in beginscherm.

Om deze webapp op je telefoon te installeren, klik dan op de drie bolletjes rechtsbovenin

en klik daarna op Toevoegen aan startscherm.