+ Plus

Yesterdays Motorcycles

Yesterdays, het zou zomaar een naam van een trendy winkeltje in het centrum van Amsterdam kunnen zijn. Zou kunnen. Een stukje oud Amsterdam tussen de Prinsengracht en het Singel, waar chic zich afwisselt met jazzy en oud Amsterdam. Van alles te koop: mode, brocante, prullaria, tweedehands kleding, maar ook dure schoenen en sieraden. Met Yesterdays ga je al snel terug in de tijd van The Beatles, Charles Aznavour en nog verder terug. Maar deze Yesterdays is voor liefhebbers van klassieke motorfietsen en die ga je niet in Amsterdam vinden, want hiervoor moet je in Limburg zijn.

Om precies te zijn in Nederweert, op de Pannenweg 260. Uitgebreid te bezichtigen op het internet, maar ondanks dat de site zeer uitgebreid is en een goed beeld geeft van Yesterdays, is de zaak in werkelijkheid vele malen mooier. Sfeervol. Heel echt en zelfs overweldigend van inhoud en opzet. Onmogelijk omdat in één keer in je op te nemen. Indrukwekkend en mooi aangekleed met relikwieën uit het motorverleden. Posters aan de muren, vitrines met (oude) speciale onderdelen, paspoppen met motorkleding uit de vorige eeuw. Zoveel motorsnuisterijen, nog niet eerder gezien. Zelfs een compleet ingerichte werkplaats, zoals een oude motorsmidse er moet hebben uitgezien. Hier zijn duidelijk motorliefhebbers aan het werk geweest, en nog aan het werk.
Een museum. Zoiets al het Rijksmuseum? Nou, dat weer niet. De Nachtwacht lijkt me niet te koop, een ander Rembrandje dan? Ook niet. De liefhebbers die hier komen zijn kenners, op zoek naar iets speciaals om te kopen en dat vind je hier wel. Of te bezichtigen. Wil je dit alles eens zien, dan vooraf telefonisch afspreken. Geen schoolreisjes, geen rennende kindjes die overal aan zitten met hun handjes. De juf is wel welkom, dat dan weer wel, liefst met motorlaarsjes aan. Denk niet dat het ‘zwakke geslacht’ te zwak is om op een motorfiets te kunnen rijden en derhalve geen interesse in deze vintage motoren zouden kunnen hebben. Bij de Classic Racing Team en Historische Motorsport Vereniging rijden de zusjes Sharina en Solène van der Stam op 50 cc Kreidlers vooraan mee. Jonge meiden die er ook nog eens perfect uitzien in een raceoverall en Sarina is tevens TT Grid Girl in Assen geweest, in een strak jurkje en op high heels met een parasol in haar knuistje om coureur Axel Pons droog te houden.
Uitzonderingen bevestigen de regel, maar het merendeel van de bezoekers dat zijn mannen, motorliefhebbers, verzamelaars, nieuwsgierigen en motorhandelaren. Ja, die laatste categorie komt hier ook en niet de minste. Sammy Miller bijvoorbeeld, een wereldberoemde trialrijder, maar vooral zakenman. Inmiddels 83 jaar oud, maar nog altijd bijzonder actief. Kan ook niet anders, een bekend Hilversums motorhandelaar oreerde ooit: “Een ex-motorhandelaar bestaat niet. Eens een motorhandelaar, altijd een motorhandelaar.” Sammy Miller bewijst zijn gelijk en runt al sinds 1964 het gelijknamige motormuseum in New Milton, Engeland. Het bezoeken waard, maar dan moet je wel entree betalen. Dat hoeft in Nederweert niet en van tevoren aangemeld, kan een kopje koffie (een tas koffie in het Limburgs) er ook nog wel van af. De echte passie komt hier duidelijk van binnenuit komt.

Wanneer je stamt uit een tijd dat de motorfiets voor de arbeidersklasse het dagelijkse vervoer vormde omdat een auto gewoon onbetaalbaar was, dan behoor je tot de AOW’ers, dat moge duidelijk zijn. In de stad, zoals Amsterdam, had je trams als openbaar vervoer, de fiets of de benenwagen. Om de zomerse benauwde stadslucht te ontvluchten, hadden mijn ouders een buitenhuisje in het Gooi. Hetgeen neerkwam op een tenthuisje op het Fransche Kamp op de grens van Bussum en Hilversum, zoiets als Bakkum bij Castricum. Vele Amsterdamse gezinnen brachten op zulke ‘buitenplekken’ de zomer door. Vaak van 1 april tot 1 september, vervolgens werd de boel weer opgeslagen tot het volgend jaar. In die zomermaanden ging het werk gewoon door en werd er ‘gependeld’. Als de bus of trein geen aansluiting bood op je werktijden, dan moest er vervoer komen. De motorfiets bracht dan als eerste uitkomst om de ongeveer 25 kilometer heen en aansluitend terug te overbruggen. Een nieuw exemplaar was pure luxe, dus tweedehands, wat doorgaans neerkwam op een nog wel vaker gebruikt exemplaar dan ‘van de eerste eigenaar overgenomen’. Mijn vader reed op een Sparta 200 cc Villiers met drie versnellingen. En zo ging Jan van de Vliet, zo heette mijn ouweheer, brood- en banketbakker van professie, bij nacht en ontij naar de bakkerij. Weliswaar nieuw gekocht (1.450 gulden), maar toch was hij er niet content mee. “Zit geen gang in!” Hij had sowieso niets met motoren en techniek.

Heel anders was het met Chris van de Vliet, een oom van mijn vader. De beste man bleef zijn leven lang ongetrouwd en woonde bij mijn ouders in, zodoende besmette hij mij ook met het motorvirus. Chris werd naar goede Jordanese begrippen van een bijnaam voorzien, Chris werd Kick. Hij was echt gek, zeg maar mesjogge van de motorfiets en een duvelstoejager. Hij repareerde fietsen en auto’s, en onderhield zijn eigen motorfietsen. Eerst een FN, maar die kan ik me niet meer herinneren. Toen een 350 cc BSA B31 met plunjer achtervering en een groene tank. Dat weet ik nog wel, want ik mocht wel eens op die tank zitten. Maar omdat ‘een zware, je ware was’, moest er een vijfhonderd komen. Een 499 cc BSA B33 met swingarm achtervering, kleur bordeauxrood. Het werd geen gelukkig huwelijk. De combinatie Kick en de bordeauxrode BSA misten samen een bocht tussen Weesp en ’s Graveland, waarna Kick weer bij kennis kwam in het Majella Ziekenhuis in Bussum. De BSA was exit (nu zoiets als Brexit) en er kwam een nieuwe Zündapp 200 cc tweetakt, een tussenmodel zullen we maar zeggen. Het werd ook tijd om de trouwe alpinopet te verwisselen voor een valhelm, een oranje Römer, net als de motocrossers droegen. Wat bleef bij oom Kick was een soort eigen scheiding in zijn haar, een litteken, net zoiets als Ronaldo. Daarmee was hij zijn tijd dus ver vooruit. M’n pa kreeg een paar jaar later ook een Römer, toen de Zündapp werd ‘doorgeschoven’ en de Norton in beeld kwam. Tussen de aankoop van de Duitse tweetakt –best een goed ding – werd er naarstig gezocht naar en gespaard voor weer een echte ‘ploffer’. Liefst een BSA, en dan een Gold Star (destijds al niet te betalen en nu nog steeds niet) of een Norton ES2. Ik zocht mee. Te voet door Amsterdam van Oud-West naar het Centrum kwam je langs diverse motorhandelaren en zo kon het gebeuren dat ik als puber getuige was van de aankoop van een tweedehands Triumph Tiger of Speed Twin. Dat was op de kop van de Elandgracht, heet nu het Jordaanplein waar de standbeelden van Johnny Jordaan, Tante Leen, Manke Nelis en het echtpaar Jan en Mien Froger staan, een historische plek dus. Een zeer plat Amsterdams pratende meneer met golvend haar en gekleed in een leren jack model Elvis Presley rekende contant de Triumph af, zwengelde de machine aan en verdween vol gas over de Berensluis de Berenstraat in (één van de 9 Straatjes), om vervolgens via de Wolvenstraat en de Singelgracht richting de Dam te racen, want daarachter daar lag zijn professie. Enkele weken later stond er in een plaatselijk weekblad een interview met de betreffende man. Haring Arie was zijn bijnaam, omdat hij met haring ventte in horecagelegenheden. Daarnaast echter vulde hij zijn inkomen aan met het exploiteren van zijn vrouw Blonde Mien. Een ordinaire souteneur dus. Hij deed in dat interview de uitspraak: “Een ex-prostituee bestaat niet. Eens een…, altijd een…!” Hij sprak alleen geen Frans, dus gebruikte een heel ander woord. Later schreef hij ook nog eens vier totaal foute boeken. Daarmee en met dit verhaal thuiskomend was een Triumph Twin gelijk taboe. Logisch toch?

Maar terug naar de Nortom. In 1960 stond er in het enige motorblad van Nederland een advertentie van Het Motorpaleis in Rotterdam over een Norton Model 50 350 cc, het betrof een overjarig bouwjaar 1958. Die machine werd de familie-Norton, met Kick van de Vliet als trotse eerste eigenaar. Hij was werkzaam op het Singel, repareerde PCL luchtpompen en verstuurde van Holt Producten en auto- en motorbenodigdheden voor de firma Cytex. Daar kon ik als scholier op de Amsterdamse Grafische School soms een paar pieken bijverdienen met het wassen van het autopark van de baas. Mooie tijd. Die Norton-tijd werd nog mooier toen het Model 50 tijdelijk mijn eigendom werd. Natuurlijk had ik liever een 52’er International gehad, met die prachtige bovenliggende nokkenas, maar die waren echt onbetaalbaar. Als graficus was ik ook bijna lyrisch van die rooie biesjes op de olie- en benzinetank. Nog heel even overwogen om biezentrekker te worden, want volgens een Amsterdamse spuiter moest je eerst twee neuten nemen om een rechte bies te kunnen trekken. Soit.
De Norton bracht mij naar de Noordkaap in 1963, een jaar later naar Ossendrecht en nog weer later naar Assen (militaire dienst). Na de rit door Scandinavië werd het blok noodgedwongen gereviseerd, veel zand binnengekregen, en werd de krukas gebalanceerd. Kick reed er ooit een 90 Ster mee tijdens de Sterrendagen op Zandvoort. Knap, want de snelheidsmeter tikte enkel bij wind mee de 130 km/uur aan. De Norton verhuisde met de ouderlijke familie mee naar Purmerend en later weer terug naar Amsterdam. En kwam later nog een tijdje als extra vervoer naar Limburg, omdat ik in ploegendienst werkte. Woon-werkverkeer tussen Stramproy en Weert en later vanuit Grathem. De machine werd een erfstuk toen C.F. van de Vliet naar de motorhemel ging en werd in 1992 totaal in nieuwstaat gebracht door Derk de Vos in Hellendoorn. Echt helemaal in nieuwstaat kwam hij vervolgens in mijn privémuseum te staan.
De daarop volgende kwart eeuw kwamen er niet veel meer kilometers op de klok. De Ballerina werd ze na de revisie genoemd (een motorfiets is per definitie vrouwelijk), want hoog op de benen (19 inch wielen), slank van leest, welgevormd etc. Helemaal in originele staat brengt ze nu haar dagen door in het Rosa Spierhuis voor motoren: Yesterdays in Nederweert. Als een soort ex-Ballerina, maar dat bestaat niet: eens een Ballerina, altijd een Ballerina. Wie weet gaat ze nog ooit terug naar Engeland. Adieu. Goodbye. Bedankt.

Motoplus als app?

Om deze webapp op je telefoon te installeren, klik dan op het icoontje onderaan en klik daarna op Zet in beginscherm.

Om deze webapp op je telefoon te installeren, klik dan op de drie bolletjes rechtsbovenin

en klik daarna op Toevoegen aan startscherm.