Nieuws

Reportage Morbidelli Museum

Het Morbidelli Museum is niet meer, maar niet getreurd: het Spazio Morbidelli is er voor in de plaats gekomen. Het herbergt nog altijd een extreem fraaie en unieke collectie (race)motoren en auto’s, maar is bovenal een hommage geworden aan technische genie Giancarlo Morbidelli.

Onder het stijlvolle en elegante pak dat hij afgelopen zomer droeg tijdens een ceremonie die hij maanden had voorbereid, verborg voormalig F1-coureur Gianni Morbidelli een litteken dat hij al draagt sinds hij een basisscholier was. Het incident gebeurde tijdens een van zijn eerste ervaringen met een motor-aangedreven voertuig, lang voordat hij deelnam aan het ultieme vierwielige kampioenschap met Minardi en Sauber en dus ook lang voordat hij tester werd voor het legendarische team van Ferrari. Er was echter geen auto bij betrokken. Het voertuig dat hem onder zijn rechterknie verwondde, was de voetsteun van een kleine crossmotor. Daarop reed de kleine Gianni als een raket halverwege de jaren zeventig. Morbidelli, die nu in de vijftig is, ondervond in die tijd voor het eerst hoe pijnlijk de passie kon zijn die hij aan het ontdekken was, al resulteerde het later voor hem in een succesvolle carrière.
Morbidelli’s moeder reageerde hyst

risch, terwijl zijn vader een stuk rustiger bleef. Tenslotte was hij het – Giancarlo – die zijn zoon al dan niet opzettelijk in de richting van het crossen had geduwd. Als succesvol zakenman en eigenaar van een bedrijf dat houtbewerkingsmachines produceerde en wereldwijd exporteerde, wijdde hij zijn vrije tijd aan motorfietsen zoals maar weinig anderen dat deden. Geboren in 1934, als racefabrikant en met de hulp van een klein team dat eind jaren 60 werd opgericht, won hij tussen 1975 en 1977 vier wereldtitels in de 125- en 250-klasse met rijders als Paolo Pileri, Pier Paolo Bianchi en Mario Lega.
“Wat een wereldprestatie”, zouden velen terecht zeggen, maar Giancarlo’s status in de autosport is zelfs nog groter. Hij wordt vaak gezien als een man vol ideeën en ook nog in staat om ze te laten werken. Hij ontwierp een pneumatisch schakelsysteem voor een F1-auto, een zescilinder tweetaktmotor voor de Formule 2 en andere raceoplossingen die hem wereldwijde populariteit in de motorsport bezorgden.

De ingenieuze Italiaan stierf in 2020 op 86-jarige leeftijd. Zijn zoo Gianni en dochter Letizia erfden de sleutels van een museum voor vintage en klassieke motorfietsen. Daarin stonden meer dan driehonderd race- en straatmodellen, waaronder de prototypen waarmee hij vier wereldtitels won. Broer en zus besloten om het museum in omvang terug te brengen en het op te dragen aan hun vader met al zijn Grand Prix-motoren en een selectie motoren en technische oplossingen, met een link naar Gianni’s carrière.

Zo werd het ‘Morbidelli Museum’ het ‘Spazio Morbidelli’, een intieme en sobere plek die in juni 2023 de deuren opende. Bij die ceremonie verwelkomde Gianni de gasten, gekleed in de elegante outfit die zijn oude, maar nog steeds zichtbare, litteken bedekte. “Ons doel was om iets te ontwerpen dat bezoekers kunnen begrijpen en waarvan ze kunnen genieten, zelfs als ze geen diepgaande kennis hebben van de racegeschiedenis van de familie”, zeiden de architecten Fabio Pradarelli en Deborah Sparacca tijdens het evenement. “Sommige musea zien eruit als enorme magazijnen, terwijl wij iets anders wilden doen. We hebben onze aanpak gecombineerd met Gianni’s visie. Hij is heel precies en is zich bewust van alle kleine details. Dat is waarschijnlijk een normaal gedrag onder voormalige F1-coureurs zoals hij”.

De ex-coureur was het er natuurlijk mee eens: “Dit eerbetoon aan mijn vader is iets waarvan ik echt voelde dat ik het moest doen. Mensen zeggen dat hij een genie was en ik denk dat dat waar is. Hij was een uitvinder, altijd op zoek naar oplossingen om dingen beter te laten werken. Dat gebeurde niet alleen met motoren en auto’s. Als er bij ons thuis een waterslang kapot ging, belde hij niet meteen de loodgieter. Hij vond eerder een manier om hetzelfde probleem in de toekomst te vermijden, vaak door iets nieuws te ontwerpen”.

Onder de rijders die de openingsceremonie bijwoonden, waren voormalige toppers als Bianchi, Lega en Gianni Pelletier. Die laatste reed begin jaren 80 met een monocoque viercilinder 500 motor. Graziano Rossi – de vader van negenvoudig wereldkampioen Valentino – reed later dezelfde motor nadat hij in 1979 drie Grand Prix-races had gewonnen op de 250 Morbidelli.

Aan het begin van zijn geschiedenis gaf de Italiaanse fabrikant ook een motorfiets aan toekomstig drievoudig wereldkampioen Eugenio Lazzarini en zijn broer Enzo: “De eerste motorfietsen waren niet wit en blauw, maar groen”, herinnert Eugenio zich. “Op een keer, tijdens een nationaal evenement, crashte ik in de training en de kuip was helemaal kapot. Om het te repareren gebruikte Giancarlo geduldig een metaaldraad zoals een naaister dat doet met een katoenen draad. Bij de volgende race had ik een nieuwe kuip, die ook de nieuwe kleuren had die Morbidelli gedurende zijn hele sportgeschiedenis gebruikte”.
In 1972 was het team al op weg naar het eerste wereldkampioenschap. Gilberto Parlotti was snel en zag er goed uit voorafgaand aan de Tourist Trophy op de Isle of Man. De 125-race werd verreden onder extreme omstandigheden, met mist en slecht zicht op een deel van het zestig kilometer lange bergparcours. Een crash resulteerde in fatale verwondingen, waarbij de rijder het leven liet en Giancarlo dramatische dagen beleefde. De onvermijdelijke vraag rees: moest hij doorgaan?

De Italiaanse constructeur overwoog te stoppen, maar nam uiteindelijk het besluit door te gaan en contracteerde Angel Nieto. Dat was in die jaren al een succesvolle en ervaren racer met vijf wereldtitels op zak. Toen Nieto in 1987 met pensioen ging waren dat er dertien (12+1) geworden. Ook vijftienvoudig wereldkampioen Giacomo Agostini sprong – al was dat optreden eenmalig – in het zadel van een Morbidelli GP-motor. Hij finishte tweede in een race in Italië in de 250 cc-klasse.

Morbidelli begon in de lichte racecategorieën en gaf deze vervolgens weer op als hij doorschoof naar de zwaardere klassen tot de Koningsklasse aan toe. Hij deed dat altijd met de hulp van trouwe monteurs en ingenieurs zoals Jorg Moeller. Giancarlo Morbidelli leidde en inspireerde zijn raceafdeling tot het begin van de jaren 80. Toen eiste zoon Gianni’s opkomende carrière met auto’s al zijn aandacht en energie op. Gianni: “Als kleine jongen reed ik op kleine motorfietsen en dat was erg leuk, maar soms raakte ik gewond en dan was mijn moeder boos. Op een keer kreeg ik het aanbod om een demonstratieronde te rijden in Abbazia, een gevaarlijk wegcircuit in Joegoslavië, maar mijn moeder was er faliekant tegen. Door haar twijfels stapten we over op karts. Die hadden vier wielen en zagen er veiliger uit. Toen ik oud genoeg was en de regels het toelieten, begon ik te racen”.
In de eerste jaren van zijn carrière werd Gianni altijd ‘Giancarlo’s zoon’ genoemd. Dat hij zoon was van zo’n populaire en succesvolle man heeft hem waarschijnlijk geholpen, maar het was tegelijk niet altijd makkelijk. “Ik had zoveel geluk dat hij naast me stond. Ik zeg vaak voor de grap dat als ik voor bowlen had gekozen, hij voor mij een bal zou hebben ontworpen die ronder was dan de andere. Maar hoe meer ik groeide, hoe meer ik mijn eigen naam wilde vestigen. En dat gebeurde ook. Toen mijn vader op zijn beurt ‘Gianni’s vader’ werd in het rennerskwartier, voelde ik me tevreden”.

Eén F1-podium en werkzaamheden als tester voor het Ferrari-team toen Alain Prost en Nigel Mansell meededen aan het wereldkampioenschap, vormen waarschijnlijk Gianni’s sportieve hoogtepunten. Maar terugkijkend herinnert hij zich liever de lange ritten met zijn vader in een Bedford-busje met een kart achterin. “Op weg naar een volgend Italiaans circuit of naar huis na een race. Op een keer, na ettelijke uren achter het stuur, nam ik zijn plaats in achter het stuur en reed ik de laatste kilometers naar ons huis. Ik was waarschijnlijk vijftien”.

Dit verhaal schildert Giancarlo af als een gewone vader. Was hij dat, of toch juist niet? Zoon Gianni antwoordt: “Hij dacht altijd aan iets nieuws. Hij werkte altijd en overal nieuwe projecten uit. Op wc-papier met een pen bijvoorbeeld, of in het zand op het strand, met een stok”. Een van zijn meest ambitieuze doelen was het bouwen van een 750cc V-12 motor. Hij zou hem nooit voltooien vanwege de gezondheidsproblemen waarmee hij in de laatste fase van zijn leven te maken kreeg. De meeste onderdelen zijn te zien in de ‘Spazio Morbidelli’. Ze dragen bij aan de stille symfonie van creativiteit en vakmanschap die de passie van de Italiaanse technicus voor snelheid goed weergeeft. Als je de V12 ziet is het net alsof je naar een muziekinstrument kijkt en de muziek kunt horen, zelfs als er geen muzikant in de buurt is. Het is een ervaring die magische meesterwerken onthult, gekoppeld aan de betekenis van een plek die door een familie is bedacht als eerbetoon aan de man die hun leven vorm gaf en de hele autosportwereld beïnvloedde.

De expositie is helaas nog niet geopend voor het publiek al garandeerde Gianni bij de opening dat hij zich tot het uiterste gaat inspannen om dit zo snel als mogelijk voor elkaar te krijgen.

Gerelateerde artikelen

Direct meer lezen? Neem een jaarabonnement
  • Direct toegang tot het digitale archief met meer dan 350 magazines.
  • 24 uitgaven per jaar
  • Elke twee weken thuis in de bus
Direct toegang aanvragen
Een jaar MotoPlus voor slechts 55,-