+ Plus

Reizen: ZEN en de kunst van het motorrijden

In 1974 verscheen het boek ‘Zen en de kunst van het motoronderhoud’. Een autobiografisch verhaal van auteur Robert Pirsig die met zijn 12-jarige zoon een motorrit maakt van Minneapolis naar San Francisco. Sinds de verschijning zijn er 5 miljoen exemplaren verkocht, wat het tot een rasechte literaire klassieker maakt. Een uitstekende leidraad dus voor een uitgebreide toer door de USA!

Na een dag acclimatiseren halen we onze Harleys op bij Eaglerider in Minneapolis, de grootste stad van Minnesota. Er staan prachtige gebouwen in de stad, die herinneren aan de gouden tijden van weleer, toen Minneapolis nog een erg rijke stad was met veel miljonairs onder de inwoners. Gelegen bij de hoogste watervallen in de Mississippi rivier werd er destijds veel geld verdiend in de houtzagerijen, later met het verwerken van graan.

Het huis waar de familie Pirsig woonde, ligt aan 458 Otis Avenue in Minneapolis. Uiteraard starten we hier onze reis. Net als in het boek rijdt een vriend met zijn zoon samen met mij de route. Als we de US 55 oprijden staat het zonnetje pal achter ons en wacht er zo’n vijfduizend kilometer tot aan de Stille Oceaan, helemaal aan de andere kant van Amerika. We ZEN er helemaal klaar voor. Let’s go!

Robert Pirsig probeerde snelwegen zoveel mogelijk te vermijden, iets dat wij eveneens nastreven. Het gaat om de kwaliteit van het rijden en niet de snelheid, het centrale thema van het boek. De US 55 is zo’n weg die dwars door kleine dorpjes gaat, vaak met enkel een hoofdstraat waar kleine lokale winkels de sfeer bepalen. Hier geen grote winkelketens met schreeuwerige reclameborden. Buiten de dorpen wisselen uitgestrekte graanvelden zich af met vele meren, waar pelikanen sloom opkijken wanneer het geluid van onze Harleys de stilte verstoort. Ik snap nu waarom de staat Minnesota ook wel ‘land van 10.000 meren’ wordt genoemd. Bij Elbow Lake gaan we richting de grens van de volgende staat, Noord Dakota, waar we slapen in Oakes. Het is vandaag de 4th of July, oftewel de dag waarop Amerika in 1776 onafhankelijk werd van Groot Brittannië. De sfeer is vergelijkbaar met onze Koningsdag. Geen oranje hier, maar wel overal rood-wit-blauw, de kleuren van de Amerikaanse vlag. Het is een van de belangrijkste feestdagen hier, familie en vrienden komen allemaal bij elkaar om feest te vieren. De dame in ons hotel weet en passant nog te melden dat er vanavond om 21.00 uur een groots vuurwerk wordt ontstoken. Het doet allemaal liefelijk en tegelijkertijd ook kneuterig aan, als ’s avonds grote Amerikaanse sleeën en pick-up trucks bij het honkbal veld worden geparkeerd. Muziek klinkt uit radio’s en hele families klappen stoeltjes uit om onder het genot van vele blikjes cola, bier, XXL zakken chips, popcorn en natuurlijk hotdogs naar het vuurwerk te kijken. Na een kwartier knallen is iedereen stipt om 21.30 uur weer vertrokken, behalve de duizenden muggen voor wie het ook echt feest is geweest. Leuk detail: op deze dag worden er in Amerika 150 miljoen hotdogs verkocht.

Op de 5th of July vervolgen we onze reis en rijden vrolijk verder over de prairies, waar voor de komst van de blanken vele indianenstammen leefden. Bij Lame Deer, dat op de één of andere manier toch wat stoerder klinkt dan de Nederlandse vertaling lam hert, worden we middels een bord langs de weg door de Northern Cheyene stam welkom geheten, even later gaat het gebied over in Crow handen. Behalve prachtig klinkende namen herinnert overigens nog maar weinig aan de vergane indianencultuur.

Het is pas 10.00 uur in de ochtend, maar al erg warm. We stoppen dan ook vaak bij kleine cafeetjes, waar we steevast worden bediend door dames in korte broek met daaronder witte sokken in zwarte schoenen. Deze weinig charmante uitdossing vergeet je snel wanneer ze je allerhartelijks toetreden met een ´howdie´. Naast de prijs, 1 dollar voor ongelimiteerd kopjes koffie, is de service van de Amerikanen echt om te roemen.

Immense landbouwmachines bewerken het land en een groot reclamebord geeft aan dat ‘Abe’s hay moving’ je wel kan helpen bij het binnenhalen van al het hooi. Na uren grasland doemen vanuit het niets woest uitziende heuvels op, we zijn in het gebied wat de Badlands wordt genoemd, oftewel slecht land. Onvruchtbaar en ondoordringbaar, maar misschien daarom wel zo spectaculair om te zien. We bezoeken het Teodore Roosevelt National Park om de Badlands van dichtbij te ervaren. Roosevelt woonde vier jaar in deze contreien voor hij in 1901 op 42-jarige leeftijd de jongste president van Amerika werd. En uiteraard gaat het verhaal dat dit onherbergzame gebied hem heeft gevormd en voorbereid op die klus. Het is een geweldige rit door het park, terwijl de ondergaande zon de heuvels in vuur en vlam zet. Ook ons onderkomen van die nacht heeft een link met de 26e president van de Verenigde Staten, we slapen namelijk in het Rough Riders Hotel in Medora, genoemd naar de groep vrijwilligers die met Roosevelt vochten in de Spaans–Amerikaanse oorlog.

De route van Pirsig ging trouwens niet door het imposante park, omdat hij zoveel mogelijk de plekken vermeed waar veel mensen samenkwamen. Dan maar iets minder historisch getrouw in het spoor van Pirsig, want er zijn toch wel veel mooie en interessante plekken langs de route die de auteur links liet liggen. Wat te denken bijvoorbeeld van de historische plek in de staat Montana, waar Generaal Custer in de pan werd gehakt door Lakota en Cheyene indianen. De slag bij Little Big Horn is een belangrijke uit de Amerikaanse geschiedenis, omdat het wellicht de laatste slag is geweest die de indianen wonnen. We parkeren onze Harleys en lopen over een stuk grasland waar her en der houten bordjes herinneren aan de cavalerie van Custer, die hier in 1876 om het leven kwam. Nergens bordjes met de namen van de gevallen indianen, wel één algemeen bord. Dit soort slagvelden maken toch altijd veel indruk en redelijk beduusd rij ik van de stoep af. Een harde klap brengt me weer enigszins bij de les. Door het ruime hoogteverschil tussen stoep en wegdek is de veer die mijn jiffy vasthoudt afgebroken. Zo verder rijden kan niet en dus plakken we de standaard vast met duct-tape (ga nooit zonder op pad). Vlak voor sluitingstijd vinden we in het voormalige mijnstadje Red Lodge, waar Pirsig stopte voor lunch, een zaakje met motorspullen en zowaar heeft de vrolijke eigenaar – ‘Wow guys, all the way from the Netherlands!’ – de juiste veer van het juiste bouwjaar voor de juiste Electra Glide op voorraad. Tijd voor bier.

Vandaag wacht een van de mooiste wegen van Noord-Amerika, de 111 kilometer lange Bear Tooth Highway. De weg alleen al is een toeristische bestemming op zich, nog los van het feit dat hij ons door Yellowstone National Park voert. De weg slingert zich langzaam omhoog met prachtige bochten en nog mooiere uitzichten op de bergen en meertjes om ons heen. Als we in het park de grens van Montana naar Wyoming passeren, zien we een puntvormige rots die de Crow indianen ´Na Pet Say´ noemen, letterlijk vertaald berentand. De temperatuur is inmiddels aardig gedaald en als we op het hoogste punt staan, op 3.340 meter, waait het stevig. We eten onze meegenomen lunch op langs de kant van de weg en worden onderwijl nauwlettend in de gaten gehouden door hele groepen, op hun achterpoten staande marmotten. Op de weg naar beneden zien we ook de afslag van de Chief Joseph Highway, de weg die we twee jaar geleden reden, omdat toen de Beartooth vanwege sneeuw nog afgesloten was. Maar dit keer is het wel gelukt!

Yellowstone is onder andere bekend van de grote kuddes bizons die er rond grazen. Allemaal leuk en aardig vanuit de verte, maar als er een volwassen mannetje midden op de weg de doorgang blokkeert, stoppen we toch maar even. We schatten onze kansen in: een 400 kilo zware Harley tegen 1000 kilo kakelvers rundvlees van dit grootste landdier van Noord-Amerika. Dit gaan we niet winnen, maar gelukkig heeft het beest geen kwaad in de zin en na enkele minuten stom kijken, loopt hij langs de vangrails weg en kunnen wij weer verder.

Robert Pirsig reed het liefst boven de boomgrens, ver weg van alles en iedereen om zijn gedachten de vrije loop te laten. Toch ging hij wel naar Yellowstone, vanwege de mooie rit over de Beartooth Highway. Zijn boek ‘Zen en de kunst van het motoronderhoud’ gaat eigenlijk over zijn eigen filosofie, die met name met kwaliteit te maken heeft. Doe datgene wat je doet goed, en met aandacht. En doe vooral één ding tegelijk, dus als je op de motor rijdt, rijd dan ook echt, concentreer je daarop zonder dat je met iets anders bezig bent. Althans, dat is mijn interpretatie van zijn boek. Past volgens mij ook helemaal in het huidige tijdsbeeld van vluchtige (sociale) contacten, waar we het liefst alles tegelijk doen. Bellen, chatten, twitteren, sms’en, mailen en ga zo maar verder, bang om ook maar iets te missen.

Over de Lolo Pass rijden we de staat Idaho binnen en volgen Highway 12, waar, omgeven door dichte naaldwouden, de weg zich parallel langs de wild stromende Lochsa rivier het Clearwater National Forest in slingert. In mijn dagboek heb ik ’s avonds de aantekening gemaakt dat deze weg de reden moet zijn waarom ooit iemand bedacht dat er zoiets als motorfietsen gemaakt moeten worden. Wat is het hier immens mooi rijden, vrijwel geheel gevrijwaard van ander verkeer bovendien.

In Lowell komen drie rivieren bij elkaar, de Lochsa, Selway en Clearwater. We besluiten te stoppen voor lunch bij Ryan’s Wilderness Inn. Mannen in geruite hemden, met obligaat baseballpetje, zitten achter borden met joekels van pannenkoeken. Het interieur van het etablissement is ‘verfraaid’ met allerlei opgezette dieren, van berggeit en poema tot bruine beer, inclusief foto met waar en hoe, geweer of pijl en boog, het betreffende dier is geschoten. Jagen en wildwater vissen zijn hier het favoriete tijdverdrijf, getuige ook het bord dat naast onze eettafel hangt: ‘work is for people who don’t fish’. Zie zelf toch meer in ´work is for people who don´t ride´. Wanneer we weg rijden valt het oog op het bordje ‘Lowell, population 23’. Een groot kruis door het cijfer 24 geeft aan dat er onlangs blijkbaar iemand is overleden. Misschien iets mis gegaan bij de jacht?

De uitgestrekte bossen maken langzaam plaats voor akkerland, op de 95 South naar Oregon rijden we na lange tijd weer een paar kilometer gewoon rechtdoor. Soms ook best prettig. De staat Oregon voelt als één groot natuurpark, dat zich presenteert met bergen, bossen, prairies en meren. Het beroemdste van die laatste in zonder twijfel Crater Lake, een, zoals de naam al doet vermoeden, kratermeer dat niet alleen als diepste van Noord-Amerika te boek staat, maar ook als meest blauwe. Het meer wordt enkel door sneeuw aangevuld en het gletsjerwater geeft het deze mooie kleur. Op weg naar het kratermeer lopen we veel andere motorrijders tegen het lijf, iedereen zwaait naar elkaar. Er heerst hier nog een echte kameraadschap onder motorrijders. Eenmaal de Harley geparkeerd lopen we het laatste stuk naar boven om vanaf de steile rotswanden het blauwe water te kunnen bewonderen. Het is nog blauwer dan gedacht. Het is echt zo’n dag waarop alles samenkomt en je niets liever doet dan motorrijden, almaar vooruit zonder achterom te kijken (figuurlijk gesproken). De hemel is strakblauw, de geur van de duizenden sparren vult de helm en er zelfs een prachtig gekleurde vlinder landt op m’n jas wanneer we via Klamath Falls en Grants Pass het land van melk en honing, Californië, binnenrijden.

Middenin het bos staat ineens het blauwe bord met gele letters ´Welcome To California´, compleet met het symbool van de staat, ´The Yellow Poppy´, het slaapmutsje. Spontaan begin ik het nummer Hotel California van de Eagles te brullen. Wat is reizen toch mooi, het gevoel hou ik vast tot in Crescent City, waar we op het strand genieten van een kop koffie, starend over de Stille Oceaan.

Het is erg mistig, de nevel hangt tot ver in het land, dus echt veel uitzicht hebben we niet. Robert Pirsig reed over de Highway 101 direct door naar San Francisco, wij besluiten eerst de 52 kilometer over de Avenue of Giants te nemen, voordat we de smalle kustweg naar Frisco pakken. De kust van Californië is de enige plek waar de Humbolt Redwood bomen groeien, waarvan sommige tot 115 meter hoog zijn. Je voelt je ontzettend nietig tussen deze giganten en het bos is soms zo dichtbegroeid, dat het koud en donker wordt, simpelweg omdat er geen licht doordringt tot het wegdek. In Fort Bragg besluiten we een goed hotel aan zee te boeken. Wanneer ik een uur later in het bad geniet van het uitzicht over de Stille Oceaan, daalt het besef in dat de reis op één dag rijden alweer ten einde is. Ik laat alle mooie en bijzondere momenten nog een keer mijn gedachten strelen. Want daar gaat het tenslotte om in het leven, het verzamelen van mooie momenten.

En dan is het zo ver, na een reis van vijfduizend kilometer door acht staten van Noord-Amerika, rijden we aan de noordkant over de beroemde Golden Gate Bridge San Francisco binnen. Een euforisch gevoel maakt zich meester van ons, terwijl op de 6-baans snelweg proberen te wennen aan het drukke verkeer dat we niet meer gewend zijn. Ons einddoel is bereikt. We hebben de reis van Robert Pirsig dunnetjes overgedaan. Maar in de ZEN-gedachte is het doel natuurlijk de reis op zich. En dat kun je weer zien als een metafoor voor het leven. Het doel zou voor iedereen moeten zijn om elke dag zo intens mogelijk te genieten van de reis die ‘het leven’ heet. En daarin zijn we de afgelopen weken glansrijk geslaagd!

Motoplus als app?

Om deze webapp op je telefoon te installeren, klik dan op het icoontje onderaan en klik daarna op Zet in beginscherm.

Om deze webapp op je telefoon te installeren, klik dan op de drie bolletjes rechtsbovenin

en klik daarna op Toevoegen aan startscherm.