+ Plus

Reizen Zuid-Amerika (3) – Peru

Peruanen zijn niet de beste automobilisten ter wereld, alhoewel ze dat wel denken. Ze halen in op heuvels, in blinde bochten of rijden recht op je af terwijl ze hun bocht afsnijden op de verkeerde weghelft. Overdag houden ze van hun claxon, in het donker van grootlicht. Toch is rijden in Peru een van de mooist denkbare ervaringen. Van dichtbegroeide Amazone tot rotsig hooggebergte. Van eindeloze bochtentrajecten tot kaarsrechte wegen. Van verlaten woestijn tot toeristische stranden. Van authentieke dorpjes tot grote steden. Van cultureel erfgoed tot moderne kunst. Peru heeft het allemaal.

Het is al donker wanneer we het Titicacameer in een krakkemikkig veerpontje oversteken. Direct aan de overkant blijven we slapen, in een hostel waar we de buiten-wc moeten doorspoelen met een emmertje ijskoud regenwater uit de ton. We zitten op 3.800 meter en die nacht is het koud.
De laatste kilometers door Bolivia op weg naar Copacabana (dat in niets lijkt op zijn beroemde Braziliaanse naamgenoot) rijden we over een Formule 1-circuit langs het Titicacameer, waar onze motoren eindelijk weer eens in hun zesde versnelling komen! Ondanks dat er bij de grens geen rij staat en het ons totaal niet moeilijk wordt gemaakt, duren de formaliteiten evengoed een uur. Zodra we Peru inrijden, vallen de eerste verschillen ons op. Meer vee. Betere huizen. Meer wind. Gedurende de twee uur naar Puno vechten we in diepe spoorvorming tegen harde rukwinden die over het Titicacameer blazen, angstig wegsturend van de chromen grills van passerende vrachtwagens. Indrukwekkende bliksemschichten verlichten de horizon. Tegen de tijd dat we arriveren in Puno, staat alles blank. Wij ook.

LAGO TITICACA
Het Titicacameer heeft een oppervlakte van achtduizend vierkante kilometer en ligt op 3.812 meter hoogte. Van het stevige riet dat aan de oever groeit, creëren Uros-indianen hun eilanden, huizen, boten, uitkijktorens, scholen en kerk. Ondanks de lage temperatuur zijn de Uros destijds het meer op gevlucht om te ontkomen aan de Inca’s en de Spanjaarden. Nu ontlopen ze het Peruaanse belastingstelsel en vormen de eilanden een toeristische bron van inkomsten. De eilanden zitten vast aan rietstengels in het water, maar kunnen in geval van nood of dreiging wegdrijven. Het rottingsproces aan de onderkant van de eilanden is een continu proces, zo ook het nieuw bematten van de bovenkant. Een eiland gaat op die manier ongeveer 20 jaar mee. Ze zijn veel groter dan ik had verwacht; op sommigen passen wel tien huizen. Het is een aparte gewaarwording om over de rieteilanden te lopen. Je zakt tot aan je enkels door de bodem heen, alsof je op een waterbed loopt. Een familievete of echtscheiding wordt hier simpel opgelost: het eiland wordt samen met de relatie uiteengereten.

COLCA CANYON
Bijna ieder centrum in Zuid-Amerika bezit een Plaza de Armas, maar dat van Arequipa is beroemd om zijn koloniale galerijen, eeuwenoude kathedraal, park en fontein. De restaurants representeren de Peruaanse keuken als geen ander en we proberen ceviche (rauwe visschotel met chili), cuy (cavia), caldo de Galllina (maaltijdsoep met spaghetti, ei en kippentenen) en sappig alpacavlees van de steengrill.
Na de koude bergpas van Abra Patapampa (4.910 meter) bezoeken we Colca Canyon, de diepste bergkloof ter wereld, waar condors drijven op de thermiek. Een groot gedeelte van de weg is al geasfalteerd. Dat is jammer, de omgeving is authentiek en we genieten er meer van zodra we op de oude zandweg met donkere tunneltjes komen. De regio doet wat Aziatisch aan door de terrasbouw die door Inca’s tegen de okergele rotsen zijn aangelegd. Het uitzicht over de 3.182 meter diepe kloof is waanzinnig, maar helaas spotten we geen condors. Vier jaar geleden was ik hier ook en werd ik op de terugweg verrast. Ineens gebeurde het.
Boven de afgrond zweefde een gigantisch grote condor. Ik ging bijna onderuit in het grint in een poging mijn motor zo snel mogelijk te parkeren. Ik deed mijn helm af en bekeek de witte donskraag om zijn zwarte nekveren, zijn bruuske kop met rode hanenkam en zijn enorme wijduit gespreide vleugels die eindigen in elegant opengesperde vingerveren. Hij was reusachtig. De spanwijdte van de vleugels waarmee hij rustig op de warme lucht drijft, is bijna drie meter! En hij hing vlak voor me! Eén moment keken we elkaar recht aan. Mijn bruine ogen ontmoetten die van hem. Het duurde misschien maar een seconde maar ik wist dat ik dit beeld nooit meer van mijn leven zou vergeten. Oog in oog met de grootste vliegende vogel op aarde. Wat een machtig indrukwekkend beest.
De vruchtbare omgeving van de afgelopen dagen vormt een groot contrast met het troosteloze maanlandschap dat voor ons ligt. Gedurende twee dagen stuiteren we onophoudelijk door potholes, ook in steile haarspeldbochten over glibberige modder. Een IKEA test is er niets bij! Rond de top is de sneeuwval zo hevig dat Irene niet ziet dat ik mijn spatbord met kentekenplaat verlies als gevolg van het urenlange gestuiter. Onze handen zijn zo koud en beurs van de hagelstenen, dat we op weg naar beneden nog amper kunnen schakelen. Om zeven uur ’s avonds bereiken we eindelijk een dorpje dat niet eens staat aangegeven op mijn kaart, maar gelukkig is er een hostel met een onbetaalbare warme douche. Evengoed niet warm genoeg om onze ijsvoeten te ontdooien. De volgende morgen vraagt onze hospita of we lekker hebben geslapen. Ondanks de drie zware, wollen dekens heb ik door mijn koude voeten amper een oog dichtgedaan. “Mentirosa!” bijt ze me boos toe. Ze maakt me uit voor leugenaar, trots als ze is op de luxe voorzieningen in haar houten onderkomen.
Voordat de Spanjaarden een einde maakten aan eeuwenoude beschavingen, was Cusco de hoofdstad van het immense Incarijk, dat zich uitstrekte vanaf het zuiden van Colombia tot aan het noordwesten van Chili en Argentinië. Tegenwoordig is Cusco een moderne stad met zowel Inca- als Spaans erfgoed. We vinden er een zaakje waar ze twee dezelfde Nederlandse nummerplaten namaken voor ons, nadat het onmogelijk blijkt er eentje vanuit Peru bij de RDW te bestellen.

INCA ERFGOED
We laten Cusco achter ons en slaan een gravelweg in naar Sacred Valley in Moray. Het is een vallei waar de Inca’s ronde terrassen hebben uitgegraven. De Inca’s merkten dat hun zaden niet konden ontkiemen bij de lage bergtemperatuur. Door in ronde lagen steeds diepere terrassen uit te hakken, hebben ze een soort broeikas gecreëerd, waar het op de bodem 15 graden warmer is. Daar plantten ze hun zaden die bij de hogere temperatuur wel konden ontkiemen. De zaden die hieruit voortkwamen, plantten ze een seizoen later een terras hoger, zodat deze zaden ontkiemden bij een iets lagere temperatuur, totdat na een aantal jaren de zaden over alle terrassen waren geëvalueerd en ze bestand waren tegen de lage temperatuur in het hooggebergte, waar veel meer grond beschikbaar is.
We vervolgen de weg naar de zoutpannen van Maras. Ook deze zijn gebouwd door Inca’s en nog altijd in gebruik. Onder een zoutwaterbron hebben ze ontelbare vijvertjes uitgehouwen in het berggesteente. Kleine kanaaltjes transporteren het zoutwater naar de vijvertjes waarna de toevoer wordt afgesloten. De zon verdampt het water en laat het zout achter. Peruanen lopen af en aan met meer dan hun lichaamsgewicht aan zout in een zak op hun rug, terwijl hun blote voeten zoeken naar een smal strookje grond waar ze tussen de vijvertjes kunnen staan. Onder de indruk bekijken we dit schouwspel, dat al meer dan 500 jaar onveranderd plaatsvindt.
Wanneer we vertellen dat we onder de indruk zijn van het Inca-erfgoed in Peru, antwoorden mensen vaak: “Ah, Machu Picchu!” Peru heeft zo veel meer te bieden dan Machu Picchu alleen, alhoewel dit ongetwijfeld een van de meest fascinerende wereldwonderen is. Ondanks dat er altijd mysteries zullen blijven bestaan, hebben we veel geleerd over de Inca’s door hun afbeeldingen op aardewerk, hun vernuftige constructies en goed geconserveerde mummies die op grote hoogte zijn ontdekt.
Hoewel Machu Picchu al rond 1440 is gebouwd, is het een goed bewaarde stad die ons veel vertelt over de leefomstandigheden en de vergevorderde kennis van de Inca’s over architectuur, astrologie, infrastructuur, watertransport, landbouw en vegetatie. De stad ligt op 2.430 meter en is geheel zelfvoorzienend. Ondanks de vele toeristen is het onmogelijk om te ontsnappen aan de mysterieuze sfeer die bijna tastbaar in de eeuwenoude straatjes hangt.

DE ANDES OVER
Tussen Cusco en de kust ligt het Andesgebergte, dat we opnieuw oversteken. Op het programma staan 700 kilometer bochten, die over vier bergpassen heen gedrapeerd liggen. Noppenbanden en zware bepakking ten spijt, de KTM’s hebben de wegligging van racemotoren! Twee dagen lang rijden we alleen op de zijkanten van onze banden. Al het natuurschoon van Peru wordt hier voor onze wielen gegooid. Achter iedere bocht wacht een nieuwe verrassing. Een bruggetje over een kloof. Roofvogels in de lucht. Afgronden waar je door het ontbreken van een vangrail zo kunt inkijken. De geur van het vee, de geluiden van de krekels in de berm. Alpaca’s die ons herkauwend aanstaren en schapen die verschrikt voor ons uit rennen. Oogcontact met de vrouwen op het land. We genieten intens, binnen in de bubbel van onze helm.
De laatste kilometers rijden we in het donker. Ondanks dat de zon weg is, komt de warmte van de woestijn ons al tegemoet. We vervolgen de bochtige weg, die we delen met tegemoetkomende vrachtwagens, die hun draai steevast op de verkeerde weghelft inzetten. Soms komt hun gevaarte zo compleet onverwacht de hoek omzetten, dat ik dankbaar ben dat we zo veel smaller zijn dan een auto. Met mijn hart in mijn keel, dat dan weer wel.

LANGS DE KUST
Het bochtenparcours wordt ingeruild voor de kaarsrechte Panamericana langs de Grote Oceaan, waar zo veel wind staat dat we de motoren met moeite op onze eigen weghelft houden. Het zand stuift op en stroomt samen met de zilte geur van de oceaan onze helmen binnen, vermengd met de warmte van de woestijn. De tijd van drie dikke wollen dekens, waaronder we ons niet konden bewegen, ligt achter ons. De komende weken slapen we onder een lakentje. Bij het gebulder van de oceaan.
Zowel ten noorden als ten zuiden van Lima ligt 20.000 jaar aan geschiedenis en zijn er meer dan 5.000 opgravingen te bewonderen van pré-Inca indianenculturen zoals de Chavín, Moche, Nazca, Tiwanaku, Wari, Sicán, Chimú, Chancay, Uros en Ica.
We wisselen lange rijdagen af met het bezoeken van verschillende nederzettingen, zoals het prachtig bewaard gebleven Huaca de la Luna (Maantempel) van de Moche (0-750 na Chr.); de 4.642 jaar oude (!) piramides van Caral en de gereconstrueerde graftombe tjokvol goud van Señor de Sipan (100 na Chr.). De Nazca Lines geogliefen zijn 1.500 jaar geleden door de Nazca-indianen gemaakt. De tekeningen liggen verspreid over een gebied van bijna 500 vierkante kilometer en zijn het best in een Cessna vanuit de lucht te zien, aangewezen door de vleugel. De tekeningen zijn buitengewoon. De aap heeft een krulstaart waar geen einde aan lijkt te komen, de spin heeft dunne, kromme poten en de kolibrie heeft zo’n slanke snavel en zo veel veren… Dit kan onmogelijk door een ploeg getrokken zijn. Wat voor middelen hadden ze tot hun beschikking, rond 500 na Christus? Waarom zijn ze gemaakt? Iedere tekening die er is, werpt nieuwe vragen op. Zo schommelt de Cessna 40 minuten over 13 tekeningen heen. Linkervleugel. Rechtervleugel. Zelfs op de kotszakjes staan de Nazca Lines afgedrukt. Attent.
In Paracas bezoeken we met een motorbootje las Islas Ballestas, bekend om hun overweldigende zeefauna. Na de lunch laten we de oceaan achter ons en duiken we de Paracas woestijn in naar Huacachina, waar we onze KTM’s inruilen voor buggy’s die steile zandduinen oprijden, waar we vervolgens afglijden op surfboards. De zonsondergang in de woestijn doet ons vergeten dat we in Peru zijn. Alleen de kamelen ontbreken.
Discovery Chanel noemt Cañon del Pato een van de mooiste wegen ter wereld. De onverharde weg staat op de ‘deadliest road list’ vanwege de immens diepe gorges en 35 smalle, uit de berg gehakte tunneltjes met bochten. Telkens als ik zo’n zwart gat met een mogelijke tegenligger inrijd, houd ik mijn adem in tot ik er uit ben. Tot overmaat van ramp wil Irene hier foto’s maken en moet ik er veel vaker doorheen dan goed is voor mijn hart!

GOUD ZOEKEN
Na de projecten in Argentinië en Bolivia, bereiken we na 12.000 motorkilometers ons derde project in het mijndorpje Relave aan de Grote Oceaan. Ingesloten tussen de kust en het Andesgebergte, ligt hier het uitgedroogde woestijngebied van Peru. In tegenstelling tot de bergen, waar het regenseizoen is losgebarsten, valt in de kuststreek nog geen millimeter regen per jaar. Het is een van de vele contrasten binnen de landsgrenzen van Peru.
In Relave willen we de vrouwen bezoeken die bij de goudmijnen werken. Al in Nederland hebben we onze projecten geselecteerd en contact gezocht met overkoepelende instanties die ons kunnen helpen om de mensen ter plaatse te bereiken. Solidaridad brengt ons in contact met Oro Justo (Eerlijk Goud) en we bezoeken hun kantoor in Chala. Beide instanties werken samen aan legalisering en juridische bijstand van mijnwerkers in Peru en Colombia. Dat dit hard nodig is, hebben wij met eigen ogen gezien.
Goud delven klinkt best leuk. Met een zeefje glinsterende goudschilfers zoeken in het zand van een rivier. Hopende op die ene grote, blinkende goudklomp en bijbehorende rijkdom. De werkomstandigheden die wij zien, zijn echter verre van leuk. Enorm verre van leuk.
We bereiken Relave nadat we een uur over een zanderige stuiterweg langs een droogstaande rivier hebben gereden; een dorpje met door de zon gebleekte gevels, verborgen onder een geelbruine laag stof aan de voet van Cerro Negro. We ontmoeten Anastacia, een van de leiders van de Pallaqueras (vrouwelijke goudzoekers), die de stad Puno acht jaar geleden heeft verlaten en nu samen met haar man krap kan leven van de goudopbrengst. Begeleid door mensen van Oro Justo wordt de slagboom voor ons geopend en mogen we de berg op om de Pallaqueras te ontmoeten.
Anastacia vertelt ons dat vrouwen de mijnen niet in mogen, omdat dit Pachamama ontstemt. Een van hun belangrijkste goden, Moeder Aarde, schenkt dan mogelijk geen mineralen meer. Toch is hun werk niet minder zwaar of gevaarlijk dan dat van de mannen die diep in donkere gangen met houweel, moker, breekijzer, steenboor en dynamiet de kwarts loswerken en naar buiten brengen. Inderdaad: zonder wagons, liften of ezeltjes.
De Pallaqueras werken zich met harkjes door de bult aan losliggend afvalgesteente heen en selecteren brokstukken met een mogelijk goudadertje in jutezakken. De persoonsgebonden zakken moeten daarna door hen naar beneden getild worden, naar een plek waar een vrachtwagen kan staan, die de zakken naar molens vervoert om het gesteente te vermalen. De goudprijs die ze uiteindelijk voor hun zware werk krijgen, is doorgaans te laag. Ze bezitten geen computer, zijn niet op de hoogte van de actuele goudkoers en weten niet of hun vondst werkelijk zo onzuiver is als hun opkoper beweert. Maar met de paar sol die ze krijgen, kunnen ze eten kopen voor hun gezin. Alleen al dat gegeven is genoeg om de volgende dag weer terug de berg op te gaan. Sommige vrouwen doen dit werk al twintig jaar! Veel van hen zonder helm, stofmasker of beschermende schoenen. Terwijl Irene zich tussen hen verplaatst om foto’s te maken tijdens hun werk, schuift een groot gedeelte van de losliggende stenen plotsklaps naar beneden. Pas wanneer de stofwolk is neergedaald, blijkt dat er niemand gewond is geraakt. De vrouwen kijken elkaar opgelucht aan. Ik vraag me af hoe hun longen er uitzien.
In Nederland hebben we Stichting ‘Projects of The Riding Reporters’ opgericht, waaraan mensen die The Riding Reporters volgen op Facebook geld hebben gedoneerd, dat we eerlijk verdelen tussen de projecten die we bezoeken. De volgende dag keren we samen terug naar Relave om alle twaalf vrouwen die hebben meegewerkt aan onze reportage, 200 sol te geven. Omgerekend is het nog geen 60 euro, maar hier is dat genoeg voor een helm, stofmasker, schoenen en betraande ogen vol dankbaarheid. Wanneer we teruglopen naar onze motoren, horen we hun lach over de berg schallen. Vandaag is het leven even minder zwaar!

In het vierde en laatste deel van deze Zuid-Amerika serie bezoeken Daniëlle en Irene (The Riding Reporters) het project Kinderopvang Villa Ticca in Ecuador: opgericht door Nederlandse vrouwen, dat tienermoeders de gelegenheid biedt te studeren en/of te werken.
INFORMATIE PERU
Officiële benaming: Republiek Peru (Repúblia del Perú)
Ligging: westkust van Zuid-Amerika, tussen de Grote Oceaan en het Amazoneregenwoud
Hoofdstad: Lima
Afstand vanaf Utrecht: +/ 10.500 kilometer
Buurlanden: Ecuador, Colombia, Brazilië, Bolivia en Chili
Oppervlakte: 1.285.216 km² (ongeveer 35 keer groter dan Nederland)
Inwoners: +/- 30 miljoen
Hoogste berg: Huascarán Sur (6.768 meter)
Hoogtepunten van onze route: Rieteilanden in het Titicacameer, Arequipa, Colca Canyon, Sacred Valley in Moray, zoutpannen van Maras, Inca Pisac, Machu Picchu, de Nazcalijnen, Huaca de la Luna, graftombe Señor de Sipan, Caral, Chavín de Huántar, de Ballestaseilanden, zandsurfen in Huacachina, Cañon del Pato, het strand van Huanchaco en de weg van Cusco naar Nazca dwars door het Andesgebergte.
Taal: Spaans, Quechua en Aymara
Schrift: Latijns
Munteenheid: Peruaanse Nuevo Sol (SOL), één euro is 3,50 SOL
Tijdsverschil: -6/-7 uur

Klimaat: Peru heeft een rijke biodiversiteit, variërend van droge woestijnvlaktes langs de 2.400 meter lange kuststrook (La Costa) tot het tropische Amazoneregenwoud, dat 60% van Peru beslaat in het oosten (La Selva). Deze uiterste regio’s worden van elkaar gescheiden door het Andesgebergte, dat zich verticaal uitstrekt van het noorden naar het zuidoosten (La Sierra). Iedere regio kent zijn eigen woestijn-, tropisch- of bergklimaat.
Wetenswaardigheden: zelfs na zeven weken hadden wij geen genoeg van Peru. Iedere dag leken we in een ander land te rijden, qua wegen, qua natuur, qua klimaat en qua bezienswaardigheden. Het natuurschoon overstemt de vuilnis langs de weg, de huizen die onaf zijn, het chaotische verkeer en het stof. Sterker nog, het ontbreken van uiterlijk vertoon, in de breedste zin van het woord, vereenvoudigt het leven op een verhelderende wijze. Een leven zonder design, mode of welk esthetisch belang dan ook. Geen mooi ogende huizen, geen ontworpen lantaarnpalen, bruggen en gebouwen, geen dure auto’s. Een huis heeft soms geen ramen, een auto geen schokbrekers. Maar alles is er, en alles werkt. In ieder geval vandaag.
In twee tot drie weken kun je al veel van het uiteenlopende Peru ervaren. De driehoek Arequipa, Nazca tot ten oosten van Cusco omvat de zeven wonderen van Peru: de Atacama woestijn, de Nazca Lines, Sacred Valley, Machu Picchu, Inca hoofdstad Cusco, het Amazoneregenwoud en het Titicacameer. Ben je op zoek naar minder toerisme en meer cultuur, richt je dan op het noorden van Peru. Tussen Paracas, Chachapoyas en Huancayo vind je een ongelooflijke schat aan Pre-Inca cultuur en offroad wegen.
Budget: Naast het benodigde vliegticket worden motorrijders vaak afgeschrikt door de kosten van het verschepen of overvliegen van hun geliefde motorfiets. Het overwegen waard: ter plekke een motor huren. Nederlander Lars Caldenhoven van PeruMotors (www.perumotors.com) woont al jaren in Arequipa en organiseert er verschillende routes. Een liter benzine kost gemiddeld een euro en tolwegen hebben aparte rijstroken langs de slagboom voor motorfietsen.
Zowel dagmenu’s (soep, rijst met vlees, limonade) als slaapplaatsen voor 5 euro zijn er altijd te vinden, al is er soms alleen koud water, zijn er geen kachels en slaap je onder stoffige dekens. Een hostel heeft over het algemeen een gemeenschappelijke keuken en biedt de keuze uit slaapzalen of tweepersoonskamers, al dan niet met eigen badkamer. In grotere steden zijn er luxere alternatieven. Peru staat in heel Zuid-Amerika bekend om zijn goede keuken, dus vergeet ook de culinaire ontdekkingsreis niet!

Motoplus als app?

Om deze webapp op je telefoon te installeren, klik dan op het icoontje onderaan en klik daarna op Zet in beginscherm.

Om deze webapp op je telefoon te installeren, klik dan op de drie bolletjes rechtsbovenin

en klik daarna op Toevoegen aan startscherm.